De zelfkant van Alphonse in Bangkok en kleine woordjes

Alphonse Wijnants, Zelfkant. Kleine woordjes
Een Sinatraatje doen in Bangkok
Foto Pinterest

Al die kleine woordjes

Alpon geraakt maar niet uit Bangkok weg. Nu heeft hij zich in het nachtleven gestort. Al de danstenten in de buurt van de Sukhumvit heeft hij grondig binnenstebuiten gekeerd. Rusteloze voeten gekregen. Hij slaapt nauwelijks. In de wirwar van straten heeft Moon hem de weg helpen vinden. Ze is een fantastische danseres. En dan komen ze Franco tegen, een Italiaanse Sinatra… Hoe is de wereld echt?

Alphonse Wijnants, Zelfkant, Woordjes

Deel I

Afijn, zo stond ik dan toch weer op de dansvloer.
Met Moon.
In granaatrood hemd over een roomkleurig gepofte broek onder een deftig zwart jasje leidde een enthousiast jongmens met zachte stem en week pompoei buikje ons naar een plaats. Hij dribbelde omzichtig voor ons op. Die outfit was maar niks en deed me aan Oriëntal Hotel denken. Daar snuif je nog wat British Empire op.
Check Inn 99, eerste etage, Soi 11 vlak voorbij de Old German Beerhouse bij de Sukhumvit. Statige hoge ramen, strakke zaal, strakke intieme hoeken. Donkere gladgeschaafde teakhoutlijsten, ongelakte vezels, smaakvol Europese teneur. Naturel en glad. Stemmige danstent. Live music & restaurant.
De katoey dribbelde weg in zijn roomkleurige pofbroek, pompeus als een onweerswolk.
Zetels twee aan twee vol zachte kussens als harige oortjes omhoog. Gemengde stellen. O, wat ploften we lui maar discreet neer. Lage salontafels, gedrapeerd in rood met zwart Lanna-weefsel.
Discrete Sinatra-muziek. Voorlopig nog.
Strak, glad en discreet – zo lik ik graag een pussy! Moon beschikte erover, ik likte haar! In het geflikker van de tv glinsterde haar onderbuik van mijn speeksel. Ze had een platte buik en een concies geserreerd sneetje. Alleen dat. Heel gevoelig moest ik met mijn tongpunt naar binnenlipjes peuteren. Flinterdun.
Het was erg intuïtief. Het verwekte in mijn gemoed een gevoel of ik de kleinste woorden ter wereld voor liefde moest vinden en die dan met de kleinste pen ter wereld ergens op de rand van een piepklein notitieboekje voor een nachtvlindertje van de Sukhumvit optekenen.
In een pas gevormde taal.
Moon!
Lui en afwezig genoot ze van Piang Chai Khon Nee, een verslavende soapserie, haar hoofd van het kussen geschoven en opzij gekanteld, zo kan ze naast mijn dij door kijken. Twee slanke Thaise actrices krabden elkaar haren en ogen uit. Het geworstel van de hoofdrolspeelsters om de Thaise man Sattawat.
Moon moest scheel kijken en ook op haar hoornvlies spiegelde het blauwe licht van het scherm, haar ronde hand hield ze om mijn globen, zo licht of ze wou pendelen hoe kwetsbaar en rond het daar hing.
Daar kan ik enorm teder van worden.
Op tv rolden Somika en Anusaniya over elkaar, met de stemmen van harpijen hoog en schril, plukken ravenzwart haar stoven weg. Precies een climax voor de aflevering er weer op zat. Wie ging het vandaag halen?
Overvloedig loosde ik mijn sperma vooraan in haar schede. Daar was ze het nauwst. En dan op het laatst tot op de mond van haar vagina doorstoten. Ik zette me schrap, sloeg mijn tenen in de matras. Die actrices hingen tot bloedens toe in elkaar, Moon kreunde even afwezig onder mijn onbehouwen grom en die Thaise adonis kwam eindelijk in het handgemeen tussen. Met hardvochtige vuurspuwende ogen trokken de dames zich als kemphanen terug, hun sporen nog steeds op scherp. Het leek wel echt!
Het was nog niet voorbij.
In Thailand lijkt alles echt.
Met zekerheid volgden er nog afleveringen.
Ik stierf. Ik wil niets meer zeggen.

‘Alpon,’ zegt Moon argeloos. ‘You come inside…’
Moon voelt nooit wanneer ik haar nat maak.

Moon kon dansen. Dat was haar ware zelf. Dat was ze echt! O, wat hield ik van haar lichaam in beweging. Dansen als op wind, een gloeiende dijk, een zwoel strand vol springende zandvlooien. Een eerste grillige ochtendgolf van het nieuwe getij.
Ik had mezelf beloofd voor een tijd uit de clubs weg te blijven, mijn slaapsysteem geraakte altijd overhoop. En dan liet ik alles hangen. Als ik in Bangkok ga dansen, dans ik tot ’s morgens. Soms tot drie ochtenden ver, en het weekend is voorbij. Dat komt nooit in één week tijd terug goed.
Moon met haast perfecte afmetingen. Ze had mooigevormde benen. Iedere dag kleedde ze zich anders, in andere stemmingen.
‘Why you so soft skin?’
Met het plat van haar vinger volgt ze mijn witte dijbeen.
Bwah, ik geef geen antwoord.
‘What you do for soft skin… From 7Eleven? Me want. You buy me too…?
Ze strijkt met twee vingers van haar rechterhand over mijn kin, of ze om me geeft. ‘Me aw-weady owl woman,’ wijst ze zichzelf aan en veegt mijn zweet van haar kleine borst. Meisje, je raadt niet hoe oud ìk ben.
Al een hele dag wil ze het weten.
Met een behendig sprongetje staat ze op twee slanke benen overeind naast bed, enkele melkige druppels komen tussen haar blote voeten op de houten planken terecht, vormen er donkere vlekjes.
O, wat hou ik van Frank in een sentimentele bui. Frank is oud geworden en toen was hij op zijn best.
De hitte was genadig die avond, een doodgewone donderdag. Al van in de middag had de lucht met de gulheid van de wind in een brede baai aan zee om zich heen gescharreld. Speels aanwezig tussen hoge en lage gebouwen op en langs de grote Sukhumvit. Donkergebladerde struiken tussen kromgetrokken restplanken en afval in verloren hoekjes wakker geschud, mild laten kwispelen, de leelawadees met witte kinderhandjes laten wuiven.
Bossen groen in reuzegrote aarden potten omheen tafels van koffieshops gaven elkaar een na een mysterieuze boodschappen door, fluisterden ze in de oren van bezoekers, die hun ogen sloten.
Het was een bries die je een geheimzinnige lach om de mondhoeken gaf.
Plots was de wereld weer wat wij denken dat hij is.

Deel II

Alphonse Wijnants, Zelfkant. Kleine woordjes

Een smalle propere steeg scheidt ze van elkaar, de Old German Beerhouse en de Check Inn 99. In het beerhouse krijg je een onvoorstelbare portie knusprige Schweinenhaxe mit Kartoffelpüree und Sauerkraut geserveerd op een plank, heel prozaïsch. Daar geraakt je buikje wel vol van. Bij het lage getimmerde ingangspoortje van de dansclub staan drie meisjes in een gele uitrusting flyers uit te delen. In die doodlopende steeg enkele betere massagesalons.
Afijn, salons zonder happy ending. Is dat beter?
Rechts in een quasi feng shui-tuin van witte keien voert een trap ons in de gelijkmatige kronkel van een DNA-streng omhoog. Draagt ons in het geschitter van helle witte lichten. Het lijkt of we in de ruimte zweven, we komen op hoogte van het geestenhuisje en op iedere trede liepen kleine boze gedachten als wezels in een uitgerookt hol benauwd van me weg. Bangkok lag met schone ziel aan mijn voeten.
In die zaal pronk ik naast Moon als een buitenlandse genodigde naast de koningin van Siam.
En toen begon het dansen. Afijn… Plots was hij er, die magere muzikant met zijn scherpe schouders wonderlijk als een groene sprinkhaan uit een boom gewipt. Vier meisjes benamen de dansvloer. Vanop een klein verhoog in een hoek zette zijn eenmansorkest met geschal een introroffel op. Hij glom al van zweet en tokkelde als een alomvattende god met wel zeven armen tegelijk op een synth. Zijn voeten hipten op pedalen.
Heel korte spannende vlamrode rokjes omsloten de derrières van de girls, ze wiegden heen en weer, zongen een welkomsliedje en een crème shirt in een even vlammend hesje met een diepe ronde uitsnijding liet hun mierenhoopjes op de loop. Aandoenlijk.
Alle vier zongen ze om beurt, alle vier dansten ze tegelijk dezelfde pasjes, soms amateuristisch, soms zwierig, soms onbeholpen. In niets leken ze op iets anders als Thaise meisjes, een beetje stout, een beetje uitdagend, een beetje verlokkend, een beetje seduisant. Maar het waren Filipijnse meisjes. Moon had het met stelligheid gezegd.
‘Not go out?’ Vraagteken. Eén minuut na negen uur had haar vraag op Line-app gebliept.
Uitgaan? Nu? Ik weet niet waar naartoe. ‘You know nice place?’
‘Chipchali Ba-ew, Soi 11, u know?’
‘Ok, see you!’
En in Cheap Charlie’s Bar ontvoerde ze me naar die danstent.
Ze huppelde en vol klaterende spraakzaamheid trok ze aan mijn elleboog, voorbij elektriciteitspalen midden op stoepen, voorbij luie honden, lokkende massagekoren, ketels vol stomende hanenpoten, vrouwen op hurken met een baby en uitgestoken hand. Voorbij de beweeglijke ratten onder de ordeloze zooi vuilniszakken.
‘I know you will like. Cw-azy dancing,’ zei ze. ‘You like to dance. My fw-iend told me about, for sing the Philippine Gi-wls Show.’
Ja, ze was compleet zeker dat het Filipijnse meisjes waren. En begot, ze kende er eentje. Vielen elkaar zowaar in de armen. Handje reiken aan man met Chinese ogen temidden van een tuil Pipers- en Black Label-flessen én een boeket slanke meisjes. En de ladyboy met zijn pompoei-buikje in zijn pofbroek tintelde van agitatie. Van ijver struikelde hij over zijn woorden, terwijl hij ons voorging.
Afijn, zo ongeveer maakten we onze entree.
Daarna stond ik op de dansvloer en ging er niet meer vanaf. Drijvend van het zweet met pijnlijke knieën maar onvermoeibare voeten. Die vier meisjes moedigden me aan en stelden me op in hun rij. Al die Latin-rock, al die ritmen, de merengue, rumba, salsa, al die Isaan-music, mor lam sing en wat al nog exotische muziek tilden me tot een mate van gewichtloosheid op.
Ik ben blij als ik soms niet meer moet denken.
Ik concentreerde me uitsluitend op heupen, torso, dijen…
Moon kwam me uitdagen, schoof vooruit, trippelende passen, schokkende heupen, stotende schaamstreek. Wrong afwisselend met haar billen heen en weer, kwam tussen mijn benen lapdansen, wreef haar derrière in mijn kruis. Schoof haar hand langs haar lichaam naar beneden over haar vormen als in een denkbare liefkozing, liet zich door haar knieën zakken. Stak de dikke haren met beide handen op en ze vielen als een gordijn over haar ondoorgrondelijke ogen heen.
Het was geil.
And even when I’m old and gray,
I’m going to feel the way I do today,
Because you make me feel so young.
Wat kon Frank met zijn stem toch zeggen hoe hij de wereld telkens van de eerste keer zag. Zo onberekenend en met zoveel tederheid.
Meer kan ik er niet over te kennen geven. Ik danste op allerlei ingevingen en ik was vrij.
De werkelijkheid is onbestendig. Laat ze los.
Laat los en je ziet wat je te zien hebt.

Deel III

Alphonse Wijnants, Zelfkant. Kleine woordjes

Maar eerst was er dat Italiaanse intermezzo. Een zangeresje met een wipneus gaf een aankondiging en kwam met een gestalte tevoorschijn.
Van opzij schreed een man met ouderdomsvlekken aan haar arm.
Zijn ogen mild. Zijn neus krachtig en sterk, hij was tanig en bruin en in de spots lichtten die bleke vlekken op, van een wang, een jukbeen, boven zijn slaap en op zijn onderarm. Iemand blies aarzelend stof van een set oude verweerde zilveren munten, nam ze uit de toonkast. Een roffel van de sprinkhaan. Iemand blies. En hoy, daar had hij weer de brillance van de Italiaanse gigolo.
Caro Franco! Kaarsrecht, voeten stevig, zelfbewust, charmant, soepel in de heupen.
Hij stond voor de microfoon en neeg het hoofd.
‘Saluti a tutti! Buonasera – e benvenuti a voi,’ zei hij, stapte weer naar de coulissen met een arm hoog opgeheven, stak zijn hand uitnodigend naar een tafel in de zijbeuk van de zaal uit. Een oudere Thaise met de glorie van haar laatste schoonheid, met weelderig lang haar, lichtgezwollen ogen en kaken, en lange trillende wimpers liet zich even aan zijn opgeheven hand bewonderen en zwaaide naar de zaal.
Applaus. Ze had een wonderlijke sensualiteit.
De oude gigolo zette in. Het is een en al Sinatra op een vintage plaat uit de jaren vijftig. Een stem die kraakt en schuurt, warm maar nog altijd krachtig en onsentimenteel. Hij zingt met gloed en ontroert me. Zijn stem draagt een verwachting. De nacht houdt zijn stem vast. Ze ontroert me als een zoete geur in een verlaten steeg vol duistere schaduwen. Hij genoot van zijn zingen, ik ook, iedereen in de zaal hield zich in.
Hij zingt en tokkelt een tijd met vingers en handpalmen op een set felle conga’s. Hij verzinkt in allerlei trage ritmen. Zelf beweegt hij zijn figuur met die speelse voorzichtigheid die aan de broze botten van zijn leeftijd eigen is. Hij zakt weg als in een droom en ik geloof stellig dat iedereen, ieder individu in de zaal voor zichzelf denkt, dat hij zijn droom aan de oude gigolo wegschenkt.
Nog een doordringende tokkel van zijn handpalm op de conga en zijn stem deemstert in oude hartstochten weg. Sub finem een grondtoon – één enkele grondtoon zindert na. Als een roep van een laatste stervende mammoet in ijstijdvlakten.
De zaal komt vol van een schromelijk kristalhelder licht. De sprinkhaan met zijn groen hemd valt weer neer uit de boom en iedereen schrikt uit zijn trance. Moon trekt voorzichtig haar hoofd van mijn schouder, neemt haar warme hand van mijn dij. Kijkt een tikje verweesd, zonder me echt te zien.
Rode, paarse en gouden lovers bengelen als nepsterren aan het plafond.
Het voelt als een feest.
Dat was even een stijlbreuk in de helse avond.
Want wij sprongen opnieuw als wild in het rond. Ik danste met iedereen – Moon danste met mij – en iedereen met ons. In onwaarschijnlijke patronen cirkelden we glijdend over het glimmend parket.
Aan ons tafeltje stond de ladyboy met een kan bier en zijn pompoei-buikje in een granaatrood hemd gespannen, ongedurig te wachten. Zijn pofbroek als een onweerswolk. Zijn statigheid in dat zwarte jasje had hij laten varen. Zijn schouders draaiden aanstellerig, beetje waanwijs. Nu gedroeg hij zich als een kraai in de dakgoot, overdreven, als een katoey. En dat was hij ook.
Moon maakte zo’n handje.
Ik danste als fervent. Ik was volkomen mezelf vergeten.
De hemel stormde als een bikkelharde Chiellini op ons af, toen we naar buiten liepen. Nietsontziend. De klap van de hitte haalde me haast onderuit. In een schuim van razernij klommen vele witte wolken in de nachtelijke hemel omhoog en omsloten de hoge staken van de torenflats. Waarom regent het nog niet, zei iedereen vol bevreemding.
Moon hield me ferm vast en ik had een erectie als een buffelhoorn. Ik kon met mijn vingers maar niet van haar billen blijven. Niet op de trap, niet op de stoep, niet in de tuktuk, niet in Soi 7/1. Wat waren ze rond, hard en begripvol. Ze beet in mijn onderlip en ik gleed in haar slipje.
Afijn – gelukkig geraakten we nog zonder kleerscheuren uit de lift daar op die vierde verdieping van het Atlas-hotel.
Moon kon wereldwijs dansen. Dat was ze echt.
Waar had ik al die kleine woordjes weer genoteerd, verdomd…

 

 

Alphonse Wijnants
Over Alphonse Wijnants 25 Artikelen
Alphonse Wijnants is gewezen leraar en directeur van middelbare scholen. Voormalig copywriter. Heden: Ronddwalen in Zuidoost-Azië en kortverhalen schrijven over mensen en voorvallen aldaar.

2 Comments

  1. Een verademing om te zien dat deze auteur het lef heeft om de vaak wat zoetsappige context van Thailand Tref te larderen door het delen van persoonlijke en intieme belevenissen en tegelijkertijd dit te combineren met snedige analyses die ook nog beeldend en in geheel eigen stijl verwoord zijn.
    Respect voor de “Guts” van de auteur om deze ontboezemingen te delen, en wat mij betreft ook “Glory” voor het verleggen van grenzen bij Thailand Tref.

  2. Je verhaal gidst mij in een onbekende zwoelgeile wereld Alphonse. Je lijkt als een bezetene doelbewust van elke dag intens te willen genieten terwijl anderen hopeloos verzuipen in zeeën van sleur en saaiheid. Ik houd van je teksten doorvlochten met literaire hoogstandjes.

Reacties zijn gesloten bij dit onderwerp.