Zeezigeuners van de Maleise kusten (4). De herkomst van hun naam

Zeezigeuners Maleise kusten, Erik Kuijpers, Zeezigeuners, Moken, Chapan

 

Zeezigeuners en de herkomst van hun naam

 

Volkstellingen 1891 en 1901

Er zijn twee grote volkstellingen geweest in Brits India inclusief Birma en aan de hand daarvan zijn conclusies getrokken over hun naam en herkomst. De uitkomsten worden echter in twijfel getrokken.

De namen die men aan de zeezigeuners geeft zijn afwisselend Selong en Salon maar ook Selone, Selung, Silong en die namen zijn afkomstig uit de talen van de Birmezen en de Telaings, Talaings ofwel de Mon gemeenschap.

De zeezigeuners zelf noemen de Birmezen T’now en de Maleiers Batuk maar daar gaat het ons niet om. De grote volken noemen we bij de naam die de Engelsen hebben gegeven.

Hun geschiedenis

De voorzaten van de zeezigeuners woonden op het vasteland van het huidige Birma en Maleisië. Zij woonden in nederzettingen en verbouwden land. Een rustig en vredelievend volk.

Ze werden belaagd door naar het zuiden afzakkende hordes bandieten als de T’now (Birmezen) die ze al plunderend voor zich uit dreven.

Uit het zuiden werden ze belaagd door de Batuk, Maleiers. Aldus in het nauw gedreven staken ze de wateren over naar de Mergui eilanden en vestigden zich daar. Ze maakten grote nederzettingen op het eiland Chai-an in hun taal dat op onze kaarten Kissering heet. Het eiland ligt noordwestelijk van de stad Bokpyin aan een lage mangrovekust.

Anderen gingen verder weg wonen in de regio Myeik, Mergui en op Ross eiland waar men plantages aanlegde voor kokosnoot, bananen, ananas en broodboom.

Zeezigeuners Maleise kusten, Erik Kuijpers, Zeezigeuners, Moken, Chapan
Chapan, eenvoudige boot uit een boomstam

Weer verjaagd….

Hun boot was in die tijd de chapan gemaakt van een boomstam.

Maar de Batuk waren rovers en piraten. Hun plantages werden verwoest en velen werden als slaaf weggevoerd.

Alleen in de wilde moesson maanden hadden ze wat rust maar in de droge tijd kwamen er meer en meer aanvallen op hun bestaan.

Het werd duidelijk dat ze een bestaan op zee moesten opbouwen maar hun chapan lag te laag op het water. In ruwe zee verdronken ze.

Ik was eens getuige van waterhozen nabij de eilanden. Een waterhoos is een deel van een cycloon en die brengt de zee kolkend tot leven. Als je dat ziet dan begrijp je dat een chapan geen kans heeft.

De boot met verschansing

Om de boot hoger te maken werd de verschansing ontwikkeld, gemaakt van licht rondhout aan de zijkanten van de boot. Ze worden vastgezet met bamboe steunen en touw.

De verschansing wordt maw genoemd, letterlijk: “verdrinken” omdat men zonder die maw in ruw weer vol loopt en verdrinkt. In hun taal betekent l’maw verdrinken. Hun woord voor vers water genomen uit een bron heet O’en, en O’en-ken verbasterd tot o’ken’ betekent zout water.

Deze woorden zijn samengevoegd tot Maw-ken ofwel letterlijk vertaald “Zij die verdrinken in zout water”.

Daarmee hebben wij hun naam en de vorm van de kabang verklaard. Dus waarom die niet naam niet gekoesterd als hun sieraad?

 

Toelichtingen

Het boek is van 1922, de ervaringen zijn uit 1911.

Foto’s

Chapan boat; thanks to http://www.andamandiscoveries.com/photos-islands-national-parks/scenery-2-c-andaman-discoveries/

Andere foto’s zijn uit het boek.

Weblink

Census of 1891, volkstelling; https://en.wikipedia.org/wiki/1891_census_of_India

 

Erik Kuijpers
Over Erik Kuijpers 583 Artikelen
Erik Kuijpers (1946) werkte 36 jaar als aangiftemedewerker inkomsten- en vennootschapsbelasting. In 2002 emigreerde hij naar Nongkhai in Thailand waar ook zijn partner en pleegzoon wonen. Erik pendelt nu afhankelijk van de seizoenen tussen Thailand en Nederland