Zeezigeuners van de Maleise kusten (3a). Zeezigeuners en hun huizen


Zeezigeuners Maleise kusten, Erik Kuijpers, Zeezigeuners, Moken, woonboot

 

Zeezigeuners en hun huizen

Als kapelaan van de Tenasserim is het mijn plicht ieder kwartaal naar de zuidelijke havens te gaan en daar begint mijn contact met de zeezigeuners.

Vanaf de pier waar de schepen van de overheid aanleggen zie ik een visarend.

Zeezigeuners Maleise kusten, Erik Kuijpers, Zeezigeuners, Moken, woonboot
Visarend

Deze vogels zoeken daar hun voedsel en maken hoogte om dan plots te draaien en in volle vaart in het water te duiken met de klauwen naar voren, om dan even snel weer weg te vliegen met hun vis.

Dit kan alleen maar het resultaat zijn van voortdurende training door de vogelouders, zoiets is niet aangeboren, denk ik.

Dan zie ik een klein bootje dat wel heel vreemd vaart. Naar links, naar rechts, dan weer stil liggend, een rare koers. Een bootje van geringe diepgang en pas na een kwartier komt het aan bij de pier waar ik sta. En dan zie ik het.

Er zitten vier jonge jongens in met een zelf gemaakte peddel en ze werken om en om zonder regelmaat. Niemand heeft de leiding en niemand stuurt. Dit is mijn eerste contact met de Moken.

Hun boot, tevens hun huis

Bedenk, bij het zien van zeezigeuners en andere nomaden, dat iedere familie haar eigen boot, woonboot, moet bouwen.

Het ruwe materiaal, de boomstam, alle andere materialen voor de bouw en alle middelen om op die woonboot te leven. Er zijn geen winkels of fabrieken.

Wij kunnen dat allemaal laten doen; zij niet. Wij hoeven die kennis niet allemaal in huis te hebben en van ons zijn er maar weinigen die aan het eind van de dag echt moe van het werk zijn.

De boot is 25 voet lang. De huid is van boomstam die een opstapje heeft aan voor- en achtersteven. De voorsteven is wat stomp; niet zoals bij andere boten die met een scherpe punt het water willen doorklieven.

De opbouw

Aan de zijkanten, tussen beide opstapjes in, is een verschansing gemaakt met de dunne stammetjes van een palm, de yingan, in hun taal kamaw. Zie de foto bovenaan.

Deze stammetjes zijn waterdicht gemaakt met boomhars en worden door steunen bij elkaar gehouden. Men had natuurlijk ook planken kunnen gebruiken maar de zeenomaden hebben geen zagen en zware planken beschikbaar.

De verschansing ziet er breekbaar uit maar maakt de boot licht en gemakkelijker te besturen dan bij planken.

Zeezigeuners Maleise kusten, Erik Kuijpers, Zeezigeuners, Moken, woonboot

 

Het dek is gemaakt van dwarsbalken waarop in de lengte bamboe latten liggen en daarop leeft men. Het dek is vastgezet met touw gemaakt van boombast en heeft een enkele uitsparing onder meer voor het hoosgat.

Het is niet ongebruikelijk dat aan voor- en achtersteven het dek niet aansluit; daar kunnen kleine kinderen in om onder het dek door van voor naar achter te kruipen.

Midscheeps ligt dwars een dikke plank met een gat er in. Op de bodem is een houder geplaatst en in beide gaten past de mast. Want bij gunstige wind hijst men het zeil.

De mast heeft bovenaan een ‘vork’ waarover het touw loopt om het zeil te hijsen. Het zeil zelf is gemaakt van palmblad en wordt opgerold als een bamboe mat tot ze het nodig hebben.

Het zeil bestaat uit diverse stukken rechthoekig palmblad dat aan elkaar is gezet met bamboe-spieën. De onderkant van het zeil is vastgezet aan een stuk rondhout en dat is de giek.

Zo’n zeil is snel te herstellen mocht de wind een deel kapot blazen.

Koken op de woonboot

Onder de kookplaats legt men zand op het dek. Midscheeps, naast het hoosgat. Men legt dan drie stenen neer als driepoot en daar tussenin houtskool. Eten wordt gekookt in een aarden of ijzeren pot, twee keer per dag. Als ze zich dat kunnen veroorloven tenminste.

Zeezigeuners Maleise kusten, Erik Kuijpers, Zeezigeuners, Moken, woonboot

De hut

Achter de stookplaats is het woonhuis, de hut.

Twee hoepels van hout vormen de steunen en daarop plaatst men het dak. Dat is niet gemaakt van riet zoals op de Birmese boten maar van palmblad genaaid met grastouw of touw van boombast.

Het dak kan er af en dan rolt men het op. Dat dak kan ook mee als men aan land slaapt en dient dan als tent. Dat gebeurt met name als het slecht weer is en de zee te ruw of de regens te hevig.

De hut aan land

Het dak alleen is niet stevig genoeg; men haalt alles van de woonboot af.

De verschansing gaat aan land en vormt de zijkant van het huis. Daar gaat het dak overheen. Andere palen van de boot houden het dak op zijn plaats. Desnoods kunnen de roeispanen ook op het dak voor stevigheid.

De vloer van het ‘huis’ bestaat uit zand met bamboe matten. Deze matten zijn hun stoelen overdag en hun bed voor de nacht. Lakens en dekens kent men niet.

(Wordt vervolgd)

Toelichtingen

Het boek is van 1922, de ervaringen zijn uit 1911.

Foot, lengtemaat, 0,3048 meter.

Yingan-palm, in lokale taal kamaw, in het Nederlands salak, de palm Salacca Zalacca, veel voorkomend in deze regio.

Foto’s

Visarend; CC BY 2.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=7934791

Andere foto’s zijn uit het boek.

 


Erik Kuijpers
Over Erik Kuijpers 862 Artikelen
Erik Kuijpers (1946) werkte 36 jaar als aangiftemedewerker inkomsten- en vennootschapsbelasting. In 2002 emigreerde hij naar Nongkhai in Thailand waar ook zijn partner en pleegzoon wonen. Erik pendelt nu afhankelijk van de seizoenen tussen Thailand en Nederland