Verhaal van de Week. Zeven jaar zwijgen

Robert Vacher, India, Yoga

Varend van Penang naar Madras sliep ik op de Chidambaram onder de blote sterrenhemel op een houten bank onder een rij opgetakelde reddingsloepen. Na een onrustige nacht ritste ik mijn slaapzak open, kwam overeind en gaf de kakkerlakken om me heen de versteende stukken witbrood die ik in mijn rugzak over het hoofd had gezien. Van alle kanten schoten ze toe en stortten zich op de lekkernij. Ik mocht ze wel, de gluiperds, die er vandoor gingen bij de geringste beweging die ik maakte.

Robert Vacher, India, YogaHangend over de reling staarde ik over de onrustige zee naar het vroege licht dat van de horizon opspatte, terwijl de wonderlijke details door mijn hoofd speelden, die ik in de nacht bij het licht van een bootlamp in The lotus and the robot van Arthur Koestler was tegengekomen. Ik dacht dat ik iets van de kunst van yoga afwist, maar Koestler opende me de ogen en bracht me op het spoor van dingen die me verbaasden en verwarden.

Hij had onderzoek gedaan naar de ware aard van de yoga die ik op mijn manier met enige regelmaat beoefende. Ik nam er kennis van maar wist dat ik nooit de weg zou zoeken van versterving en levensverzaking. Alle reflexen van het lichaam moesten worden losgemaakt van Eros en in dienst worden gesteld van Thanatos. Yoga was voor mij een lenige geest in een lenig lichaam. Er was veel meer, dat begreep ik, daar kon ik kennis van nemen zonder die kant op te gaan.  Ik was licht verbijsterd te ontdekken dat yoga niet zozeer het leven vierde als wel de weg koos van versterving, de ware yogi onthield zich van seks, lust op zich was ongepast en verkeerd, zintuiglijk genot was verboden, de lichaamsfuncties moesten worden losgemaakt uit de dienst van Eros en in handen worden gegeven van Thanatos. Niet het leven maar de dood was het uitgangspunt.

Thanatos mag Eros niet dwarsbomen (foto KAF.online)

Ik was van mening dat Thanatos Eros niet voor de voeten mocht lopen. Er waren yogi’s die hun ascese zo hoog opvoerden dat ze zich levend lieten begraven, iets als oefenen in dood zijn in een kuil van twee meter diep met op de bodem een rubber mat, afgesloten met een betonnen deksel en een laag aarde. Een dag of langer bleven ze onder de grond, de hartslag bleef kalm, de adem vertraagde tot één ademhaling per minuut. Als hij uit de kuil werd gehaald moest het schijndode lichaam terug gemasseerd worden vanuit de warm gebleven plek op het voorhoofd tussen de ogen. Oefenen in dood zijn. Maar wat er allemaal niet aan vooraf ging om zover te komen. Een van de dingen die moesten gebeuren was het melken van de tong die verlengd moest worden, om uiteindelijk te kunnen worden ingeslikt. Zelfs de tongriem werd door sommigen heel langzaam steeds verder doorgesneden en gemasseerd.

Er kwam voorlopig een eind aan mijn gemijmer op het moment dat een man gekleed in een lendendoek op blote voeten op het dek verscheen met een sitar. De manier waarop hij het instrument vasthield verraadde al zijn toewijding. Hij vond een plek waar hij een doek uitspreidde om er met gekruiste benen op te gaan zitten en de buik van de sitar op zijn bovenbeen te laten rusten. Het duurde even voor hij in de juiste stemming kwam om zijn lange dunne vingers, vooral de vingers van zijn acrobatische linkerhand, over de snaren te laten dansen en meeslepende klanken voort te brengen, die verwaaiden op de zeewind.

De ene raga vloeide over in de andere. Ik voelde me erdoor opgetild. Van dichtbij kon ik elk detail horen en zien. De man bleef geconcentreerd doorspelen toen vlakbij wat mensen neerstreken, die hun etenswaar uitstalden en zwijgend hun kip tandoori uit een bananenblad naar binnen werkten. De uren verstreken. India begon al voor ik er voet aan wal zette.Ik verdiepte me in Koestlers Lotus en starend over het water liet ik wat las bezinken, geen lichte kost.

 Tegen de tijd dat de kust van Coromandel in zicht kwam namen zeearenden bezit van de reddingsloepen. Een immense chaos ontstond toen de onderbuik van het schip leegliep, passagiers waar ik niets van gemerkt had en die zich nu, beladen met potten en pannen, met tassen en zakken over een gammele loopbrug naar buiten wrongen. Als een van de laatsten ging ik van boord.

straatbeeld in Madras (gezien op tripSavvy)

Ik moest opnieuw leren zien. Slenterend door straten en stegen, zonder al te veel doel of richting, liet ik me betoveren door de chaos van de stad. Mijn blik haakte zich vast aan een stel kraaien die midden op straat een gedode rat hadden opengescheurd. Met hun snavel trokken ze de darmen van het kadaver in lange slierten als stukken elastiek naar buiten. Een menselijk wezen bewoog zich voort door laag bij de grond eerst de ene helft van zijn krabachtig lichaam te verplaatsen, en vervolgens de andere helft bij te trekken, zijn tenen en vingers weggevreten, zijn neus verschrompeld tot een rauw stuk vlees met een luchtgat.

In een steeg bracht een rund een kalf ter wereld. Iemand met een handkar gooide de nageboorte tussen dode honden. Bloed en vruchtwater stroomde het open riool in. Een in doeken gewikkelde vrouw boog zich over een plakkaat koeienstront. Met haar blote handen graaide ze in de verse vlaai, bracht die in kleine porties over in haar emmer en ging op zoek naar nieuwe uitwerpselen door weer een ander heilig rund op straat achtergelaten.

Zoekend naar aanknopingspunten met wat ik bij Koestler was tegengekomen vond ik een gebouw waar een ashram in was ondergebracht. Er stond een klein verfomfaaid paard met een voorgebonden juten haverzak aan de ingang naast een bedelaar met één opgebonden been, hangend in krukken. Ik beklom een aantal traptreden en een open deur via een lange gang in een ruimte waar vijf, zes mannen naast elkaar in korte broek en met ontbloot bovenlijf op hun handen stonden, de vingers gespreid, de tenen leunend tegen een blinde muur. Om ze aan te spreken leek me ongepast.

Ik dacht erover rechtsomkeert te maken toen uit een aangrenzend vertrek een man naar buiten kwam die me vroeg of hij me ergens mee van dienst kon zijn. Hij was de secretaris van de swami. Ik legde hem uit dat ik zocht naar iemand die mij iets van de kunst van de yoga bij kon brengen. Ik wilde graag een kennismakingsgesprek. Dat kon. Als ik even geduld had kon hij de swami erbij roepen. Hij excuseerde zich en kwam een half uur later terug met een man aan wie ik werd voorgesteld, met een mooie kop met donker haar en borstelige wenkbrauwen, die helder uit zijn ogen keek en met voor zijn borst gevouwen handen een buiging maakte en met een milde glimlach naar mijn verhaal en mijn vragen luisterde.

Tot mijn niet geringe verbazing sprak hij geen woord. Zijn secretaris vertelde me dat de man al zeven jaar zweeg. Ik begreep dat hij de weg was opgegaan van de levensverzaking, een ware asceet. Afzien van elke vreugde of alle genot, zwijgen in plaats van spreken, opgaan in het Niets in plaats van in het Al, ik had er weinig talent voor. Het spreken zag ik als een geschenk van de natuur, daar kon ik niet van afzien, nooit. De weg van de ware yoga zou voor mij gesloten blijven, en dat moest zo blijven, dacht ik, tot het einde van mijn dagen. Geen yoga. Ik vierde het leven, niet de dood.

(foto gezien op kokaleao.com)

Er was een bescheiden vorm van communicatie bij de swami bewaard gebleven. Wat hij kwijt wilde kalligrafeerde hij in Hindi op een lei, aangereikt door zijn secretaris, die zijn woorden in het Engels vertaalde. Het kwam erop neer dat ik me kon laten inschrijven als student. Ik antwoordde voorzichtig dat ik erover zou gaan nadenken en dankte hem voor het gesprek dat geen gesprek was. In mijn hart wist ik dat ik niet zou terugkomen. Ik wilde onderweg en vrij zijn, zonder vooropgezette ideeën, eigenlijk nergens naar op zoek. Met de troost en de voldoening dat Shiva, uit het hindoepantheon de god van schepping en vernietiging, die met zijn derde oog, zijn warrige haardos en zijn hoorn op het hoofd, graag de liefde bedreef terwijl hij op zijn hoofd stond.

Elders op Trefpunt over buiten jezelf treden: Gelazer met transcendentie

Robert Vacher
Over Robert Vacher 7 Artikelen
Robert Vacher zwierf jarenlang door Zuidoost-Azië en Afrika en verbleef langere tijd in Frankrijk en Spanje. Hij schreef onder meer de roman Grensgebieden, de reisroman Spel van Troost, de verhalenbundel Vrije Val, en publiceerde in tijdschriften als De Revisor, Maatstaf, Nieuw Vlaams Tijdschrift, SIC en Gierek

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*