Wat te doen met China?

In de wereldpolitiek is nu maar een kwestie van belang: hoe gaan we om met China? Het is de vraag waar veel, zo niet alles van afhangt: welvaart, klimaatbeleid en, inderdaad, mensenrechten. Toegespitst: is China een partner, tegenstander of beide?

In elk geval is China een wereldmacht en vermoedelijk de nieuwe superpower. De VS die sinds de val van de Muur ruim 30 jaar geleden op de hoogste tree stond, zal zijn plaats moeten afstaan. Dat is normaal. Een grootmacht wordt op den duur altijd afgelost door een nieuwe pretendent. De taak van de leiders is om dat proces in zo vreedzaam mogelijke banen te leiden.

Of dat mogelijk is, is de inzet van een soms stevig debat. Er is een school die ervan uitgaat dat de rivaliteit tussen een oude, in relatief verval geraakte, grootmacht en de van energie en daadkracht barstende nieuwkomer wel uit moet lopen op een conflict. In het ergste geval zelfs een oorlog.

(Voor de liefhebber: dit heet de Thucydides-val. Voor het eerst beschreven door de gelijknamige Griekse historicus. De oude macht Sparta en het opkomende Athene raakten slaags in een langdurige en verwoestende oorlog (431-404 voor Chr). Sindsdien ontwaren de aanhangers van deze theorie in de opkomst en verval van wereldrijken en staten eenzelfde patroon.)

Of de relatie tussen het Westen, lees de VS plus bondgenoten, en China eenzelfde verloop zal kennen, is iets voor de koffiedikprofeten. De Thucydides-val heeft minstens net zoveel tegenstanders als aanhangers. Afgezien van de niet onbelangrijke vraag of ze historisch gezien wel klopt, is de theorie te veel een dwangbuis. Daar kan en moet je toekomstige ontwikkelingen niet in persen.

Is er misschien een ander geval waar we lering uit kunnen trekken?

Tot de val van de Muur hadden we een Koude Oorlog tussen twee supermachten, de VS en de Sovjet-Unie. De laatste was vooral een supermacht dankzij zijn kernwapenarsenaal. Economisch leden ze in Moskou al jaren aan artritis en ideologisch was de glans er na de Goelag en Stalin al veel langer van af. Het regime was zo vermolmd dat het na 70 jaar in elkaar zakte. Het was een puinhoop met atoombommen. Potentieel nog altijd gevaarlijk maar niet langer een supermacht. De VS bleef als enige over.

De Sovjet-Unie was in zekere zin uniek. Met zijn satellietstaten bleef het buiten de mondiale economie. Ze zaten opgesloten in een niet functionerend systeem: de planeconomie. De nieuwste globaliseringsgolf ging aan het Oostblok voorbij. De modernisering van de economie kon daardoor nooit van de grond komen. Toen de Muur in 1989 viel, werd pas echt duidelijk hoe diep en ver de rot was doorgevreten. De boel viel met geen mogelijkheid te redden. Zelfs de grootste sceptici in het Westen wisten niet wat ze zagen.

Deng Xiaoping

Hoewel in naam eveneens communistisch, is China niet met de Sovjet-Unie te vergelijken. Na de chaos van Mao Zedong met zijn hongersnoden, massamoorden en terreur, gooide zijn opvolger Deng Xiaoping het roer radicaal om. China ging moderniseren. Het werd kapitalistischer dan het kapitalisme en noemde dat ‘socialisme met Chinese kenmerken’. In sneltreinvaart werd het land ‘de fabriek van de wereld’ met nu meer miljardairs dan de VS. China werd een onmisbare schakel in de globalisering. De partij bleef de baas, democratie zat niet in het arrangement en China werd een wereldmacht.

Doordat Beijing deel uitmaakt van de wereldeconomie, verschilt haar positie wezenlijk van die van de Sovjet-Unie. China is niet alleen een rivaal, maar ook een partner. Ondanks alle tegenstellingen moet er samengewerkt worden. En daarbij moet het Westen zijn plaats weten, d.w.z. zich realistisch opstellen.

Xi Jinping

Die realiteit is dat voor de mannen rond de nieuwe keizer, Xi Jinping, hun land en hun systeem, de toekomst vertegenwoordigen. Het Westen, met voorop de VS en in diens kielzog de EU, is decadent en in verval. Het kan nog even, maar niet lang, voortsudderen. Beijing is voorbeschikt om de absolute supermacht te worden. Daar nemen ze nu al een voorschot op. Beijing laat zich door niemand de les lezen. In tegendeel, het Westen krijgt tegenwoordig onder uit de zak. Zoals de nieuwe Amerikaanse minister van buitenlandse zaken, Antony Blinken, tijdens zijn eerste confrontatie met Chinese collega’s op een top in Alaska, aan den lijve ondervond.

Blinken stelde onder meer het schenden van de mensenrechten aan de orde, de strafkampen voor de Oeigoeren, het om zeep helpen van de democratie in Hongkong en het terroriseren van Taiwan. Hij kreeg een koekje van eigen deeg. De Chinezen wezen niet zo fijntjes op het chronische racisme in de VS en noemden Washington ‘zwak’. De eerste boodschap: stel eerst maar eens orde op zaken in eigen huis. De tweede: wij laten ons niets meer welgevallen.

Protest van Oeigoeren bij Chinese ambassade in Turkije.

De Westerse geopolitiek kent twee componenten: belangen en waarden. De kunst is de juiste mix te vinden. In hoeverre dat mogelijk is, hangt in hoge mate af van de tegenstander. Hoe machtiger de rivaal des te meer zal je zijn eigenaardigheden (geschiedenis, tradities, politieke cultuur) in het beleid moeten meewegen. Vanuit het besef dat je als buitenlandse mogendheid niets kan veranderen aan zijn binnenlandse aangelegenheden.

In de omgang met China komt dat neer op het voorrang geven aan belangen boven waarden. Tamboereren op de mensenrechten is vooral voor de eigen Bühne. Beijing zal zijn beleid er niet door veranderen. Het verhardt eerder het klimaat en de slachtoffers zijn er zelden bij gebaat.

De Duitse bondskanselier Angela Merkel is een koele realist. Zij weet dat de Duitse auto-industrie (in eigen land goed voor ruim 800.000 arbeidsplaatsen) sterk afhankelijk is van de Chinese markt. Die autofabrikanten hebben de innovatie verslapen en lopen achter bij de ontwikkeling van de elektromotor en batterijtechnologie. Dan moet je het de auto-industrie niet nog moeilijker maken door de handelsrelaties te belasten met eisen over mensenrechten.

Dat verklaart waarom ze het investeringsverdrag erdoor drukte dat de EU eind vorig jaar met Beijing sloot. Mensenrechten en arbeidsvoorwaarden in China kwamen in dat verdrag niet verder dan wat lippendienst. Tot verontwaardiging van leden van het Europese Parlement die op die punten meer daadkracht eisen.

Valt dat te betreuren? Zeker. Het is niet iets om je over op de borst te kloppen. En het schenden van de mensenrechten moet je aan de kaak blijven stellen. Dat is het Westen ook aan de eigen waarden en zelfrespect verplicht. Alleen, je moet weten wat wanneer opportuun is en geen illusies hebben over de effectiviteit. Het protest kan zelden meer worden dan een ritueel gebaar.

Het democratische totaalpakket, met zijn rechtsstaat, vrije verkiezingen, vrije pers etc., is iets van het Westen. In China gelden van oudsher andere prioriteiten. Een politicus mag dat niet uit het oog verliezen. Niet alleen omwille van het eigen bedrijfsleven en andere belangen. Maar ook omdat zonder Beijing economische crises en de klimaatverandering niet opgelost kunnen worden.

Over Peter van Nuijsenburg 259 Artikelen
Journalist en publicist Peter van Nuijsenburg (1951) werkte in het verleden bij De Telegraaf, Elsevier en persbureau GPD, het Financieele Dagblad en diverse omroepen. Hij was correspondent in Johannesburg, Berlijn, Tokio en Rome. Peter was voorheen ook parlementair en economisch redacteur. Hij is liefhebber en kenner van kunst en cultuur. Bij dagblad Trouw publiceerde hij boekbesprekingen. Beroepsmatig en (meer recentelijk) als toerist was hij in Thailand en andere Asean–landen.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*