Waarom is het zo moeilijk om Thais te leren spreken?

Neem bijvoorbeeld het woord brood. Zeg het hardop. Brood! Iedereen weet dan, dat je het hebt over een eetbare substantie, veelal gemaakt van tarwe, die je in plakjes kunt snijden en die je doorgaans nuttigt bij het ontbijt dan wel de lunch. Het maakt niet uit hoe je het uitspreekt: hoog, laag, van laag naar hoog, van hoog naar laag of eerst van laag naar hoog en dan weer terug. Brood blijft brood.

Toch is dat geen vanzelfsprekendheid. Bij het grootste deel van de wereldbevolking maakt het namelijk wel uit hoe je het uitspreekt. Afhankelijk van de toonhoogte krijgt brood dan de betekenis van draadjesvlees, buitenboordmotor, niersteenvergruizer, afdelingshoofd of klepstoterstang. Ik noem maar wat.
Nu hoeft dat geen probleem te zijn, want uit het zinsverband blijkt meestal welke betekenis een woord heeft. In de zin: “het brood drie uur in de pan laten sudderen met het deksel erop” zal iedereen met het woord brood draadjesvlees bedoelen en niet het afdelingshoofd.

Moeilijker wordt het wanneer alle woorden in een zin onderhevig zijn aan betekenisverschil door toonhoogte. Bovenstaande zin kan dan onbedoeld de morbide betekenis krijgen dat we het afdelingshoofd moeten laten sudderen in de niersteenvergruizer met de klepstoterstang erop.

Andre van Leijen, Thais leren spreken, Tonen

Omhoog betekent wat anders dan omlaag.

Kortgerokte taaljuffen
Het vreemde is nu, dat miljarden mensen dagelijks een tonale taal bezigen zonder dat afdelingshoofden op een gruwelijke wijze aan hun einde komen. Hoe is dat mogelijk? Wie zijn die mensen?
In de eerste plaats zijn dat de Thais. Menig expat in Thailand heeft in een zweterig leslokaaltje zijn stembanden verrekt bij het uitspreken van het woord ‘mai’. Afhankelijk van de toonhoogte betekent mai: niet, nieuw, branden of wordt toegevoegd aan het eind van een vraagzin.

Toen ik zelf zo’n cursus deed, liet de juf -meestal zijn ze jong, mooi, kortgerokt en genadeloos- ons het woord mai eindeloos in allerlei toonaarden herhalen, zodat het gezelschap veel weg had van een kudde blatende schapen, die op punt stonden geknipt en geschoren te worden. Alsof het een simpel aap-noot-miesje was, zei ze in al haar juffigheid hele reeksen woorden op met de snelheid van een deeltjesversneller. Wie nu nog van plan was het Thais onder de knie te krijgen moest wel beschikken over een ijzeren wil dan wel een perverse visie op kortgerokte Thaise taaljuffen. De meesten hielden het dan ook voor gezien, uiteraard pas nadat het lesgeld betaald was.

De Thais dus. Maar ook de Chinezen zijn onnavolgbare stemkunstenaars. Neem bijvoorbeeld het woord ‘Ma’. Afhankelijk van de toonhoogte kan dat betekenen: viswijf, ruw, paard of moeder. Het moge duidelijk zijn hoe belangrijk het is het woord ma uiterst nauwkeurig uit te spreken. Eén slip of the tongue en de familierelaties zijn in de eeuwigdurende cyclus van het bestaan voorgoed verstoord. Nu de Chinezen het heft van de wereld in handen dreigen te nemen, kan het dus geen kwaad het woordje ma alvast een beetje te oefenen (zie bijvoorbeeld https://en.wikipedia.org/wiki/Tone_(linguistics) ).

André van Leijen, Thais leren spreken, Chinees

Oefenen!

Vochtige stembanden
André van Leijen, Thais leren spreken, Tonale talen
Thais en Chinezen bedienen zich dus van een tonale taal. Maar zij zijn niet de enige stemacrobaten. Hele volksstammen doen het. En wat opvalt is enerzijds, dat die volksstammen geclusterd zijn in bepaalde streken: de Tropen, Subtropisch Azië en Centraal Afrika. En anderzijds dat er nooit tonale talen zijn ontwikkeld in droge streken. Waarom vroegen onderzoekers van het Max Planck Instituut zich af.

Nu is het Max Planck Instituut niet zo maar een instituut. Het instituut is toonaangevend op het gebied van evolutionaire antropologie en daarmee samenhangend de ontwikkeling van taal. Als het Max Planck Intituut dus iets zegt, dan moeten we dat serieus nemen, ook al klinkt het misschien onwaarschijnlijk in onze oren.

Onderzoekers van dat instituut beweren nu, dat de membranen van onze stembanden slijmerig zijn en dat vocht ervoor zorgt dat die membranen elastisch blijven. Ook zorgt vocht dat de uitwisseling van ionen over de membranen in balans blijft. Een soort smeerolie dus, waardoor onze stembanden voldoende kunnen trillen en waardoor we de juiste toonhoogte kunnen voortbrengen. En waar is het vochtig? Juist: in de Tropen, in Subtropisch Azië en Centraal Afrika.

André van Leijen, Thais leren spreken, Verspreiding tonale talen

Regio’s waar tonale talen worden gesproken.

Nu zult u zeggen, dat het in ons land ook behoorlijk vochtig is, dat we weliswaar erg goed zijn in het voortbrengen van enkele schraperige keelklanken, maar ondanks de niet aflatende stroom hemelwater niet in staat tot het produceren van subtiele toonverschillen. Klopt, zeggen de onderzoekers van het Max Planck Instituut. In alle vochtige gebieden kunnen tonale talen ontstaan, maar dat hoeft niet. Zeker is alleen dat ze niet kunnen ontstaan in droge gebieden.

Limburgs

André van Leijen, Thais leren spreken, Stefanie Ramachers

Stefanie Ramachers

En dan komt Limburg op de proppen. Want wat blijkt? Ook het Limburgs is een tonale taal. Taalkundige Stefanie Ramachers is daar dit jaar op gepromoveerd aan de Radboud Universiteit. Het woord ‘haas’ bijvoorbeeld kan twee betekenissen hebben. Spreek je het uit van hoog naar laag, dan heb je het over het dier. Van laag naar hoog is het een handschoen.

Behalve dat je in staat moet zijn een tonale taal te spreken, is het ook wel handig dat je gehoor de subtiele verschillen in toonhoogte kan onderscheiden. Ramachers deed daar onderzoek over bij kinderen. Zij onderzocht 39 Limburgse en 83 niet-Limburgse baby’s tot 1 jaar. Alle kinderen waren in staat de verschillen in toonhoogte waar te nemen. Daarna onderzocht zij 20 volwassen Limburgers en 20 volwassen niet-Limburgers. Zij liet beide groepen niet bestaande onzin-woorden horen, die alleen verschilden in toonhoogte. De niet-Limburgers scoorden significant slechter.

Uit het onderzoek blijkt dat het leren van een tonale taal in een vroeg stadium moet worden aangeleerd. Kinderen waarbij dat niet wordt aangeleerd, verliezen hun vermogen om subtiele toonverschillen te onderscheiden. Waarschijnlijk hangt dat samen met veranderingen in de hersenschors. Pensionado’s die Thais willen leren spreken zijn daarom op een kansloze missie, alle kortgerokte taaljuffen ten spijt. Het beste wat u kunt doen is zo’n taaljuf voor privégebruik aan te schaffen. Een wandelende vertaal-app. Maar goedkoop zijn ze niet. En ze zijn genadeloos.

Meer weten?
Over het onderzoek van het Max Planck Instituut:
https://www.mpg.de/8879447/tonal-languages-institutes

Over het onderzoek van Stefanie Ramachers:
http://www.ru.nl/gettingsoundsinmind/research/former-projects/acquisition-lexical-tone-system-east-limburgian/

Deze pagina delen

  • Delen op Facebook
  • Delen op Twitter
  • Delen op LinkedIn
  • Delen op Google+
 

Lees ookgerelateerde berichten

3 Reacties

  1. Ik heb het weer erg naar m’n zin gehad bij het tot me nemen van dit proza André. Het is zondagmorgen, ben net uit bed gevallen, vrolijk wegens jouw schrijven, en zie dat het zachtjes drizzelt hier in Aalsmeer. Heb Nut, die net achter mijn rug de kamer is komen binnen stommelen, in het Thais daarover toegesproken. Ze keek naar buiten en begreep wat ik zei. Visualiseren helpt enorm.

    theo
  2. Over die vochtigheid , Andre. Dat heeft weinig te maken met de hoeveelheid hemelwater maar meer met de temperatuur, de tropen dus tegenover de meer gematigde temperatuur zones. Hoe warmer hoe meer waterdamp de lucht kan vasthouden. Koelt de lucht af dan slaat het vocht als condens neer. Zo kan lucht van 10 graden per kubieke meter maximaal 9.5 gram water vasthouden, lucht bij 20 graden kan 17 gram water vasthouden. Bij 30 graden is dat nog mee, hoeveel kon ik niet vinden. Het verschil ligt dus vooral in de temperatuur, de tropen. Ze kunnen dus zeker niet ontstaan in koudere gebieden alleen in hetere streken, dat is de juiste conclusie.

    Over de moeilijkheid een tonentaal te leren zal ik het maar niet hebben.

    Tino Kuis
    • Dat is zo, Tino (zie ook mijn bijdrage op deze site: “Bent u hittebestendig genoeg?). Toch is het zo, dat daar waar het hemelwater in gematigde streken rijkelijk vloeit de luchtvochtigheid hoger is dan in streken waar dat niet het geval is. Dat betekent dat landen die aan zee liggen een hogere luchtvochtigheid zullen hebben. In Europa zijn dat bijvoorbeeld Noorwegen, Zweden, Nederland, de Baltische staten. En opvallend is dat juist hier talen zijn ontstaan met tonale kenmerken (in Nederland is dat het Limburgs), terwijl in Centraal Europa geen enkele taal tonaal is.

      André van Leijen

Reageer

E-mail (wordt niet gepubliceerd)