Vreemdeling thuis (5). Friezen

Alex Ouddiep, Stinzenflora, Vreemdeling Thuis, Friezen

Locatie Frjentsjer/Franeker

We stonden in een parkje aan de rand van een plantentapijt, een mozaïek van bloemen in prille voorjaarskleuren. “Kijk, Dina, stinsenflora.” Het klonk goed, maar wat zei ik eigenlijk? Ik had het s-woord immers altijd vreemd gevonden. Stinsenplanten worden vaak in elkaars gezelschap aangetroffen bij buitenplaatsen en kasteeltjes, in Friesland stinsen geheten. Ooit geïmporteerd, geplant en verwilderd hebben ze onderling geen verwantschap. Het heeft weinig zin te vragen of bijvoorbeeld vogelmelk en herfsttijloos ‘echte’ stinsenplanten zijn, de paardenbloem een ‘echte’ bermplant. Ze zijn er niet minder mooi om.

We waren naar Franeker getogen voor het planetarium van Eise Eisinga maar ook voor het stadje zelf. Dina had een paar jaar geschiedenis gestudeerd, ik ging als geboren Fries. Beiden hadden we enig sneupers-bloed in onze aderen, Maarten van Rossem kon ons stamhoofd zijn.

Het parkje met de stinsenflora werd begrensd door het Mártena-museum, een stadskasteeltje dat, gebouwd aan het einde van de middeleeuwen, Franeker markeerde én bestendigde als machtscentrum in de omgeving en tussen de Elf Steden. Veel trok onze aandacht, ik geef hier maar een enkel voorbeeld. Een gevelsteen zagen we met, naast andere heraldische figuren, de zwarte halve adelaar van het H. Roomse Rijk. Friese edelen en steden voerden deze vol trots als teken van hun bijzondere positie. Ze vielen nl. rechtstreeks onder de Duitse Keizer, zonder tussenlaag van graven of hertogen, ze waren ‘vrije’ Friezen, reichsunmittelbar.  Het museum zelf toonde Franeker als oude universiteitsstad. Gesticht uit erkentelijkheid voor de vroege Friese steun aan de Republiek (de strijd met Holland was voorbij, met Spanje niet) werd de illustere school vooral een kweekplaats van predikanten, niet altijd van de meest verlichte soort trouwens.

Bij de uitgang haalde ons een schoolklas in. Twintig vrolijke kinderen, velen hand in hand, modern in de kleren, schoon en netjes – kreas, zou mijn Friese beppe gezegd hebben – en allemaal superblond. Spontaan zei ik: ‘Kijk, Dina, allemaal Fries ras!’

Het was uit onnadenkendheid dat ik dit had gezegd. Maar niet in het wilde weg. Mijn Friese pake van moederskant was een kleine boer in het zuidoosten van de provincie. Er werd daar een eigen soort Fries gesproken, de band met de rijke kleistreek in het noorden was zwak, met de Friese Nassaus eveneens, en Domela Nieuwenhuis werd er in ere gehouden als Ús Ferlosser. Maar onverdeeld was de trots op twee lokale juwelen: het Friese paard en het Friese rund – beide met eigen stamboek. Pake vertroetelde zijn gitzwarte merrie Nellie niet minder dan zijn eigen dochters. En zag hij in een weiland een bruine Rijn-Maas-IJsselkoe lopen tussen Friese zwartbonten (‘met veel adel’, hoog op de schoft), dan gromde hij dat zoiets geen gezicht was, dat dit niet moest mogen.

Dina had mijn ondoordachte woorden letterlijk opgevat en stelde zich strijdvaardig op. Hoe kon ik zoiets zeggen: Fries ras. Alleen het woord al. Rassen bestaan niet. Binnen rassen komen alle mengvormen voor. Verschillen tussen rassen zijn kleiner dan binnen rassen. Het ras zegt niets over iemands uiterlijk. In het menselijk gedrag is de rasfactor uiterst zwak. Alleen racisten spreken nog van ras. Ik was niet goed ingelicht, wilde ik het wel zijn? Ik was dom en reactionair. Enzovoort. Het was een benadering die ik ken uit de modern-orthodoxe bijlagen van Trouw maar hier sloeg ze nergens op. Ik kon het woord ras ook niet opportunistisch door cultuur vervangen, het ging hier immers om een fysiek kenmerk. En eigenlijk had ik helemaal geen zin in deze discussie. Het was een compleet misverstand: het ging niet om zaken, hoogstens over woorden.

Onze lunch viel in het water, en we zetten ons zwijgend op een bankje tegenover het planetarium waar Eise Eisinga een paar eeuwen geleden de mensheid had willen voorlichten over de wetmatigheden in Gods schepping en de gevaren van bijgeloof. Maar waar discussies geen zin hebben, zoek je uitwegen. En toen het schoolklasje weer langskwam, kon ik niet nalaten te smalen: ‘Dina, ras zegt toch niets over het uiterlijk? Kijk daar eens, allemaal negertjes!’ We lieten die middag – de lezer ziet het aankomen – de hemelse harmonie van het planetarium schieten.

Alex Ouddiep verwisselde zijn woonplaats Chiang Mai twee maanden voor Europa: Nederland, Friesland, Portugal. Hij doet verslag van min of meer toevallige gesprekjes in de publieke ruimte. Komende zaterdag aflevering 6:  It Heitelân

Foto’s

Koeien: Luxe Vakantie Friesland
Tuin: Martenatuin Franeker

Eerdere afleveringen: Inburgering, Land van Dromen, Pizzaberber, Ses fromages