Birmese Passages (1).  Afdalen in voorbije dagen


voorbije dagen
Rangoon in die voorbije dagen. (foto gezien op Myanmar Times)

Soms zit er op voorbije dagen een stevig hangslot en heb je het er liever niet over. Maar na onlangs een toevallige  ontmoeting met een Birmees, die al vele jaren  geleden om politieke redenen uit zijn land  was weggelopen om zich in Thailand te vestigen, kwam alles  weer boven. De man had dezelfde melancholieke blik als Sam, waarmee ik destijds in Rangoon enkele dagen was opgetrokken. Het waren mijn eerste Birmese passages. En hoe zou het anders kunnen, mijn gedachten dwaalden vanzelf naar die vrouw die ik er ontmoette. Met alle pijn en liefde, die ik toen gevoeld heb, stond ze daar weer voor me. Reminiscenties die zich als bloedzuigers aan mijn geheugen hebben vastgezogen.

Bespiegelend als ik soms ben, ondervond ik op weg naar het Gouden Land, zoals een Engelse schrijver het noemt, aan den lijve dat Immanuel Kant gelijk had. Alles wat we menen waar te nemen wordt door de geest bemiddeld. De wereld om ons heen  wordt ingekleurd door  onze stemmingen zoals  woede, paniek, angst of  onverschilligheid en al het andere dat in het menselijke gevoel kan rondspoken. Als je verliefd bent krijgt  je bestaan  plots een ander kleedje aan. En als je bang bent, ga je allerlei dingen  horen.

We waren nauwelijks twintig minuten in de lucht toen de stem van de kapitein uit de luidsprekers kraakte. Rechtsomkeer gingen we. Terug naar Bangkok wegens een technisch mankement. Het sloeg in als een bom. De riemen moesten weer aan en het vliegtuig begon al te zwenken. Ook de stewardessen gespten zich vast en daarna doodse stilte. Ik zag hoe de man naast me de leuning van zijn stoel zo hard vastgreep dat zijn knokkels wit werden. Zittend bij de nooduitgang boven een van de vleugels keek ik naar buiten. Hoorde ik daar vreemde geluiden in het geronk van de motoren, haperingen misschien?

voorbije dagen
Hoorde ik daar haperingen? (foto gezien op Stacyknows)

Angst rekte ook de tijd op en dat stukje terugvliegen leek een eeuwigheid te duren. We kwamen terecht in fikse turbulentie waar het toestel zich sidderend en bevend doorheen boorde, vielen ineens enkele meters naar beneden in een luchtzak. Toen eensklaps alle lichten uitgingen sloeg een vrouw enkele stoelen voor me een doordringende gil. Daarna nog meer zwenkingen, die me abnormaal scherp voorkwamen. Maar pfff…  we landden veilig op Don Muang en na enkele uren wachten vertrokken we opnieuw richting Rangoon zoals het toen nog heette. In hetzelfde toestel voor een vlucht, die nauwelijks een uur duurde. Soms heeft de geest zijn eigen vertraagde klok. Dat uur leek me vreselijk lang te duren.

Ouder worden betekent steeds meer herinneringen uit het uitdijende verleden. Ze kruipen anarchistisch rond in je binnenste, mengen zich naar eigen willekeur met elkaar, spatelen het heden. Een nooit tot zwijgen te brengen aoristus, die maar blijft voortduren. Want de tijd kleurt alles in en penseelt haar eigen, vaak geheimzinnige kleuren overal overheen, zodat je nooit meer precies weet hoe de dingen in het voorgoed voorbije verleden ‘echt’ waren.

Voorbije dagen laten herleven is op zijn best altijd slechts een narratiefje, hoezeer je ook je probeert belevenissen en gevoelens zo precies mogelijk weer te geven. Door ze op te schrijven wordt het nog erger. Vooral geschreven woorden hebben de de neiging er met de waarheid vandoor te gaan. Houdt het postmodernisme ons niet voor dat elke geschiedenis ook heel anders verteld zou kunnen worden?.

voorbije dagen
zoals nooit tevoren…(foto gezien op dreamstop)

In die Birmese dagen was ik smoorverliefd, zoals nimmer tevoren en nooit meer daarna. Tenminste, zo voelt dat nu… Het was zoals Edith Piaf zingt, la Vie en Rose al duurde dat maar kort. Want na enkele dagen verdween Calla, die zich vanaf het moment dat ik haar zag kortsloot op mijn ziel, voorgoed uit mijn leven. Ik zou haar nooit meer terug zien. Ze was Amerikaanse en had minstens zoveel zwerflust als ik. Na haar zou er nooit meer een blanke vrouw in mijn leven zijn.

Tot op de dag van vandaag is ze het grote vrouwelijke enigma. Met de  jaren gaat het steeds meer lijken op Mariaverering zoals je die kunt aantreffen bij strenge kloosterlingen, die zich algehele onthouding hebben opgelegd.  Calla vertrok uit mijn leven even pardoes als ze erin was binnengerold. Misschien heeft ze het zo gewild. Maar misschien ook niet. Ik zal het nooit weten. En nu, zoveel jaren later, zie ik op sommige momenten nog voor me hoe ze in die fietstaxi stapte in Rangoon, die haar naar het station moest brengen. Ze zou er de trein nemen naar Mandalay. ‘Tot over vier dagen op Rangoon Airport”, waren haar laatste woorden, terwijl ze me over haar uitgestrekte paarsgelakte pianovingers een kushandje toe blies.

Voorbije dagen

Godallemachtig, ik ga het nu hebben over veertig jaar geleden, anno domino 1980,  in de Chinese dierenriem het jaar van de aap, dat volgens de oude wijzen vol scherpte, nieuwsgierigheid en slimheid zit. Het was het jaar waarin John Lennon werd vermoord en ik me een half jaar daarvoor om redenen die ik nooit helemaal heb kunnen analyseren in Bangkok vestigde.

Die stad van rook en gruis, die samen met het brullende verkeer door de open ramen van wat daar eufemistisch een bungalow werd genoemd naar binnensloeg. Aan air conditioning viel niet te denken. Ik zou de elektriciteitsrekening niet eens kunnen betalen… Ik woonde in een sloppenwijk van kleine asbest eenkamerhuisjes, verbonden door houten loopbruggetjes zodat je niet door het rottende water hoefde te waden dat eronder lag. De ratten hadden er vrij spel en hielden zich bij voorkeur op in de gemeenschappelijke douches.

voorbije dagen
In de sloppenwijk van asbest huisjes (foto experttours)

De wijk werd voornamelijk bewoond door plattelandsmeisjes, die naar de stad waren getrokken om hun lichaam ter beschikking te stellen aan het gestaag groeiende aantal westerse toeristen, dat hotels, bars en coffeeshops bevolkte. Zo goed en kwaad als het kwam, scharrelde ook ik mijn bordje rijst en de huur bijeen. Met het geven van wat Engelse lesjes op een meisjesschool wat trouwens weinig om het lijf had. We lazen samen hardop een vereenvoudigde versie van een prullerig Engels romannetje, waar je alleen maar van ging geeuwen.

Zo af en toe kon ik een niemendalletje van een freelance artikeltje kwijt voor een van de lokale magazines, zodat ik financieel weer even wat adem had.  Als toekomstvisie had ik niet meer dan de ambitie onderdak te raken bij een lokale Engelstalige krant, wat tot dan toe nog niet gelukt was.

Om de drie maanden moest je het land uit om ergens een nieuw visum te halen, wat  minstens een derde van het toch al magere maandinkomen kostte. Toen het weer eens zover was, besloot ik die keer naar Rangoon te gaan. Je kon er destijds voor maximaal een week heen. Als je langer bleef, werd je meteen opgespoord en, na een paar dagen cel en een boete, het land uitgezet. We noemden het de Birma-week.

Voor vertrek kocht je op de duty free een slof Triple Five sigaretten en een fles Johnny Walker rood. Die waren in Birma dat toen voor westerse goederen volkomen was dichtgegooid, gemakkelijk te gelde te maken. Met de winst was het guest house te bekostigen en misschien nog wel iets meer.

voorbije dagen
In die voorbij dagen stonden ze er op je te wachten

Om dat mercantiel foefje uit te halen hoefde je in die voorgoed voorbije dagen niet te gaan lopen venten met die handelswaar. Eenmaal buiten de aankomsthal in Rangoon stonden ze op je te wachten. Ik werd aangesproken door een korte, ietwat  gedrongen man van een ongeveer mijn eigen leeftijd  met grote, vochtige ogen, waarin een onbestemde waas van droefheid lag.

Hij had een keurig geperste broek aan met een schots ruitje, maar vol glimplekken en tot op de draad versleten. Daaroverheen  een veel te ruim vloekend overhemd met grote kleurige bloemen dat haast tot op zijn knieën hing. Wat me meteen in het oog sprong,  waren zijn blinkend gepoetste schoenen met volkomen afgetrapte hakken. Hij moest toch iets ouder zijn bedacht ik bij een tweede blik.

Of ik een fles en een slof had. Hij vroeg het zo zacht dat ik mijn oren moest spitsen, maar in perfect Engels dat zo uit Oxford kon komen. Kennelijk wilde hij het discreet houden, want het militaire regiem in Birma had overal zijn spionnen, die alles en iedereen in de gaten hielden. Afgaande op instinct volgde ik hem naar een schaduwrijk plekje achter een bijgebouwtje zodat we wat uit het zicht stonden. Ik overhandigde hem mijn slof en mijn fles, die hij omzichtig in zijn tas stopte. Misschien wilde ik ook wat dollars wisselen op de zwarte markt? Ik boorde mijn blik in zijn droeve ogen. Was hij te vertrouwen?

‘Don’t you worry’, zei de man die me met mezelf zag overleggen en hield me een uitgestoken hand voor. ‘Ik ben Sam,  werkeloos journalist aangezien het regiem in dit land buiten de partijpolitiek, geen enkele andere mening toestaat’. ‘En om in leven te blijven leid ik buitenlandse toeristen rond’, voegde hij er aan toe toen ik bleef zwijgen. ‘Als ze daar behoefte aan hebben uiteraard’.

Ik keek hem nogmaals aan. Op de een of andere manier boezemde de droefheid in zijn ogen me fiducie in en dat gevoel volgend overhandigde ik hem een biljet van honderd dollar. Voor mij een klein fortuin in die dagen. Hij stopte het  vliegensvlug in zijn broekzak en verdween. Minutenlang, een kwartier, twintig minuten…

voorbije dagen
Hier en daar nog een buffelwagen (foto gezien op viator) 

Net toen ik begon te vrezen dat hij me een loer gedraaid had, kwam hij weer aanzetten met haastige dribbelpasjes en richtte zijn waterige ogen op me. ‘All is good’, zei hij en toverde een grote glimlach op zijn mond, die de treurige blik in zijn ogen aardig compenseerde.  ‘Wil je misschien ook een gids?’, vroeg hij terwijl hij me een envelop met Birmese Kyats  gaf. ‘ Ik kan je alles laten zien in Rangoon’.

Aangezien ik me niet meteen wilde committeren aan de eerste de beste ziel wimpelde ik het af. Bovendien wilde ik na die Kantiaanse piekervaring met een goed gekoeld biertje eerst tot mezelf komen in een guest house. Misschien wist  hij iets?’ Kordaat als hij was greep hij mijn arm vast alsof hij een kind moest helpen oversteken, bracht  me naar de taxistandplaats en gaf een naam op bij een van de chauffeurs. ‘Wellicht tot later?’, vroeg hij met opgetrokken wenkbrauwen. Terwijl hij de deur voor me openhield legde hij nog even een vertrouwelijke hand op mijn arm met een hoopvolle blik in zijn ogen.

‘Only God knows’, lachte ik, het antwoord imiterend dat ik zo vaak te horen had gekregen als ik in India vroeg hoe laat de trein vertrok, waarop ook hij in de lach schoot, wat hem ineens heel sympathiek maakte.

De  taxi, een oude Ford Anglia met dat hoekige naar binnengeslagen achterraam uit eind jaren vijftig vertrok met grommende wiellagers over wat een van de belangrijkste verkeeraders moest zijn. Tussen auto’s die leken te zijn weggesleept uit een stomme film hobbelde hier en daar nog een buffelwagen met knarsende wielen. Door een gat in de bodem trok het versleten wegdek voorbij.

Ik telde het geld na uit de envelop en alles was tot op de cent volgens afspraak. Als een Olympische gouden plak hing de zon aan de hemel en het leek wel of ik  hem zelf om had. Ik voelde me jong, sterk, onverschrokken en zielsgelukkig om een nieuw land te gaan ontdekken, een gevoel dat nu voor altijd tot voorbije dagen behoort.  (wordt vervolgd)

Ook op Trefpunt Azie: Het Verhaal van de Week: De transformatie van een Thais eiland

Antonin Cee
Over Antonin Cee 177 Artikelen
Antonin Cee woont sinds eind jaren tachtig in Chiangmai en voerde themareizen uit. Hij studeerde filosofie aan de Universiteit van Montpellier in Frankrijk en werkte enige tijd als redacteur bij The Nation in Bangkok. Ook schreef hij artikelen voor verschillende Nederlandse, Belgische en Engelstalige magazines. Met zijn achttienjarige dochter vormt hij een eenoudergezin en brengt elk jaar enige tijd door in Zuid-Frankrijk. Hij publiceerde een verhalenbundel getiteld 'Inheems Kruid'. Onlangs bracht hij zijn tweede boek 'Thailand tegen het Licht' uit. Beide boeken zijn zonder verzendkosten te bestellen bij www.amazon.de.

1 Comment

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*