Ameland: voettocht door de Serengeti van de Lage Landen

André van Leijen, Ameland, zwaardschede
Het strand is bezaaid met Amerikaanse zwaardschedes.

Een harde noorderwind teistert het Noordzeestrand. Vloekend en zuchtend heeft hij de afstand afgelegd tussen de Noordelijke IJszee en onze voorhoofdsholtes. Ter bescherming heb ik mijn ijsmuts opgezet. Zo eentje die je vroeger zag bij de Elfstedentocht. Veel helpt het niet. Door het geweld lijden mijn traanzakjes aan acute incontinentie. Linda fotografeert en ik heb de verrekijker. Dat zijn de huwelijkse voorwaarden die we ooit stilzwijgend zijn aangegaan.

We zijn neergestreken op de Serengeti van de Lage Landen, beter bekend als Ameland. Samen met talloze vogels. Sommige blijven hier, andere zijn slechts opdoortocht. Als ik de verrekijker aan mijn ogen zet, moet ik wijdbeens gaan staan, om niet uit balans te raken door de wind.

André van Leijen, Ameland, Zeeklit
Zeeklit

Het strand is bezaaid met Amerikaanse zwaardschedes, een soort die in de tweede helft van de vorige eeuw meegekomen is met het ballastwater van een schip en zich ten koste van de inheemse soorten heeft uitgebreid. Een invasieve exoot. Verder opvallend veel zeeklitten en zeldzaamheden als tafelmesheft en helmkrab. In de natte delen van het strand liggen oesters. We overwegen een paar mee te nemen voor bij het avondeten, maar we hebben niets om ze in te stoppen. We hebben trouwens ook geen koevoet bij ons, om de schelpen te openen.

We proberen vanaf het strand bij de duinrand te komen, maar daartussen ligt een watervlakte, die deels begroeid is met riet. Het is een stuk natuur, dat sinds een aantal jaren aangegroeid is aan het eiland. Er groeien bijzondere planten, die bestand zijn tegen een wisselend zoutgehalte. Van de ene kant krijgen ze regenwater dat van de duinen afstroomt, van de andere kant worden ze bestookt door zeewater. Armbloemige waterbies is zo’n plant.

André van Leijen, Ameland, Helmkrab
Helmkrab

De mantelmeeuwen op het strand staan opgesteld in formaties, die doen denken aan infanteristen van een Romeinse leger. De snavels staan alle dezelfde kant op. Naar de vijand. Maar wie is de vijand? Zijn wij de vijand? We lopen in een wijde boog om het legioen heen, om ze niet te verstoren. Maar ze hebben ons al gezien. Her en der vliegen verkenners op en waarschuwen de grondtroepen voor het naderend onheil. Ook zilvermeeuwen doen mee aan de exercitie.

Een beetje overdreven dat gedrag van die meeuwen. Natuurlijk willen we die schreeuwmeeuwen niet verstoren, maar het ligt ook aan die vogels zelf. Want we komen in vrede. Zeemeeuwen eten we al een hele tijd niet meer. Her en der zijn ook enkele scholeksters opgevlogen. ‘Te-piet, te-piet’, zeggen ze. Met hun stevige snavels zijn ze in staat schelpen te openen. Die hebben wèl altijd een koevoet bij zich.

André van Leijen, Ameland, Scholeksters en bergeend
Scholeksters hebben altijd een koevoet bij zich. Rechts een bergeend. (Foto ©Linda Tluckova)

Door mijn kijker zie ik wulpen, grutto’s, bergeenden en strandlopers. Een paar kluten zeven met hun opgewipte snavels wormpjes en slakjes uit de modder. De flamingo’s van de lage landen. Uit het niets komen vier lepelaars tevoorschijn. Ze zoeven rakelings over ons heen. Intussen hebben we een doorwaadbare plek gevonden. Althans Linda heeft een doorwaardbare plek gevonden. Zij heeft laarzen aan; ik moet het stellen met wandelschoenen. Met natte voeten kom ik bij de duinenrij aan.

André van Leijen, Ameland, Kluten
Kluten (foto ©Linda Tluckova)

Een tijdlang lopen we langs de duinen. Een paar rietgorzen vergezellen ons. Veel stellen de duinen van Ameland niet voor. Ze zijn vlak, weinig gevarieerd en minder mooi gevormd dan die op Terschelling met zijn paraboolduinen. Een ruigpootbuizerd slaat ons vanaf een strategische plek gade. Hij ziet eruit als de opperbevelhebber van de stoottroepen. Geregeld zien we bruine kiekendieven die laag over het duinlandschap glijden. Eén keer zien we een blauwe kiekendief, een zeldzaamheid.

André van Leijen, Ameland, Ruigpootbuizerd
Ruigpootbuizerd (foto ©Linda Tluckova)

Het pad voert langs een duinmeer. Tussen het riet en de bomen klinkt een mysterieus geluid. Hoemp, hoemp… Even verderop wordt het beantwoord: hoemp, hoemp… Onmiskenbaar. Het is het geluid van de Bosch Gl-20 stofzuiger, gekocht bij de Blokker en een jaar lang niet voorzien van een nieuwe stofzuigerzak, zodat het apparaat vastloopt, zodra je hem aanzet. Maar aangezien deze natte duinvallei niet de habitat is, waar de Bosch Gl-20 stofzuiger vaak voorkomt, houd ik het op twee mannetjes roerdompen, die elkaar het leven zuur maken. Hoemp, hoemp…

André van Leijen, Ameland, Roerdomp
Roerdomp

Linda en ik lopen op onze tenen. Er gaan immers dagen voorbij, dat je geen roerdomp ziet. Bij mij zijn er zelfs 70 jaar voorbij gegaan zonder dat ik een roerdomp zag. Dat komt door de roerdomp zelf. In de eerste plaats komt hij niet zo veel voor. In de tweede plaats komt het doordat roerdompen meestal midden tussen het riet staan. En tenslotte omdat roerdompen heel goed in staat zijn zichzelf in riet te veranderen, zodat je denkt dat je riet ziet, maar eigenlijk naar een roerdomp staat te kijken. Hoemp, hoemp…, klinkt het intussen.

Een beetje raar is dat wel, dat die roerdompen zo moeilijk doen. Want hun neefje, de blauwe reiger, vindt het maar wat leuk, als je naar hem kijkt. En dan staan we ineens oog in oog met het beest. ‘Help, een mens’, denkt de roerdomp en vliegt met veel misbaar weg. Als een oorlogsveteraan, die zich tientallen jaren in de jungle verscholen heeft gehouden, terwijl de oorlog allang voorbij is.

We zijn nog maar net bijgekomen van onze verbazing of er verschijnt een ree uit het riet. Naar verluidt zijn ze ooit aan komen zwemmen vanuit het vasteland. Ameland is het enige Waddeneiland dat van nature herten heeft. Herten die op de andere Waddeneilanden voorkomen, zijn door de mens ingevoerd. Faunavervalsing heet dat.

We lopen de polder in. Kieviten buitelen door de lucht. Alsof ze “Jonathan Livingstone Zeemeeuw” van Richard Bach hebben gelezen. Soms vliegen ze ondersteboven. Alle percelen zijn compleet bezet door ganzen. En het merkwaardige is, dat op elk perceel een andere ganzensoort zit. Je zou er een bijna een bordje bij zetten, zoals in een dierentuin: rotganzen, brandganzen, rietganzen.
Nu en dan landt een groepje ganzen. De poten stram van de lange tocht. Zoals wij stramme benen krijgen als we in een keer over de Route du Soleil naar Zuid-Frankrijk rijden. Ze zijn nog niet geland of ze hebben al ruzie met hun soortgenoten.

André van Leijen, Ameland, Rotganzen
Rotganzen (Foto ©Linda Tluckova)

We steken de waddijk over. Aan de andere kant moet een stuk kwelder zijn, waar een grote kolonie sterns broedt. Het is triest, vrijwel het hele stuk is weggeslagen door het hoge water. Wat er aan de noordkant van het eiland bijkomt, gaat er aan de zuidkant blijkbaar af.
Inderdaad er zitten wat vogels: kokmeeuwen, zilvermeeuwen, scholeksters, aalscholvers. Over de stenen van de dijk scharrelen enkele steenlopers. Een paar stormmeeuwen vliegen over de dijk naar de polder. Maar geen sterns. Wat een teleurstelling moet het voor die sterns zijn geweest. Zijn ze na duizenden kilometers vliegen eindelijk aangekomen op het land van hun dromen waar ze een nestje hadden willen bouwen en dan blijkt dat land helemaal niet te bestaan. Gewoon weg. Opgeslurpt door de zee.

André van Leijen, Ameland, Grote stern
Grote stern

Maar dan zie ik door mijn verrekijker een zielig groepje vogels. Het zijn er denk ik een stuk of veertig. Eerst denk ik dat het kokmeeuwen zijn. Maar als ik scherp stel, zie ik een kuif veren op het achterhoofd. Grote sterns. Natuurlijk krijg je zo’n kuif als je helemaal vanuit Namibië hier naartoe vliegt. Onze haren zouden ook zo gaan staan als we in een Porsche 911 Carrera Cabriolet naar de Noordkaap reden. En dan die harde tegenwind.

De noorderwind verkilt ons tot op het bot, als we teruglopen naar het dorp waar het bier vloeit. Het is twee kilometer. Een peulenschil.

 

André van Leijen
Over André van Leijen 138 Artikelen
André van Leijen (1947), bioloog en vader van een dochter en een zoon, heeft les gegeven aan de Hogeschool Rotterdam en aan een middelbare school in Spijkenisse en in Vlaardingen. Hij ontwikkelde er lesmateriaal voor de natuurwetenschappelijke vakken en publiceerde in diverse bladen. Na zijn pensionering reisde hij met zijn Slowaakse vrouw twee jaar over de wereld, van Spitsbergen tot aan Kaap de Goede Hoop en van Vuurland tot het uiterste noorden van Canada. Daarna streken ze neer in Thailand en vervolgens in Schiedam. Van deze thuisbasis willen ze de wereld verder verkennen. Intussen werkt hij aan een boek.

2 Comments

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*