Het Verhaal van de Week: Thailand en de VOC-mentaliteit

Met mijn biologische klok flink overhoopgehaald door de vliegreis, word ik midden in de nacht wakker met honger in mijn ingewanden. Na bijtelling van het tijdsverschil geeft mijn horloge aan dat het in Thailand iets voorbij half twee is. In het hotelletje in dit vissersdorpje ergens langs de Golf waar ik gisteravond mijn reistas neerzette is op dit uur niets meer te bikken.

Maar ik herinner me dat we gisteravond voordat we aankwamen, langs een Seven-Eleven zijn gereden. Eigenlijk vind ik het plastiek voer dat ze er hebben niet te pruimen, maar mijn maag denkt daar anders over en duwt me de kamer uit.

Beschenen door een volgroeide maan, ligt de strandweg er godverlaten bij. Het moet zeker een kilometer of vier lopen zijn, maar er zijn geen grotere dictators dan je eigen maag. Ik zet er stevig de pas in met mijn ziel nog half rondzwevend in Nederland.

Pauw, Jinek en Matthijs

Voor het eerst in jaren bracht ik er weer eens langere tijd door en zette me fanatiek aan het inburgeren. Dagelijks keek ik trouw naar de frivoliteiten van Pauw, die een medelevende blik in zijn ogen perfect weet te timen, naar Jinek, voort ratelend alsof ze  wordt aangespoord door in haar dijen prikkende jarretels en natuurlijk ook naar DWDD’rrr met een Matthijs die alle diepgang nauwgezet weet te ontwijken.

En verder nog naar enkele andere praatprogramma’s en wat vrouwenshows, die zich voornamelijk bezighouden met menstruatiepijnen en krampen in de onderbuik. En het wierp zijn vruchten af.

Ik ben bijgepraat en heb weer een aardig idee gekregen van de besognes, die het Nederlandse volk (kijkcijfers zijn immers de onverbiddelijke scheidsrechter) weten te bekoren.

Toekomstbewust als ze zijn, vindt het inteeltclubje van presentatoren en programmamakers het bovendien van enorm gewicht de kijkers tijdig in te lichten welke onnozele thema’s ze in op stapel staande praatshows nog mogen verwachten.

Elk uur is goed

Voortstappend langs het strand stuit ik op bende straathonden, die  zich territoriumbewust grommend en blaffend in dreighouding zetten. Maar gevaarlijk zijn die niet. Het spuwen van een goed gerichte fluim is voldoende om ze op afstand te houden.

Wat verderop langs de weg gloeit een eenzaam lichtpeertje boven een voedselkar tot groot genoegen van mijn knorrende maag. Dichterbij gekomen is de straatventster die dik in de zeventig moet zijn, net bezig haar spullen op te ruimen.

Antonin Cee, VOC-mentaliteit, Ondernemingsgeest‘Heb je nog wat te eten?’ vraag ik haar op haar pannen wijzend. Wat eten aangaat zijn er in Thailand geen slecht gekozen uren. Als ik even wacht kan ze nog een rijstsoep maken. Ik zet me neer op een van haar plastiek krukjes en staar naar zee, die met opkrullende golven langs het strand skiet en een er een schuimend tapijt op uitrolt.

In mijn hoofd dwalend tussen Nederland en Thailand kom ik ineens uit bij die gewaagde uitspraak van onze rondborstige oud-premier Balkenende. Het zou best eens te maken kunnen hebben met dat oude vrouwtje, dat hier om 02.00 uur ’s nachts aan een verlaten strand een maaltje staat klaar te maken voor een door jetlag geplaagde farang.

‘Laten we met zijn allen zeggen, Nederland kan het weer’, zo betoogde hij vol christelijk vuur in een van zijn toespraken. ‘De VOC-mentaliteit, over grenzen heen kijken, toch?’.

Racisme en slavenhandel

Natuurlijk werd het hem gezien het slavernijverleden, de zeeroverijen en de kolonialisatiedrang van de VOC niet in dank afgenomen. Maar ik houd graag het juiste perspectief en ben er de man niet naar gebeurtenissen uit het verleden te beoordelen aan de hand van de ethische waarden van nu.

Wat dat aangaat ben ik zeker geen volgeling van Plato, die geloofde in het absolute Goede dat onveranderlijk van alle tijden is en daarmee de christelijke God in de hoofden van de mensen die na hem kwamen, voorbereidde.

Het universele en de christelijke God, twee ineen gestrengelde handen. Al zijn er heel wat mensen die zich atheïst noemen en desondanks ontkennen dat elke cultuur dansend op tijdgewricht en passie, zijn eigen ‘morele verhaaltjes’ heeft. Waarschijnlijk is dit uit een diepgewortelde angst alle houvast kwijt te raken.

Niettemin gaan we de Friezen nu niet meer verwijten dat ze Anno Domini 754 de heilige Bonifatius zijn schedel insloegen. Net zomin als je als verre nazaat van een voormalige slaaf naar Afrika trekt. Om de Afrikaanse stammen,die destijds voor de toelevering zorgden, nu een goed de waarheid te zeggen.

Brengt VOC-mentaliteit ondernemingsgeest?

Maar dat bedoelde Balkende natuurlijk allemaal niet. Wat hij wilde zeggen is dat de Nederlandse volksgeest zich weer eens wat lef, ondernemingsgeest en creativiteit moest eigen maken in plaats van te zitten navelstaren. Dat wisten de critici van destijds ook wel, maar die gaven er, o ironie, de voorkeur aan op de vierkante centimeter te gaan zitten neuzelen over racisme.

Het vrouwtje komt aan met een dampende kom rijstsoep, die ze zonder een woord voor me neerzet. Vol overgave lepel ik alles naar binnen met mijn gedachten nog altijd bij Balkenende. Lef, durf niet bang de handen uit de mouwen te steken, een beetje improvisatie?

Antonin Cee, Balkenende, VOC-mentaliteit, Ondernemingsgeest,
Balkenende predikt VOC-mentaliteit

Ach Balkenende toch, jij weet het natuurlijk ook wel. Er zijn geen landen meer om te veroveren. En ook in ons eigen land zijn er geen woeste gronden meer om te ontginnen. Integendeel zelfs, want boeren worden nu gestraft voor hun productiviteit. Tegelijkertijd wordt er van gecultiveerde gronden natuurgebiedjes gemaakt, die leuk zijn om naar te kijken. En om een wandelingetje te maken zolang je maar op de ludiek aangelegde paadjes blijft.

Heimwee, naar wat er niet meer is. Het is eerder vertoond. In de achttiende eeuw werden de tuinen van de welgestelden gedecoreerd met een miniatuur ruïne van een middeleeuws kasteel. Nostalgisch verlangen naar een vervlogen riddertijd.

Gesmoord in verstikkende regelgeving

En die door VOC-mentaliteit aangejaagde ondernemingslust, hoe zit het daarmee? Voor de Hema in een dorp in de Achterhoek mag je niet eens een pakje kauwgum uitventen. Over gebraden kippenpoten nog maar niet gesproken. Alle ondernemingslust in Nederland is gesmoord in verstikkende regelgeving. Maar het land schroomt niet zich op de borst te slaan om zijn transparantie.

Antonin Cee, VOC-mentaliteit, Ondernemingslust, ThailandOndertussen heeft het een belastingsysteem zo ondoorzichtig dat een eenvoudige ZZP-er zijn eigen belastingaangifte niet kan doen. Dat hebben jij, Balkenende, en je opvolgers zo gewild. In samenwerking natuurlijk met een almachtig ambtenarenkorps.

Dat vertoont trouwens steeds meer sadistische trekken zoals onlangs weer eens bleek met die affaire rond de kindertoeslag. Het opstappen van een minister of staatssecretaris verandert daar bitter weinig aan. Want het onaanraakbare ploegje ambtenaren  draait onverdroten door in hun eigengemaakte banencarrousel.

Nooit tevoren is de overheid zo onbeschaamd de privéruimte binnengedrongen als op de dag van vandaag. Alle spontane opwellingen heeft ze geüsurpeerd. Denk maar niet dat je zoals Michiel de Ruyter zomaar even naar het haantje van de St.Jacobskerk zou kunnen klimmen.

Want daarvoor moet je bij de brandweer eerst een klimvergunning aanvragen en als die al wordt afgegeven, gaat dat maanden duren. Ondertussen hebben we democratie, kiesrecht en, in tegenstelling tot Thailand, een vrije pers, die er inderdaad uit vrije wil voor gekozen heeft zich grotendeels met onbenulligheden bezig te houden.

Een beetje gezond anarchisme

Heus, als je onbevangen durft te kijken, dan weet je: nooit eerder zijn we zo onvrij geweest. Tenzij je je aan de regels houdt, wat natuurlijk een contradictie is. Het overgrote deel van de braaf opgevoede Nederlandse burger heeft er kennelijk geen moeite mee. Ach Balkenende, de VOC-mentaliteit komt heus niet meer terug. Elk land heeft op gezette tijden zijn eigen noden. Waar we nu behoefte aan hebben is een gezonde dosis anarchisme…

Ik heb mijn soep op en mijn maag is tot rust gekomen. ‘Wat vind je van anatipatai’, vraag ik het vrouwtje voordat ik weer aan mijn tippel naar het hotel begin. Vreemd vindt ze mijn uit de lucht vallende vraag niet, want ze trekt er geen wenkbrauw bij op. ‘No good’, is haar vlot gegeven antwoord.

Dat ze er zo over denkt is niet zo verwonderlijk. Want het Thaise woord voor anarchie wordt hier meteen geassocieerd met anti-monarchie. En dat blijft een doodzonde. Maar Balkenende kan gerust zijn. De VOC-mentaliteit is niet uitgestorven. Door een ondoorgrondelijke historische samenloop van omstandigheden, is ze hier meer aanwezig dan bij ons.

 

Ook op Trefpunt: erfenis van VOC-mentaliteit

Antonin Cee
Over Antonin Cee 153 Artikelen
Antonin Cee woont sinds eind jaren tachtig in Chiangmai en voerde themareizen uit. Hij studeerde filosofie aan de Universiteit van Montpellier in Frankrijk en werkte enige tijd als redacteur bij The Nation in Bangkok. Ook schreef hij artikelen voor verschillende Nederlandse, Belgische en Engelstalige magazines. Met zijn achttienjarige dochter vormt hij een eenoudergezin en brengt elk jaar enige tijd door in Zuid-Frankrijk. Hij publiceerde een verhalenbundel getiteld 'Inheems Kruid'. Onlangs bracht hij zijn tweede boek 'Thailand tegen het Licht' uit. Beide boeken zijn zonder verzendkosten te bestellen bij www.amazon.de.

2 Comments

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*