Het Verhaal van de Week: Brief uit Koh Chang. Wolken en licht

Antonin Cee, wolken en licht, Hollands Schilderij
Winterlandschap met schaatsers van Hendrick Avercamp

Dat wonderlijke spel van wolken en licht. Als kind had ik het al die fascinatie. Luchten konden me ontzettend boeien. Als er op een herfstdag na weken van egaal grijs weer eens een opbeurende kegel licht door de wolken viel, kon ik er minutenlang naar kijken. Die oude meesters op zoek naar goddelijke tekens moeten dat ook gehad hebben.

We hadden thuis een platenboek met werken van Hollandse landschapsschilders uit de Gouden Eeuw. Als tienjarige kon ik er uren mee doorbrengen. Bij bepaalde afbeeldingen bleef ik geruime tijd hangen. Zoals bij die van Hendrick Avercamp om maar een van die meesters te noemen. Later, veel later pas, zou ik begrijpen waarom.

Op sommigen van zijn schilderijen zoals bijvoorbeeld op dat winterlandschap met schaatsers is de horizon aan het oog ontrokken. De schaatsers op het schilderij zitten gevangen in ongrijpbaar licht. Het tafereel is volkomen opgesloten in zichzelf. Vrij alluderend zou je kunnen zeggen dat het de schaduwgrot van Plato is.

Er is geen enkele strakke, vaste lijn, waartegen al die menselijke activiteit zich voltrekt. Niets hebben de schaatsers om zich aan vast te houden, geen enkel ijkpunt, behalve dan de menselijke die zij zelf teweegbrengen. De schaatsers zijn volkomen teruggeworpen op zichzelf, opgesloten in licht waar ze niet doorheen kunnen kijken. Doe het daar dan maar mee jongen. Als kind moet ik het al zo gevoeld hebben.

Alles wil zich handhaven

De mens als homo mensura, die het met zichzelf moet zien te stellen. Tegen wil en dank wellicht de maat van alles wat hij tegenkomt. Maar daar kan hij aardig creatief in zijn. Eerst vond hij de goden uit, die hij kon aanroepen om regen en vruchtbaarheid. Om daarmee de wereld naar zijn hand te zetten. Hij deed het zo devoot, dat hij ging geloven dat ze ook buiten zijn eigen fantasie bestonden. Toen dat geloof begon te tanen bedacht hij wetenschap, die nu de wereld in het gareel moet zien te houden.

Antonin Cee, wolken en licht, danseres
Regendans. (foto DevianArt)

Veel keus heeft hij niet want net als al het andere op deze aarde wil ook een mens zich handhaven. Hij heeft er zijn eigen methode voor uitgevonden, die gerust vergeleken kan worden met het jachtinstinct bij dieren. Sinds hij als Sapiens aan zijn loopbaan begon is het onderwerpen van de natuur de manier bij uitstek, eigenlijk zijn sine qua non, waarmee de mens zijn voortbestaan wil veiligstellen.

Wat wilde vruchten plukken…! Die kunnen soms nogal eens schaars zijn… Kom, laten we ze zelf planten… Dan hebben we ze bij de hand als we honger krijgen. En die weerspannige boskippen… Daarvan weet je ook nooit waar ze rondfladderen… Maar timmeren kunnen we…. In kooien zullen we ze stoppen, dan hebben we zoveel eieren als we believen binnen handbereik.

En geen flauwekul verder… we zijn echt niet voor een gat te vangen. Toen het hout op raakte, gingen we aan de steenkool en ontdekten dat stoom gebruikt kan worden om de mijnen droog te houden. Met olie leerden we ons razendsnel te verplaatsen. Het opraken van natuurlijke grondstoffen was ook geen probleem.

We pasten een chemische truc toe en nu doen we het met plastiek en kunstvezels. En met al onze energiehonger slaagden we erin atoomkernen uit elkaar te peuteren en gooiden we het op nucleair. Mocht dat te moeilijk worden, dan hebben we nog altijd zonnepanelen en windmolens Wie doet ons wat. Denk maar niet dat we de controle uit onze handen laten glippen…

Er zijn twee soorten geschiedenis

Prachtig en onverschrokken, op het stoutmoedige af. Maar helemaal lukken wil het allemaal niet. Daarvoor zijn er te veel dingen, die we niet in de smiezen hebben. We dachten de wereld aardig maakbaar gemaakt te hebben. Maar ondertussen kan die halsstarrig haar eigen weg inslaan, die we pas achteraf een beetje doorhebben. Pas a posteriori komen we in actie om te proberen haar weer wat bij te sturen. Volkswijsheid weet het allemaal. Denk maar aan het verdronken kalf en het dempen van de put.

Antonin Cee, wolken en licht, Camus
Camus: Er zijn twee soorten geschiedenis…

Camus zei het ook al. Er zijn twee soorten geschiedenis. Die waar we op letten en die andere, die zich in zichzelf voltrekt. En zie, nu komt ze weer ineens met dat corona virus aanzetten en kunnen we weer aan de slag. Met maatregelen om dat virus de nek om te draaien en het uitvinden van een vaccin. En met het likken van de economische wonden dat het heeft veroorzaakt. Nooit zijn we nou echt eens klaar om er goed lui onderuit te gaan. Het doet me altijd denken aan een verhaaltje tijdens de leesles op de lagere school.

‘Heb jij je schoenen al gepoetst?’, vraagt de vader aan zijn zoontje.
‘Nee, want het regent buiten en ze als ik zo meteen naar school ga, worden ze toch weer smerig’.
Even later aan het ontbijt wil het zoontje een boterham smeren.
‘Nee jongen’, zegt de vader, ‘laat jij je brood nu maar staan, want straks heb je toch weer honger’.

Het Oude Testament meldde het ook al. In het zweet des aanschijns…

En nu heeft corona me opgesloten op Koh Chang. Het is beslist niet de slechtste plek om te vertoeven in deze kanteltijden. Toeristen zijn er hoegenaamd niet meer. Verreweg de meeste resorts zijn gesloten, het personeel ontslagen. Ze wachten tot het fortuin weer naar hun toe kentert.

Niet zoeken naar verloren tijden

Sinds ik enkele maanden terug hier kwam, heeft een microscopisch klein wezentje balancerend aan de rand van organisch leven ruim 100.000 slachtoffers gemaakt. Het wil zich ook handhaven en voortplanten volgens het ingebakken elan vital van alle leven. Maar dat van hun strookt niet met het onze. Wereldwijd spannen laboratoria zich in om hun elan uit te roeien en daarmee dat van ons  te behouden.

Antonin Cee, wolken en licht, virus, filosofie
Het virus maakte al ruim 100.000 slachtoffers…

Maar voorlopig voert corona nog de boventoon, want ik kan hier niet weg. In het binnenland van het eiland waar de junglegroene bergen beginnen, vond ik een huisje. Veel heb ik niet om handen. Ik leef solitair als een asceet. Geen mens om eens gezellig mee te praten. Om mijn spraakorganen soepel te houden, steek ik verhalen af tegen mezelf. Echt spannend zijn die niet, wat de afloop is al bij voorbaat gekend. Als kind deed ik dat ook al. Maar ik geef me er rekenschap van dat het op mijn leeftijd de eerst tekenen van dementie kunnen zijn…

De omstandigheden hebben me hun eigen ritme opgelegd. Voor drie uur ’s nachts wordt er niet geslapen. Op mijn computer lees ik A la recherche des temps perdus van Marcel Proust, waar ik tot nu toe nooit toe gekomen ben. Niet dat ik hoop verloren tijden terug te vinden. Kenners zeggen dat dit het mooiste Frans is wat ooit is neergepend. Ik zal dat wel eens gaan zien. En dat duurt nog even. Drie delen lang is het, gelukkig kan ik voorlopig vooruit.

Voor tien uur ‘s morgens kijk ik de wereld niet aan. Na een lange douche om te ontsmetten, gebakken, hard- of zachtgekookte eieren, en om de monotonie te doorbreken soms tot omelet geklopt. Als het er is met brood, als het er niet is met rijst, en als die er ook niet is, zoals kippen ze leggen. Een paar nesjes erbij en ik sta weer in de dag.

Een moeilijk te vullen gat

Dan op de fiets naar het Chinese winkeltje een 700 meter verderop om wat dingen te kopen voor het pruttelpotje van deze avond. Tot voor kort viel er daarna een wat moeilijk te vullen gat. Maar een paar dagen terug had ik het geluk ergens een oude ukelele te vinden met de snaren er nog op. Met al het vocht dat dit eiland achter de hand heeft, is hij wat kromgetrokken en hij ontstemt constant.

Antonin Cee, Op Koh Chang, Wolken en licht, Virus,
Alleen een muggenzifter die er op let…

Maar alleen een muggenzifter met conservatoriumoren die daar op let. Nooit eerder had ik er een in mijn handen, doch met wat gitaarervaring is het niet al te moeilijk er een paar akkoorden uit te trekken. Daar is altijd wel een of andere weemoedige ballade aan vast te plakken. In de namiddag breng ik er een uurtje of wat mee door.

Als de zon zijn laatste uurtjes daglicht staat te vergeven, fiets ik naar de baai. Beschermd door twee landtongen schiepen de speelse prikkels van tij, maan en alle andere invloeden die erbij horen er een gul strand. Diep is het er niet. Om wat water onder je te hebben moet je een behoorlijk eind gaan. Als beloning is er een kleine optische verassing. Eenmaal ver genoeg in zee, transformeert een van de zich uitrollende bergen zich plots tot het profiel van de oude filmmaker Alfred Hitchcock.

Wat luchten aangaat heb ik hier niet te klagen. Boven de bergen stijgen kleine wolken op als de rooksignalen van een Indiaans kampvuur. De zon speelt er verstoppertje mee en spelt er gouden onderscheidingstekens op. Net voordat ze zich in zee werpt, waaiert ze haar pauwenstaart van lichtende veren nog een keer uit en schreeuwt een nachtgroet met al haar magische kleuren.

Gewoonlijk is hier geen mens. Maar deze avond was er dat Thaise jongetje, dat op het strand zandkrabbetjes aan het vangen was. Die doen het goed in een papajasalade, een van die Thaise specialiteiten, die ik met voldoende pepers en gebakken pinda’s graag in mijn mond voel. Die zandkrabbetjes zijn razendsnel en als ze opgejaagd worden schaatsen ze in onvoorspelbare richtingen over het strand. Met bokkensprongen zat het jongetje ze na.

In vrije val tussen wolken en licht

Om wat te doen te hebben, ging ik hem meehelpen. Als we zo’n beestje zagen nam hij de linkerflank, ik de rechter om het min of meer rechtlijnig te houden. Dan een snelle greep en we hadden er weer een. Snel toeslaan is belangrijk, want die krabbetjes graven zich in minder dan een seconde uit het zicht. Maar daar had Chet zoals het gastje heette, een spateltje voor bij zich waarmee hij ze weer uit het zand haalde.

Na een uurtje of wat rennen, hadden we er een stuk of twintig die Chet zorgvuldig opborg in een plastiek zakje. Voordat hij afnokte, vertelde hij me dat zijn moeder als schoonmaakster in een hotel werkte. Net als al het andere personeel was ze nu ook ontslagen en zat zonder inkomen. Met die krabbetjes wilde Chet een eigen bijdrage leveren aan de huishoudpot.

Antonin Cee, wolken en licht, vrije val
springt er van krabbetjes straks ook iets over?

Als ik op huis aanga is het haast donker. Buiten een enkele voorbijschietende brommer is er zowat geen verkeer. Maar de weg is behoorlijk heuvelachtig en met mijn tong op mijn borst trap ik me naar boven. En terwijl ik dat doe, bedenk ik ineens dat we daarnet wildlife gevangen hebben, bestemd voor consumptie. Was het niet op die markt in Wuhan waar dat vermaledijde coronavirus van wilde dieren op mensen wist over te springen? Wie weet, misschien gebeurt er bij die krabbetjes op een dag ook wel zoiets en moeten we weer aan het werk.

De heuvel afdalen is nog een stuk moeilijker dan er tegenop klauteren. Zeker op deze oude fiets die stond weg te roesten bij mij huurhuisje. De achterrem laat het volkomen afweten. Aan de voorrem moet je bij deze gelegenheden niet komen, weet ik met de ervaring van tweemaal een gebroken sleutelbeen. Dan maar in vrije val de heuvel af tussen wolken en licht  en in de opduikende bochten zo goed mogelijk proberen bij te sturen. Want wat moet Sapiens anders?

Antonin Cee
Over Antonin Cee 172 Artikelen
Antonin Cee woont sinds eind jaren tachtig in Chiangmai en voerde themareizen uit. Hij studeerde filosofie aan de Universiteit van Montpellier in Frankrijk en werkte enige tijd als redacteur bij The Nation in Bangkok. Ook schreef hij artikelen voor verschillende Nederlandse, Belgische en Engelstalige magazines. Met zijn achttienjarige dochter vormt hij een eenoudergezin en brengt elk jaar enige tijd door in Zuid-Frankrijk. Hij publiceerde een verhalenbundel getiteld 'Inheems Kruid'. Onlangs bracht hij zijn tweede boek 'Thailand tegen het Licht' uit. Beide boeken zijn zonder verzendkosten te bestellen bij www.amazon.de.

1 Comment

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*