Vietnam en liefde voor nieuw vaderland


Het failliet van een geloof

Robert von Hirschhorn, Vietnam failliet geloof, Hanoi

 

“Bon jour ca va?” Ik ben weer in de trein gestapt en rij naar Hanoi in het kielzog van Franse ondernemingslust. De C.I.Y – Chemin le fer de l’Indochine et du Yunnan.

Een lijn van Haiphong via Hanoi naar Lao Cai en verder tot Kunming dat toen nog Yunnan-foe heette. Een Frans initiatief met in het achterhoofd de gedachte ook een deel van China te kolonialiseren. Dat is niet gelukt, het bleef beperkt tot het aanleggen van een spoorlijn.

Expansiedrift en aanverwante politiek (kolonisatie) is en blijft een vreemd fenomeen en dient maar één ding: het gewin met een bedenkelijke rekening die altijd op het bordje van de lokale bevolking belandt.

Hoe het Vietnam is vergaan hoeft verder niet uit de doeken worden gedaan, de Fransen werden glansrijk verslagen en ook de Amerikanen moesten bakzeil halen na verlies aan bloed en niet slechts aan één zijde.

Som Nam Na, een Thais gezegde dat ook de vreemde machten in Vietnam wonderwel paste. Eigen schuld, dikke bult, luidt de vertaling, een buil waarover men niet graag praat. Gezichtsverlies in Zuidoost-Azië (Morgenland) is meer dan een begrip alleen. In groter verband lijdt ook het Westen (Avondland) eronder. Wie de billen brandt moet op de blaren zitten, en blaren, nee, die toont men niet.

Het hoofdstation van Hanoi heeft haar glans verloren door de verbouwingen die het in de loop der tijd heeft ondergaan, wie zoekt vindt hier en daar nog Franse invloeden.

Een stap buiten het station opent zich de doos van Pandora, geen zweem van het verleden, maar de chaos van vandaag compleet. Het Vietnamese verkeer dat vooral luid toeterend zijn weg zoekt in overvolle straten. Opzij, opzij, maakt plaats, maak plaats… We hebben weliswaar geen haast, maar zijn wel ongeduldig!

Robert von Hirschhorn, Vietnam, Heineken nieuw geloofAan de Rode Rivier

Ik had beter een station eerder kunnen uitstappen, bij de Long Biên brug die steeds nog majestueus de Sông Hông (Rode rivier) overspant zij het niet meer in originele vorm. Amerikaanse bombardementen hebben daarvoor zorg gedragen.

Een zwanenzang aan het water, ver voorbij de Vietnamese blik die het beeld met de paplepel kreeg ingegoten. Een bedevaart voor verstokte Francofielen, de monumenten van hun met ziel en zaligheid bezongen cultuur achterna gereisd.

Zachtjes speelt een accordeon in vlagen van weemoed aan een verlaten boulevard. Op een klein balkon van een etablissement, één hoog en gezegend met verre zichten, drinkt men onder de luifel café aux lait of gedistingeerd een glaasje gedistilleerd. Een tweetal dames, elegant gekleed in japon met queue, keuvelt aan de halte over het weer en laatste achterklap, lot en landgenoten. De ziel van het inheemse blijft ver en vreemd.

Een tram komt knarsend door de bocht. In de krochten schikt een clochard zijn bestaan terwijl boven hem met veel lawaai een trein de brug passeert. Couleur locale van wat is geweest. Wanneer men de ogen sluit kan het beeld zich herhalen.

Heineken in Hanoi

Hoàn Kiém, een lommerrijke plek aan een meer midden in de stad. Een vijver van ver-twijfeling voor hen die niets hebben te doen dan gelaten naar het water staren.

Verveling of de grote leegte, een vraag kabbelt zachtjes voort. Er is zelfs een terras rond een paviljoen met aangepaste prijzen.

‘Boulevard d’mille rêves’, iets van ’t koloniale heeft minzaam de tijd doorstaan. Een voordeel; gezeten aan een tafel blijft men gevrijwaard van hinder, een vreemde gast zomaar ergens gezeten aan de kant, trekt onmiddellijk een doorgaans ongenode gesprekspartner aan, maar als je zin hebt in een praatje…

“Hallo, waar kom je vandaan?”

Zelden een snedige openingszin gehoord, wel bijna altijd het ontbreken van enige humor als je letterlijk antwoord geeft.

“Van de overkant.”

“Nee, waar kom je vandáán!”

“O, waar ik ben geboren bedoel je?”

“Ja.”

“Holland.”

Aardrijkskundig is dit niet juist, hoewel in het onderhavige geval, geboren immers in de provincie Zuid-Holland. Het land heet voluit: Kingdom of the Netherlands, Hollands wordt er in deze conversatie niet gesproken.

Koninkrijk der Nederlanden, een mond vol, een mooie mond ook, geen wonder dat sommige naast hun schoenen zijn gaan lopen. Een buitenstaander heeft aan het woordje Holland genoeg. Windmolens en klompen. “O dear, look here, Amsterdam… so nice!”

“Aha…Heineken niet waar?”
“Ja, helemaal!”
“Lekker bier.”
“Heineken is geen bier!”

Verbazing. Dit blonde vocht is alleen een naam, weliswaar goed in de markt gezet, maar hoe leg je zoiets uit aan iemand die net heeft leren leven met de verwordingen uit het Westen, terwijl er duizenden landgenoten van Freddie voor dezelfde verleiding zijn gezwicht.

Mijn exposé over een bedenkelijk brouwsel met conserveringsmiddelen, snijdt allang geen hout meer. Als de firma zelfs in Duitsland wordt gesleten, is het ‘Reinheitsgebot’ op zijn retour. Een eerlijk Duits biertje, daar kan mijn hart nog voor warmlopen. Maar ja, dat is aan een von Hirschhorn eigen.

“Mag zo zijn, maar ‘jullie hebben wel het geld om ons de status van alléén dit drinken aan te praten.”

Zo, die zit, en wij maar denken dat men elders van niets weet en voor dom kan worden versleten. Hollands welvaren, de VOC mentaliteit, spiegeltjes en kralen waarmee niet alleen donker Afrika destijds werd gepaaid, om eerst jaren later te kunnen roepen: “Wij voelen ons met recht genaaid.”

“Dat desondanks dit Hollandse vocht meer kost dan een prettig product van eigen brouw-erij, mag niet deren?”

“Gezien en gezien willen worden, is het enige dat telt. Te lang gingen wij gebukt onder de grauwsluier der middelmaat eigen aan het communistische denken, en daardoor ook geen enkel belang er bovenuit te stijgen.”

“Ook de rode garde dronk bier, niet toch, of werd dat slechts mondjesmaat gebrouwen en uitsluitend voor het gestaalde kader?”

Verder zweeg het gesprek alsof het geen zin had oude wonden open te rijten. Wonden die allesbehalve volledig waren genezen. Het plezier van bier werd niet onthouden, wel de vrijheid zelf een merk te kiezen. Het mechanisme der open markt.

De discotheek dreunt op haar niet eerder gekende vesten. De jonge generatie heeft zich met liefde laten verleiden. ln liefde voor het nieuwe vaderland. Met een flesje Heineken in de hand.

Robert von Hirschhorn, Vietnam Heineken nieuw geloof, Hanoi

 


Avatar
Over Robert von Hirschhorn 34 Artikelen
Robert von Hirschhorn 27-04-1947 -- 07-12-2016 “Zo jongen, wat wil je later worden?” “Schrijver, mam, schrijver.” Een moeder zweeg en dacht: ‘is dit mijn kind, een beetje vreemd…’ Niets werd vreemd, Robert von Hirschhorn (1947) sinds begin 1974 bezig met schrijven in allerlei vormen doch ook de voordracht mede gevoed door een opleiding aan de Academie voor Expressie door Woord en Gebaar. De speciale belangstelling voor alles wat met Openbaar Vervoer heeft te maken voornamelijk de spoorwegen, zat er al veel vroeger in. De eerste reis naar Thailand vond plaats in 1985 daarna een jaarlijks weerkeren tot aan een vervroegde pensionering in 2006, sindsdien permanent woonachtig te Chiang Mai waar dagelijks wordt geschreven en af en toe iets gepubliceerd. “Kijk, mam, het is gelukt.” Jammer, dat uitgerekend zij het niet meer lezen kan.