Vietnam. The Hilltribe Blues

Als bezienswaardigheid geboren

Roger Stassen, Hill Tribe Blues, Bezienswaardigheid

Het jonge Hmong meisje, niet ouder dan een jaar of acht, misschien negen, keek heel erg zielig. Dat had ze zo van jongs af geleerd. Treurig kijken, op het randje van droevig/hopeloos wekt medelijden op. En wanneer ze hierin voldoende zou slagen dan zouden de toeristen automatisch hun geldbeugel openen.

Ze kwam rechtstreeks naar me toe en brabbelde wat in haar taaltje. Ze zocht oogcontact, dat hoort zo en de baby op haar rug weende hartstochtelijk. Je moest al heel erg koud en hard zijn om niet geraakt te worden door dit hoopje verdriet. Ze trok aan mijn mouw toen ik mijn blik wilde afwenden. “Toe, alsjeblieft, help me dan toch. Mijn broertje heeft honger, daarom huilt hij zo. Koop die armbandjes, ze zijn handgemaakt en ze kosten heus niet veel. Of geef me geld, maakt niet uit hoeveel”, las ik in haar blik want mijn kennis van de Hmong taal is zerokommanul. Dit meisje was bijzonder goed opgeleid of had het vak met vallen en opstaan op straat geleerd.

De twijfel sloeg toe en dat merkte ze meteen, dus ging ze verder met het inspelen op mijn gemoed. Het waren vruchteloze pogingen, spijtig voor haar want ze deed verdomd goed haar best.

Mijn twijfel was echter op observering gebaseerd. Na meer dan 30 korte en lange verblijven in Thailand gespreid over 27 jaar was het hilltribebestaan in de regio voor mij geen onbekende meer. Vandaag had ik al minstens vijf zulke jonge Hmong meisjes met baby-op-de-rug gespot. Het is DE succesformule. Bijna niemand kocht de prullaria die ze aan de man trachten te brengen. Een foto van die schattig/zielige tafereeltjes nemen, dat wel natuurlijk. Eenmaal thuis in the U.K., Deutschland, la douce France of Nederland kon je dan uitpakken met je prachtige foto van in kleurrijke klederdracht gestoken zielepootjes. En jawel hoor, zij waren ginds in de dorpen van die bergstammen geweest en dan had je die armoede eens moeten zien! Er liepen zelfs kinderen rond op blote voetjes! Vanzelfsprekend hadden ze de kinderen een klein bedrag gegeven nadat ze die mooie foto hadden mogen nemen, voor wat hoort wat.

De toverformule werd, hoe kan het ook anders, overal gekopieerd en verfijnd. En gaandeweg werden er meer kinderen ingezet. Jongetjes waren minder succesvol in de babydragersrol. Zij gingen met een puntige stok visjes spiesen in de dorpsbeek met ontbloot bovenlijf uiteraard. Dat vond een bepaald segment van toeristen dan weer vrij interessant, of ze mikten met een katapult op denkbeeldige vogeltjes in struiken en bomen, of ze speelden, vanaf het moment dat de busjes met toeristen kwamen aanrijden, in stamklederdracht op primitieve speeltuigen. Waren er onvoldoende baby’s in voorraad dan droegen meisjes zware korven op hun rug.

Roger Stassen, Hill Tribe Blues, BezienswaardigheidVermindert het medelijden opwekkend potentieel en de kinderlijke lieflijkheid dan volgt het werk op de velden.

Ik ontmoette dit Hmong meisje in Cat Cat village, Sa Pa vallei, Láo Cai Noord-Vietnam. En inderdaad, ik was één van die toeristen. Hele busladingen worden er naartoe gebracht want het is de bezienswaardigheid van de streek. Sa Pa is booming, er wordt overal gebouwd in de stad. De infrastructuur wordt aangepast, overal nieuwe hotels, guesthouses, restaurants, souvenirwinkeltjes en steeds drukker wordend verkeer. Bijzonder zijn de in de bergen aangelegde trapterassen waar de hilltribes hun gewassen aanplanten. Maar hoofdattractie nummer één zijn en blijven zij zelf, de diverse hilltribes. Net als in Noord-Thailand trouwens en in Zuid-China.

Hoe zou het zijn, vraag ik me af, om als bezienswaardigheid geboren te worden? Hoe voelt het aan om de godganse dag gefotografeerd te worden door horden vreemden? Vindt zo een kind het zelf leuk dat bedelen deel uitmaakt van zijn/haar bestaan, gaat dit nooit aan je zelfvertrouwen knagen?

Het dorpje Cat Cat bestaat uit een smal wegje bergafwaarts een houten brug en een smal wegje bergopwaarts waarlangs honderden hutjes staan. Die zijn er voor de sfeer want wonen doen ze iets verderop in stenen huizen. Voor elk hutje dat deels als winkeltje dient staat, ligt of hangt koopwaar. Daartussen lopen mensen in traditionele kleding en kinderen, heel veel kinderen. Zij willen gefotografeerd worden voor een klein bedragje…. en wij, wij vinden hen  bezienswaardig.

Wie houdt wie nu voor de gek?

Foto’s  in tekst: ©Roger Stassen

Foto Homepage Wiki Commons door Marina Snaaijer – Eigen werk, CC BY-SA 2.5, h

 

Deze pagina delen

  • Delen op Facebook
  • Delen op Twitter
  • Delen op LinkedIn
  • Delen op Google+
 

Lees ookgerelateerde berichten

2 Reacties

  1. Vindt zo een kind het zelf leuk dat bedelen deel uitmaakt van zijn/haar bestaan, gaat dit nooit aan je zelfvertrouwen knagen?

    Mijn antwoord: nee en ja. Afschaffen die hap. Kinderen moeten naar school en spelen. Je wilt toch ook niet dat je eigen kind dit gaat doen? De basis van elke moraal : ‘Wat u niet wilt dat u geschiet doe dat ook aan een ander niet’.

    Tino Kuis
  2. Correct besluit Roger. Wie houdt wie voor de gek ? Toerisme voldoet immers ook aan de simpele wetmatigheid van vraag en aanbod. Beide partijen hebben elk hun motivatie. De bergstammen willen centjes verdienen en de toeristen zijn meestal bereid om wat kleingeld te spenderen om foto’s te kunnen maken die ze op Facebook willen posten…. Iedereen tevreden toch ? Een goed gesmeerd handeltje. In Vietnam, Thailand, Azië, en in de ganse wereld en omstreken dagelijks toegepast…..continuiteit gewaarbogd !

Reageer

E-mail (wordt niet gepubliceerd)