Veldpost Sumatra van Peter Penders: schitterend boek

André van Leijen, Boek, Peter Penders, Sumatra

Soms krijg je een boek onder ogen, waarvan je denkt: dat zouden meer mensen moeten lezen. ‘Veldpost Sumatra’ van Peter Penders is zo’n boek.

Het boek gaat over ene Han de Haas die in 1947 als soldaat uitgezonden wordt naar Sumatra en betrokken raakt bij de politionele acties. Drie jaar zou hij er blijven en gedurende die drie jaar schrijft hij elke dag iets in zijn dagboek. Dat dagboek is het uitgangspunt van ‘Veldpost Sumatra’. Samen met de achtergrondinformatie die Peter Penders door het verhaal heen weeft, geeft het boek een uitstekend beeld wat er in die tijd in Indonesië gaande was.

‘Het was een ontroerend ogenblik toen de Militaire Kapel opeens het Wilhelmus inzette. Prins Bernhard, generaal Baay en de andere hoge gasten salueerden toen de boot langzaam loskwam van de kade.’ Dat schrijft Han de Haas op 31 mei 1947, als hij met de ‘Johan de Witt’ Nederland verlaat. ‘Een prachtboot, u kunt zich niet voorstellen hoe luxe alles is.’

De Haas is dan nog vol vertrouwen. En dat is hij nog steeds op 26 juni 1947, als hij vanuit Medan schrijft: ‘Heb tot nog toe niets te klagen. De kameraadschap is veel beter dan in Holland. Je moet op elkaar vertrouwen in den vreemde.’

Hij neemt het nieuwe leven in zich op. ‘We hebben ook een boy, een Chineesje, die overal voor zorgt… Hij haalt eten, wast alles om, veegt, schrobt, enfin een mannetje voor alles.’ Maar ook: ‘…dat ze eigenlijk precies zulke mensen zijn als wij. Vooral niet dommer.’ Hij schrijft over het mandiën, ‘water putten en dan maar over je heen gooien’, over het eten, ‘ je staat gewoon in brand’.

André van Leijen, Boek, Peter Penders, Sumatra
Veldpost: als je in gevecht bent ga je dingen doen waar je later spijt van krijgt

Intussen is Medan ingesloten door de TRI (Tentara Republik Indonesia), de extremisten zoals soldaat de Haas ze noemt. Er zijn schermutselingen. Eigenlijk wil hij meedoen. ‘U zult zeggen wat een dwaasheid…maar het is niet te verklaren, het is een kwestie van kameraadschap’ En: ‘Ik ben nieuwsgierig hoe de bevolking in Holland hiertegenover staat. Eén ding weet ik wel: dat ik geen spijt heb dat ik hier zit. Is toch niet te verantwoorden als je op een of andere slinkse manier uit Indië bent weggebleven!’ (22 juli 1947).

En daar heeft hij onmiddellijk spijt van. Twee dagen later schrijft hij: ‘Ik heb eens overgelezen wat ik een paar dagen geleden geschreven heb. Nou nou, dat ik de hemel dank dat ik hier zit, klinkt me zelf gek in de oren.’

Op 28 juli 1947 ziet hij het eerste lijk. ‘Onwillekeurig huiver je en je kijkt, of je wilt of niet.’ Maar de sergeant-majoor zegt dat ze door moeten gaan: “Doorgaan g.v.d. en naar de lijnen kijken.” ‘We begrepen dat we ons harden moesten en voort ging het.’

Op 24 augustus 1947 schrijft Han de Haas: ‘Vanmorgen in de kerk kregen de Veiligheidsraad, de Nederlandse regering en de TRI, alle betrokkenen bij de Indische kwestie, er flink van langs. De pater vroeg zich af of God wel genoemd werd bij een van de partijen’…. ‘Ja, dat is me een predikant die wij hier ‘s zondags horen.’ En daarmee is de kiem van de twijfel gelegd.

Intussen krijgt hij ringwormen en baardschurft. En hij is niet de enige. De soldaten kampen met rode hond, malaria en paratyfus. Hij heeft het over de gevaarlijke wegen. Over pantserwagens die in het ravijn vallen. Over het slechte eten. Zelf is hij aanzienlijk vermagerd. Over soldaten die naar de psychiater moeten, omdat ze knettergek worden. Over de zelfmoorden. Over het gebrek aan vrouwen. En dan zijn er de gevechten rond het Tobameer. Elke keer komen er berichten over gesneuvelde kameraden.

‘En waarvoor dat allemaal’, vraagt hij zich op 29 januari 1948 af. Voor het vaderland? Vraag het eens aan hen. Wat doet het vaderland wanneer die jongens weer thuis zijn (6 gulden in de week of zoiets)? Wat de jongens hier op de buitenposten gepresteerd hebben, daarvan heeft niemand in Holland ook maar enig idee.’ En op 2 februari 1948: ‘Bij de 4-2 RI zijn er genoeg jongens verwilderd, die zijn net SS-ers geworden. De haren zouden u te berge rijzen, als u alles wist. Nu moet u ook weer niet denken dat de infanteristen onmensen zijn. Maar als je in gevecht bent dan ga je rare dingen doen waar je later spijt van krijgt.’

En het wordt nog erger. Op 10-11 maart schrijft hij over de infanterie: ‘dat moeten wel beesten worden na alles wat ze gezien en meegemaakt hebben.’ En: ‘Het vaderland zorgt voor ons, het is om te brullen, het is een aanfluiting geworden, Holland-Vaderland. En: ‘Onze jeugd is kapotgemaakt…’

André van Leijen, Boek, Peter Penders, Sumatra
De kameraden…. sommigen zijn net SS’ers geworden…. vechten we wel voor het recht?

Op 2 november 1948 schrijft hij: Heeft het vaderland met de kerk erachter het recht om over onze levens te beschikken? Vechten we wel voor het recht?’ Er komen steeds meer twijfels: over het geloof en of het communisme uitkomst biedt.

Op 15 maart 1949 komt het bericht binnen dat Den Haag gecapituleerd heeft. ‘…maar denkt u eens in’, reageert soldaat de Haas, ‘een smadelijke terugtocht, de TRI weer de baas, alle werk voor niets, de kameraden dan zeer zeker voor niemendal gesneuveld.’ Maar het bericht blijkt onjuist te zijn.

Er komen ook andere berichten binnen. Dat ze in Holland al onderzoeken instellen naar wreedheden die door Hollandse militairen gepleegd zouden zijn. Op 23-25 juli 1949 schrijft Han de Haas: ‘Een tijdje geleden zijn dokter Bemmel en enige Rode Kruissoldaten, die bezig waren de bevolking te verzorgen, door een bende ontvoerd in de buurt van Bindjerd. Eén soldaat is teruggekeerd, de peloppers dachten hij dood was en na hem uitgekleed te hebben, waren ze vertrokken. De anderen waren afgemaakt. Leest u ook zoiets in de krant of alleen over de wrede Hollandse soldaten? Wat hadden deze mensen gedaan? Alleen maar de vervuilde, zieke kampongmensen helpen.’

Op 7 april 1950 komt Han de Haas aan in Rotterdam. Peter Penders beschrijft dat hij dysenterie heeft. En dat de belangstelling voor zijn verhalen allengs verflauwde. Het dagboek kwam op zolder te liggen. Niemand die ernaar omkeek. ‘Het was te pijnlijk om te lezen en de kinderen waren niet op de hoogte’, schrijft Penders.

Juist de combinatie van Pender’s achtergrondinformatie en de directheid waarmee Han de Haas het dagelijks leven in Sumatra beschrijft, geven ‘Veldpost Sumatra’ een extra dynamiek. Het is alsof je zelf de pijn en onzekerheid voelt. Een schitterend boek.

‘Veldpost Sumatra’ is uitgegeven door uitgeverij ‘Elikser’ in Leeuwarden en kost 19,95 euro. Het is te bestellen via de boekhandel.

Voor meer informatie over Veldpost Sumatra: Boek en Route

 

 

André van Leijen
Over André van Leijen 142 Artikelen
André van Leijen (1947), bioloog en vader van een dochter en een zoon, heeft les gegeven aan de Hogeschool Rotterdam en aan een middelbare school in Spijkenisse en in Vlaardingen. Hij ontwikkelde er lesmateriaal voor de natuurwetenschappelijke vakken en publiceerde in diverse bladen. Na zijn pensionering reisde hij met zijn Slowaakse vrouw twee jaar over de wereld, van Spitsbergen tot aan Kaap de Goede Hoop en van Vuurland tot het uiterste noorden van Canada. Daarna streken ze neer in Thailand en vervolgens in Schiedam. Van deze thuisbasis willen ze de wereld verder verkennen. Intussen werkt hij aan een boek.