Van Laarhoven, brief uit gevangenis (2)

Het Thaise vonnis en de Nederlandse politiek

Tekst vonnis:

Johan en Tukta van Laarhoven in voor hen betere tijden. Foto van website Rolling Stoned/VOC
Johan en Tukta van Laarhoven in voor hen betere tijden.
Foto van website Rolling Stoned/VOC

 

In overweging nemende de verklaring van de getuigen en het bewijs van de aanklager over beide verdachten in verband met het feit dat verdachte 1 vier coffeeshops in Nederland heeft, hij zaken deed met betrekking tot de verkoop van hennep onder de commerciële naam “The Grass Company”, en dat beide verdachten echtlieden zijn volgens de wet. De heer “Ben Oder Eenbering”, de politieagent uit Nederland die werkt in de Regio Zuidoost Azië, heeft een brief met datum 14 juli 2014 naar de Procureur-Generaal van het Openbaar Ministerie van Thailand gestuurd. Hij heeft verzocht om een strafrechtelijk onderzoek in te stellen naar de twee verdachten in de zaak die hierboven wordt genoemd en naar het witwassen van geld. Uit onderzoek is gebleken dat er door beide verdachten daden zijn verricht welke het Koninkrijk Thailand aangaan, zoals hieronder aangegeven: (Notitie: 1-43 volgends de tenlastelegging van de aanklager, behalve in het geval van de overboeking met gebruikmaking van Swift van het geld van Deutsche Bank Duitsland naar de K Bank.)
Het totale bedrag dat werd overgemaakt naar de bankrekening is @@@@@@ euro, of in Thai Baht, @@@@@@ baht. Dit is gebleken uit documenten betreffende het vermogen van verdachte 1 in Thailand en het patroon van de transacties, zoals vermeld in document jor 11 en jor 13 respectievelijk.

Beide verdachten hebben de bedrijfsnaam of de persoonlijke naam van andere personen gebruikt, zoals mejuffrouw Wassana Thepraks, de huishoudster; en de heer Dechanat, de schoonvader van verdachte 1 en aandeelhouder of commissaris van de vennootschap. Dit is gebleken uit de bevestiging en rapportage van de auditor, zoals vermeld in document jor 16 en jor 17.

Dhr. Dechanat heeft 4 bankrekeningen geopend: Krung Thai Bank, filiaal Pattayaklaang en filiaal Baan Amper; Kasikorn Bank, filiaal Pattayaklaang en filiaal Tjomthein. Verdachte 2 heeft een bankrekening geopend bij de Krung Thai Bank, filiaal Naatjomthien, om het vermogen op de rekening te zetten. Dit blijkt uit de documenten die de gegevens bevatten over controle van het geldverkeer in het binnenland, het formulier van de aanvraag om de bankrekening te openen, en de lijst van geldbewegingen van de bankrekening van dhr. Dechanat en verdachte 2, zoals vermeld in document jor 12 en jor 20.

In Nederland vindt nog onderzoek plaats in de zaak van verdachte 1, in verband met de aanklacht van witwassen en criminele organisatie, in strijd met de wet over handel in drugs in coffeeshops en de financiële voordelen daaruit.
De opsporingsambtenaar heeft beide verdachten gearresteerd. Bij de arrestatie en bij het ondervragen over de aanklacht dat er gehandeld is in strijd met de wet over criminele organisaties, en dat er gehandeld is in strijd met de wet in verband met het witwassen van geld, hebben beide verdachten ontkend. Dit is gebleken uit het proces-verbaal van de arrestatie, zoals vermeld in document jor 33 en jor 43 tot jor 46.

Er zijn nog onderwerpen die nader bekeken moeten worden om te bepalen of beide verdachten in strijd met de wet hebben gehandeld, zoals dit volgt uit de tenlastelegging. Beide raadslieden hebben gevraagd om de aanklacht nader te onderzoeken voor ze tot een definitieve aanklacht komen. De raadslieden vinden de aanklacht dubieus omdat de officier van justitie, in strijd met de basiswet van 25 december 2014, de tenlastelegging niet duidelijk heeft omschreven en niet duidelijk heeft gemaakt op welke dag en op welk tijdstip het vergrijp plaatsgevonden heeft.

De twee verdachten en hun handlangers hebben samen een strafbaar feit gepleegd in verband met drugs. Er waren drugs in het bezit. Hennepbezit is tegen de wet, hennep kweken is tegen de wet en de handel in hennep is tegen de wet. Bovendien hebben de verdachten samen gelden witgewassen in Nederland en in het buitenland. Er zijn pogingen gedaan om geld over te maken. Ook zijn er pogingen gedaan om de vorm en de omvang van het eigendom en het vermogen te veranderen. De herkomst van het vermogen is verborgen gehouden. Er zijn transacties gedaan die de werkelijke herkomst van het vermogen verborgen houden, om te verhullen dat het vermogen is verkregen door het plegen van strafbare feiten.

Daarom is het niet noodzakelijk om in de gegevens over het basisdelict over drugs de dag, het tijdstip en de plaats exact vast te stellen of duidelijk te maken. De aanklager heeft in de tenlastelegging van de twee verdachten over het strafbare feit niet direct naar de handel in drugs gewezen. De tenlastelegging van de aanklager heeft betrekking tot de wijze waarop de verdachten de strafbare feiten gepleegd hebben en over de personen, de plaatsen, de dagen en de tijdstippen die daarbij horen. Er is reden genoeg om beide verdachten te begrijpen in de tenlastelegging, die correct is en in overeenstemming met artikel 158(5). De tenlastelegging van de aanklager is niet dubbelzinnig of dubieus en is volledig in overeenstemming met de elementen die gelden voor het plegen van strafbare feiten, die de aanklager de gedaagden ten laste heeft gelegd.

De aanvraag om de aanklacht nader te onderzoeken in verband met het in strijd zijn met de basiswet van 17 maart 2015 leidt tot de conclusie dat het basisdelict niet in Thailand gepleegd is. De Thaise overheid is niet geschaad. De officier van justitie is niet bevoegd om te verhoren en de aanklager is niet bevoegd om te dagvaarden. Het is goed om te onderzoeken of de beide verdachten een strafbaar feit gepleegd hebben of niet.

In de eerste plaats is de Procureur-Generaal bevoegd om te onderzoeken of de aanklager bevoegd is om te dagvaarden of niet. Het feit is dat verdachte 1 op verschillende plaatsen in Nederland coffeeshops heeft gehad waar hennep verkocht is. Dat is een daad die buiten het Koninkrijk plaatsgevonden heeft, volgens de tenlastelegging in de dagvaarding. Is er sprake van een overtreding van de wet tegen witwassen of niet, en zo ja, hoe? De opsporingsambtenaar is bevoegd te verhoren en de aanklager is bevoegd te dagvaarden. Dit moet in overeenstemming met artikel 3, waarin de definitie gegeven wordt van het basisdelict over de overtreding met drugs volgens de wet inzake de preventie en bestrijding van drugs of de wet inzake maatregelen ter bestrijding van de drugsmisdaad. In lid 2 staat dat dit ook geldt voor misdaden buiten het Koninkrijk. Als de misdaad in het Koninkrijk plaatsgevonden heeft, geldt dit ook als basisdelict.

Omdat deze wet over de stabiliteit van het land gaat, mag niemand het Koningrijk Thailand misbruiken om het met misdaad verkregen vermogen van aard te doen veranderen, met name voor misdaden die buiten het Koningrijk begaan zijn. En het is niet toegestaan gebruik te maken van het Koningrijk als doorvoerkanaal van met misdaden verkregen gelden. Wettelijke overwegingen over de misdaad in drugs buiten het Koninkrijk zijn niet van invloed op de wet in het Koninkrijk. Het gaat om de soevereiniteit van ieder land, iedere staat afzonderlijk. Dus de overweging dat een daad in de andere staat wel of geen misdaad is, is niet relevant.

Als de daad in het Koninkrijk plaatsgevonden heeft en beschouwd wordt als misdaad volgens de Wet, is dit ook een basisdelict. Er is geconcludeerd dat verdachte 1 hennep verkocht en in het bezit was van hennep in Nederland. Indien verdachte 1 hetzelfde wil doen in Thailand, is de aanklacht verspreiding en bezit van hennep, een drug in categorie 5, zonder toestemming in Thailand. Het is een overtreding van de Opiumwet, artikel 26. Het is een wet over drugspreventie en -bestrijding. Zelfs als verdachte 1 hennep in Nederland verkoopt en bezit, is dat buiten het Koninkrijk en maakt het niet uit of dat een overtreding is in Nederland of niet.

Dit moet echter worden beschouwd als een basisdelict volgens de Anti-witwaswet, artikel 3. Indien het basisdelict buiten het Koninkrijk gebeurd is, is de Procureur-Generaal volgens de strafrechtelijke procedurecode artikel 20 verantwoordelijk, of autoriseert hij anderen. Toen de aanklager zijn onderzoek op 18 juli 2014 begon, heeft de Procureur-Generaal hem volgens bevel 1297/2557 nummer jor 22 benoemd, verwijzend naar de transnationale wet tegen georganiseerde misdaad nummer jor 24. Het onderzoek naar beide verdachten is correct en de aanklager is bevoegd om beide verdachten aan te klagen.

Hierbij moet ook in acht genomen worden dat de overtreding van beide verdachten, het basisdelict, verwijst naar de Anti-witwaswet artikel 5. Bij dit onderdeel verklaren beide aangeklaagden dat de officier van justitie het onderzoek buiten zijn bevoegdheid en buiten zijn gebied doet, welke de officier van justitie in Nederland heeft gevraagd. Volgens de aanklagers hebben de opsporingsambtenaren onderzoek gedaan naar witwaspraktijken en bewijs verzameld in overeenstemming met het recht tot onderzoeken en dit gedaan volgens de wet. De opsporingsambtenaren hebben de vermeende overtreding onderzocht op feiten.

Het verzoek van de Nederlandse officier heeft geen enkele betekenis met betrekking tot de overweging of het onderzoek correct gedaan is. De verdachte beweert dat zijn handelen in Nederland geen vergrijp is en geen reden tot vervolging is in Nederland. Wanneer een actie buiten het Koninkrijk wordt gezien als basisdelict, refererend naar de Anti-witwaswet, is dit alleen gelegitimeerd indien dit gebeurd buiten het Koninkrijk en de overtreding verband houdt met drugs. Zoals eerder vermeld is het niet noodzakelijk om het proces in het Nederlandse recht te overwegen. Dus men moet overwegen om de twee verdachten gezamenlijk aan te klagen voor de overtredingen in de transacties, zoals genoemd in aanklacht nummer 1.1 – 1.43.

De heer Mr. Eric van Orderlo, van de Nederlandse politie, heeft voor de aanklager getuigd en de relatie tussen de juridische entiteiten bevestigd volgens de details in het diagram van de bestuursstructuur van “The Grass Company”, verwijzend naar document jor 9. Het toont aan dat verdachte 1 de baten kreeg. Verdachte 1 heeft een broer genaamd Mr. Francis, die samen met verdachte 1 de eigenaar is van de eigendommen in Nederland, zoals de gebouwen die zijn onderzocht. Drie van de vier coffeeshops zijn op naam van een rechtspersoon genaamd “Het Laar…”  en “Het Laar Investment BV.”.

De getuige heeft de geldstroom gecontroleerd en heeft ontdekt dat het geld van de coffeeshop in Nederland is overgeboekt naar een rekening in Luxemburg, op een rekening van een Singaporese bank en naar Thailand. De getuige voor de aanklager, DSI, legt een samenhangende getuigenis af. De getuige heeft het bedrijf en de informatie over de vreemde valuta, de gelddoorvoer via het internet, en depositostortingen gecontroleerd en gevolg naar de rekening van beide verdachten. Alle banken zijn via een officiële brief verzocht om informatie en om de bankrekeningen te controleren. Men heeft toen een geldoverschrijving naar de bank Kasikorn gevonden, waar nog een deposito op staat, met documentnummer jor 12 van verdachte 1, als eigendom van verdachte 1.

Deze geldoverschrijving is via het internet gemaakt. Daarvoor moet gebruik gemaakt zijn van het wachtwoord van de originele bankrekening van de eigenaar in Duitsland, om zodoende het geld over te schrijven naar Thailand. Na controle van de locatie van de exploitatie van de twee aangeklaagden bleek het bedrijf, zoals vernoemd in het certificaat van de bedrijfs- en vennootschapsregistratie, niet gevonden. Ze vonden een lege kamer en een persoon in de omgeving vertelde dat daar niemand werkt en dat er geen onderneming is.

Volgens document jor 20 pagina 80/2 vertelde die persoon dat zij geautoriseerd is om te beschikken over het bankboek van verdachte 1, dat een geldoverschrijving heeft naar de bankrekening in Thailand. Daarnaast hebben de aanklagers eigendommen zoals huis, land, auto’s in een bepaalde tijdsperiode als echt geverifieerd, volgens document nummer jor 13, wat overeenkomt met de tenlastelegging van de aanklager in transactienummer 1.1 – 1.43. De twee verdachten hebben dit onderwerp niet verdedigd. Zij beweren dat dit geld uit andere zaken van de coffeeshop komt, zoals snooker, souvenirs, voedsel en drank zonder alcohol.

Dit zijn beweringen zonder bewijsmateriaal. Er kan niet aangetoond worden hoeveel geld van deze onderneming uit legale activiteiten afkomstig is. De argumenten van beide verdachten zijn zwak. Niet naar luisteren, dus luister alleen naar het gedeelte waar de aanklager de transacties van beide verdachten onderzoekt.

De aanklagers beweren dat beide verdachten samen de overtreding hebben begaan. De aanklagers hebben de taak om in detail te onderzoeken hoe verdachte 1 en de verdachte 2 de overtredingen hebben begaan. De andere transacties worden in aanmerking genomen volgens de rechtszaak, zoals het overschrijven van geld vanuit het buitenland naar de bankrekening, de geldonttrekkingen van deze bankrekening volgens de woorden van de aanklagers in 1.1, 1.2 1.9, 1.10, 1.12, 1.14, 1.16, 1.17, 1.21, 1.22, 1.23, 1.25, 1.26, 1.32, 1.34, 1.35, 1.36,1.37, de verhandeling van de jacht in 1.4 en 1.13, en het aankopen van het land onder de naam van Mr. Dechanat als commissaris, refererend aan 1.27, 1.28, 1.29, 1.30, 1.31, 1.33, 1.38,1.39, 1.42, 1.43. De aanklagers hebben niet onderzocht of verdachte 2 deze overtredingen samen met verdachte 1 heeft uitgevoerd en of er enig verband is met de verhandeling van de eigendommen. Dus luister alleen naar de overtreding van verdachte 1, volgens de tenlastelegging. Verdachte 2 heeft geen overtreding begaan in 1.1, 1.2, 1.4, 1.9, 1.10, 1.12 1.13 1.14, 1.16, 1.17, 1.21, 1.22, 1.23, 1.25, 1.26, 1.27, 1.28, 1.29, 1.30, 1.31, 1.32, 1.33, 1.34, 1.35, 1.36, 1.37, 1.38, 1.39, 1.42, 1.43.

Over de overtreding onder de klacht in nummer 1.3, 1.5, 1.6, 1.7, 1.8, 1.11, 1.15, 1.18, 1.19, 1.20, 1.24, 1.40, 1.41, niettegenstaande de naam van verdachte 2, die de aanklagers aldoor tonen, beweren beide verdachten dat het geld komt van verdachte 1, aangezien verdachte 2 geen inkomsten of ander geld heeft om in staat te zijn om deze eigendommen aan te schaffen. Het geld wordt dus beschouwd als het geld van verdachte 1. De twee verdachten worden samen aangeklaagd volgens nummer 1.3, 1.5, 1.6, 1.7, 1.8, 1.11, 1.15, 1.18, 1.19, 1.20, 1.24, 1.40, 1.41; in totaal 13 overtredingen. Beide hebben de overtreding begaan volgens de Anti-witwaswet.

Verdachte 1 moet volgens nummer 1.1, 1.2, 1.16, 1.17, 1.22, 1.23, 1.24, 1.25, 1.26, 1.32, 1.34, 1.37, in totaal 12 overtredingen, per overtreding 5 jaar de gevangenis in, in totaal 60 jaar.

Volgens nummer 1.4, 1.9, 1.10, 1.11, 1.12, 1.13, 1.14, 1.21, 1.35, 1.36, 1.42, 1.43, in totaal 12 overtredingen, moet hij per overtreding 2 jaar de gevangenis in, in totaal 24 jaar.

Volgens nummer 1.3, 1.5, 1.6, 1.7, 1.8, 1.15, 1.18, 1.19, 1.20, 1.27, 1.28, 1.29, 1.30, 1.31, 1.33, 1.38, 1.39, 1.40, 1.41, in totaal 19 overtredingen, moet hij per overtreding 1 jaar de gevangenis in, in totaal 19 jaar.
Het gaat om in totaal 43 overtredingen en hij moet voor 103 jaar de gevangenis in.

Verdachte 2 moet volgens aanklacht 1.24 voor 5 jaar de gevangenis in. Volgens aanklacht 1.11 moet zij de gevangenis in voor 2 jaar. Volgens de aanklachten 1.3, 1.5, 1.6, 1.7, 1.8, 1.15, 1.18, 1.19, 1.20, 1.40, 1.41, in totaal 11 overtredingen, moet zij per overtreding 1 jaar de gevangenis in, in totaal 11 jaar. Voor in totaal 13 overtredingen moet zij de gevangenis in voor 18 jaar.

De pleidooien en het onderzoek van beide verdachten zijn van nut geweest voor deze zaak en hebben geleid tot een strafvermindering van een derde deel voor beide verdachten.
Verdachte 1 moet de gevangenis in voor in totaal 68 jaar en 8 maanden.
Verdachte 2 moet de gevangenis in voor in totaal 12 jaar.

Voor verdachte 1 is, op basis van het totaal van de overtredingen, bepaald dat de celstraf 20 jaar bedraagt volgens de Strafwet, artikel 91, lid 2.
Verdachte 2 is vrijgesproken voor wat betreft nummer 1.1, 1.2, 1.4, 1.9, 1.10, 1.12, 1.13, 1.14, 1.16, 1.17, 1.21, 1.22, 1.23, 1.25 – 1.39, 1.42, 1.43.

Hierbij verklaar ik, Phuchita Rukwith BC., beëdigd vertaalster Thais-Nederlands, ingeschreven in het Register Beëdigde Tolken en Vertalers, WBTV-nummer 2600, beëdigd bij de arrondissementsrechtbank Utrecht, Nederland, Rep.nr. 225450 /KGRK07-110, dat deze vertaling een correcte vertaling is van het aangehechte document.

Als redactie deze aanvulling voor geïnteresseerden. Het is zaak dit vonnis aandachtig te lezen. Daarbij deze informatie: de rechter heeft veel overwegingen nodig om te verklaren dat de handel, het in bezit hebben van en het roken van cannabisproducten in Nederland niet strafbaar is maar in Thailand wel. De redenering is dan dat als de Van Laarhovens deze activiteiten in Thailand hadden ondernomen zij in dit land strafbaar waren geweest. Vervolgens wordt verklaard dat ook al hebben zij deze activiteiten niet in Thailand ondernomen, zij volgens de Thaise wet strafbaar zijn alsof dat wel het geval is geweest.

Het geld dat Johan van Laarhoven van zijn Europese bankrekeningen volstrekt legaal en natrekbaar naar Thaise bankrekeningen transfereerde is volgens dezelfde redenering illegaal drugsgeld en dus wordt elke transacties als een strafbaar feit beschouwd. In totaal is volgens het vonnis 9,595,070.68 Euros or 388,802,827. 72 THB naar Thaise bankrekeningen van hem zelf,  echtgenote en zakenpartners getransfereerd.

Van Laarhoven investeerde/handelde in Thailand in vastgoed en grond. Zoals bekend staat de Thaise wet buitenlanders niet toe grond te bezitten. Volgens een zegspersoon van Justice for Johan is dat de verklaring voor bankrekeningen en transacties op naam van zijn Thaise echtgenote, huishoudster, schoonvader van zijn echtgenote en Thaise zakenpartners. Er zouden zo’n vijftien verschillende firma’s met eigen ‘beheerders’ zijn geweest.

Voor elke banktransactie naar Thailand berekent de rechter een x-aantal jaren gevangenisstraf. Via de optelsom komt de rechtbank dan uit op de straf, aanvankelijk 103 jaar voor Johan en 18 voor zijn echtgenote Tukta. Inmiddels is op beide straffen aftrek toegepast, zodat Johan van Laarhoven ‘slechts’ 68 jaar op zijn conto heeft en zijn echtgenote 12. Het Thaise vermogen van het echtpaar – volgens Van Laarhoven in zijn brief aan Trefpunt 20 miljoen Euro – is geconfiskeerd.

Het echtpaar Van Laarhoven woonde voor het vertrek naar Thailand in 2008 in België. 

 

De Nederlandse politiek

Op 16 november 2015 hebben de Tweede-Kamerleden Bergkamp en Sjoerdsma de volgende schriftelijke vragen gesteld aan minister van buitenlandse zaken Bert Koenders en zijn collega van veiligheid en justitie, Ard van der Steur.

  1. Heeft u kennisgenomen van de berichten ‘Joeg Nederland Van L. de Thaise cel in?’ ‘Dit is bijna de doodstraf’ en ‘Vooruitzicht: twintig jaar hel’?

2. Klopt het bericht dat deze Nederlander door de rechtbank in Bangkok is veroordeeld tot 103 jaar cel? Hoeveel jaren zal de Nederlander daarvan in de praktijk moeten uitzitten?

3. Wat vindt u van dit vonnis? Zou u dit vonnis, net als de Bredase hoofdofficier van justitie, als ‘volstrekt begrijpelijk’ willen typeren?

4, Kunt u uiteenzetten voor welk strafbaar feit deze Nederlander is veroordeeld?

5. Is het bericht juist dat de veroordeelde zich volgens de rechters schuldig heeft gemaakt aan het witwassen van geld dat hij met de verkoop van cannabis uit vier coffeeshops in Den Bosch en Tilburg heeft verdiend?

6. Kunt u bevestigen dat de coffeeshops ten tijde van de verkoop beschikten over een gedoogverklaring? Kunt u in dit kader ook reageren op de uitspraak (d.d. 12 november 2015) van het gerechtshof in Den Bosch dat de coffeeshop The Grass Company zich aan alle regels van het gedoogbeleid heeft gehouden? Hoe verhoudt zich dit tot de beweerde witwaspraktijken van Van Laarhoven waarvoor hij nu in Thailand tot 103 jaar cel is veroordeeld? Bent u van plan de uitspraak van het gerechtshof in Den Bosch onder de aandacht te brengen van de Thaise autoriteiten? Zo nee, waarom niet?

7. Lopen coffeeshopexploitanten een risico op strafvervolging in het buitenland wanneer zij vermogen bezitten dat in Nederland is verkregen uit de gedoogde verkoop van cannabis, op het moment dat zij in het buitenland verblijven en dat land geen gedoogbeleid ten aanzien van de verkoop van cannabis in coffeeshops kent? Zo ja, acht u dit wenselijk? Indien u dit onwenselijk acht, wat gaat u hier aan doen?

8. Klopt de informatie zoals gesteld in het artikel ‘Unhappy ending in Thailand’ dat de in Bangkok gestationeerde Nederlandse politie-liaison in een brief aan de Thaise procureur-generaal een ‘request to initiate a criminal case’ deed tegen Johan van Laarhoven en diens echtgenote? Welke verzoeken deed de liaison officer nog meer in die bewuste brief? Kunt u deze brief aan de kamer zenden?

9. Kunt u aangeven hoe vaak het gebeurt dat de Nederlandse autoriteiten een verzoek richten aan een buitenlandse overheid ter zake een aldaar verblijvende Nederlandse onderdaan om een strafrechtelijk onderzoek naar deze persoon in te stellen?

10. Kunt u een uitvoerig feitenrelaas geven van de gebeurtenissen die hebben geleid tot het besluit deze Nederlander in Thailand te vervolgen en van de contacten daaromtrent tussen het Nederlandse openbaar ministerie, politiefunctionarissen (al dan niet werkzaam bij de ambassade) en de Thaise autoriteiten?

11. Kunt u uiteenzetten of en zo ja op welke wijze door de Nederlandse autoriteiten aandacht is besteed aan het uitleggen en duiden van het Nederlandse gedoogbeleid ten aanzien van cannabis aan de Thaise autoriteiten in deze zaak?

12. Bent u bekend met het bericht “Van Laarhoven: handjeklap en een barbecue”? Kunt u dit bericht bevestigen? Kunt u aangeven met welk doel de Nederlandse ambassade in Bangkok samen met de politie dit informele diner heeft georganiseerd

13. Klopt het dat de heer Thepprathanporn Thongkhlung de Thaise officier van justitie is en de zaak tegen de heer Van Laarhoven heeft bepleit? Is de heer Thepprathanporn Thongkhlung voor een diner uitgenodigd op de Nederlandse ambassade op 5 november 2015, een paar dagen voordat de zaak van de heer Van Laarhoven door de Thaise rechtbank zou worden behandeld (op 10 november 2015)? Zo ja, is hij op deze uitnodiging ingegaan? Zo ja, wat is er tijdens dit diner besproken?

14. Hoeveel Nederlanders zijn er momenteel gedetineerd in Thailand?

15. Kunt u aangeven op welke wijze de consulaire bijstand aan Nederlandse gedetineerden in Thailand, in het bijzonder in Bangkok, is ingericht? Kunt u aangeven welke bijstand de ambassade biedt, welke steun wordt geboden aan gedetineerden en of hen bezoeken worden gebracht?

16. Kunt u aangeven op welke wijze namens de Nederlandse regering in Thailand zorg wordt gedragen voor een behandeling die voldoet aan internationaalrechtelijk te stellen eisen aan menswaardige detentie? Kunt u in dit kader ingaan op de situatie die geschetst wordt door een ex-gedetineerde in het artikel ‘Vooruitzicht: twintig jaar hel’?

Op 7 december heeft minister Van der Steur namens zijn collega van buitenlandse zaken de Tweede Kamer laten weten dat ‘de vragen over een voormalige coffesshophouder niet binnen de gebruikelijke termijn kunnen worden beantwoord’. Als reden geeft Van der Steur op dat alle voor die beantwoording nodige informatie nog niet beschikbaar is’. Hij belooft zo spoedig mogelijk de Kamer volledig in te lichten.

Redactie
Over Redactie 565 Artikelen
De auteursnaam van de redactie van Trefpunt Azië. Wij publiceren onder deze naam berichten van de redactie en bijdragen die niet onder naam van de bron kunnen worden geplaatst.

4 Comments

  1. Je leest allemaal hoe de Thaise overheid reageert op het fel bekritiseerde vonnis in de zaak van de ‘eilandmoorden’ (‘een plan om Thailand te beschadigen’ is een van de kreten) dus of de Thaise overheid het gezichtsverlies aan kan door -hangende het hoger beroep- met Nederland over uitlevering van Van L te praten is iets waar je naar mijn mening niet te hard op moet rekenen.

    Over die 17 maanden: een trieste zaak indien men onschuldig is. Maar is de laatste tijd niet gebleken dat ook in Nederland mensen onschuldig hebben vastgezeten en dat jaren lang? Het recht op vrijheid is die mensen jarenlang onthouden en dat door falen in Nederland. Het terechtwijzende vingertje alleen naar Thailand opsteken zul je mij om die reden niet zien doen.

  2. Beste Erik, waar blijkt uit dit stuk dat we de rechtspraak in dit land moeten wantrouwen? Wij doen niks voorkomen, we heben het vonnis gepubliceerd met een korte uitleg eronder. Je zegt dat dit vonnis voor jou ‘te mager’ is om een oordeel te vellen. Over wat? De zaak van schuld of onschuld is niet aan de orde, het gaat om de overwegingen van de rechtbank. Die zijn duidelijk zat. Je laatste alinea is wat dat betreft veelzeggender dan je eerste.

    Onze verontschuldigingen voor de leesbaarheid van de tekst. Zullen we verbeteren. Zoals gezegd we hebben ook een Engelse vertaling (gelijke lengte als de Nederlandse) van het vonnis. Die is een stuk duidelijker dan de Nederlandse. Ook hebbben we het 67 pagina tellende stuk (PDF, 17mB bestand) met overwegingen en vonnis in het Thai. Desgewenst kunnen we dat toesturen.

    Besef ook dit. De zaak is in hoger beroep, schrijf je, laten we dit nu afwachten. Waarom? Het echtpaar Van Laarhoven zit intussen al ruim 17 maanden in een Thaise gevangenis en daar zal nog heel wat bijkomen tot het hoger beroep een feit is. Laten we voor hen hopen dat de Nederlandse en Thaise autoriteiten een weg vinden om overdracht aan Nederland mogelijk te maken.

    • Beste TT-collectief De Rappe Pen ,
      U bent een van de weinige die het vonnis durft te publiceren , hartelijk dank hiervoor.
      Graag ontvang van u het 67 pagina tellende stuk (PDF, 17mB bestand) in Thai.

      groeten
      Jan

  3. Helaas een volstrekt onleesbaar vonnis door de ophoping van woorden. Geen alinea of andere indeling te ontdekken en dat is jammer. Van aandachtig lezen komt op deze manier niets. En enkel dit vonnis is voor mij te mager om een oordeel te vellen.

    De zaak is onder de rechter en dat hebben we te respecteren. Of de familie Van L terecht in dit land voor de rechter staat zal in beroep worden beoordeeld en laten we dat nu afwachten. Als we de rechtspraak hier zo moeten wantrouwen als ‘De Rappe Pen’ doet voorkomen dan moeten we de stap durven zetten en verkassen.

    Maar houdt het vonnis stand in die zin dat wat in Nederland mag maar in Thailand niet tot veroordeling in Thailand kan leiden dan zal bij emigratie beter advies voorhanden dienen te zijn dan er nu is. Dan zou je als gepensioneerd arts voor een in Nederland volgens de wettelijke regels uitgevoerde abortus en/of euthanasie hier de bak in kunnen draaien. Dat zou de wereld op zijn kop zijn.

Reacties zijn gesloten bij dit onderwerp.