Thailand. Vals licht

De halfwas jongen staat vandaag opnieuw voor onze shop. Hij haalt vooralsnog zijn volle draadrol met internetkabel op.

Een klos witgrenen grofgezaagd hout van beslist een halve meter doorsnede, loodzwaar, gisteren om drie uur eigenhandig door hem binnengerold. Ze was pas aangesproken, genoeg om nog een hele straat Thai-families een connectie op het web te geven. Hij was ze vergeten.

Die klos had ik al in de gang klaargelegd, maar ik verwachtte eigenlijk niet dat hij ze zou missen. We hadden erop ingestoken, Kung en ik – ik wedde tweehonderd tegen haar honderd baht dat hij ze zou vergeten. Noppes, hij kwam en ik verloor.

Waar ging ze mijn twee rode bankbiljetten uitgeven? Bij de Thai-Lao Friendship Bridge op die markt waar dat frivole gehaakte topje hing? Of integendeel dat oorjuweel van de slentermarkt aan de Mekong-oever, hartje Nong Khai, waar ze me op had gewezen?

Misschien had die jongen een flinke uitbrander van zijn baas gekregen. Gisteren toonde hij zich nogal afwezig tijdens de klus, helemaal niet bij de pinken, zijn stakerige knieën zaten hem in de weg.

Zoals de dag voor heden schiet hij uit zijn platgetrapte gummi slippers voor hij binnenkomt. Hij jaagt door de gang als de bliksem en ratelt in het Thais, tegen Kung. Gisteren kwam er geen woord uit hem.

Hij heeft een rood sportjack om en zijn haar staat wild alle kanten uit. Het zal zeker indruk op zijn beugelvriendinnetjes maken. Hij snelt in een ommezien weer weg. Dat ging vlug vandaag.

Het werd uiteindelijk True Internet, niet dat ze de beste prijs aanboden, wel kwam de meest overtuigende verkoper langs. Daar is Kung ongemeen sensibel voor, Kung staat zelf in de verkoop en apprecieert dat beetje meer.

Daarentegen is ze onverbiddelijk en hardvochtig voor niet-attente collega-verkopers. Stappen we een winkel binnen en schieten ze niet direct vanachter de schermen tevoorschijn, dan zegt ze botweg luidkeels: ‘Pah, we go, they not want to sell.’ In het Thai tegen zogezegd niemand en dan in het Engels tegen mij. Tsja, vierentwintighonderd baht gage per maand geeft een verkoopster niet echt een reden om te vliegen.

Daarbij, daarbij… Kung had op staande voet wifi nodig. Ik ook trouwens, maar ik schal dat niet luidop als zij door onze huiskamer. True Internet kon het waarmaken. Ze hingen nog dezelfde dag in de palen, ze stonden nog dezelfde dag met vier man in onze straat, in onze shop, in onze slaapkamer, onvoorstelbaar!

Kung staat al een tijd als mijn vaste vriendin geboekstaafd, zij heeft mijn familie al enkele keren ontmoet, maar ik de hare nooit – voor Thaise begrippen de omgekeerde wereld. Sinds gisteren opende ze haar Herbalife-shop – food nutrition – vlakbij het centrum van Nong Khai. Promoting Health, Weight Loss & Extra Income. Alle goede dingen bestaan uit drie!

Ik heb de supervisie. De hele rataplan heb ik gefinancierd, maar toegestemd, er is annex ruime slaap-en badkamer en kleine keuken. Dus ben ik er ook! Toe maar, het scheelt danig in de kosten. Kung stort zich graag in kleine avonturen waar ze het einde niet van ziet. Het zij zo, ik erken haar durf om nu en dan niet redelijk te zijn.

Gisteren heeft die jongen met zijn rode jack nagels in de muur van onze slaapkamer zitten slaan. Als je met je gedachten elders bent… dan duurt dat een eeuwigheid lang, nagels inslaan. Dat bleef duren. Onze eerste echte eigen slaapkamer in dit land. Tot nog toe hadden we het op cheap guesthouses gehouden.

Er zijn falang die het slimmer aan de dag leggen, zich een Thaise schoonheid zoeken die al een huisje heeft, of een appartement, of een annex bij baba en mama. Dat is slim. Hoewel… dan wordt het een techniek onder de knie leren krijgen waarbij je – buiten de slaapkamer – ook maar de minste schijnbeweging van genegenheid voor je liefste leert te vermijden. Ze vinden het nog altijd ongepast in de familiekring, aan het station, op de vlieghaven een knuffel te geven.  Ik vind het nog altijd onbegrijpelijk – deze cultuur van het vermijdingsgedrag.

Die jongen met zijn rood jack, ik dacht dat hij stond te dromen. Ik liep maar weer weg uit onze slaapkamer die nu helemaal overhoop lag. Tangen en schoevendraaiers, de kabelhaspel, routers, cutters, nagels, hamers, twee ladders, een korte en een voor aan het plafond. Hij begon telkens weer opnieuw – rafelige gaten – ze pokten de muur met centimeters tegelijk. Ik hield mijn hart vast.

Ik leidde honderd levens vol spanning. Ik nam maar een ijskoude Chang bij onze buurman, zit aan zijn betonnen terrastafel op zijn betonnen boomstam, in vurige hippiekleuren die in de gardenshops van heel Thailand nog altijd opgeld maken.

Wij hadden de voorbije dagen ons uiterste best gedaan om de muren in dat strak luchtig paars te verven en alle vroegere gaten te dichten. Het oogde bevredigend. Een paars resoluut door mij gekozen, de kleur heeft iets met ons voorhoofdschakra te maken, ons hogere brein.

Het punt bevindt zich tussen onze ogen. Doelbewust gekozen, ietwat venijnig en vals van mij. Ik hoop Kung iedere dag van ’s morgens vroeg – tijdens haar gezondheidssessies met de buurvrouwen, haar eerste klanten – tot als ze in slaap valt – al vroeg – in een bad van geestesverruiming te dompelen. Uur na uur, dag na dag, week na week paars.

Ik wacht af tot de violette zinderingen iets bij haar los beginnen te trillen. Zolang, zolang tot er een effect ontstaat. Vertaald naar de eigenzinnigheid van Kung: zolang tot ze eindelijk haar verstand zal gebruiken. Eerst moet er chaos zijn, aleer er vormen van orde voor de dag kunnen komen.

Onze slaapkamer zag er beroerd uit toen de slungel met zijn rood sportjack finaal als laatste vertrok. Daarvoor – hij klopte en klopte, hamerde en hamerde. Hij is nog erg jong, zeventien of zelfs mogelijk maar vijftien. Hij doet dat niet goed, zijn gehamer. Ik weet dat, ik leerde mijn jongste zoon jaren geleden al aan, hoe een hamer te hanteren.

Ik wil naar hem toestappen en het voordoen. Ik doe het niet.  Ik weet niet hoe Thai reageren als je ze corrigeert. In feite weet ik ergens in mijn achterhoofd dat ze er giftig van kunnen zijn. Een Thai houdt niet zo van correcties, dan gaat hij af.

Deze jongen hamert met zijn onderarm en met de beweging vanuit zijn elleboog, zo kloppen Thaise vrouwen erop los als ze kwaad zijn, vermoed ik. Dan leg je het gewicht van je arm in de slag. Niet goed! Nee, nee, zo niet! Je moet het soepel vanuit je pols doen en de hamer zijn eigen gewicht op de nagelkop kracht laten geven. Een schuine slag of je iemand een oorveeg geeft.

Laat alles zijn eigen deel van het werk vervullen, ook deze hamerklauwkop. Help hem alleen maar. Wijs de weg. Dat is de ware lering. Het is een soort van vegen, zoals wij dat onder elkaar verwoorden, mijn zonen en ik. Ik heb er ooit nogal wat met plezier op los geveegd! Ik heb mijn hele huis verbouwd.

Maar ik weet het, dan moet je veel trefzekerder slaan, vrijelijker sturen en krijgt de hamer een zekere eigenzinnigheid. Die heb je niet in de hand. Je geeft de steel alleen het vertrouwen mee, dat je juist slaat, meer niet. Het vertrouwen dat alles de juiste richting uitgaat.

Ik heb alles achter me gelaten wat eigengereid of eigenzinnig is. Drukdoenerij, allemaal drama, het verkort alleen je leven en zet je op het verkeerde been. Schijnpaden die men zijn emoties opstuurt. Men houdt zichzelf voor het lapje en voor anderen wordt men een doolhof. De enige weg die we te gaan hebben heeft geen einder.

Niet zo Kung! Bij haar zit er nog altijd een fors koppetje dwars. Zij zoekt nog altijd een podium.

Gisteren moest de router nog met alle halsstarrigheid in onze slaapkamer en niet in de office-ruimte van haar shop. Want in bed doet ze veel internet-verkoop. Vandaag is ze erachter gekomen dat zo’n router schadelijke stralingen des nachts over onze slaap uitzendt. Pal in onze hoofden. Het verstoort onze dromen. Het wijzigt ons seksleven. Lap, daar gaan mijn paarse frequenties!

‘Tonight I ha-we bad dw-eams! Not sleep!’ Ze heeft in die tijd heel, heel veel met vriendinnen en collega’s over en weer getikt. Ze hebben haar hun meningen gratis doorgestuurd. Ze hebben stuk voor stuk in haar hoofd postgevat. Als er weer een fwiew-fwì-fwiew van Samsung binnenkomt, merk ik soms op: ‘They really try to help you night and day. Do you same for me?’

Mijn eigen goede raad weggeven? Mijn eigen goede raad weggeven – voor niks? Hahaha! Zij lacht mijn wenken weg. Pffff, met een flauw gebaar. In haar ogen ben ik een dilettant. Het had mijn ijdelheid kunnen strelen, dat ze me nog als zo jong ervaart.

Als we op onze blinkend nieuwe fietsen door Nong Khai rijden, als kalvertjes door de wei, rijdt ze nooit voorop. Nee, achter mij roept ze alleen voortdurend: ‘Take ca-we. Watch out. Be ca-wefull.’ Met schelle stem roept ze dat, ik hoor het nog, zelfs als er tegenwind is. Waarom is ze zo bezorgd om mij? Zo maakt ze me pas onzeker.

Vanmiddag had ik het even niet meer. We hadden de overdrukke zesvaksweg van Udon Thani naar centrum Nong Khai over te steken. In haar jachtigheid en haar opgekloptheid verstrikte ze haar voorwiel in mijn pedaal. Daar lagen we even op het naakte bestofte asfalt en de knotsgekke pick-ups stormden aan als de strijdwagens in de Ben Hur van 1959, originele versie.

Ik heb bij het rechtkrabbelen even ter plaatse serieus en heel hard gevloekt in mijn moedertaal, ik moet dat nog in het Thais leren. Maar ik had niet na te denken, ik moest onze fietsen ontwarren en inclusief Kung zo vlug ik kon achteruit slepen. Het waren vloeken als een reeks gesnauwde orders van een kolonel. De knotsgekke pick-ups raasden rakelings op een haar na voorbij. Mijn hart ging haast overstag.

Zwart als ziedend pek, met van die fonkelende ogen keek ze me aan, alsof ik haar dodelijk gekwetst had. En dat echte gevaar, dat ze dood had kunnen zijn en platgereden – dat was al uit haar hoofd vervlogen, daar denkt ze niet meer aan. Mij maakt dat niets meer uit – die woede. Het is drama.

Het is waar, die router heeft koelribben en vandaar viel er een eigenaardig groen licht op de muur tegenover ons bed vannacht – een vals licht – in drie strepen, stroboscopisch, zo’n kleurtje als in E.T. En oké, licht is ook een stralingsfrequentie, maar ik geloof zeker dat haar Samsung meer stralingsgevaar haar ene oor instuurt en het andere uit dan mijn stralende genegenheid voor haar kan doen.

Maar die router, daar is het allemaal mee begonnen. De jongen met dat rode jack en zijn dolle hamer, hij was eerst in de muur aan het voeteneinde van ons bed beginnen te nagelen. Hij kreeg ze moeilijk in het cement en ze volgden op hun beurt hun eigen willekeurige weg. Scheef dus.

Hij begon opnieuw en opnieuw. De halve muur ging eraan, zonder resultaat. Het was pokdalig werk. Zijn aandoenlijke volharding deed me wat en ik zocht koortsachtig naar mijn innerlijke balans.

Uiteindelijk lukte het, maar hij was met zijn gehamer al zo ver over onze mooie paarse muur heen gewandeld dat de toevoerdraad plots mysterieus te kort bleek. Dus pakte hij de tweede muur aan, de muur aan de kant waar ik in bed lig. Uiteindelijk lukte het, twee nagels op de juiste afstand van elkaar, mooi horizontaal. Good boy!

Zo hangt onze router er nu bij.

Zijn gifgroene stroboscopische lijnen in vals licht zijn het baken in mijn onrustige slaaphoudingen. Maar hij kan zijn onvolprezen werk doen: een publiek van vriendinnen doorheen heel Thailand bij ons binnenloodsen. Wees gerust, ik hou het been stijf. Loodsen zijn wel baas, maar niet de kapitein van het schip.

Alphonse Wijnants
Over Alphonse Wijnants 25 Artikelen
Alphonse Wijnants is gewezen leraar en directeur van middelbare scholen. Voormalig copywriter. Heden: Ronddwalen in Zuidoost-Azië en kortverhalen schrijven over mensen en voorvallen aldaar.

1 Comment

  1. Herkenbare sfeertekening van de eigenaardigheden en gewoontes in het leven van alledag in Thailand, met oog voor detail en boeiende schrijfstijl.
    Genot om te lezen!

Reacties zijn gesloten bij dit onderwerp.