Mijn Azië: Vakbonden in Thailand en de verdwijning van Thanong Pho-arn

Vakbonden in Thailand zijn altijd door de staat tegengewerkt en speelden nooit een grote rol bij de verbetering van de arbeidsomstandigheden van Thaise arbeiders. Dat geldt in mindere mate voor de staatsbedrijven. De verdwijning van vakbondsleider Thanong Pho-arn in juni 1991 is daarvan het symbool.

Thanong Pho-arn

Thanong Pho-arn was een vakbondsleider voor staatsbedrijven, president van de Federatie van Thaise Vakbonden en vice-president  van de Internationale Federatie van Vrije Vakbonden. Op 23 februari 1991 pleegden de opperbevelhebber van de strijdklachten Suthorn Kongsompong (de vader van de huidige legercommandant Apirat Kongsompong) en legercommandant Suchinda Kraprayoon een staatsgreep tegen de regering van Chatichai Choonhavan en gingen regeren als de Raad voor Nationale Vrede, de NPKC. De coupplegers wilden corruptie bestrijden, een betere administratie opzetten en de monarchie beschermen waarbij ze verwezen naar de dreiging van moordaanslagen in de tachtiger jaren.

Tino Kuis, Vakbonden in Thailand, Thanong Pho-arn

De junta verbood niet lang na haar aantreden alle activiteiten van de vakbonden. Thanong verzette zich openlijk tegen deze uitsluiting van vakbonden in het publieke domein en sprak zich in krachtige termen uit tegen de machtsgreep van de militairen en het uitroepen van de noodtoestand. Hij organiseerde begin juni 1991 een betoging op de Sanaam Luang. Hij merkte dat hij in die tijd daarna werd gevolgd en hij kreeg ook telefonische doodbedreigingen.

Thanong was van plan in juni de jaarlijkse bijeenkomst van de International Labor Organization (ILO) in Genève bij te wonen. Het ministerie van binnenlandse zaken schreef hem een brief met een verbod die vergadering te bezoeken. Thanong was van plan dat bevel te trotseren. Hij vertelde zijn vrouw Rachaneeboon dat  ‘…als hij drie dagen niets van zich liet horen, hij zou zijn gearresteerd, en als het meer dan zeven dagen zou zijn, hij al dood zou zijn…’

Op 19 juni 1991 verdween Thanong. Zijn auto met tekenen van een gevecht werd leeg aangetroffen voor zijn kantoor. Daar lagen ook nog de insuline-injecties die hij nodig had voor zijn suikerziekte. De plaatsvervangende minister van binnenlandse zaken zei, dat Thanong waarschijnlijk zijn vrouw en gezin was ontvlucht.

Een politie onderzoek leverde niets op. Na de opstand Black May in 1992 die generaal Suchinda verjoeg en tientallen doden veroorzaakte, stelde de regering van Anand Panyarachun een comité in om de verdwijning van Narong te onderzoeken. Dat comité kwam na twee maanden onderzoek tot de conclusie dat er geen enkele aanwijzing was wat er met Narong was gebeurd. Het weigerde echter het volledige rapport vrij te geven. Een zelfde gang van zaken bij de twee parlementaire comités in 1993 en 1994. De internationale vakbondsorganisaties steunden de weduwe van Narong en hun twee jonge kinderen financieel.

Een korte en onvolledige geschiedenis van de vakbonden in Thailand

Tot ongeveer 1950 bestond de arbeidersklasse in Siam/Thailand voor het grootste gedeelte uit,  oorspronkelijk Chinese, werkmigranten. Zij groeide onder het bewind van koning Chulalongkorn (Rama V, 1868-1910), vooral door de toenemende openbare werken als (spoor)wegen, en andere infrastructuur. De bevolking van Bangkok bestond toen voor 30-50% uit mensen van Chinese afkomst. In 1910 was er een grote staking die Bangkok plat legde en Koning Vajirawuth (Rama VI, 1910-1925) de stuipen op het lijf joeg. Er ontstond een anti-Chinese sfeer die zich bijvoorbeeld uitte in een wet uit 1934 die beval dat de helft van de werkers in rijstmolens uit echte Thais moest bestaan.

Na 1950 werd de immigratie uit China stopgezet en kwamen meer Thais, hoewel nog in geringe mate, het werkvolk versterken. De bevolking nam sterk toe in die tijd maar er was nog voldoende te ontginnen land om die aanwas in vooral de boerenbevolking op te vangen. Zo tussen 1970 en 1980 verdween die mogelijkheid en bovendien nam het aandeel van de industrie in de Thaise economie die met soms boven de 10% groeide, snel toe. Steeds meer boeren uit de periferie gingen werken in de nieuwe fabrieken in Bangkok en omstreken, eerst in de perioden waarin de landbouw stil lag en later ook meer permanent.

Deze ontwikkeling bevorderde de verdere ontwikkeling van vakbonden die voor het eerst in de dertiger jaren de kop opstaken bijvoorbeeld bij de spoorwegen en het tramwezen in Bangkok. Na de Tweede Wereldoorlog nam ze snel in omvang toe. Zo was er op 1 mei 1947 een bijeenkomst van 70.000 werkers uit rijstmolens, houtzagerijen, havenarbeiders en spoorwegen.

Een omslag kwam toen in 1958 generaal Sarit Thanarat de macht greep. Hij verbood alle activiteiten van vakbonden, hij vond dat werkgevers en werknemers in onderlinge harmonie samen met Vadertje Staat de arbeidsomstandigheden moesten regelen. Hetzelfde gebeurde in 1991 toen generaal Suchinda Krapayoon een staatsgreep pleegde.

Tino Kuis, Vakbonden in Thailand,

Na de opstand van oktober 1973 brak er een meer open en vrije tijd aan. Terwijl daarvoor het aantal stakingen per jaar misschien een twintigtal bedroeg was dat in deze periode tussen de 150 en 500 per jaar. De boeren organiseerden zich en eisten verbeteringen in pacht en eigendomsrecht. Dat leidde in die jaren al tot moorden op zo’n 40 boerenleiders en die beweging stierf na de massamoord op de Thammasat Universiteit in oktober 1976 (zie de link hieronder). In 1976 werd ook de leider van een Socialistische Partij Boonsanong Punyodyana,vermoord.

Eigenlijk hebben alle regeringen sinds 1945 hun uiterste best gedaan de invloed van vakbonden op het regeringsbeleid de kop in te drukken.

Toch kwam in de meer vrije periode tussen 1973 en 1976 een wet tot stand om vakbondactiviteiten te regelen. Vele van die regels gelden nu nog. Zo mag een vakbond alleen een enkel bedrijf of bedrijfstak vertegenwoordigen bij onderhandelingen, en alleen als meer dan 20% van de werknemers in dat bedrijf vakbondslid is. De vakbond moet geregistreerd zijn bij het ministerie van arbeid. Een overkoepelende vakbond is toegestaan maar ze mag niet onderhandelen voor alle werknemers samen. Werkmigranten uit de omliggende landen mogen geen lid worden van Thaise vakbonden.

Om bovenstaande redenen zijn de vakbonden in Thailand erg versnipperd, het zijn er wel meer dan duizend. Ze concurreren ook nog eens met elkaar, hebben weinig leden (slechts 3,7% is lid) en geringe inkomsten en zijn daarom zwak en weinig effectief. Bijna 80% van alle vakbonden bevinden zich in Groot-Bangkok terwijl de helft van alle 76 Thaise provincies geen vakbonden kennen. De vakbonden van de staatsbedrijven zijn daarop een uitzondering. Zij steunen meestal het regeringsbeleid en genieten voordelen als een salaris wat soms 50% hoger ligt dan in andere bedrijven, en andere meer gunstige arbeidsvoorwaarden.

Daarnaast voerden bedrijven een politiek om actieve vakbondsleden te weren. Ze werden vaak ontslagen of op andere, soms onwettige en gewelddadige, manieren tegengewerkt. Bij een staking werd nogal eens het bedrijf gesloten om ergens anders opnieuw te worden opgezet met bijvoorbeeld  alleen stukwerk waar geen regels aan verbonden waren.

Deze drie elementen, een regeringsbeleid en wetten die de effectiviteit van vakbondsingrijpen belemmert, een zwakke organisatie van de vakbonden zelf en een vrijbrief voor bedrijven om vakbondsactiviteiten tegen te werken hebben er voor gezorgd dat over het algemeen arbeidsvoorwaarden in Thailand slecht zijn geregeld. Ook de informele sector, waar zo’n 50-60% van alle werkende aan meedoet is nauwelijks georganiseerd en kan dus ook geen vuist maken.

Het hieronder genoemde boek van Pasuk zegt dan ook als besluit van het hoofdstuk ‘Arbeid’:
‘Arbeidskrachten en organisaties werden een politieke geest wiens verschijning dictators en hun vrienden achtervolgden’.

Voornaamste bron:
Pasuk Phongpaichit en Chris Baker, Thailand, Economy and Politics, 2002

Over de boerenprotesten: https://www.thailandblog.nl/geschiedenis/boerenopstand-chiang-mai/

Voor wie meer wil lezen over vakbonden in Thailand, een meer recent artikel uit 2010: https://library.fes.de/pdf-files/bueros/thailand/07563.pdf

Citaat daaruit:

“Gedurende hun lange geschiedenis hebben Thaise vakbonden onder verschillende regeringen een onzeker bestaan gehandhaafd. Op dit moment zijn er geen tekenen van een grote verschuiving in het arbeidsbeleid.

De militaire staatsgreep van 2006 en de terugkomst van conservatieve elites en het leger die altijd argwanend zijn geweest ten opzichte van arbeidsorganisaties en een verzorgingsstaat, zullen naar verwachting schadelijke gevolgen hebben voor de Thaise arbeidsgemeenschap. De politieke crisis en de sociale verdeeldheid na de staatsgreep hebben ook bijgedragen aan de splitsing binnen de Thaise arbeidersbeweging

De toegenomen druk van regionale en wereldwijde concurrentie op Thaise bedrijven als gevolg van de financiële crisis van 2008 heeft de weerstand van de werkgever tegen vakbonden vergroot en de onderhandelingspositie van Thaise vakbonden verder verzwakt.

Een van de belangrijkste uitdagingen voor de Thaise arbeidersbeweging blijft haar zwakte in termen van interne democratische en efficiënte structuren, evenals eenheid en coördinatie binnen de arbeidersbeweging.”

 

Ook op Trefpunt: het niet zo sociale gezicht van Thailand

Tino Kuis
Over Tino Kuis 134 Artikelen
Tino Kuis. gepensioneerde huisarts, woont in Zutphen. Na zijn opleiding werkte hij drie jaar als tropenarts in Tanzania en daarna vijfentwintig jaar als huisarts in Vlaardingen. Hij heeft in Nederland drie volwassen kinderen. Tino verbleef van 1999 tot 2017 in Thailand. Zijn 18-jarige Thaise zoon studeert in Chiang Mai. Tino heeft zich gespecialiseerd in Thaise taal, cultuur en geschiedenis.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*