‘Vaarwel Soerabaja’ van Femmy Fijten

Half oktober verschijnt de nieuwe roman van Femmy Fijten: ‘Vaarwel Soerabaja’.
Het boek zal in Museum Bronbeek worden gepresenteerd. Fijten oogstte lof met haar debuutroman: ‘Terug naar Bandung’. De indrukwekkende geschiedenis van Nederlands-Indië blijft haar nog altijd boeien. Met name de strijd rond Soerabaja heeft diepe indruk op haar gemaakt. Voor de roman ‘Vaarwel Soerabaja’ las zij (dag)boeken en aantekeningen over de aangrijpende gebeurtenissen die zich hebben afgespeeld in de periode 1942-1950 in die stad. Daarnaast voerde zij open gesprekken met een voormalig KNIL-militair uit Soerabaja en zijn vrouw.

Korte inhoud van de roman

Als Freddy Ribauwt in 1926 wordt geboren lijkt een mooie toekomst voor hem te liggen. Hoe anders pakt dat voor hem uit als in 1942 de Japanners Nederlands Indië bezetten. Zijn vader wordt meteen krijgsgevangen genomen. Freddy is verdacht als Indo, half Nederlands, en wat eerst een pre was, blijkt een steeds groter nadeel te worden. Hij heeft de zorg voor zijn broertje Emo, die niet helemaal snugger lijkt. Zijn Javaanse moeder heeft een ambivalente houding tegenover haar knappe en intelligente Indozoon. Hijzelf, vrienden en geliefden krijgen het zwaar te verduren tijdens de verschillende oorlogen.

Mensen die de strijd hebben meegemaakt

FemmyWEBresolutie-3‘De personages zijn gemodelleerd naar diverse mensen die daadwerkelijk de strijd hebben meegemaakt’, zegt Femmy, als ik haar spreek in haar woning in Arnhem. ‘Rick Berlauwt heeft een grote bijdrage geleverd aan de protagonist Freddy Ribauwt, net als ik een inwoner van Gelderland (Heveadorp).’
Wie is Rick Berlauwt?
‘Mijn roman is gebaseerd op zijn levensverhaal. In Indië was hij achtereenvolgens mulo-leerling, ijskoerier, veehouder, chauffeur bij het Rode Kruis, KNIL-militair en werknemer bij General Motors.’
Hoe ben je aan je informatie gekomen?
‘Naast Rick Berlauwts informatie heb ik gebruik gemaakt van de dagboeken en aantekeningen van Mevrouw Keilman (archieven Bronbeek), Jan Jagtman (persoonlijke aantekeningen), Toos Blokland (Toos Blokland (2012) Vrouwenleed, uitgeverij Gopher), de naslagwerken Macaber Soerabaja (R.L. Klaessen, ‘Macaber Soerabaja 1945. Uitgave Boek & Blad S.L., Altea, Spanje, 1990). Platen en prentenboeken van Soerabaja met afbeeldingen uit die tijd en diverse websites, zoals Javapost. En natuurlijk heeft een reis naar Indonesië geholpen een beeld van het land

Indonesisch of Indisch?

Veel mensen weten het verschil niet tussen Indonesisch en Indisch. Rick Berlauwt zelf schrijft daarover:
‘Ik ben niet Indonesisch, maar ik ben Indisch. Ze snappen nog steeds niet wat het inhoudt. Wij zijn geboren en getogen in Nederlands-Indië; gemengd ras. Ook wel Indo’s of Indo-Europeanen. Maar we spraken Nederlands en voelden ons Nederlanders.’

Proloog

 Op 7 april 1926 stond Henri Ribauwt een sigaret te roken op de veranda van zijn huis. Hij leunde tegen een pilaar, zijn hoofd gebogen, linkerhand in zijn broekzak. Zijn blonde haar was gebleekt door de tropenzon, zijn gezicht en armen waren gebruind. Een lange, slanke man in een lichte pantalon en een wit linnen hemd. De mouwen opgerold alsof hij aan het werk ging. Hij keek over de velden terwijl hij de rook in kringetjes uitblies.

Steels wierp hij een blik in de richting van het huis, preciezer, naar de kamer waar hij kreten vandaan hoorde komen. Daarna keek hij weer naar het suikerriet. Het stond er manshoog bij. Er was niemand op de velden. De mensen werkten niet in de hitte van midderdag. Hij drukte gedachteloos onder zijn zool de peuk uit.

Er hing een vage geur van melasse in de lucht. Geen blad bewoog aan de bomen. Toch hoorde hij even de tinkelende geluiden van het windorgeltje. Daarna was er niets, helemaal niets. Nogmaals veranderde hij van houding, de planken van het dek kraakten. Met een zakdoek wiste hij het zweet van zijn voorhoofd, schudde een nieuwe sigaret uit het pakje en stak hem aan met de ruime vlam van zijn benzineaansteker.

De zon was net over het hoogste punt heen, toen een schril huilen de stilte verbrak. Henri streek door zijn haar. Het brede, stenen huis met de dichte luiken leek hem triomfantelijk buiten te sluiten. Hij liep naar de gesloten deur en bleef staan. Zijn ogen gingen langs het prachtig bewerkte, donkere hout. Op dit moment had hij geen aandacht voor de kunst, hij wachtte tot hij naar binnen mocht. Het leek eindeloos te duren voor Kaat opendeed. De kleine baboe, een meisje eigenlijk, wenkte hem.

‘Kom, toewan Henri,’ zei ze. Hij duwde haar opzij en met grote passen liep hij naar binnen over de glanzende mahonievloer van de hal, naar het vertrek waarin zijn vrouw zich bevond. Kaat dribbelde achter hem aan.

Aarzelend opende hij de deur van de slaapkamer. De dokter pakte juist zijn spullen in. De zwartleren tas werd gevuld met voorwerpen die Henri niets zeiden. De dokter keek op en grijnsde breed.
‘Gefeliciteerd kerel, een wolk van een jongen.’ Hij gaf hem een ferme hand. De dokter was een grote, kalende man met een donkere snor. Hij was gekleed in een zwart pak met een wit boord. Henri had hem nooit anders gezien. De kamer rook sterk naar een antiseptisch middel. Hier zou geen kraamvrouwenkoorts ontstaan.

Jasmine lag weggestopt in het lichte beddengoed met een witte bundel in haar armen. Haar gezicht was nat van het zweet en onder de ogen lag een blauwe schaduw. Ze was bleekjes rond de jukbeenderen. Hij drukte zijn vrouw een kus op het hoofd en keek naar het kindje: de ogen gesloten, zwarte wimpers op de bolle wangen, een kleine frons tussen de vage wenkbrauwen, alsof het vermoedde dat het leven niet veel goeds te bieden had.

‘Wat is hij mooi, hè?’, zei Jasmine. Henri knikte en streek met zijn hand een lok van haar voorhoofd. Hij kuste haar lippen, een rozenmondje, en sloot zijn ogen.
De baboe nam de baby over van Jasmine en legde hem in zijn armen. Wat ongemakkelijk nam hij het bundeltje aan. Kaat moest lachen.
‘Het hoofdje moet u ondersteunen toewan, de baby kan dat niet zelf omhoog houden.’
Hij keek naar de kleine vingertjes en de lipjes waarop wat speeksel pruttelde.
‘Erg mooi, erg mooi.’ Toen gaf hij het kind terug aan Kaat.
‘7 april 1926, uw zoon is banjak redjeki,’ zei Kaat.
‘Wat betekent dat?’
‘Hem zal niks overkomen, hij heeft een beschermengel.’ Ze lachte naar Henri.

‘Uw vrouw heeft rust nodig en de baby ook,’ zei de dokter. Jasmine ging languit liggen en sloot haar ogen. Samen met de dokter liep Henri de slaapkamer uit. De dokter gaf hem lachend een klap op zijn schouder. ‘Mooi, een zoon, goed gedaan.’

‘Een borrel op de goede bevalling, dokter?’ Henri schoot Budi, de knecht, aan en vroeg hem de whisky te halen. Op de veranda namen ze met een zucht plaats en pakten hun glazen.
‘Op Freddy Ribauwts toekomst!’, proostte Henri.
‘Op Freddy Ribauwt!’

Vaarwel Soerabaja (oktober 2015)
Auteur: Femmy Fijten (Terug naar Bandung, 2012)
Uitgeverij: Nieuwe Druk
ISBN: 978-94-92020-11-6
Prijs: € 20,-  (Actieprijs t/m eind oktober €18,-)
Informatie: http://nieuwedruk.nl/boek/vaarwel-soerabaja.html

 

 

 


 

André van Leijen
Over André van Leijen 159 Artikelen
André van Leijen (1947) is schrijver en bioloog. Hij heeft les gegeven aan de Hogeschool Rotterdam en aan een middelbare school in Spijkenisse en in Vlaardingen. Hij ontwikkelde er lesmateriaal voor de natuurwetenschappelijke vakken en publiceerde in diverse bladen. Na zijn pensionering reisde hij met zijn Slowaakse vrouw vijf jaar over de wereld. Inmiddels zijn ze terug in Schiedam, waar André een boek heeft geschreven over zijn belevenissen. Het is te bestellen via bol.com, via alle boekhandels in Nederland en via het redactieadres van Trefpunt Azië: post@trefpuntazie.com Titel: Beste Reizigers ISBN: 978-94-6345-888-7 Prijs: 14,95.