The Buddha in the Jungle

Siam en de sociale status van vrouwen tussen 1850-1930

‘The Buddha in the Jungle’ van de Thaise boeddhiste en historica Kamala Tiyavanich geeft een levendige beschrijving van het dagelijks bestaan en gedachtengoed van het Siam van eind 19e en begin 20e eeuw. Kamala gebruikte voor haar boek verhalen van Siamezen en buitenlandse bezoekers uit deze periode.

Tino Kuis, Buddha in jungle, Siamese vrouwen

De meeste verhalen spelen zich af in een boeddhistische context: dorpsmonniken die gigantische slangen ontmoeten, monniken als heelmeesters en schilders, een missionaris die door een olifant wordt gespietst maar ook bandieten en roeiers, vroedvrouwen en natuurlijk geesten. Het roept een beeld op van een verloren wereld, de verschillen met het Westen en de latere modernisering zonder het verleden te idealiseren. Het is een feest van herinnering.

Veel van haar gegevens haalde zij uit zogenaamde crematieboeken waarin het leven van de overledene wordt beschreven. Maar ook uit biografieën en reisverhalen van buitenlanders. Het was een verrassing voor mij hoeveel er in die tijd op schrift werd gesteld.

Westerse verbazing over Siamese vrouwen

Tino Kuis, Buddha in jungle, Siamese vrouwen

Voor dit artikel citeer ik uit hoofdstuk 43, ‘Backward or Enlightened?’ wat voor het grootste deel gaat over de rol van de vrouw in het laat 19de-eeuwse Siam (en het verwante Birma) gaat. Schrijfster Kamala geeft de waarnemingen van buitenlandse bezoekers weer.

Westerse reizigers in het negentiende-eeuwse Siam, die ook India, China of Japan hadden bezocht, waren vooral getroffen door de hoge sociale positie van vrouwen in het gebied dat nu Zuidoost-Azië wordt genoemd.

Tino Kuis, Buddha in jungle, Siamese vrouwen
Vrouw met kind, omstreeks 1890

Bischop Bigandet, een Franse rooms-katholiek die veertig jaar doorbracht in de Shan-staten (Noord-Birma) getuigde van het aanzien dat vrouwen genoten. Hij schreef dat toe aan het boeddhisme.

‘Vrouwen en mannen zijn bijna aan elkaar gelijk’, schreef hij. ’De vrouwen zijn niet opgesloten in hun huizen maar lopen vrij rond in de straten, beheren winkels en marktkramen. Ze zijn de metgezellen en niet de slaven van mannen. Ze zijn ijverig en dragen volop bij aan het onderhoud van de familie’.

James George Scott (1851-1935) schreef in een memoir in 1926 dat ‘de Birmaanse vrouwen vele rechten genoten waar hun Europese zusters nog voor vochten.’

Alleen de mannen gingen op jacht

Vrouwen deden hetzelfde (zware) werk als mannen. Voor een deel moet dat worden toegeschreven aan de vier maand durende corveediensten die mannen van huis bracht. John Crawford zag in 1822 vrouwen alle soorten arbeid verrichten zoals zware lasten dragen, roeien, ploegen, zaaien en oogsten, niet anders dan de mannen. Maar alleen de mannen gingen op jacht.

Tino Kuis, Buddha in jungle, Siamese vrouwen

Een geoloog, H. Warrington Smyth, die tussen 1891 en 1896 in Noord-Siam verbleef, merkte op dat vrouwen de arbeiders waren. Niets kon worden gedaan zonder overleg met vrouw of dochter.

Rond 1920 maakte de Deense reiziger Ebbe Kornerup met zijn assistenten een boottocht over de Ping-rivier. Zij werden geroeid door een vrouw.

Hij schrijft: ‘’Na de regens was de rivier breed maar soms zo ondiep dat we door het water moesten waden. De roeister was een gezette en aangename vrouw met kort haar. Ze had een broek aan en een Siamese phanung. De betel en gefermenteerde theebladeren die ze kauwde maakten haar lippen donkerrood. Ze grinnekte vrolijk toen het water over haar broek spatte. Ze praatte aan één stuk door met haar begeleiders’.

Behandeling vrouwen in Shan-gebied

In 1880 maakte de Britse ingenieur Holt Hallett een reis van Moulmein in Birma naar Chiang Mai om een weg voor een spoorlijn te onderzoeken (zie ook de boeiende historische serie Per Olifant door het Shan-gebied van Erik Kuijpers). Hallett merkte op dat ‘vrouwen uitstekend werden behandeld door de Shan (de bevolking van Noord-Thailand, ook wel Laotianen of Yuan genoemd).

Dat valt zeker op bij een rechtszaak van een vrouw tegen een man waar de getuigenis van een vrouw als onbetwistbaar bewijs wordt gezien. Kinderhuwelijken bestaan niet, huwelijk is een zaak van persoonlijke keuze en niet van handel’.

Tino Kuis, Buddha in jungle, Siamese vrouwenLillian Curtis echter schreef de hoge positie van de vrouwen in Laos en Siam niet toe aan het boeddhisme maar aan veel langer teruggaande culturele wortels. Dat blijkt uit oude kronieken en het feit dat de de vrouw een belangrijke plaats inneemt in die stammen die nooit tot het boeddhisme zijn bekeerd.

De vrouw is vrij in haar keuze van een huwelijkspartner en het huwelijk is geen religieuze ceremonie. De man trekt in bij de familie van zijn vrouw die alle bezittingen beheert. Scheiding is gemakkelijk maar komt weinig voor en is vaak in het voordeel van de vrouw.

Ook twee andere andere schrijvers loofden in soortgelijke bewoordingen de onafhankelijkheid van de vrouw: zij steunden niet op de bevestiging of de hulp van de man. Kinderen groeien op met een moeder, niet een vader, die de financiën beheert.

Veranderingen vanaf begin twintigste eeuw

Koning Chulalongkorn, Rama V, wordt ook wel de Grote Moderniseerder genoemd. Zijn zoon koning Vajiravuth, Rama VI (regeerde 1910-1925), zette dat beleid voort. Hij was de eerste, maar niet de laatste, Siamese vorst die zijn opleiding voor een deel in het buitenland kreeg en mogelijk ontleende hij een aantal van zijn ideeën aan die ervaring.

Tino Kuis, Buddha in jungle, Siamese vrouwen
Koning Vajiravuth en echtgenote Indrasakdi Sachi vieren eerste huwelijksjaar

In 1913 vaardigde hij een nieuwe wet uit die voorschreef dat iedere Thai een achternaam moest aannemen. Echtgenotes en kinderen zouden de achternaam van de man en de vader moeten aannemen. Waar voorheen geslachten veelal in de vrouwelijk lijn werden gezien ging de Thaise gemeenschap geleidelijk meer over naar een patriarchaal systeem.

Ongetwijfeld komt dat mede voort uit het feit dat de adelijke elite een geheel andere opvatting had over man-vrouw verhoudingen dan de rest van het volk. Bij de adel was de man superieur en werd de vrouw opgesloten in het paleis. Bezoedeling van de koninklijke lijn werd zo voorkomen.

Het zijn mijns inziens deze twee oorzaken, de toenemende invloed van het paleis en de adel op geheel Siam (nu ook op de meer afgelegen gedeelten) en de daarmee samenhangende westerse invloed, die de positie van de vrouw vanaf het begin van de 20e euw ondermijnde. De verandering van het dorpsboeddhisme in het door Bangkok gesponsorde staatsboeddhisme is een andere factor.

Het onderzoek van Carle Zimmerman

De in Harvard opgeleide socioloog Zimmerman deed in de jaren 1930-31 een uitgebreid onderzoek op het Thaise platteland, in het centrum en de periferie. Hij gaf een overzicht van de economie, de gezondheidstoestand, het onderwijsniveau en nog veel meer over de toestand van de nog voornamelijk boerenbevolking.

Zimmerman:  ‘De Siamezen hebben een hoge geestelijke, niet-materiële levensstandaard. In Siam vind je geen handel in kinderen en kinderhuwelijken bestaan niet.’

Hij merkte verder op dat ‘de Siamezen een hoge ontwikkeling hebben wat betreft kunst, beeldhouwwerk, zilverwerk, niello werk, zijde-en katoen weven, lakwerk en andere zaken die te maken hebben met artistieke uitingen. Zelfs in de meest primitieve gemeenschappen kan men een mooi bewerkte deur aantreffen, een stuk aardewerk, een kunstig geweven doek en houtsnijwerk achter op een ossenkar. ‘

Tino Kuis, Buddha in jungle, Siamese vrouwen
Hedendaagse vrouwen Isan

Persoonlijk kan ik er aan toevoegen dat er een levendige en spannende literaire traditie bestond waar in de meeste dorpen regelmatig verhalen werden verteld, vaak opgevoerd met muziek en dans. De ‘Mahachaat’, ‘Khun Chang Khun Phaen’ en ‘Sri Thanonchai’ zijn drie voorbeelden.

Frank Exell, die langere tijd (1922-1936) in Siam verbleef als onderwijzer en bankier, betreurde in zijn memoires Siam Tapestry (1963) dat Siam zijn charme als ‘vergeten gebied’ (‘backwater’) had verloren en een land was geworden van ‘vooruitgang’. In zijn boek Siam Service (1967), toen Thailand geregeerd werd door militairen die hun oren lieten hangen naar de Amerikanen, verzuchtte hij ‘We kunnen alleen maar hopen dat het land goede leiders zal weten te vinden’.

 

Meer over dit onderwerp:

Veelwijverij was in Thailand gewoon bij hof en bourgeoisie

 

Bronnen
Kamala Tiyavanich, The Buddha in the Jungle, Silkworm Books, 2003
Carle C. Zimmerman, Siam Rural Economic Survey, 1930-31, White Lotus Press, 1999

Afbeeldingen:

Jennifer Baird, artiest impressie Buddha in Jungle: Fine Art America

Vrouw met kind 1890 en vrouw in Shan-gebied: Surin Farang

Hedendaagse vrouwen in Isan. ©Hans Geleijnse

 

Tino Kuis
Over Tino Kuis 135 Artikelen
Tino Kuis. gepensioneerde huisarts, woont in Zutphen. Na zijn opleiding werkte hij drie jaar als tropenarts in Tanzania en daarna vijfentwintig jaar als huisarts in Vlaardingen. Hij heeft in Nederland drie volwassen kinderen. Tino verbleef van 1999 tot 2017 in Thailand. Zijn 18-jarige Thaise zoon studeert in Chiang Mai. Tino heeft zich gespecialiseerd in Thaise taal, cultuur en geschiedenis.