Thaise trots en buitenlandse sociale werkers

De Eerste Wereld afgelezen aan de “Tuk Tuk Dress”

 

Antonin Cee, Matichon, Tuk Tuk
…. vernederend symbool….

Op de onlangs gehouden Miss Universe-verkiezingen in Las Vegas ontving Thailand de eerste prijs voor het meest originele kostuum. Dit kostuum diende een weerspiegeling te zijn van het nationale karakter van een land. De Thaise inzending, die onder de naam “Tuk Tuk dress” de wereld werd ingestuurd, wekte bij een aantal mensen hier te lande grote verontwaardiging. Niet dat ze iets tegen het winnen van de prijs hadden, integendeel. Maar het kostuum waarmee Thailand won vonden ze beneden alle peil. De Thaise cultuur zou er onrecht mee zijn aangedaan.

Per slot van rekening, redeneerden deze critici, schuimt de tuk-tuk in alle wat grotere Thaise steden de straten af op zoek naar klandizie. Het is een vervuilend, lawaaierig driewielertje, dat bovendien niet al te veilig is. Het is de gemotoriseerde opvolger van de “samlor” de fietstaxi, die tegenwoordig grotendeels uit het straatbeeld is verdwenen. En zowel de bestuurders van deze voertuigen als de mensen die er gebruik van maken, zijn vanuit het gezichtspunt van de critici niet representatief voor het nationale karakter.

In hun ogen vertegenwoordigen de Tuk-tuks de onderklasse, waarmee Thailand niet vereenzelvigd mag worden. Ze hadden liever een met goud bestikte zijden japon gezien of iets dat een adequatere uitdrukking had gegeven aan “Thainess”. De “Tuk Tuk dress” beschouwen zij als een vernederend symbool, dat Thailand niet aan de wereld zou moeten tonen.

Een ritje in een tuk-tuk is exotisch

In Matichon Weekly diende de Thaise journaliste met schrijversnaam Kam Phaka deze critici van repliek en gaf aan haar verhaal en passant een aparte wending met een politiek tintje.* Naar alle waarschijnlijkheid zijn dit lieden, zo speculeerde ze, die zelf nog nooit gebruik gemaakt hebben van een “tuk tuk” en zich uitsluitend airconditioned laten inblikken in limousines, CRV’s en sedans. Dit in tegenstelling tot westerse toeristen, die het een aparte ervaring vinden en al is het maar voor één keer, er best een ritje in willen maken”.

“Mensen uit de Eerste Wereld vinden zo iets exotisch”, zo schrijft ze. Volgens haar is voor westerse toeristen een ritje in een tuk-tuk een echt Derde-Wereldavontuur, dat chaos, rotzooi, gaten in de weg, luchtvervuiling en ongeregeldheid laat ervaren. Iets dat je als westerse toerist op zijn minst één keer in je leven wilt meemaken om er daarna op een feestje over te kunnen vertellen.

“Westerlingen zijn gefascineerd door achtergebleven gebieden”, zo stelt ze. “Inwoners van Eerste-Wereldlanden zijn op en bepaalde manier gecharmeerd van landen zoals Thailand, juist omdat er geen orde heerst. Ze vinden het een aparte ervaring. Maar dat betekent niet, dat ze zelf in dergelijke landen zouden willen wonen”.

Iets dergelijks meemaken komt in feite neer op wat de Fransen graag aanduiden als “depayser” (je doet het tijdelijk), waarvoor ik geen goed Nederlands woord ken. Ontheemd voelen komt misschien enigszins in de buurt.

Thailand kan er niet trots op zijn

Antonin Cee, Matichon, tuk tuk
…. onderklasse ….

“Maar diep in hun hart hebben die westerlingen alleen maar medelijden met ons”, gaat Kam Phaka verder daarbij nog steeds doelend op de Thaise wanorde. “Ze koesteren pastorale gevoelens voor ons”. Ze zegt niet dat dit slecht bedoeld is, maar vindt wel dat die benadering Thailand in een positie schuift, waar het land niet trots op kan zijn.

Het doet denken aan een uitspraak van Arthur Koestler. In zijn boek de Lotus en de Robot zegt hij dat westerlingen doorgaans slechts op twee manieren naar de Derde Wereld kunnen kijken. Er zijn lieden, die op zoek zijn naar een goeroe, waarmee ze zich de oosterse wijsheid willen eigen maken en zij die zich geroepen voelen tot sociaal werker, stelt hij.

Misschien sloeg Koestler in zijn tijd de plank niet helemaal mis. Maar vandaag de dag zijn er veel mensen, die in de ene noch in de andere categorie thuishoren. Zij leven om heel andere redenen in een land als Thailand. Gepensioneerden bijvoorbeeld, die zich hier heel wat meer met hun centjes kunnen permitteren dan in het thuisland. En een andere groep, die ik gemakshalve maar aanduid als “culturele” vluchtelingen, die de westerse overgereguleerde samenleving spuugzat zijn.  Of mensen, die de taal leren en die hun best doen een andere samenleving van “binnenuit” te begrijpen uit een soort van intellectuele nieuwsgierigheid.

 

Antonin Cee, Matichon, Tuk Tuk
— pastorale gevoelens voor slipper armoe….

 

In haar betoog doelt Kam Phaka natuurlijk op de sociale werkersmentaliteit, die nog steeds volop nadrukkelijk aanwezig is in de westerse mentaliteit. Op het neerbuigende af soms, al stelt zij dit niet. Maar ze vindt die westerse houding, gelet op de vele militaire staatsgrepen, het ontbreken van democratie en een niet verkozen premier, alleszins begrijpelijk.

Dan maakt haar verhaal plots een onverwacht sprongetje met het opvoeren van een fictief karaktertje, dat gezien moet worden als de allegorische spreekbuis van “Thainess”. “Jij begrijpt er niets van”, bijt deze figuur haar toe, “en ook farangs snappen niets van ons. Wij hebben onze eigen vorm van democratie, we zijn nooit onder koloniaal bewind geweest, we volgen onze eigen politieke ontwikkeling”.

“Wil jij dan een ritje maken in een tuk-tuk”, antwoordt de schrijfster hem poeslief. “Misschien word jij er niet verlegen van, van dat nooit aflatende medelijden en die pastorale gevoelens die ze voor ons koesteren. Maar ik vind het gênant en het is zeker niet iets waarop wij Thais trots moeten zijn”.

*Met dank aan John Sulman, die het betreffende artikel van het Thais naar het Engels vertaalde. Hij deed Thai studies aan de AUA in Australië en leeft sinds vele jaren in Thailand.

 

Antonin Cee
Over Antonin Cee 165 Artikelen
Antonin Cee woont sinds eind jaren tachtig in Chiangmai en voerde themareizen uit. Hij studeerde filosofie aan de Universiteit van Montpellier in Frankrijk en werkte enige tijd als redacteur bij The Nation in Bangkok. Ook schreef hij artikelen voor verschillende Nederlandse, Belgische en Engelstalige magazines. Met zijn achttienjarige dochter vormt hij een eenoudergezin en brengt elk jaar enige tijd door in Zuid-Frankrijk. Hij publiceerde een verhalenbundel getiteld 'Inheems Kruid'. Onlangs bracht hij zijn tweede boek 'Thailand tegen het Licht' uit. Beide boeken zijn zonder verzendkosten te bestellen bij www.amazon.de.

1 Comment

  1. Ach het valt in het zelfde vakje als Tulpen klompen en kaas als je een buitenlander vraagt hoe die Nederland ziet.
    De Thaise trots van ‘deze figuur’ zouden ze eens iets meer van een afstand moeten bekijken dan blijft er nog genoeg over.

Reacties zijn gesloten bij dit onderwerp.