Thaise rijstkorrels (3)

Royaal tijdrekenen

Om ons een beeld van het verleden te vormen, versnijden we de objectieve tijd. We kennen de rekenkundige indeling in jaren, decennia en eeuwen (de tijdbalk), en daarop markeren we grotere en vager afgebakende perioden die een herkenbare eenheid in het gebeuren zouden vormen, zoals de Middeleeuwen, de Renaissance en de Nieuwste Tijd. Elk van zulke periodiseringen van het verleden gaat uit van bepaalde veronderstellingen over de aard van het historisch verband.

 

Alex Ouddiep, Thaise Rijstkorrels, Royaal, Tijdrekenen
Koningen van de Chakri-dynastie

In Thailand gebruikt men voor het eigen verleden bijna zonder uitzondering een indeling naar koninklijke regeerperioden, in het Engels royal reigns. Zo spreekt men in het onderwijs en de pers doorgaans van de tijd van koning Taksin, die van koning Chulalongkorn enz.

Waar werd de slavernij het eerst afgeschaft, in Birma of in Thailand? Er wordt hier naar geraden, of het eigen land (Land van de vrije mensen) krijgt het voordeel van de twijfel. Maar iedereen weet dat dit in Thailand gebeurde ‘onder koning Chulalongkorn de Grote.’ Vrijwel niemand beseft dat Siam hierin de ontwikkelingen in de aangrenzende landen, Europese koloniën, op afstand volgde. En in dit kennislandschap komt de vraag naar het waarom van dit verschil moeilijk aan bod.

Tino Kuis, Slavernij, Herwaardering
Afschaffing slavernij. Kennis daarover blijft bij veel Thai beperkt tot ‘gebeurde onder koning Chulalongkorn’

Wanneer werd de eerste Thaise grondwet ingevoerd? Van een geïnformeerd iemand zul je geen jaartal horen maar: in de tijd van koning Prajadhipok. Je moet niet verbaasd zijn te horen dat deze constitutie ook door Zijne Majesteit werd uitgevaardigd – naar de letter juist maar nauwelijks van belang omdat dit met alle wetten gebeurt. En misleidend omdat de eerste grondwet door revolutionaire officieren in een staatsgreep werd afgedwongen, de koning zelf deed kort daarop afstand van de troon.

Als voorbeeld van deze royalistische vertekening van het verleden een citaat uit Chadchaidee: Essays on Thailand:

“De dag van de grondwet wordt door het hele land gevierd (noot 1) als een grote feestdag. Regeringsgebouwen en flats worden versierd en er wordt gevlagd. Op deze dag geeft het hele Thaise volk uiting aan zijn dankbaarheid jegens de koning, wien het heeft behaagd het volk de gelegenheid te geven deel te nemen in het landsbestuur.”

De grote breuk in de staatkundige geschiedenis van het land, nl. de overgang van absoluut koningschap naar een vorm van volkssoevereiniteit en democratie, is zo kosmetisch geheeld en door de monarchie ingelijfd.
En zullen we ooit lezen dat Thailand zijn zelfstandigheid zag aangetast onder de laatste koning? De vorst moet in dit type geschiedschrijving immers uit de wind worden gehouden.

Voor de verkoninklijkte periodisering van het verleden gelden vier bezwaren, die alle liggen op het terrein van de popularisering van het historisch begrip.
Als je de namen van de vorsten (noot 2) en de duur van hun regeerperioden niet paraat hebt, krijg je moeilijker vat op het gebeuren;
De rol van de vorst wordt naar voren gehaald ook waar deze van weinig of geen belang is;
Buitenlandse gebeurtenissen worden moeilijker in de Thaise geschiedenis geplaatst;
Het begrip in het buitenland voor het Thaise verleden wordt er door bemoeilijkt.

Noten

(1) De huidige junta, jonglerend met het grondwettelijke, heeft realistisch afgezien van het vieren van deze dag.
(2) Elke koning heeft een unieke naam. Alleen de vorsten van de huidige Chakri-dynastie worden soms op Europese manier aangeduid: Ananda is 8, Phoemibol is 9. Er wordt zo een duidelijke scheiding aangebracht tussen de huidige en vorige dynastieën. (Terzijde: Nederland doet het omgekeerde. Door de omstreden vererving van de titel Prins van Oranje aan Johan Willem Friso van Nassau en zijn afstammelingen wordt een beeld van continuïteit gecreëerd, alsof “wij Nederlanders al sinds de 16e eeuw onder de Oranjes leven”. Naar Anton Constandse, Oranje zonder mythe 1980)

Ontleningen:
Ger Harmsen, Inleiding tot de geschiedenis, 1968