Hoe een Oostenrijks dorpje bekend werd in Thailand.

Hebt u al ooit van Hallstatt gehoord?

Mocht dit niet het geval zijn dan hoeft u hierover niet beschaamd te zijn. Nee, bewaar die roze wangetjes maar voor andere gelegenheden.

Dit Oostenrijks dorpje was voor mezelf ook totaal onbekend tot voor kort… maar dat zou gaan veranderen. In Thaise kringen te België die ik nogal eens frequenteer, wist men er wel van. Vreemd, want men verwacht dit niet van hen. Geografische kennis en culturele wetenswaardigheden over Europa behoren, niet tot het basispakket van de leerstof in het Thais onderwijs. Trouwens wat weten wijzelf over Azië?

Hallstatt-Dachstein/Salzkammergut behoort sinds 1997 tot het Unesco werelderfgoed.

Op een dag verscheen er een groep Chinezen in dit (tot dan) vredige oord. Deze groep fotografeerde dat het een lieve lust was, het leek of ze in extase waren. Elke gevel van bijna elk huisje in het dorp, elk detail ja zelfs elk uithangbord of ornament, elk pleintje werd onophoudelijk en vanuit diverse hoeken en vanuit diverse perspectieven gefotografeerd. Vreemd, heel vreemd vonden de Halstattenaren toen. “Komische Leute, die Chinesen”, veronderstel ik dat er toen gefluisterd werd door menig in lederhosen gestoken jodelende Alpenbewoner. Tot…..

Ja, tot diezelfde brave Halstattenaren even later vernamen dat hun Hallstatt ergens in de buurt van het Chinese Guangdong was nagebouwd. Compleet met meertje (zoals hun Hallstättersee) en met zwanen zoals het origineel. Je ziet er nu welgestelde Chinezen flaneren op de gekopieerde pleintjes en steegjes. Je hoort Oostenrijkse hoempa hoempa muziek door de luidsprekers schallen en op de sfeervolle terrasjes zijn er de in dirndl jurk gestoken plaatselijke schoonheden (al dan niet met fake volle boezems… want dat hoort bij dirndls, ja toch?).

Waarom vertel ik dit allemaal, waar hoor ikzelf thuis in dit verhaal? Welnu wij kregen onlangs bezoek uit het verre Thailand, te weten de jongere zus van mijn vrouw samen met haar dochter. Dochter heeft zopas haar studies geneeskunde beëindigd en mag zichzelf arts noemen. Redenen genoeg, vonden wij, om haar een reisje naar Europa cadeau te doen. Na jarenlange uiterst zware studies en dito stageperiodes mocht haar jeugddroom dan eindelijk werkelijkheid worden. En nu was het zover. Wat stond er dan zoal bovenaan haar verlanglijstje? Waar wilde ze zeker naartoe? U raadt het al.

Dus kwam ik onlangs voor het tweede jaar op rij in dit lieflijke “authentieke” Hans & Heidi-werelderf-goede-dorf terecht. Ik had u namelijk vergeten te vertellen dat vrouwlief en ikzelf hier, op aanraden van haar Thaise vriendinnen, vorig jaar al geweest waren. Natuurlijk is het er mooi, natuurlijk is het er prachtig maar de tweede keer is als ervaring minder zinnenprikkelend als die maagdelijke eerste. Ik liep dus wat verveeld te slenteren langs het meer. Mijn Thaise echtgenote met zus en nichtje waren ver achterop geraakt. Vrij logisch gezien het aantal foto’s dat zij voortdurend maakten. Tijd genoeg om een kop koffie te drinken op een plaatselijk terrasje. Ik zag een colonne toeristen voorbij schuifelen als in een vertraagde opname. Het waren haast allemaal Aziaten. Gelukkig was de eigenaar van de zaak een Europeaan. Uit een gesprek met hem vernam ik dat hij vermeed om naar hen te kijken. Je zou dan compleet gek worden beweerde hij. Dag in dag uit, duizenden zijn het er!, van ’s morgen bij het eerste daglicht tot ’s avonds. Een gestage stoet van fotografeerders die… alsof hun leven ervan afhangt, om de vijf meter halt houden en opnames maken… naar links, naar rechts, selfies, groepsfoto’s, opnieuw maar in een andere formatie, eindeloze variaties van hetzelfde thema. Sommigen kruipen over hekjes van privétuintjes voor de ultieme foto om er dan door moegetergde eigenaars uit verjaagd te worden. Nee, ik kijk er niet meer naar, herhaalde hij. En ik, ik begreep hem volkomen. Voor mezelf was dit schouwspel ook niet erg bevorderend voor het in stand houden van een stabiele geestelijke gezondheid. Ik werd er zowaar helemaal tureluurs van.

Roger Stassen, Hoe een Oostenrijks dorpje bekend werd in Thailand, Hallstatt

Hallstatt wordt dag na dag als het ware overspoeld. Wat aanvankelijk een zegen pleegde te zijn voor de plaatselijke economie is nu een vloek geworden. De oorspronkelijke bewoners trekken weg. Hun plaats wordt ingenomen door ondernemende Tsjechen en Roemenen. Souvenirwinkeltjes staan naast elkaar over de ganse lengte van de enge straatjes. Het massatoerisme is het dorp aan het versmachten.

Ik heb het doodsgereutel gehoord. De echo galmde door de Oostenrijkse bergen.

Amsterdam, Venetië, Dubrovnik, Brugge, Hallstatt, allen daarheen!

_______________

Zie hoe Chinezen te werk gingen om een fake Hallstatt in Guangdong te verwezenlijken:  https://youtu.be/B0LHOunu86Q

Roger Stassen
Over Roger Stassen 82 Artikelen
Roger Stassen werd in 1954 geboren te Genk, Belgisch Limburg. Als kind al een fantasierijke dromer en boekenwurm. Na een bijzonder gevarieerd beroepsleven als o.a. verpleger, sjouwer bij een verhuisfirma, matroos op de binnenvaart, fabrieksarbeider, stratenmaker, jeugdauteur en archiefbediende nu met pensioen, eindelijk! Want de heerlijke mogelijkheid hebbend voor langere periodes in Thailand te verblijven, het vaderland van zijn echtgenote Siriwan. Sinds 1993 met deze Noord-Thaise uit Chiang Kham gehuwd, lief, leed en de bankrekening delend. Heeft bij regelmaat onbedwingbare schrijfkriebels, is hondsdol (dol op honden), fotografeert bijzonder graag en interesseert zich voor tropische flora. Thailand is een gigantisch vat vol verhalen die enkel nog geschreven moeten worden. Wat al wel geschreven is kan ook worden gelezen op <a href="https://mijnazieblog.wordpress.com

2 Comments

  1. Leuk relaas, Roger, dat je luchthartig begint maar dan op de horror van het massatoerisme uit laat lopen.
    Het is mooi dat steeds meer mensen overal ter wereld naartoe kunnen reizen (en ik doe er zelf ook aan mee), maar het zet steeds meer druk op plaatselijke gemeenschappen, steden en milieu, zoals je schrijft.
    Vooral onder toenemende druk van de yuan willen steeds meer mensen profijt plukken. Onlangs was ik op een zaterdagse ochtend in ons Brugge en het liep barstensvol van Chinezen op groepsreis, meer dan 70% van de toeristen. In restaurants en hotel sprak men me uitsluitend in het Engels aan. Logisch als ik vernam dat de uitbaters Macedoniërs, Serven, Kroaten, Litouwers en Roemenen waren…

    Daarnet hoor ik toevallig op onze nieuwszender dat steeds meer Antwerpenaren in verzet komen tegen de cruiseschepen en ze willen weren. Tja, dat zijn 5 000 mensen die ineens geloosd worden – een middelgroot dorp… En vijf schepen op een dag is, inderdaad… een kleinere stad van 25 000 mensen.
    Dan wòrdt welvaart al een steeds groter gemeen goed – en dan blìjkt het geen haalbare kaart te zijn…

    Terzijde, Hallstatt is nìèt zo’n niemandsgat. In 1 200 vC kwamen de Kelten er toe en ze begonnen met de uitbating van de zoutmijnen, nu nog te bezoeken. Pientere kerels. Dat product verhandelden ze eerst plaatselijk en uiteindelijk leefden en handelden ze van Portugal/Spanje/Frankrijk tot in Hongarije. Ze dreven handel tot aan de Zwarte Zee. Ze werden er stinkend rijk van. Hoogtepunt ca. 400 vC. Ze zijn bekend onder de naam van Kelten (Keltoi, Grieks) en ook Galaten, Galliërs (Romeinse historici). (Omstreeks 50 nC zijn ze door de Romeinen haast uitgeroeid (cf. Asterix en Obelix…), maar in de honderden jaren daarvoor kochten de Romeinen hun zout ook in bij de Kelten. Hallstatt was een begrip.
    Wat heeft dat met ons, huidige Europeanen, te maken? Wel, wij krijgen nog altijd een ‘salaris’. Dat woord en het gebruik komt van de Romeinen die hun soldaten en ambtenaren in zout (= salarium) betaalden en niet in munten, zout dat ze honderden jaren lang bij de Kelten kochten.
    Tot slot, genetisch Keltisch materiaal vind je nog bij Bretoenen, Welshmen, Schotten en Ieren. Maar ook onze opvliegende Walen (Wallonië) zouden tot Keltische genen terug te voeren zijn. Begrijpelijk als je weet hoe heetgebakerd ze kunnen zijn.
    Zo staan de Kelten nl. bekend in de archieven: rood haar, dikke snor, opvliegend, beresterk en merkwaardig, net zoals de Grieken, niet vies van homoseksuele verhoudingen. Misschien omdat de Keltische vrouwen heel sterk op hun strepen stonden én konden staan. Er was een gelijkheid tussen de geslachten.
    Hallstatt is dus de wieg van de Kelten.

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*