Thailand. Wachtend op extase


Het was me altijd bijgebleven. Hoe op het heetst van de namiddag vanaf het pontje naar Kantang plotseling die geveltjes opdoken. In van die opgewekte aquarel kleuren, onder golven van licht, neerspattend uit een diepblauwe hemel. Een streling voor oog en hart. Ik associeer ze spontaan met levensgeluk.

Ik ken wat Thaise steden, maar je ziet ze niet vaak, die vrolijke kleuren. Als je het glitter en goud van de tempels even laat voor wat het is, zijn Thaise steden van een weergaloze lelijkheid. Rijen van beton zijn het, de ene na de andere. Om er toch nog iets van te maken worden ze afgedekt met schreeuwende reclameborden, als een treurdicht op het consumptie tijdperk. De boodschap van de Verlichte komt er nog maar nauwelijks bovenuit.

De kleur van die geveltjes in Kantang kan best eens meegekomen zijn met de spoorlijn die in het begin van de twintigste eeuw door Duitsers en Engelsen werd aangelegd. In dagen dat schilders hun romantische zwaarmoedigheid afschudden en het licht opeisten door kleuren pardoes tegen elkaar aan te zetten. Zonder de minste moeite te doen ze aan elkaar voor te stellen. Ik vind dat prachtig.

Iedereen zijn Gouden Tijden. Confucius had de zijne, die hij liet wegzinken in een mythisch verleden. Dat had natuurlijk nooit bestaan, maar geen mens die dat kon nagaan. Voor mij hoeft het niet zover terug te liggen. Ik bouw mijn mythen met de dag van gisteren en bekommer me er verder niet om of ze enige objectiviteit bezitten.

Maar of voorbije tijden gelukkiger waren dan die van ons? Geen mens kan het zeggen. Er is geen instrument om het te meten. Ik houd het erop dat een middeleeuwse turfsteker zich in onze tijd een stuk ongelukkiger zou voelen dan hij toen was. Terwijl hij nu toch maar alleen de magnetron hoeft aan te zetten om verzekerd te zijn van een warme maaltijd. Maar zonder een ziel om nog eens lekker te kouten over dat turfsteken, zou hij waarschijnlijk snel in een depressie slippen. 

Thailand is een land dat me in haar greep houdt. Niet zozeer om wat het heeft, maar eerder om wat het niet heeft. Het is puur escapisme. Voor al die truttige regeltjes in Nederland, die zich maar blijven vermenigvuldigen. Brave burgers leren ze van buiten als schoolversjes waar goede punten mee te halen zijn. Alles mag gezegd worden maar niets kan. Een paar gepikeerde boeren die er een deur van een gemeentehuis uitrijden, wordt opgevat als de bestorming van de Bastille. Ik trek me terug achter de enige schans die ik nog heb. Een meewarig glimlach en het dwalen door het Thaise om geestelijk op de been te blijven.

En nu opnieuw Kantang dat dit keer ligt te spartelen onder ongekend natuurgeweld. Zonder zich een moment in te houden slaat de regen er al vijf dagen op neer. Het stadje heeft zich overgegeven aan het water. Stinkend naar afval en riool kolkt het door de straten, langs van vocht druipende gevels en ondergelopen winkeltjes, het instinct gericht op de rivier. Ter hoogte van het haventje is een stuk van de betonnen kade al weggespoeld.

Uit de opgewonden hemel, even onuitputtelijke als de zee zelf, storten de buien neer in vingerdikke stralen, doorboord met vlammende bliksemschichten. Zelfs de lucht is drinkbaar geworden. Het is alsof God de scheiding van de wateren ongedaan wil maken en de wereld weer kwijt wil aan de angstaanjagende natuurgoden van de oermens. En ik wacht zoals iedereen. Want ik weet, ook hier in Zuid-Thailand waar de moesson lang en hevig is, kan de zon in een oogwenk de hemel weer stralend in bezit nemen.

De gehuurde kamer boven het Chinese winkeltje met een van die kleurige geveltjes, is niet veel meer dan een ruim uitgevallen muurkast. Maar dat wordt goedgemaakt door het uitzicht op de boulevard met daarachter het drijfnatte haventje. Eeuwen voordat een uit koers geraakte Engelse clipper er bij toeval zijn anker uitwierp, was het al een aanlegplaats voor jonken ut Pinang, Phuket en andere nabijgelegen eilanden. Maar nu heeft de pandemie alles op slot gegooid en ligt er geen enkel schip. In de verte de haast contourloze bergen, bekropen door zwarte regenwolken als voorwereldlijke dieren in paringsdrift.

De regen komt hier in elkaar snel opvolgende mitrailleur stoten, die abrupt ophouden om daarna, soms niet meer dan enkele minuten later, weer in alle hevigheid los te barsten. Dan ploeter ik snel door het kniediepe water naar de overkant, waar een marketentster haar soepwagen en één enkel tafeltje en wat krukken heeft neergezet in de monumentale deurnis van het Kantang Historical Education Centre. Wegens corona gesloten.

Zolang de dag duurt staat ze daar, achter haar dampende ketel onder een doorweekte hajib, even onaandoenlijk als de profeet in zijn mystieke uren. Ze kent me inmiddels en zonder dat er een woord gesproken wordt krijg ik een kom bami soep voorgezet. Voor de rest breng ik de uren door in mijn kleerkast, boeken lezend die andere klanten in het guest house hebben achtergelaten. Veel van mijn gading is er niet bij. Maar ik vond een boekje van Michel Onfray, waarin hij het leven hedonistisch bejubelt. Ofschoon het gezien de omstandigheden wat uit de toon viel, wist ik het best te waarderen.

Op sommige dagen, als tegen het vallen van de avond de zware regenwolken soms even uit elkaar schuiven en oranje epauletten krijgen, zwerf ik langs de neergelaten luiken van de winkeltjes door uitgestorven, verdronken straten.

Om me dan uiteindelijk neer te zetten onder een afdak bij de pier, waar het pontje vertrekt naar de overkant. En ik wacht, ik wacht tot het moment dat de zon de wereld weer zal omhelzen om dan verder te reizen naar Chao Mai achter de bergen. Om op het strand tussen de kalkrotsen een extatische schoonheid weer opnieuw te mogen beleven.


Beste lezer

Trefpunt Azië is een reclamevrije site geheel gemaakt door vrijwilligers. Al onze berichten zijn voor iedereen te lezen. Maar het in stand houden van een website als Trefpunt Azië kost geld; er zijn kosten voor software om de site te maken en de huur van serverruimte zodat hij te zien is. Die kosten worden gedragen door leden van de redactie en die kunnen daarbij wel wat hulp gebruiken. Als u wilt helpen met een (kleine) bijdrage klik dan op de rode knop rechtsonderdaan op de pagina en doneer, dat kan al vanaf 3 euro. Wilt u op een andere manier helpen? Mail dan even met de redactie: post@trefpuntazie.com

Dankzij uw bijdrage kan Trefpunt Azië elke dag nieuws en achtergronden uit uw favoriete werelddeel blijven brengen.

 

Antonin Cee
Over Antonin Cee 200 Artikelen
Antonin Cee woont sinds eind jaren tachtig in Chiangmai en voerde themareizen uit. Hij studeerde filosofie aan de Universiteit van Montpellier in Frankrijk en werkte enige tijd als redacteur bij The Nation in Bangkok. Ook schreef hij artikelen voor verschillende Nederlandse, Belgische en Engelstalige magazines. Met zijn achttienjarige dochter vormt hij een eenoudergezin en brengt elk jaar enige tijd door in Zuid-Frankrijk. Hij publiceerde een verhalenbundel getiteld 'Inheems Kruid'. Onlangs bracht hij zijn tweede boek 'Thailand tegen het Licht' uit. Beide boeken zijn zonder verzendkosten te bestellen bij www.amazon.de.

2 Comments

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*