Thailand. ‘Die hoge heren daarboven laten ons kruipen zoals ze willen’

Antonin Cee, Hoge heren, Verkiezingen, Kruipen
Inthanon national park
Foto op ChiangMai-Bangkok.com

In het voortrollende heuvelland van noord Thailand kan het ’s avonds bijtend koud zijn. Met temperaturen nakend naar het vriespunt (soms zelfs lager) en geen kachels om aan op te warmen, ondergaat het land plots een metamorfose van tropisch naar landklimaat. Een tiental jaar geleden besloot de Thaise overheid in dit gebied dekens te gaan uitdelen nadat er meer dan vierhonderd mensen waren omgekomen van de kou.

Bij het vallen van de avond sta ik te klappertanden op de top van Doi Inthanon, met 2650 meter Thailands hoogte uitstulping. Maar ik weet me getroost, want terwijl ik hier sta is het in Chicago min 30 en ligt Nederland bedolven onder sneeuw.

Ze lusten ook wel eens een ander visje

De regenboogforellen, die ze hier kweken hebben geen last van lage kwikstanden. Ze hebben ze zelfs nodig. De Inthanon is bij mijn weten de enige plek in Thailand, waar ze kuit willen schieten. Op een van de Royal Projects, die werden opgezet om aan de bergvolkeren en boeren van het noorden een alternatief te bieden voor de opiumcultuur.

Ze kunnen er leren andere gewassen te verbouwen, zgn. cash crops, zoals aardbeien, avocado’s en champignons. Voor forellen, die zich in dit land alleen via een menselijke ingreep willen manifesteren, gaat dat niet op. Het vraagt om behoorlijke investeringen en er zijn grote hoeveelheden water voor nodig.

Antonin Cee, Hoge heren, Verkiezingen, Kruipen
Forellenkweek bij Chiang Mai
Foto Thanks to The Nation

De bergvolkeren hebben het een noch het ander en ook niet zoveel met vis. De forellen gaan voor goede prijzen naar hotels en restaurants en nu ook naar mij, want ik heb er net dertig gekocht. Vier voor mezelf en de rest voor vrienden in Chiang Mai, die ook wel eens een ander visje lusten.

Via Samoeng besluit ik terug te rijden naar Chiang Mai. Een flinke omweg en vele uren meer, maar time is on my side en ik houd er nu eenmaal van om onderweg te zijn. Mijn pick-up truck Afrimele heeft ook geen verwarming en ik zit met handschoenen en een bivakmuts achter het stuur.

Voordat ik de berg afdaal neem ik een slokje uit de heupflacon met Jameson. Een Ierse vriend, die tien forellen besteld heeft en vol goede zorgen zit, gaf het me bij vertrek mee. Als ik naar beneden rijd, klautert de maan uit haar schuilplaats als een onheus klein sikkeltje met de puntjes omhoog, zoals ze zich op deze breedtegraad kan laten zien. Maar het is een heldere nacht met opgezwollen sterren die aardig bijlichten.

Met het muzikale sentiment van ‘straatviolist’ Stephane Grafelli  uit de stereo, kom ik langs nog meer Royal projecten en anonieme bergdorpen. Enkele uren later nader ik Samoeng, waarvan dezelfde  Ierse vriend zegt dat het een verzameling van de mooiste vrouwelijke exemplaren van dit land geproduceerd heeft. En als voormalig directeur van een bureau voor theaterproducties, heeft hij daar kijk op.

Er komt maar een miezerig straaltje uit

Net voordat ik het stadje binnenrijd, zie ik een ineengedoken figuur zitten langs de kant van de weg, zijn armen voor zich uitgestrekt. Het loopt tegen elf uur en nieuwsgierig als ik ben trap ik op de rem en ga eens kijken wat hij daar uitspookt.

Antonin Cee, Hoge heren, Verkiezingen, Kruipen
Foto Wikitravel

Maar dichterbij gekomen blijkt het onnodig hem dit te vragen. Hij zit gehurkt rond een opborrelend heetwaterbronnetje, waar er in Thailand op plekken met een dunne aardkost, heel wat van zijn. Er komt maar een miezerig straaltje uit, waar hij zijn handen aan zit te warmen.

‘Koud hè’, zeg ik tegen hem.
Hij knikt, bedachtzaam, want waarschijnlijk vind hij nogal vreemd dat hij plotseling gezelschap heeft.
Ik hurk neer, bied hem een sigaret aan en wuif wat van het wolkje waterdamp boven het bronnetje naar me toe als solidariteitsbetuiging.
‘In jouw land is het toch veel kouder’, zegt de man verwonderd en kijkt me vragend aan.
‘Ja, maar wij hebben kachels’, zeg ik, maar kan aan zijn gezichtsuitdrukking zien dat hij daar nooit van gehoord heeft. Kennelijk heeft hij er geen behoefte aan te weten wat dat zijn, want hij blijft zwijgen.
‘Ik heb er zelfs eentje bij’, vervolg ik mijn heupfles tevoorschijn halend. Ik schroef de dop los, schenk hem vol en biedt ze hem aan. Hij gooit het in een keer achterover en zijn ogen beginnen te glunderen.

Antonin Cee, Hoge heren, Verkiezingen, Kruipen
afb. op ditverzinjeniet.nl

‘Lekker die kachel’, zegt hij zijn lippen aflikkend. Zelf neem ik er ook een, en schenk de dop weer vol voor hem. Dit keer geeft hij me een waai voordat hij hem aanneemt.
‘Woon je hier in de buurt’, vraag ik.
De man, een eind in de zestig schat ik hem, strekt een arm over de velden, waarop de jonge rijstaanplant voor een tweede oogst staat.
‘Daar ergens, waar het land begint te klimmen’, wijst hij.

Hij pacht er vier rai (haast 1 hectare) van een landeigenaar uit Bangkok, waarop hij rijst plant. Maar er blijft voor hem te weinig over.
‘Hoeveel van de oogst moet je dan afstaan’, vraag ik de dop weer volschenkend, iets wat de man met een goedkeurende blik opneemt.
Zestig procent gaat naar de afwezige landeigenaar, zegt hij. En hij kan geen tweede oogst van sojabonen of knoflook aanplanten, want waar hij zit, is geen water. De irrigatiekanaaltjes van Samoeng reiken niet tot daar.
Trouwens hij zou toch geen water krijgen uit de dorpsreservoirs, gaat hij verder, want hij is niet van hier. Hij is Karen, een van de etnische groepen die noord Thailand bevolken. Hij heeft weliswaar een Thaise identiteitskaart, maar daarmee heb je nog geen water.

Ze zagen hun inkomen kelderen

Onwillekeurig dwalen mijn gedachten terug naar mijn onschuldige beginperiode in Thailand gedurende de zgn. Thaise Lente tussen 1973 en 1976. Daar werd op bloedige wijze een einde aan gemaakt. In die periode was het voor het eerst dat landloze boeren zich verenigden in de Farmers’ Federation of Thailand. (FFT)

Antonin Cee, Hoge heren, Verkiezingen, Karen
Omslag boek Revolution Interrupted over beweging landloze boeren in regio Chiang Mai 1975

Deze kreeg het voor elkaar – voor een groot deel door toedoen van activisten in Chiang Mai waar de pacht exorbitant hoog was –  een nieuwe wet aangenomen te krijgen, die de prijs voor het pachten van land verlaagde, de z.g. Land Rent Control ACT (LRCA) van december 1974.
Tot het grote chagrijn van de landeigenaren en zekere elitaire kringen in Bangkok, die hun inkomen plotseling zagen kelderen. In die dagen was meer dan tien procent van de boeren landloos, die rond de veertig procent van het land bewerkten, cijfers waaraan sindsdien niet zo heel veel  veranderd is. Een ander probleem voor de boeren is, dat er vaak geknoeid wordt met de apparaten die de vochtigheidsgraad van de rijst bepalen, zodat ze minder krijgen uitbetaald.

Ook studenten en advocaten zetten zich destijds  in voor de landloze boeren en verspreidden de nieuwe wet van dorp tot dorp. Het gevolg was dat tussen 1974 en 1978 maar liefst 33 kopstukken van de FFT werden vermoord, acht werden zwaar verwond en vijf verdwenen spoorloos.
Daarmee kwam een einde aan het revolutionaire elan van de TFF. Daders werden nooit gepakt en de Thaise geschiedschrijving maakt er geen gewag van. Uiteindelijk werd de wet aangepast, kreeg een nieuw naam, en werd het percentage af te dragen oogst opnieuw op vijftig procent gezet. Maar van al deze dingen had ik in mijn prille Thaise dagen geen enkele weet. Ik heb het uit dat boek Revolution Interrupted van Tyrell Haberkorn, dat deze zaken haarfijn uit de doeken doet.

Hij kijkt me aan alsof hij iets vies geroken heeft

Ik schenk de dop nog maar eens vol en krijg opnieuw een gulle waai.

Antonin Cee, Hoge heren, Verkiezingen, Karen
Uit YouTube

‘Er zijn binnenkort verkiezingen’, zeg ik. ‘Jij hebt een Thaise ID en kan dus gaan stemmen. Ga je dat ook doen?’.
De man kijkt me aan alsof hij plots iets vies geroken heeft.
‘Nutteloos’, zegt hij me recht in de ogen kijkend. ‘De hoge heren daarboven laten ons kruipen zoals ze willen. We zijn nog steeds niet meer dan that, slaven uit feodale tijden al zijn die dan officieel voorbij.’

We hebben daarop de man nog twee doppen genomen. Daarna ben ik opgestapt om mijn weg naar Chiang Mai te vervolgen. Voordat ik een bocht neem die hem aan het oog onttrekt kijk ik in de achteruitkijkspiegel.

De man zit er nog steeds, scherp afgetekend tegen de heldere sterrenhemel, zijn handen gestrekt naar de heetwaterbron.

 

Meer op Trefpunt over strijd landloze boeren: Boeren, bezig en bedrog

 

Antonin Cee
Over Antonin Cee 124 Artikelen
Antonin Cee woont sinds eind jaren tachtig in Chiangmai en voert themareizen uit. Hij studeerde filosofie aan de Universiteit van Montpellier in Frankrijk en werkte enige tijd als redacteur bij The Nation in Bangkok. Ook schreef hij artikelen voor verschillende Nederlandse, Belgische en Engelstalige magazines. Met zijn dertienjarige dochter vormt hij een eenoudergezin en brengt elk jaar enige tijd door in Zuid-Frankrijk. Hij publiceerde een bundel met verhalen uit Thailand getiteld ‘Tussen Eigen en Ander’, dat per internet te bestellen is bij www.freemusketeers.nl en in Thailand via tusseneigenenander@hotmail.com. Eveneens verkrijgbaar in de Nederlandse en Belgische boekhandel (ter besparing van verzendkosten).

4 Comments

  1. Dit soort stukjes waar je er op uit gaat lees ik nu graag beste Antonin. De inhoud geeft dan wel weinig hoop, het toont wel het denken van mensen.
    Een goed boek van Tyrell Haberkorn trouwens. Ik zag het vorige week nog bij de 2de hands boekenwinkel Dasa in Bangkok voor iets van 250 baht.

  2. Goed verhaal weer Antonin. Precies verwoord hoe het eraan toegaat in Thailand. Een verborgen wereld voor de meeste touristen en Thailandgangers.

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*