Het verhaal. De één baht munt (deel 2)

Erik Kuijpers
Opiumpijp

Op Trefpunt Azië schrijven we geregeld over Aziatische landen. We beschrijven, verklaren en oordelen. Soms zelfs veroordelen we. Dat laatste wordt ons wel eens verweten. We zouden aanmatigend zijn. Het zou beter zijn als we de mensen uit die landen zelf aan het woord lieten, zodat we het land van binnenuit konden begrijpen. Probleem is echter dat zij onze taal meestal niet machtig zijn en omgekeerd dat wij hun taal niet verstaan. Zo praten we langs elkaar heen, zonder dat er enige uitwisseling plaatsvindt.
Erik Kuijpers en Tino Kuis werken in deze serie samen, om het Thaise gedachtegoed voor ons toegankelijk te maken.

Deel 1 vertelde dat vader en zoon zich naar school haastten om boeken te kopen. Deel 2 begint met de voorgeschiedenis daarvan, en gaat dan verder met de haastige loop naar school.

Deel 2.

Hij lacht, pakt zijn opiumpijp en dampt met volle teugen. ‘Chan, Chan, kom ga mee wat drinken. Ik heb vandaag aan god geofferd’ roept iemand voor zijn hut. Hij legt zijn opiumpijp bij de deur, steekt zijn hoofd door een gat in de muur van gevlochten bamboeblad en ziet meneer Ten staan. ‘Kom binnen, Ten’ roept hij terug.

‘Heb je wat in huis?’

‘Het vat is helaas leeg, er ligt alleen nog drab.’ Chan doelt op zijn sterke drank.

‘Kom dan naar mij, die van mij is precies goed, Chan’, probeert Ten hem over te halen.

‘Maar waarom kom je zo vroeg op de morgen?’

‘Door die kleine hier. Ze wil met alle geweld boeken hebben. Zij maant me aan schoolboeken voor haar te kopen. Ik weet niet waarom ze leren wil.’ Ten wijst naar zijn dochter die een stapel boeken met zich meetrok.

‘Heb jij die boeken op school gekocht?’ vraagt Chan geschrokken. O jee, de school is al boeken aan het verkopen. Hij verwenste zijn stommiteit dat hij daar niets van wist.

Tegelijkertijd keurde hij het gedrag van meneer Ten af die niet wilde dat zijn dochter naar school ging. Hij ziet het belang van boeken niet en daarom blijft hij zijn leven lang een slaaf.

‘De boeken voor de vierde klas hebben mij veel geld gekost. Hoe zit het met jouw Chug? Is hij op school toegelaten?’

‘Dit jaar.’

‘Ja, ga dan maar snel die boeken kopen voor de leraar ze aan de boekhandel teruggeeft, want anders moet je naar de markt in de stad gaan om ze daar te kopen’, zei Ten die daarna doorliep.

Chan bleef een paar minuten stil zitten. Dan nam hij de tabaksdoos, opende hem en keek er in. Hij zag alleen een vuursteen, wat tabak en gedroogd bananenblad. Hij wist nog goed dat het laatste één baht muntje gisteren was besteed aan gedroogde paprika. Toch wilde hij nakijken of er in de doos niet toevallig nog een baht lag. Hij nam het gedroogde bananenblad uit de doos, likte er een paar keer aan om het zacht en buigzaam te maken, legde de tabakskruimels erop, rolde het op zijn hand samen, stak het aan en rookte peinzend.

‘Vader, ga nu snel en koop die boeken voor mij. U moet mij leren lezen zodat ik goed lezen kan, zo goed als meneer Sombat.’

‘Momentje.’ Hij zat na te denken of hij Chug eerlijk zou vertellen dat hij nog niet één baht had.

‘Ga nu toch, vader!’, drong Chug bij hem aan.

‘Ik heb helemaal geen geld’, zei hij resoluut.

‘Verkoop dan rijst, vader’ raadde Chug hem aan, wetend dat zijn vader altijd geld had na de verkoop van rijst.

‘Wij hebben nog maar één emmer vol. Die moeten wij bewaren om te eten.’ Hij zoog zwaar aan zijn sigaret tot het bananenblad opvlamde.

‘Als wij geen boek hebben kan ik niks leren’, zei zijn zoon op een huiltoon. ‘Word nou niet boos, laten we naar de vijver gaan! Pak je visspullen.’

Erik Kuijpers

Vader en zoon kwamen de bamboehut uit. Ze liepen dwars het veld over en door het bamboebos tot ze aan de vijver kwamen. De Takee-vijver was volledig opgedroogd en de bodem vol met spleten. De moerasplanten waren dood. De waterlelies lagen met hun verdroogde gele bladeren en bruine wortels op de droge grond van de vijver.

‘Wat moeten we hier, vader? De vijver is opgedroogd’, zei de zoon vertwijfeld.

‘Kleislakken zoeken!’ ‘De bittere slakken?’

‘Ja ja, de bittere slakken.’ ‘Gaan we die koken, vader?’

‘Nee, verkopen! Iedere pond brengt een baht op.’

‘O, verkopen, voor geld voor de boeken, toch?’, lachte Chug en gaf aan klaar te zijn voor dat werk.

Met de spa hakte hij in de gespleten bodem aan de rand van de vijver, haalde de aarde weg en zocht naar bittere slakken, zo groot als het puntje van je duim. Ze groeven de aarde af, maakten ongeveer tien putten, maar vonden alleen maar dode wijngaardslakken en schelpen.

De zon begon nu feller te schijnen. Hun lijven waren nat van het zweet. Grote druppels verschenen op Chug zijn kale hoofd en liepen in zijn ogen. Het kleine kind veegde iedere keer het zweet met zijn hand weg. Vader kreeg medelijden met hem. Hij nam zijn gevlochten hoed af en bedekte daarmee zijn zoons hoofd en nam de kapotte handdoek van zijn middel af en legde die op de rug van zijn zoon.

‘Daar is er een, vader!’

‘O, laat eens zien!’

‘Bah, verrotte slak! Hij stinkt als de pest.’ Chug maakte zijn neus schoon met zijn vingers.

‘Leg ze eerst maar eens in de mand’, zei vader.

‘Maar dit is alleen het huisje, vader. Kunnen we die verkopen?’

‘Nou ja, we mengen hem met de andere slakken. Tegenwoordig wordt er wel vaker gemengd en word je bedrogen waar je bij staat, Chug. Rijst mengen ze met spelt en vissaus met zout water’, hield hij zijn zoon voor.

‘Probeer hier eens, vader!’ Chug wijst naar een plekje onder een struik. ‘Kom, help mee uitgraven.’

‘Oh, wat veel!’ Chug verheugde zich over een hoop slakken die daar zaten.

‘Hoeveel zijn het er, Chug? Tel ze eens.’

‘Een, twee, drie, vier, vijf. Vijf stuks, vader.’

‘Je weet het best goed’, lachte hij tevreden, omdat zijn zoon goed had geteld. ‘Als je naar school gaat moet je ook goed leren rekenen. Meneer Sombat is ook goed in rekenen en ook goed in lezen.’

‘Ik kan al tot tien tellen, vader! Zes, zeven, acht…’, schepte de zoon op.

Chan deed zijn uiterste best naar de schat in de bodem te zoeken. Iedere slak die hij in de mand kon leggen betekende veel voor zijn zoon. In de namiddag was het hen eindelijk gelukt precies een pond slakken te verzamelen, niet meer, niet minder. Op de markt van Baan Kho verkocht hij ze voor één baht. Dat muntje hield hij stevig vast in zijn hand.

Hij durfde het niet weg te leggen en ook niet in de zak van zijn hemd te stoppen want daar zat een gat in, net als in zijn broekzak. In zijn zakdoek knopen was ook gevaarlijk want het kan er uit vallen. Nee, het was niet gemakkelijk geweest aan geld te komen.

Het Verhaal, baht, Erik Kuijpers

Toen het geld verdiend was liep hij met grote passen naar school om het boek voor zijn zoon te kopen. Chug liep nog steeds voorop. Hij stopte even en keek in zijn hand: het geld was er nog steeds. Het nieuwe muntje schitterde zo mooi in de zon. Hij hield het stevig en toch voorzichtig vast alsof hij bang was dat het zou breken voor ze bij de school waren.

‘Vader, vader, is het geld er nog?’

‘Ja.’

‘Vader, hebben die boeken mooie plaatjes?’

‘Ja.’

‘Als wij thuis komen, dan moet U mij het ABC leren, zoals U beloofd hebt, niet waar, vader? Ik wil een grote meneer worden.’

Voor de school in het dorp Baan Kho stond een rij tafels. Daarop lagen boeken en schriften op volgorde van klassen. De leraar was bezig ze te verkopen aan de ouders naar gelang de klas waarin hun kinderen zaten. Voor de eerste klas waren maar weinig boeken nodig, slechts twee of drie. Voor de hogere klassen moest je meer boeken meedragen. De dorpsbewoners liepen te klagen over de kosten van de boeken en de reiskosten.

‘Boeken voor de eerste klas liggen op die tafel daar’, lichtte de leraar toe. Hij bracht Chug er naartoe.

‘Hoeveel boeken voor de eerste klas?’, vroeg Chan.

‘Drie boeken. De complete set kost 4 baht en 50 satang alsjeblieft.’

‘Kunnen we niet eerst maar één boek kopen?’ Hij bewoog het muntje in zijn hand en zijn hart sloeg sneller.

‘Een boek kost een baht en 50 satang alsjeblieft.’

‘Kan het niet voor één baht?’, probeerde hij te onderhandelen.

‘Jammer genoeg niet. De waarde van de baht is gedaald’ zei de jonge leraar.

Hij deed een stap terug. Hij had totaal niet begrepen wat dat betekende. Een baht heeft altijd honderd satang. Hoe kan die waarde dan zakken? Hij wist van zichzelf dat hij dom was. Hij kon zelf niks, dus moest absoluut Chug naar school sturen zodat hij wel slim werd.

In zijn rechterhand hield hij het muntje vast. De linkerhand legde hij op de schouder van zijn zoon. ‘Chug, we gaan weer terug naar de vijver.’

‘Gaan we weer slakken zoeken, vader?’

 

Bron: Kurzgeschichten aus Thailand; een boek samengesteld in 1982 ten behoeve van de studenten Duits aan de Chulalongkorn Universiteit te Bangkok. Vertaling en bewerking Erik Kuijpers.

Schrijver Nimit Pumthaworn (ook Phumthaworn, 1936-1981; นิมิตร ภูมิถาวร) was onderwijzer in Sukhothai. Hij schreef over leven en werken door mensen in de Thaise landbouw. Bovenstaand verhaal komt uit een van zijn bundels.

Foto’s en prenten

Opiumpijp van bamboe; wikimedia.

Zandslak; courtesy of Nederlandsesoorten.nl.

Het 50 satang muntje.

Erik Kuijpers
Over Erik Kuijpers 832 Artikelen
Erik Kuijpers (1946) werkte 36 jaar als aangiftemedewerker inkomsten- en vennootschapsbelasting. In 2002 emigreerde hij naar Nongkhai in Thailand waar ook zijn partner en pleegzoon wonen. Erik pendelt nu afhankelijk van de seizoenen tussen Thailand en Nederland

1 Comment

  1. Ook dit deel 2 leest prettig. Het komt een beetje ‘bekend voor’, doordat mijn dochter Robin van 5 jaar ook zo graag leert en naar school gaat. Maar ja, Daddy kan daar nix met 1 muntje …… Behoorlijke scholing is best duur in Thailand, maar ook wij betalen het graag voor haar.

    Berthy, Chiang Mai.

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*