Het verhaal. De één baht munt (deel 1)

Op Trefpunt Azië schrijven we geregeld over Aziatische landen. We beschrijven, verklaren en oordelen. Soms zelfs veroordelen we. Dat laatste wordt ons wel eens verweten. We zouden aanmatigend zijn. Het zou beter zijn als we de mensen uit die landen zelf aan het woord lieten, zodat we het land van binnenuit konden begrijpen. Probleem is echter dat zij onze taal meestal niet machtig zijn en omgekeerd dat wij hun taal niet verstaan. Zo praten we langs elkaar heen, zonder dat er enige uitwisseling plaatsvindt.
Erik Kuijpers en Tino Kuis werken in deze serie samen, om het Thaise gedachtegoed voor ons toegankelijk te maken.

Het eerste verhaal komt uit “Kurzgeschichten aus Thailand”, een boek samengesteld in 1982 ten behoeve van de studenten Duits aan de Chulalongkorn Universiteit te Bangkok. De vertaling en bewerking is van Erik Kuijpers. Schrijver Nimit Pumthaworn (ook Phumthaworn, 1936-1981) was onderwijzer in Sukhothai. Hij schreef over leven en werken door mensen in de Thaise landbouw. Onderstaand verhaal komt uit een van zijn bundels.

 

Het Verhaal, baht, Erik Kuijpers

In de brandende zon liep Chan met snelle passen dwars de akker over naar de veldweg. Zijn zoon Chug trippelde achter hem aan. Bij iedere stap waaide stof op. De wind kwam opzetten en nam de as van het verbrande gras met zich mee. Chug klapte in zijn handen en riep ‘Snel! Schiet op!’ en lachte van plezier. Door de felle middagzon parelden zweetdruppels op de kale kruin van de jongen.

Hij keek om naar zijn zoon. Die kleine moest snel lopen met zijn kleinere passen. Hij leek vermoeid en vader liep wat rustiger, zodat zijn zoon hem kon inhalen. ‘Wij kunnen wat langzamer lopen, Chug! Dan komen we toch nog op tijd aan.’

‘Maar dan zijn we er later dan de anderen, vader’ zei zijn zoon ongeduldig. ‘Welnee, wij zijn echt wel op tijd daar’, stelde vader hem gerust en trok eens speels aan zijn haarlok. ‘Kom, loop jij maar voorop.’

Chug rende voor hem uit. Hij keek zijn achtjarige zoon na en zuchtte. In zijn rechterhand hield hij het één-baht-muntje vast tot het nat van het zweet werd. Maar zijn gevoel zei hem dat het muntje er echt nog was en hij glimlachte.

De hitte in mei blonk op duizend-en-een manieren. Dikke rook van verbrand gras zweefde in de lucht. Boven de walm zwermden vogels, onderweg naar insecten happend. Bomen met stekels en verdorde takken stonden aan de rand van het droge veld. Hij keek teleurgesteld naar boven: geen spoor van een regenwolk te zien. De hemel was droog, alsof hij van plastic was.

‘Het is al zes maanden droog! Hoe lang gaat deze droogte nog duren? Straks sterft alles af’, klaagde hij. ‘Als er regen komt, dan kan ik gaan ploegen, zaaien en planten. Maar als het dit jaar weer droog blijft, dan houden we het niet meer vol.’

Drie jaar achtereen was de oogst mislukt. Twee jaar wegens droogte en vorig jaar wegens overstroming. Toch was de regen precies op tijd gekomen, in de zesde maand. De velden stonden vol met donkergroene rijstplanten en iedere boer was blij. Maar in de tiende maand kwam het water uit de bossen omlaag, overstroomde de hele regio en zette de rijstvelden onder water. Tien emmers met rijst was alles wat er overbleef voor de boer. En de kosten van levensmiddelen en levensonderhoud gingen dagelijks omhoog. De boeren werden er somber van.

‘En dit jaar? Dit jaar wordt beslist of we dood gaan of gered worden’ zuchtte hij luidop.

Chug liep door, zonder moe te worden. Ach, waar denkt een jongen van zijn leeftijd aan? Eten, spelen en slapen. Hij keek zijn zoon na met een glimlach. Het was zijn enig kind, de hoop in zijn leven. Een praatgraag en speels kind dat alles onthield wat hij zag of hoorde. Het dorpshoofd had hem vaak gezegd als hij bij hem wat kwam drinken: ‘Let goed op hem, Chan! Hij wordt straks een grote meneer! ‘

‘Het is een slimme jongen, Chan’, had de leraar vol lof gezegd. ‘Hij zal wel officier worden’, zei de burgemeester. ‘Als jij niet wilt dat hij later afhankelijk wordt van het weer in de landbouw, dan moet je zorgen dat hij veel leert, zodat hij een goed loon kan verdienen zoals mijn zoon Sombat’, verzekerde hem oom Mang.

Ja, dat vond hij zelf ook. Oom Mang was zelf ook geen rijk man. Maar door de rijstbouw had hij zijn zoon naar school kunnen sturen. Sombat was een goede leerling geweest en mocht zijn opleiding in Bangkok afmaken. Oom Mang had zelfs zijn akker verkocht voor het schoolgeld van zijn zoon.

En nu had Sombat een salaris van vele duizenden baht, leefde comfortabel, had mooie kleren en genoeg te eten, en leefde in aanzien. Mensen behandelden hem met eerbied en als hij ergens heen ging, dan werd hij door velen gegroet. Die woorden van oom Mang, zijn buurman, en het leven van Sombat maakten jarenlang diepe indruk op hem tot hij zelf een zoon had.

Erik Kuijpers

Sinds Chug hem kon verstaan vertelde hij hem hoe zwaar het leven van een rijstboer is: nog voor de eerste zonnestralen je bed uit, de karbouw naar het veld brengen en de akker ploegen. Rondje na rondje, ontelbare rondjes, iedere dag wel duizend kilometer als je alle rondjes optelt. Hoe het weer ook is, regen of zonneschijn, je moet doorgaan.

En tegen de middag moet je gaan planten. Ieder bosje rijst moet je met de hand, de een na de ander, in de grond steken. Tot het hele veld vol is en je rug zo krom als een garnaal. De boer is pas tevreden als alle plantjes rechtop staan en groen worden.

Maar komt er overstroming, dan zie je enkel nog de toppen van de plantjes. Dat betekent een slechte oogst. En vergeet niet de gevaarlijke droge maanden. Heb je het geluk dat je de oogst helemaal binnen hebt kunnen halen, dan loert er nog steeds gevaar voor de boeren: de prijs kan zo maar 4 of 5 baht per emmer zakken.

Hij had het vaste voornemen Chug naar school te sturen tot hij volwassen was, wat het hem ook zou kosten en hoe arm hij zelf ook zou blijven. Vanmorgen nog had hij daarover met zijn zoon gesproken.

‘Je moet goed leren op school.’

‘Waarom moet je leren?’ vroeg Chug.

‘Leren, zodat je een grote meneer wordt zoals meneer Sombat’.

‘Waarom is het goed een grote meneer te zijn, vader?’

‘Dan hoef je niet zo zwaar op het land te werken zoals jouw vader.’

‘Maar hoe krijgen we dan de rijst om van te eten?’ Zo weetgierig was Chug. Hij was zeker niet dom.

‘Je leeft van een vast salaris. Jij krijgt loon iedere maand, vele duizenden baht. Je hebt geen zwaar werk, je zit in de schaduw aan tafel en iedereen heeft respect voor je.’

‘Waarom hebben ze respect?’

‘Ja, omdat je een grote meneer bent. Je hebt het recht anderen uit te schelden. Wil je graag zo iemand zijn?’

‘O, schelden zoals de politieagent Pin, nietwaar, vader?’ Chug gaf aan dat hij alles begrepen had.

‘Juist, dat is het. Je mag anderen dan ook een schop geven. Wil jij zo iemand worden?’, herhaalde Chan zijn vraag.

‘Ja, dat zou ik wel willen’, lachte het kind. Hij rechtte de rug en liep kaarsrecht en met krachtige pas net zoals politieagent Pin had gedaan toen die gekomen was om zijn vader wegens illegale alcoholstokerij op te pakken. Chan lachte blij toen hij zag hoe goed de kleine het verwaande gedrag van een grote meneer na kon doen.

‘En als je ook zo wil worden dan moet je goed leren!’

‘Waar ga ik leren, vader?’

‘Nou, eerst in onze dorpsschool en daarna ga je naar de school in de stad. ‘

‘Slaat de meester mij?’

‘Als je goed oplet en hard werkt dan slaat geen enkele meester jou. Ze slaan alleen luie en brutale leerlingen.’

‘Ik ga aandachtig leren en niet brutaal zijn. Chug wil een grote meneer worden net als meneer Sombat.’

‘Prima, prima!’ en hij omarmde zijn zoon. Hij lachte en was blij.

‘En wanneer ga ik naar school?’

‘Al snel! Ik heb je aangemeld voor de zesde maand.’ Hij telde de maanden op zijn vingers na. ‘In de komende drie of vier dagen, Chug, dan mag jij zeker naar school.’

(wordt vervolgd)

Foto’s en prenten

De 1 baht munt.

Rijst; freepik.com background photo created by jcomp

 

Erik Kuijpers
Over Erik Kuijpers 832 Artikelen
Erik Kuijpers (1946) werkte 36 jaar als aangiftemedewerker inkomsten- en vennootschapsbelasting. In 2002 emigreerde hij naar Nongkhai in Thailand waar ook zijn partner en pleegzoon wonen. Erik pendelt nu afhankelijk van de seizoenen tussen Thailand en Nederland

2 Comments

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*