Het verhaal. Het lied van de valk

Het Verhaal, valk, Erik Kuijpers

Het oude moeke is ingedut als ze het lied van de valk gehoord heeft. Haar handen liggen gekruist op schoot. Uit de kooi klinkt opnieuw op hoge toon het lied van de valk. Door de vele rimpels aan haar oogleden kan ze niet goed zien maar nog steeds ziet ze het beeld helder voor zich: ‘Laten we hem toch houden moeder! Het is zo’n schattig dier!’ zei haar zoon toen.

‘Maar ik heb nog nooit een dier grootgebracht en ik heb meelij met het beestje’ zei ze. De valk zat stil in zijn kooi. De oogjes gingen open en dicht maar in de heldere ogen stond geen leed. Zijn veren waren glad en schoon.

‘We doen hem niks aan hoor, moeder! Wij gaan hem visresten en graan te eten geven’; zo probeerde haar zoon toestemming te krijgen.
‘Eet ie rijst?’ vroeg ze hem.
‘Weet ik veel. Alsjeblieft, laten we hem toch houden.’

Zo ging dat. Haar zoon had nooit iets gedaan zonder eerst om haar mening te vragen. En als ze het ergens niet mee eens was had hij dat altijd aanvaard. Hij is haar enige schat die ze nog heeft op de wereld. De oude vrouw omringt haar zoon met alle zorgen als ware hij haar kostbaarste bezit.

Haar enige zoon en de valk

Per slot van rekening is hij het geschenk van de liefde van haar leven die nog steeds haar hart blij maakt. Zijn persoon is als de samenvloeiing van haar ziel en de ziel van haar lieve man die maar kort het geluk, het krijgen van een zoon, met haar kon delen. Hij moest te vroeg het pad op waarvan je niet terugkeert.

Erik Kuijpers

‘Het is fout, een dier gevangen te houden’ had ze geantwoord.
‘Maar we doen hem toch geen kwaad, moeder? We willen hem juist gelukkig maken.’
‘Gelukkig in een kooi? Alles in de wereld heeft een zekere plaats. Verander zijn leven toch niet!’ zei ze hem rustig.
‘Maar, we laten hem toch niet altijd in die kooi? Ma, alsjeblieft, laat hem vrienden met ons worden.’
‘Wil jij deze valk als vriend hebben?’ vroeg ze en woelde liefdevol door zijn kuif. Ze lachte en zei ‘Goed, wat mij betreft mag je de valk houden. Maar als de tijd daar is dat ik denk dat hij vrij moet zijn, beloof me dat je hem zult laten vliegen.’

En ze vraagt zijn erewoord daarvoor. ‘Maar, als je morgen zegt dat de tijd daar is….. Laat mij hem toch houden! Hij is toch van mij?’ Hij gaf zijn moeder een kus op haar wang en liep dolblij weg met de valk in het kooitje.

De kleine valk is altijd vrolijk. De oude vrouw heeft de vogel nog nooit somber gezien, ook niet als haar zoon niet in de buurt van de kooi is. Maar ziet hij zijn baasje naderbij komen dan spreidt hij zijn vleugels en fladdert met ze alsof hij wil laten zien dat zijn vleugels al net zo krachtig zijn als van andere valken. Zijn verentooi is heel gelijkmatig en schittert met veel kleuren. En als hij aan zijn visje pikt zie je hoe scherp zijn snavel al is.

Wat de valk betreft is er geen twijfel meer voor de oude vrouw. Hij is een deel van haar leven geworden. Vroeg in de morgen als ze wakker wordt hoort ze al de vrolijke roep van de valk die met zijn vleugels wappert en op haar wacht. Steeds als zij uit haar slaapkamer komt ziet zij in dat levenslustige wezen een beeld waar ze van geniet en waarvan ze zich jonger voelt. Ze moest er steeds om lachen.

Het dier poetst met het puntje van zijn vleugel zijn kop, knippert met zijn ogen en krast een groet voordat hij met de ogen dicht zijn kop in de waterbak steekt. Daarna schudt hij zijn kop schoon en spettert water op de kooi. De oude vrouw herinnert zich al lang niet meer dat ze de vogel weer zou laten vliegen.

Erik Kuijpers

De brief van haar zoon

De eerste brief is binnen. Zij gaat in haar bamboestoel zitten, haalt de bril uit het versleten leren etui en zet hem op haar neus, en leest de brief waarvan het handschrift vrijwel gelijk is aan het hare. Hij vertelt over de reis.

‘ Wij zitten in een aparte coupé. Eigenlijk is dat helemaal niet zo slecht omdat wij niet op een hoop zitten zoals anderen die in een houten kist op ijzeren wielen opeengepakt zitten. Toen de trein op het station begon te rollen hoorden wij een signaal ter afscheid. Veel mensen moesten huilen toen ze de trein na zwaaiden. Na een poosje rijden begonnen enkele mensen vriendelijk met elkaar te praten en langzaam verdween de treurige stemming die ons enigszins bedrukt had aan het begin.

‘Maar anderen raakten dat gevoel niet kwijt. Ze zaten ineengedoken op hun stoel en keken de hele tijd doelloos uit het raam. Het leek wel of de bomen van onze trein wegliepen en ook de telegraafmasten aan beide zijden vlogen voorbij. Alleen de zon volgde ons de hele tijd. De trein reed het eerste station voorbij maar dat was een kleiner station. Er waren ook mensen met kinderen die argeloos naar ons zwaaiden. Wie weet; misschien was het familie van een van ons.

‘De trein is nergens gestopt. Je hoorde alleen het lang aangehouden getoeter van de trein. We kwamen een trein tegen die in tegengestelde richting reed, naar het zuiden. Die stond stil bij een station terwijl wij voorbij stoven. Dat ging zo snel, je kon niet zien wie er in die andere trein zaten. Het had ons ook niks gezegd als we het hadden kunnen zien. Er zijn zo veel mensen op aarde. Je ziet alleen maar de buitenkant en dat zegt niks over de mensen zelf. Is dat niet grappig, ma? Soms wil ik helemaal niet de mensen kennen die ik ontmoet, hoe interessant ze ook zijn kunnen. En dat komt omdat mijn gedachten bij jou zijn.

‘Had trouwens al gehoord dat het in het noorden best koud is. Velen waren net als ik nergens op voorbereid. In onze tassen waren nauwelijks warme spullen. Daarentegen was ik dolblij, toen ik aan het eind van de reis mijn tas openmaakte, dat jij daar mijn gebreide vest in had gelegd. Maar hij is toch te dun voor de kou hier. Ik zou willen dat je na mijn vertrek was begonnen een dik vest te breien. Nu je mijn adres hebt zou je me dat kunnen sturen tot ik ergens anders gelegerd ben.

‘Ik mis de valk heel erg. Hij zal vast erg blij zijn als ik terugkom, niet waar, ma?’

Erik Kuijpers

De oude vrouw leunt achterover in haar stoel. Die is haar lief want is net zo oud als haar zoon. Ze weet nog precies dat ze dag in dag uit met het kind in haar armen in deze stoel zat en hem te drinken gaf. Onvermoeibaar heeft ze de ontwikkeling van haar zoon gevolgd: eerst als baby met zachte, roze huid, dan als klein kind, daarna als vrolijke en praatlustige jongeman. Ze heeft er steeds plezier aan beleefd.

Ze pakt een kluwen wol om te gaan breien maar haar rimpelige handen trillen. Toch wil ze dat vest zo snel mogelijk af hebben; het wordt een waardevol verjaardagsgeschenk voor haar zoon. Ze wil hem op tijd posten zodat hij hem ontvangt op zijn 22-e verjaardag. Dit is het enige dat ze nu voor zijn gezondheid doen kan omdat hij nu zo ver weg is. De scheiding doet haar pijn en dat moet ze helemaal alleen verwerken.

Als de tranen weer over haar wangen stromen verliest ze de moed de bril weer op te zetten. De wil ontvalt haar verder te gaan met zijn vest. Sinds hij vertrokken is zonder dat ze weet of hij ooit nog terugkomt leeft ze geen dag zonder verdriet en pijn. Alsof droefenis bij haar geworteld werd. Als ze in de nacht wakker schrikt loopt ze naar zijn lege bed. Als ze stappen naast het huis hoort bidt ze dat het haar zoon mag zijn. Maar in haar binnenste weet ze dat dit valse hoop is.

De dagen gaan langzaam voorbij zoals nimmer tevoren. Als ze slaapt droomt ze van haar zoon en overdag denkt ze alleen maar aan hem. Dit is haar ritme geworden; het zit zo diep van binnen dat ze zich geen ander leven kan voorstellen. Als ze nu maar niet eens moet horen dat hij uit haar leven….. Deze angst duikt steeds weer op hoewel ze probeert die weg te drukken.

Ze ontvangt weer een brief van haar zoon. De tranen vloeien weer als ze die in haar oude stoel leest:

‘Het komt omdat ik de kleine valk van zijn moeder heb gehaald; daarom ben ik nu van jou gescheiden. Hoewel ik daar niet aan wil denken hoop ik je daarmee wat troost te bieden. Om het weer goed te maken, ma, laat de valk maar vliegen! Misschien kan ik daardoor sneller naar jou komen net zoals de kleine valk die dan naar zijn moeder terugvliegt.’

De oude vrouw heeft de brief niet uitgelezen. Met de brief in de hand loopt ze naar de kooi van de valk. Die is inmiddels veel groter geworden dan toen ze hem kregen. Het dier begroet haar luid en met gefladder. ‘Ga terug naar jouw moeder, valkje, opdat mijn zoon snel terugkomt.’

Ze opent de kooi maar de valk toont geen spoortje zin de kooi te verlaten, ook niet als ze het deurtje openlaat. Dan haalt ze de vogel er uit en zet hem op een tak. Maar de valk is plotseling heel anders dan in de kooi. Droefheid overvalt hem en hij schijnt angst voor de onbekende omgeving te hebben. Hij beweegt zijn vleugels alsof hij wil gaan vliegen maar blijft toch zitten waar hij zit.

De valk is al lang geen echte vogel meer. Hij weet goed dat hij niet meer kan leven zoals andere vogels die rondom hem kwinkeleren zoals de kleine huismussen. Hij, de valk, kan niet meer met zijn ogen in de verte kijken. Zijn eens sterke vleugels die hem door de lucht lieten zweven zijn niet meer dan zwakke botten onder mooie veren. Ze vormen nutteloze versiering. Die zullen hem niet meer naar zijn moeder brengen.

Een treurig lied…

Het lied, dat de oude vrouw nu hoort, klinkt alleen maar treurig en klagend in haar oren. Het dringt door tot in haar eenzame hart. Het klinkt als het geluid van een schot aan het front dat door het hart van haar zoon gaat….. Het oude moeke ervaart deze ongrijpbare pijn als ze in haar oude stoel zit, de ogen dicht en met de handen gekruist op schoot.

Bron:

Kurzgeschichten aus Thailand. Vertaling en bewerking Erik Kuijpers. Auteur Makut Onrüdi (1950), in Thais มกุฎ อรฤดี. Onderwijzer en schrijver over de problemen van sociaal-cultureel achtergestelde dorpsbewoners in het zuiden van Thailand.

Het lied van de valk is geschreven in 1976. In de jaren 1970 trad het Thaise leger hard op tegen communistische infiltranten in het noorden, werden aanhangers vermoord in de ‘red drum’ moorden in het zuiden en vonden de moorden plaats op de Thammasat Universiteit.

Meer lezen?

In de Thaise taal over Makut.
Op Trefpunt Azië: Er is meer tussen hemel en aarde.

Foto’s

Slechtvalk; wikimedia.
Bamboe vogelkooi; photo alibaba.com.
Brief; wikimedia.
Bamboestoel; ergens in Thailand.

Erik Kuijpers
Over Erik Kuijpers 821 Artikelen
Erik Kuijpers (1946) werkte 36 jaar als aangiftemedewerker inkomsten- en vennootschapsbelasting. In 2002 emigreerde hij naar Nongkhai in Thailand waar ook zijn partner en pleegzoon wonen. Erik pendelt nu afhankelijk van de seizoenen tussen Thailand en Nederland

2 Comments

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*