Thailand. De theorie van voor wat, hoort wat

Thambun

 

Het onbaatzuchtig verrichten van goede werken teneinde het eigen karma wat op te krikken. Zo luidt mijn heel persoonlijke definitie van het Thaise woord ‘ ‘thambun’.

‘ Zou jij ook niet eens wat thambun willen doen’? vroeg mijn vrouw Oy, terwijl we op een vroege ochtend op een boomstronk bij het strand van Jomtien zaten uit te rusten van een flinke strandloop.

Op mijn vraag waarom, kreeg ik te horen dat ik  toch hier (in dit mooie Thailand vol onbaatzuchtigen) woon, dus mocht ik ook wel eens wat terugdoen. Goed voor het al genoemde karma. Met enig onboeddhistisch doch zeer Hollands cynisme laat ik haar weten dat de hoeveelheid geld die ik over de jaren in de Thaise economie heb gepompt genoeg moet zijn om in dit land voor eeuwig vrijstelling van ‘ thambun ‘ te krijgen. Of dan toch in ieder geval deze eeuw.

Niet het antwoord waar ze op hoopte. Maar ze geeft  zich niet gewonnen en begint, mij het goede voorbeeld gevend, onverdroten aan het bijeenharken van de hopen afval die met het tij op het strand zijn aangespoeld. Honderden plastic zakjes, dode vissen, piepschuim, paktouw en met alg begroeide teenslippers. Met zoveel vervuild strand voor het oog is dit een dermate hopeloos karwei dat daarbij vergeleken het spreekwoordelijke  water naar zee dragen nog een aantrekkelijk alternatief wordt.

En of het zo moest zijn, terwijl ze daarmee bezig is, ontwaart ze op de boulevard een kleine oranje  optocht. Geen Hup-Holland-Hup-supporters, die de Leeuw niet in zijn hempie willen laten staan, maar een rij in nagelnieuwe pijen gestoken jongens, onder leiding van een al wat oudere monnik.

Lieven Kattestaart, Thambun, Monnikenwerk

Het kost mijn vrouw weinig tijd erachter te komen dat de abt met deze felgekleurde rebellenclub op weg is naar Si Racha, om daar een boeddhistische bijeenkomst bij te wonen ter ere van de overleden Koning. Hij had  tot nu toe geen enkele song-thaew- chauffeur bereid gevonden hen op weg te helpen, of daarvoor geen woekerprijs te vragen.

Oy kijkt me vervolgens allerliefst aan. We kunnen deze arme pelgrims toch zeker niet in de kou laten staan? (Vooral niet nu ze net de abt een lift heeft aangeboden richting Pattaya.)

Vlotter dan gedacht zit ik weer achter het stuur, terwijl achter ons een halve tempelbevolking in de bak van de pick-up klautert. Acht man in totaal. Mijn verzoek aan de oudere monnik om binnen te komen zitten bij de airco wuift hij beleefd weg.  Er dient een oogje in het zeil gehouden te worden bij de jeugd. Wat overdreven lijkt mij. Boeddha’s volgelingen staan immers niet bekend om hun baldadigheid.

Met mijn eigen gedachten over eega’s ideetjes, kijk ik onderweg in de spiegel en zie genoeg fel-oranje  om de gemiddelde Thaise wegafzetting te laten verbleken. Dan, Pattaya bereikend, hoor ik mezelf zeggen dat we de groep net zo goed rechtstreeks naar Si Racha kunnen brengen. Zo ver is het tenslotte niet. Het  scheelt hen ook weer veel  gezoek en afdingen met chauffeurs. Oy kijkt me aan met een blik die men meestal reserveert voor het zien branden van water. Eén-nul voor mijn karma, dat is duidelijk.

Lieven Kattestaart, Thambun, Monnikenwerk

Wat later, over het asfalt suizend richting de kustplaats, zie ik achter me in de rijwind wapperende pijen, een abt die knikkebollend wegdommelt en Thaise jeugd die daarvan gretig gebruik maakt door uiterst ongemanierde gebaren te maken naar medeweggebruikers. Of te proberen wie van hen  het verst uit de bak durft te hangen bij 100+ km per uur. Enkelen doen zelfs de Titanic-pose.

Her herinnert mij aan mijn gereformeerde jeugd, en de baldadigheid die een uitweg zocht na een avondje verplichte Catechisatie- lessen van dominee of ouderling. Ook onder de Thaise zon is er blijkbaar niets nieuws.

Ik minder wat vaart, en ben blij als we in Si Racha aankomen zonder verlies van Thaise ledematen, of erger. Na enig zoeken wordt de landingsplaats voor achterbak-monniken gevonden, waarop een ware exodus van oranje volgt. Lachend vertelt de kleinste van het stel dat hij in Pattaya bij het nemen van een verkeersdrempel geheel los kwam van de laadbak. Een novice die kennismaakte met levitatie zonder te hoeven mediteren, de wonderen zijn de wereld nog niet uit..,,,Lieven Kattestaart, Thambun, Monnikenwerk

We nemen afscheid van abt en kids en met  een goed gevoel rijd ik terug richting Pattaya. Inwendig geef ik mezelf een schouderklopje voor mijn beslist nobele aandeel in deze charter-rit voor Boeddha. Niet slecht voor een halve heiden met thambun-allergie.

Mijn hemelse straf over zoveel zelfingenomenheid volgt snel. Op de terugweg naar Pattaya zie ik namelijk kans tot driemaal toe de verkeerde afslag te nemen op een rotonde in verbouwing. Ik sla daarbij op het laatst zulke liederlijke taal uit dat het me niet alleen een misprijzende blik van Oy oplevert, maar het me waarschijnlijk ook een tiental van deze thambun-ritjes zal kosten om weer een beetje in het reine te komen met mijn eigen karma.

Monnikenwerk dus.

Lieven Kattestaart
Over Lieven Kattestaart 103 Artikelen
Lieven Kattestaart (1963) werd geboren in Middelharnis. Hij werkte van 1991 tot 2016 bij de Gemeente Goeree-Overflakkee. Sinds 1993 bezoekt hij Thailand en raakte zoals zovelen verslaafd aan het land en de bevolking. In Isaan, het noordoostelijk deel van Thailand, ontmoette hij zijn vrouw Pranom (Ooy).