Het Verhaal van de Week: De transformatie van een Thais eiland


 

Antonin Cee, Terug naar Koh Chang, Transformatie

Als de ‘terreur van de geschiedenis’ zoals sommigen dat noemen heeft toegeslagen, is er geen weg meer terug. Pas op de plaats is er niet bij, want voorwaarts zult gij, of je daar nou trek in hebt of niet. Op zoek gaan naar wat je ooit hebt liefgehad, is het domste wat je daarbij doen kunt. Maar ach, al die aangeslibde herinneringen, ze morrelen aan je bewustzijn en met hun eigen passe partout sluipen ze ongehinderd binnen.

Het is misschien wel meer dan dertig jaar geleden dat ik vanuit Laem Ngob het veerbootje nam naar Koh Chang. Ik kende het eiland alleen uit de Thaise kranten die eind jaren 70 af en toe gewag maakten van Vietnamese bootvluchtelingen, die er waren beland.

Op fortuinlijke wijze ontkomen aan berovingen, verkrachtingen en moord bedreven door Thaise vissers met een forse dosis piratenbloed. Met wat zeemansgeluk hadden de overlevenden hun wrakkige bootjes naar Koh Chang weten te manoeuvreren. Het vond allemaal plaats in het niemandsland op volle zee. De autoriteiten, die al die sloebers ook niet op hun stranden wilden, waren allang blij niet te hoeven ingrijpen.

Wein, Weibe und Gesang

De overzet ging toen nog in een met ruwhouten banken betimmerd vissersbootje. Op de zijkanten van de boeg waren ogen geschilderd om de watergeesten in de gaten te houden. Je vroeg je onwillekeurig af of de jongens die de trossen losgooiden op slechte dagen ook aan de boat people wat hadden bijverdiend.

Antonin Cee, Terug naar Koh Chang, Transformatie
Het vissersbootje kon niet veel aan…

In het regenseizoen als de winden de zee in een onstuimige bui zetten, bleef het pontje dat niet veel hebben kon, veilig aan de steiger. Dat kon soms dagen duren. Daardoor kreeg een tripje naar Koh Chang -toen nog zonder elektra- in de moessontijd iets van het ongewisse dat elk avontuur nodig heeft. In die dagen was het White Sand Beach zowat de enige plek op het eiland waar iets te doen viel.

Een op drift geraakte Duitser had er een ‘resort’ gebouwd, bestaande uit een tiental grashutten en een bamboe-afdak als restaurant. Later had hij er nog wat bungalowtjes aan toegevoegd. Jőrgen was een aardige vent en niet vies van een toeter, die een klein fortuin had gemaakt als aannemer in der Heimat.

Daarna was hij afgereisd naar Pattaya voor een stevige sessie van Wein, Weibe und Gesang, die vier jaar zou duren. Het waren jaren geweest, vertelde hij, waarin hij nooit daglicht zag. Totdat hij, om redenen die geen mens ooit zal bevroeden, tot inkeer kwam.

Antonin Cee, Terug naar Koh Chang, Hutjes
We deden een dansje voor de grashutten

Hij raapte de resten van zijn fortuin bijeen, maande de spetters uit zijn nu ontbonden huishouden goed op te passen en vertrok naar Koh Chang. Aangezien er daar nog geen wegen waren, had hij zijn bouwmaterialen op een vlot over zee moeten aanvoeren. Om ze aan land te brengen had hij eerst de jungle moeten rooien, wat weken had gekost.

In een van die grashutten van hem, bracht ik op Koh Chang mijn eerste existentiële nachten door. Als buren had ik twee meiden uit wat toen nog Leningrad heette en later een verbolgen Tsaar weer in ere zou herstellen. Ze moeten tot de allereerste Russische toeristen in Thailand behoord hebben.

Allemaal gevloerd door hetzelfde existentiële gevoel, zetten we ons de eerste avond al stevig aan de Hong Thong. Jőrgen, drankzuchtig als hij nog altijd was, had er een flinke voorraad van in huis. Liep het voorbij het middaguur, moest je bij hem niet meer aankloppen voor een bespreking van de Aristoteliaanse logica, waarin één plus één gewoon twee is.

Elton John wist het ook

Die Thaise rum was weliswaar geen wodka, maar de Russinnetjes hadden geen last van een overgevoelig gehemelte en klokten aardig mee. We koutten behoorlijk door, bezworen er een betere wereld van te maken en als voorspel grepen we soms elkaars handen, voorlopig alleen nog maar om onze ferme woorden kracht bij te zetten.

Aangestaard door alle sterren van het nog net noordelijk halfrond deden we zo nu en dan ook een dansje voor de grashutten. Op muziek uit de kleine krassende wereldontvanger zoals je die destijds bij je had. Toen het omstoten van de lege flessen begon en met de blikken wat floers, vonden de dames het welletjes en gooiden ze het zonder verdere omwegen op tafel.

In welke hut wilde ik die nacht slapen? Ze moeten mijn verlegenheid razendsnel doorgehad hebben. Want hoe is er nou te kiezen tussen twee van die Nikita’s, zoals ook Elton John geweten moet hebben. Zonder er verder nog woorden aan vuil te maken zijn we daarom met zijn drieën toen maar in één hut getrokken.

De Nikita van Elton John

Het heeft zowat een week geduurd. ’s Morgens daalde ik de klif af en gooide me in zee om de kater uit mijn kop te halen. Vervolgens een bauernfrűstűck bij Jőrgen met zoete aardappelen en een paar nescafés -echte koffie had Thailand nog niet ontdekt- om op verhaal te komen. Daarna zette ik me onder een palmboom om bij gebrek aan iets anders, voor de tweede keer de honderdjarige eenzaamheid van Marques maar weer eens in ogenschouw te nemen. De Nikita’s bleven tot het middaguur in de sponde om dan als uitgehongerde wolvinnen aan te vallen op het bauernfrűstűck van Jőrgen .

In de doezel van het middaguur legden ze zich in hun door de natuur geschonken outfit op het strand, wat uit het zicht achter de rotsen om de lokale preutsheid geen aanstoot te geven. Want voor hen was vrouwelijke schoonheid wel iets meer dan het witte enkeltje dat Dostojevski hier en daar zijn vrouwelijke personages laat ontbloten. Ze waren vastbesloten al hun poriën van zonovergoten pigment te voorzien. Ik maakte er dankbaar gebruik van om met een stevige siësta de weg naar mijn eigen ziel weer terug te vinden.

Maar als de zon zich opmaakte de zee een afscheidskus te geven, zwommen we gedrieën elke avond naar de vissersboot, die lag afgemeerd voor het strand. Die voerde het avondmaal aan. Nooit van mijn leven heb ik zo veel inktvis gegeten, geroosterd, gebakken met het hete pepers, platgewalst tot perkament, verwerkt in een soepje, met rijst, zonder rijst, met rijst in het vooruitzicht, die dan toch weer niet komt…

Proletarische behoefte en productie

Vreemde nachten waren het. De Nikita’s lieten er geen twijfel over bestaan. Gewend als ze waren alles te zien in termen van proletarische behoefte en productie, was het liefdesspel voor ze niet meer dan een plezierig werkje gericht op collectieve bevrediging. Daar kwam verder geen spat sentiment bij kijken, want dat zou hooguit iets voor recidivisten zijn. En daarmee hebben ze een eigen bijdrage geleverd aan de latere ontwikkeling van de robot erotica, die alle romantiek overlaat aan de fantasie van de gebruiker. Ik deed het er maar mee…

De robot erotica geeft je terug aan je eigen fantasie…

En nu na al die jaren terug naar Koh Chang met het voornemen niet op zoek te gaan naar wat ik er ooit gekend hebt. Laem Ngob heeft zijn eigen luchthaven gekregen en de ferryboot, die zowat elk half uur gaat, kan ook auto’s aan. Maar ik zal en moet gaan kijken op White Sand Beach. En daar loop ik, in een straat afgebiesd met winkels, resorts, supermarkten, banken, schoonheidssalons en alles wat toerisme zoal kan veroorzaken.

Ik wandel een resort binnen, daar in de buurt waar die grashutten van Jörgen geweest moeten zijn. Er is geen enkel beeld van herkenning. Rond het zwembad nippen mensen aan een Mai Thai cocktail. Ik hoor ze Russisch praten en plots staan de Nikita’s weer voor me. Naar het strand dan maar, waar we toen zwommen. En godzijdank herken ik er de rotsen waarachter ze hun door god gegeven lichamen verscholen om zich het begeerde bruine huidje eigen te maken…

Meer eilandervaringen Trefpunt: Op weg naar Koh Lipe


Antonin Cee
Over Antonin Cee 185 Artikelen
Antonin Cee woont sinds eind jaren tachtig in Chiangmai en voerde themareizen uit. Hij studeerde filosofie aan de Universiteit van Montpellier in Frankrijk en werkte enige tijd als redacteur bij The Nation in Bangkok. Ook schreef hij artikelen voor verschillende Nederlandse, Belgische en Engelstalige magazines. Met zijn achttienjarige dochter vormt hij een eenoudergezin en brengt elk jaar enige tijd door in Zuid-Frankrijk. Hij publiceerde een verhalenbundel getiteld 'Inheems Kruid'. Onlangs bracht hij zijn tweede boek 'Thailand tegen het Licht' uit. Beide boeken zijn zonder verzendkosten te bestellen bij www.amazon.de.

4 Comments

  1. ‘….. Als buren had ik twee meiden uit wat toen nog Stalingrad heette ‘

    Wow, dat moet dan nog vóór 1961 geweest zijn! In dat jaar ging Stalingrad Wolgograd heten.

    Mooie herinneringen inderdaad. Net als een beroepsfilosoof moet je als toerist daarvoor destijds wel in een zekere ‘luxe positie’ hebben gezeten.

    Waren er toentertijd nog geen Thais op het eiland?

    • Foutje in de regie, moest natuurlijk Leningrad zijn. Is inmiddels gecorrigeerd. Enne, Koh Chang was geen onbewoond eiland, maar de Thais mochten in dit verhaal niet meedoen.

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*