De kleinste bar van Bangkok (1)

ALLUMER LE FEU

 

Na tal van jaren in Bangkok rondzwerven heeft Alphonse eindelijk de kleinste bar van Bangkok gevonden en hij voelt er zich helemaal thuis. Ze is piepklein, binnen zijn maar drie buffetstoelen bij een toog, buiten is er een desk met acht krukken. Twee Thaise vrouwen runnen de keet, Maria is het grootste wonder, een hupse jonge vrouw die je alleen maar goed humeur geeft. De Shots Bar is eigendom van twee rijzige Franse heerschappen die stevig handel op China drijven en daar meestal vertoeven. De bar is hun verzetje als ze de hoofdstad passeren. Bij die schaarse gelegenheden wordt er tot ’s ochtends exuberant met Franse expats, Franssprekende Canadezen of Zwitsers feestgevierd. Een Francofone party, maar… als Belg mag Alphonse mee aanschuiven. ‘Mais tu ressembles à Johnny!’ ‘Qui?’ ‘Johnny Halliday bien sûr! En avant! Allumer le feu.’ Zo verdiende hij zijn lidmaatschap van de gang.

 

Zo tussen twee en vier uur volgde iedere nacht boven khet Watthana een geducht onweer. Iedereen holde ergens onder een luifel. Van de khlong Saen Saep lagerafwaarts trokken de wolken in ijltempo over de Sukhumvit.
Enkele schichten, een donderslag en vanuit het niets geselde het water straten en huizen.
Vaak vond ik een toevluchtsoord bij Maria. ‘Papààà!’ Met een indringend maar volstrekt enthousiast gegil stond ze in twee sprongen vlak voor me. ‘Papààà!’
‘Maria, Maria… I don’t want to be the daddy, Maria!’
Ik morde en knorde flauwtjes tegen haar. Hier met al die ranke meisjes in een futiel, strak om hun venusheuvel aansluitende short wou ik geen papààà zijn. Zeker trok de grove naad van de jeansstof hinderlijk dwars door de insnede van hun labia. Daar zat ik en keek het onweer aan.
De kracht van inslaande druppels, de afkoeling, de geuren van natte stoffigheid. Van de Amari-piramide waren de bovenste etages door een gordijn van regen onzichtbaar gemaakt.
Was het regenseizoen aangevangen? Na de onweders vulde die beklemmende nachtelijke hitte opnieuw de straten. Het voelde verstikkend.
In die periode zweette ik in stromen, al verroerde ik me geen haarbreed, en ik kreeg mezelf er niet toe Bangkok de rug toe te keren. Op een furieuze manier verspreidde de stad een bevreemdende koorts. Iedereen was aangestoken. Men leefde als bezeten, tijd bestond niet. Ik vroeg me af of mensen ter ruste gingen. Alleszins was ik in mijn schik. Ik evenmin geraakte aan slaap toe.
’s Nachts had ik willekeurige gesprekken met extravagante meisjes onder bomen met takken die over omheiningen van chique maar doodstille ambassades hingen en bladeren die in de oranje gloed van hoge straatlantaarns glommen. Of ik was er getuige van hoe een frêle serveerster in Hollys Coffee een Pakistani tegensprak en over de toonbank bij de keel gegrepen werd. Of nog andere rare dingen. De nachten waren lang en werden steeds vrolijker.
De taxi’s naar de discotheken bleken gratis. Ze voerden me naar soi’s waar zware zoete geuren van kale leelawadees als doodsbloemen in een mortuarium hingen als ik uitstapte.

Alphonse Wijnants. Shots Bar, Bangkok

Stom toeval maar ik was altijd op de juiste plaats. Er werd frenetiek gedanst, gezongen en gedronken. Of het mooie meisjes waren of niet, het was geen bepalende omstandigheid, het ging om de juiste drive! Ik had geen verslaving maar toch, ik was mijn zinnen kwijt.
Een mens met gezond verstand had al lang gemompeld: Hoepel toch op, kerel! Pak je biezen, ga weg uit Bangkok, ga ergens in Sisaket, in Kalasin, in een slaperig Isaans stadje ontnuchteren.
Maar ik had er geen oren naar.

Misschien dat Maria er onvisibel de hand in had.
Allemaal hielden we van Maria.
Ze was een natuurfenomeen. Ze was als donder en bliksem, als droogtes en overstromingen, als licht en geluid. Maria kon je in verwarring brengen. Allemaal hielden we van Maria.
Maria was nog erg jong, mals van vlees. Niet zo groot van gestalte en mollig, daardoor zag ze er iets ouder uit. De eerste ontmoeting dacht ik dat ze uit Peru of Colombia of zo kwam, met die fikse schouders, gevulde armen en een rond gezicht. Nee, nee, volbloed Thaise uit het noorden, Birmaans bloed opper ik. Daar zijn meer gezette vrouwen. Maria had niet vaak een kleedje aan, meestal stonewashed jeans. Ik denk dat ze een aparte achting voor me had.

 

Alphonse Wijnants
Over Alphonse Wijnants 26 Artikelen
Alphonse Wijnants (België) is gewezen leraar en directeur van middelbare scholen. Voormalig copywriter. Heden: Ronddwalen in Zuidoost-Azië en kortverhalen schrijven over mensen en voorvallen aldaar.

2 Comments

  1. Dank Lieven, er volgen nog twee delen, met de afloop…
    In een vorig leven ben ik jarenlang een Frankrijk-toerist geweest. Zonder in clichés of vooroordelen te willen vervallen, mag ik zeggen dat idd. Fransen heel chauvinistisch zijn en taal speelt daarin een selecterende rol. Als je hun taal niet spreekt – en bijgevolg hun cultuur niet kent, zo redeneren zij – word je al vlug genegeerd.
    Maar er zijn manieren om hun sympathie te winnen… zoals bij alle volkeren en culturen.

  2. Zeer beeldend geschreven Alphonse. Kleine barretjes zijn vaak de leukste. Zoveel meer persoonlijke aandacht dan je krijgt in grootschalig opgezette dranketablissementen.

    Mijn ervaring met Thaise bars gerund door en voor Fransen zijn echter niet zo geweldig. Bezocht ooit een ‘Franse’ bar in Pattaya, en het enige wat me daarvan is bijgebleven is de onverholen wegkijkerij van de andere krukbezetters, de exorbitante prijzen voor een simpel flesje Singha-bier, en de totale desinteresse van de bardames zodra bleek dat ik niet uit het Heilig Land van Marianne kwam en ook de Franse taal niet machtig was.
    Een Thaise dame die op mij neerkijkt omdat ik niet uit het juiste land kom, dat was een eye-opener. Blijkbaar is hun chauvinisme ook nog besmettelijk. Sindsdien vermijd ik Fransen en hun ‘gelegenheden’ als de spreekwoordelijke pest.

Reacties zijn gesloten bij dit onderwerp.