Het verhaal. De plank

Het Verhaal, De plank, Tino Kuis

Als je de hoofdweg verlaat en een halve dag stroomopwaarts langs de Lam Narai rivier wandelt kom je bij drie dwergboompjes die de ingang markeren naar een smalle vallei tussen enerzijds steile berghellingen en anderzijds grindheuvels. Op dat punt is de rivier niet veel breder dan de sloten die de stroken land met oude boomgaarden in Bangkok omgeven maar het koele water blijft hier stromen, ook in het droge seizoen.

Aan de heuvelachtige kant van de rivier hebben de inwoners een groepje van eenentwintig huizen gebouwd; aan de andere kant strekken de rijstvelden zich uit tot aan de voet van de berghellingen. Het dorp heet ‘Mâap Taa Yang’, ‘Opa Yang’s Moeras’, alsof het al een gedenkteken is ter herinnering aan Yang Duankhao, de oude man die de eerste was die hier een huis bouwde. *)

Vroeger vertelde hij zijn buren dat ruzie met zijn schoonvader hem er toe had gebracht met zijn vrouw een toevlucht te zoeken in het oerwoud. Omdat hij weigerde te vertellen waar hij vandaan kwam speculeerden de kinderen van de tweede en derde generatie dat hij een vogelvrij verklaarde was uit Lom Sak; anderen dachten dat hij misschien wel een jager was uit Chai Badan die toevallig op deze mooie plek stuitte en er bleef wonen.

Het Verhaal, De plank, Tino Kuis

Zijn eigen neven en nichten beweerden dat hij een Lao was uit het noordoosten omdat ze een zak met amuletten en andere heilige voorwerpen hadden gezien waarvan de kleine Boeddhabeeldjes Laotiaanse trekken hadden. Niemand wist de waarheid. Maar ze wisten wel veel over de stronk van een ijzerhoutboom midden in het dorp vóór het huis van vader Yang, waar de geesten wonen.

Toen de kinderen nog klein waren zagen ze hun ouders hun handen in een wai opheffen om de stronk eerbied te bewijzen. Toen ze opgroeiden leerden hun ouders hen hetzelfde gebaar te maken. Al snel deden ze het uit eigen beweging en ze onderwezen hun jongere boers en zussen het ook te doen. Iedere Songkraan verzamelden zich mensen rond de stronk, één uit iedere familie, om offerandes aan te bieden en de stronk te vereren, biddend om vrede en geluk.

Ze werden in hun gebeden geleid door de oude vader Yang die iedere pasgeborene in het dorp toevertrouwde aan de Moeder Geest die huisde in de boomstronk. Khen’s moeder legde het uit: ‘Jij, mijn zoon, en ook jouw moeder, wij hebben ons leven te danken aan de goedertierenheid van de Moeder Geest die ons beschermt. Zie je die sporen van een bijl op de stronk?’ Zijn moeder wees ze aan. ‘Dat is waar vader Yang de boom omhakte toen hij hier aankwam, vlak voor de geboorte van zijn eerste kind.’

‘Wat doet de Moeder Geest nog meer voor ons?’

‘O, zo veel! Ze beschermt ons tegen ziekte en koorts, ze redt ons van geesten die levers eten, van geesten die pasgeboren baby’s verslinden, van  nachtgeesten die slachtafval eten en die licht verspreiden uit hun neusgaten en natuurlijk van bosgeesten.’ Toen de kinderen opgroeiden tot pubers realiseerden ze zich dat er ook andere heilige zaken waren die hen angst en verwardheid inboezemden.

Het aantal inwoners groeide gestaag en hun angst nam alleen maar toe en werd niet weggenomen door het ontzag voor heilige zaken. De jonge man haastte zich over het pad naar het huis van het dorpshoofd, onderwijl eerbiedig zijn hoofd buigend naar de stronk voor het huis. Hij schrok toen hij opkeek naar de veranda waar hij een man van middelbare leeftijd in gesprek zag met het oude dorpshoofd. Toen hij de trap naar het huis beklom keek het oude dorpshoofd op hem neer en riep uit: ‘Khen, jij ook?’

‘Ja, vader.’ Het dorpshoofd zuchtte met een bezorgd gelaat. ‘Thit Khieo kwam om dezelfde reden.’ **)

De jonge man ging langzaam zitten, eerst sprakeloos en toen wat mompelend voordat hij zei: ‘Vader Yang’. Toen wendde hij zich tot de oudere man die hij respectvol ‘Oom’ noemde. ‘Oom Khieo, heb alstublieft medelijden met me. Het is de eerste zwangerschap van mijn vrouw. Uw vrouw heeft al kinderen gebaard, alstublieft, alstublieft’. smeekte hij angstig. De man die als ‘Oom’ werd aangesproken sloeg zijn ogen ten hemel en antwoordde wat vaagjes: ‘Iedereen draagt zijn eigen lot, Khen. Of het nu de eerste of de laatste baby is, de kans om te sterven is hetzelfde. Het hangt helemaal af van je verworven verdienste. Wie het eerst komt het eerst maalt, dat was toch altijd zo, hè, Vader Yang?’

Het Verhaal, De plank, Tino Kuis
Een van de soorten ijzerhoutboom

De plank

Een roep van een nabijgelegen huis deed de verontruste Thit Khieo opstaan. De jonge man verstijfde toen het oude dorpshoofd, de steunpilaar van het dorp, met een ernstig, bijna grimmig, gezicht zijn huis binnenging en terugkwam met de stevige zwartgeblakerde plank, gehakt uit de ijzerhoutboom, een plank die de dorpsbewoners de ‘Heilige Moeder IJzerhout Plank’ noemden, een ligplank voor kraamvrouwen.

De plank was één meter breed en wat meer dan twee meter lang, met sporen van bijlslagen en aan de uiteinden bedekt met een dikke laag saffraan, ruikend naar heilig boswater. Enige tijd nadat Thit Khieo de plank weg had gedragen stond Khen enigszins wankelend op, verliet het huis en liep meteen door naar het rijstschuurtje waaronder varkens werden gehouden. Het oude dorpshoofd riep hem verschrikt na: ‘Khen, nee, wat doe je? Dat is een plank van het varkenshok!’ Khen schonk geen aandacht aan de woorden van het dorpshoofd. Hij sleepte de plank uit het varkenshok, stofte het wat af, nam het op zijn schouders en liep met opgeheven hoofd weg. ‘Ik wist dat dit op een dag zou gebeuren’, dacht het oude dorpshoofd.

De plank viel met een doffe slag van Khen’s schouder en stootte tegen een stuk brandhout voor zijn huis. Dat lawaai trok de aandacht van iedereen die binnen druk bezig was. Hij besefte schaamtevol dat het waarschijnlijk verkeerd was de plank zo maar neer te gooien. Terwijl hij de blikken van de mensen op de veranda vermeed, bukte hij zich en nam de plank vol ontzag weer in zijn armen en droeg het tot achter het huis om het te wassen bij de grote waterton. In de vallende schemering ging hij zijn huis binnen en legde de plank naast de open haard.

Zijn vrouw zat met een van pijn vertrokken gezicht gehurkt op de vloer terwijl ze met uitgestrekte armen een lange doek vasthield die aan een dakbalk was geknoopt. Twee oudere vroedvrouwen hobbelden voor haar gezwollen buik. ***) ‘Hoe gaat het, Tante?’, vroeg hij. ‘De tijd is bijna gekomen’, zei ze, zonder hem aan te kijken. ‘Khen, heb je de plank gekregen?’ smeekte zijn vrouw, in pijn. ‘Jazeker. Je zult nu niet doodgaan’, verzekerde hij haar met een bewust luidere stem dan gewoonlijk. De vroedvrouwen keken hem goedkeurend aan. ‘Is alles klaar, dan?’ vroeg de vroedvrouw die hij Tante noemde. ‘Ja, de oven, het brandhout, het hete water, de zwarte pepers en de lange pepers’, somde hij op.

‘En het bloeddrankje en het zout?’ ‘Nog niet’. ‘Ik heb het zout hier’, zei een stem. ‘OK, maar maak nu het bloeddrankje klaar’, beval Tante. ‘Maar waar is het van gemaakt, Tante?’ ‘Vuurdraadje en urine’. ‘Wat zijn vuurdraadjes?’ ‘Sukkel, die je bent. Je staat op het punt vader te worden en je weet niets. Vuurdraadjes hangen aan de rand van het dakstro boven de oven en aan de bamboemuur. Wrijf ze fijn, los ze op in de urine en laat het haar drinken’. Khen verliet de kamer. Het vuur in de oven knetterde terwijl het geluid van het stampen van de pepers in de vijzel naar buiten doordrong. Khen zweette, de buren fluisterden tegen elkaar. Soms was een zacht gekreun hoorbaar. Khen zat roerloos, zijn geest vol van angst om zijn bedrog met de plank.

‘Wat is dat voor een geluid?’ vroeg hij toen hij de kamer weer binnen ging. ‘Stommerd, dat was het scheuren van het doek’, wees de vroedvrouw hem terecht. ‘Welk doek? O, mijn kind is geboren!’ riep hij uit toen hij de baby op de plank zag. ‘Gooi het er maar op, gooi het!’ Het geluid van vallende zoutkorrels vermengde zich met de bevelen van de vroedvrouw. ‘Bijt het?’ vroeg een ander een aantal malen. ‘Het bijt’, zei een vermoeide stem even later.

Khen keerde terug van de rijstvelden. Hij rende de oever van de Lam Narai op. Vandaag zou zijn vrouw haar dertig dagen op de ligplank bij het vuur beëindigen, bedacht hij triomfantelijk, en er waren geen complicaties geweest. ‘Het wordt tijd dat de mensen weten wat wat is’, zei hij bij zichzelf, ‘al die stomme heilige zaken’. Hij zou voor het hele dorp verkondigen dat het geloof in die heilige plank helemaal verkeerd was. Het geloof dat, als de moeder niet met haar baby dertig dagen op de heilige plank zou liggen, ze dan vervolgens een onnatuurlijke dood zou sterven. De ‘Heilige Moeder IJzerhout Plank’ en de ‘Varkens Stal Vloer Plank’ waren gewoon één en hetzelfde. Waar kwam hun heilige kracht vandaan? Van mensen. ‘De moed van mensen om met rede en verstand iets onder ogen te zien, dat is pas heilig’, zei hij tegen zichzelf.

Maar Khen’s toespraak tot de dorpsbewoners kwam er niet van. Toen hij zijn huis naderde zag hij een oude man de varkenshok plank naar beneden dragen, maar nu aan beide uiteinden met saffraan versierd en bedekt met rituele acacia bladeren en kaarsvet. ‘Ja, Khen, Vader Yang heeft deze ligplank vandaag ingewijd en hij heeft de ceremonie van de toewijding van de ziel van het kind al gehouden. Ik gaf hem een baht voor zijn diensten’.

Khen lachte bitter. ‘Kijk eens, oude man. Die armzalige baht kan me niets schelen. Maar geloof me: het zijn niet de heilige zaken die mensen maken tot wat ze zijn; mensen verzinnen ze om macht over anderen uit te oefenen’. De oude man giechelde wat, niet begrijpend.

-o-

Bron:

Khamsing Srinawk, ook wel Kamsing Srinok, schrijversnaam Lao Kam Hom; zie voor een beschrijving van zijn oeuvre.

Vertaling Tino Kuis, bewerking Erik Kuijpers.

Dit verhaal werd recentelijk door Thailandblog geherpubliceerd. Meer informatie over schrijver en oeuvre zijn ook hier en hier en op Thailandblog te vinden

Toelichtingen

*) Dit was de tijd dat de bevolkingsdruk heel veel landloze en landarme boeren er toe bracht bouwland in de bossen te zoeken. De grote ontbossing begon toen.

**) ‘Thít’ is de titel van een man die ooit monnik was. Nog regelmatig gehoord in het noorden en het noordoosten.

***) Hurkend een kind baren is iets uit vroegere tijden en veel beter dan liggend baren.

Lom Sak, provincie Phetchabun. Chai Badan, Lopburi.

Foto’s en prenten

Plank; foto Marktplaats.nl.
Amulet (in Thais พระเครื่อง ); wikimedia.
IJzerhoutboom, de Metrosideros excelsus thomassii; wikimedia.

Tino Kuis
Over Tino Kuis 132 Artikelen
Tino Kuis. gepensioneerde huisarts, woont in Zutphen. Na zijn opleiding werkte hij drie jaar als tropenarts in Tanzania en daarna vijfentwintig jaar als huisarts in Vlaardingen. Hij heeft in Nederland drie volwassen kinderen. Tino verbleef van 1999 tot 2017 in Thailand. Zijn 18-jarige Thaise zoon studeert in Chiang Mai. Tino heeft zich gespecialiseerd in Thaise taal, cultuur en geschiedenis.

4 Comments

  1. Ik liet iemand dit verhaal lezen en die vroeg:’wat is een wai en wat is Songkraan?’ Moet ik dat in het vervolg ook uitleggen?

    • Zou kunnen. In een paar woorden met een link naar een gerelateerd verhaal. Zoals over de wai dat ik een tijd geleden voor de site geschreven heb.

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*