Het verhaal. Er is meer tussen hemel en aarde…

Het Verhaal, phuyaibaan, Erik Kuijpers

Kampan was al een jaar verdwenen uit het dorp. Het waarom wist men niet. Enkele mensen meenden dat hij naar Bangkok was gegaan. Maar menigeen dacht dat Kampan zich verhuurd had als huursoldaat en ergens in Laos of Cambodja vocht. Men had na zijn verdwijning geen spoor van Kampan gezien; ook geen bericht. Zelfs zijn vrouw en kinderen van twee en vier jaar konden geen enkele vraag beantwoorden.

‘Als hij echt als soldaat werkt in de jungle dan kon hij wel eens wat geld naar huis sturen. Men zegt dat de Amerikanen goed betalen’ meende de bestuursambtenaar, de phuyaibaan, als over Kampan werd gesproken. ‘Misschien heeft ie wel een andere vrouw’ riep mevrouw Pien van achter uit de keuken. ‘Of hij is al dood. Zou hij nog in leven zijn dan zou hij toch niet zo harteloos vrouw en kinderen vergeten?’ voegde de oude Pun hieraan toe.

Als vrouw alleen…

Kampans vrouw moest net als voor haar trouwen weer inwonen bij Pien, haar moeder. Nooit had ze met ook maar één enkel woord een nare opmerking over haar man gemaakt. Kalm besteedde ze al haar aandacht aan de opvoeding van haar kinderen en hielp ze haar moeder met het werk. De familie bezat geen eigen grond. Van de rijstoogst konden ze goed een jaar leven al moesten ze een deel afstaan aan de verpachter. Maar er was niets over dat verkocht kon worden.

Het was nu een vol jaar geleden dat Kampan het dorp verlaten had. Op die dag droeg hij een boerenkiel en een oude jeans. Hij verliet het huis zodra de eerste zonnestralen de kruin van de bomen raakten. De dauw schitterde nog in het hoge gras.

Kampan was conciërge op de dorpsschool. Nadat hij hun enige koe op de wei had gezet reed hij met de fiets naar school, twee kilometer verderop. De zon stond tegen die tijd al hoog boven de boomtoppen. Maar op die dag ging Kampan vroeger als gewoonlijk en lopend op weg. Zijn vrouw herinnerde zich die dag nog precies. ‘Neem op de terugweg een doosje pillen mee van de GGD; ze zijn op’ riep ze hem na. Over geboorteplanning wist Kampan een klein beetje. Want anders had Kampan zeker net zo veel kinderen als meneer Ingeo die in hetzelfde jaar als Kampan was getrouwd. Meneer Ingeo had het gepresteerd binnen 5 jaar 4 kinderen te krijgen….

De hoofdonderwijzer is één keer in Kampans huis geweest om hem te zoeken maar niemand kon meer vertellen dan dat Kampan eenvoudig uit zijn huis verdwenen is. ‘Dat is toch wel merkwaardig’ zei de leraar tegen de phuyaibaan. ‘Tja, merkwaardig of niet, hij is zeker verdwenen. Niemand heeft wat van hem gehoord, nog niet zijn eigen vrouw.’

‘Maar ik zie niet aan zijn vrouw Rieng dat ze om hem treurt. Ze heeft niet eens gehuild’ liet de leraar zijn bedenkingen horen. ‘Wat helpt nou dat gejank? Misschien is Rieng wel blij dat het haar bespaard blijft nog eens twee kinderen op de wereld te moeten zetten. En zou ze er om gaan janken dan schiet ze daar niks mee op. Als haar man wil terugkomen dan komt ie vanzelf wel’ zei de phuyaibaan.

En ineens was Kampan er weer

Hij keerde stilletjes in het dorp terug. Dat had niemand gedacht. Zijn vrouw brak pas op deze dag in tranen uit terwijl ze eerder niet één traan had geplengd. Waarschijnlijk was ze overmand door vreugde. De twee kinderen waren er ook en hingen aan vaders benen. Zijn schoonmoeder staarde hem van afstand aan alsof ze een spook zag.

Kampan ging uitgeput op de vloer zitten. ‘Haal de phuyaibaan naar hier’ beval hij zijn vrouw die naast hem was gaan zitten. ‘En vertel hem nog niks.’ Mevrouw Rieng haastte zich en kwam na korte tijd buiten adem terug, achter de ambtenaar aan. ‘Allemachtig!’ perste die er uit toen hij Kampan zag.
‘Goeie dag, kameraad!’ groette Kampan hem.
‘Zeg eens, rotzak, met jouw vader verkeerde ik op gelijke voet maar met jou nooit’ zei de phuyaibaan verontwaardigd.
‘Gaat u eerst eens zitten, phuyaibaan’ zei Kampan.
‘Waar ben je die twee jaar geweest’ vraagt de ambtenaar als hij tegenover Kampan gaat zitten.
‘Het is maar één jaar’ corrigeerde Kampan hem.

‘Ja, OK, wie weet het nog precies? Maar vertel eens, waar was je al die tijd?’
‘In het buitenland.’
‘Wat, jij, in het buitenland? Dat bestaat toch niet?’ schreeuwde de phuyaibaan. ‘Zeg maar dat je in de bak hebt gezeten, dat geloof ik eerder. Man, alleen rijke en voorname mensen komen in het buitenland maar niet een zoals jij. Of heb je als zeeman aangemonsterd?’
‘Ik was echt in het buitenland, kameraad.’
‘Vooruit dan maar, vertel op. Ik breng je vanmiddag wel naar het gekkenhuis.’

‘Luister eens goed! Nu ben ik serieus! Ik maak geen grapje kameraad….!’ Kampan keek de man vastberaden aan. De twee kinderen, Kampans vrouw en schoonmoeder luisterden zwijgend mee, volledig verbaasd want Kampan was dezelfde man niet meer. Hij had nog nooit zo aanmatigend met mensen hoger in rang gesproken. ‘OK. Ik luister’ zei de ambtenaar toen hij zag hoe serieus Kampan het meende.

Het Verhaal, phuyaibaan, Erik Kuijpers
Het wapen van de stad Hanoi

‘Ik was in Hanoi. De weg erheen liep door landen als Laos en Cambodja. Ik heb veel kameraden gezien die 4 tot 5 jaar geleden uit ons dorp zijn vertrokken. Er zijn daar veel Thaise mensen.’ vertelde Kampan overtuigend.
‘Wat doen die mensen daar dan? Hebben die een bedrijf of zo?’ vroeg de phuyaibaan verbaasd. Hij wist niet waar Hanoi eigenlijk lag.

‘Luister! Ik leerde in Laos met wapens omgaan. Daarna kreeg ik 4 maanden een opleiding in spionagewerk in Hanoi, dan praktijk in Cambodja, en daarna in Hanoi les in psychologie en tactiek van de guerillaoorlog. Kort gezegd, we werden naar school gestuurd en kregen boeken te lezen.’
‘Wat moet je nou nog leren op jouw leeftijd? Is jouw beroep als conciërge niet goed genoeg?’ onderbrak de ambtenaar Kampan.

‘Man, luister nou eens. Ik heb de leer van de volksbevrijdingsbeweging geleerd. Ze gaven me de rang van officier van het volksbevrijdingsleger. Mijn hoofdtaak was werving en propaganda omdat ik van dit werk al voorkennis had. Ik heb immers hier op school gezien hoe de wervingscampagne verliep om schoolkinderen belangstelling voor het boek bij te brengen. Met wapens had ik niet zoveel te maken. Maar op 2 meter afstand schiet ik echt wel raak. Ik kreeg ook salaris, net zo hoog als een legerofficier in Thailand. Ik zal je vertellen, phuyaibaan, waarom ik geen geld aan mijn vrouw en kinderen heb gezonden. Ik wist wel dat ze hier niet echt armoedig leefden.

‘Ik vond dat dit geld beter geofferd kon worden voor het werk van de beweging. Wij moeten offers brengen. Ik heb daarom iedere maand mijn loon teruggegeven aan het leger opdat het voor andere doelen besteed kon worden. Wat wil je nu uitgeven in de jungle? Er was zat te eten en ’s avonds ga je slapen.’
‘Heb je andere vrouwen gehad’ vroeg de ambtenaar wantrouwig.
‘Een paar, ja, maar niet vaak en nooit dezelfde. Daar werd door de leiding voor gezorgd. Je hoeft niet uit te gaan en ernaar te zoeken. Maar, hou nou op met die onzin! Laten we over het werk praten. Ook nu ben ik nog steeds officier van het volksbevrijdingsleger. Mijn taak is het werven onder de mensen hier, in ons dorp, om ze voor wapentraining en vorming naar het buitenland te sturen.

Sterke jonge mannen hebben ze nodig, speciaal die jongens die toch soldaat moeten worden wegens de dienstplicht. Als ze naar het guerillaleger gaan komen ze net als ik in het buitenland. Dan kom je nog eens ergens! Zelf heb ik 3 nieuwe landen leren kennen. Die landen zijn anders dan het onze en het is daar beter dan hier…..’

‘Is het net zo mooi als Bangkok, vent?’ vroeg mevrouw Rieng moedig aan haar man. Kampan keek zijn jonge vrouw aan en lachte. ‘Ik heb Bangkok nog nooit gezien. Hoe moet ik dat weten? In ieder geval kun je daar beter leven dan in ons dorp. Nou, phuyaibaan, wat denkt u er van? Ik zal beginnen de jongens uit ons dorp er van te overtuigen daarheen te gaan. En na korte tijd zijn ze allemaal weer hier terug.’

Erik Kuijpers
Vlag van de Thaise communisten

De phuyaibaan: Dus jij bent een communist…

‘Als ik het goed versta ben jij dus een communist’ zei de oude man gejaagd.
‘Zo ongeveer wel. Maar wij noemen ons het volksbevrijdingsleger.’
‘Nee. Ik verbied het je, je gaat niet jouw land verraden. Het is al erg genoeg dat jij jezelf verkocht hebt. Ik haal nu mijn geweer en ga jou als communist arresteren.’ De phuyaibaan ging staan.’Ho ho, niet zo heetgebakerd. Hoezo jouw geweer halen? Voordat jij bij de trap bent kan ik je al neerschieten. Weet je niet dat ik een geweer bij me heb?’ Kampan beweegt zijn hand onder zijn jas maar liet niets zien.
‘Ik offer mijn leven op. Ik laat niet toe dat jij het vaderland verraadt.’

‘Phuyaibaan,’ zegt Kampan, ‘het gaat om de liefde voor jouw vaderland. Het land heeft burgers nodig die offers willen brengen. De warboel in ons land vandaag komt omdat wij zoveel egoïstische burgers hebben. Mensen zoals jij bijvoorbeeld, phuyaibaan, die niet van nut zijn voor het land. Jij ligt de hele dag op je rug en wacht tot de oogsttijd komt om dan van de boeren een deel van de oogst te innen. Jij leeft op kosten van de arbeid van anderen. Dat is uitbuiting.’

‘Je beledigt me, kerel’ riep de phuyaibaan boos maar waagde het niet iets tegen Kampan te ondernemen. Want Kampan had een wapen bij zich. En Kampan kon hem zonder te schieten ook wel doden. Hij hoeft het pistool maar te nemen en hem op zijn hoofd te slaan. De ambtenaar was geen bangerik maar wist wanneer je moed bewijzen moet en wanneer niet.

‘Ach, hoezo schelden? Ik heb gewoon de waarheid verteld. Of denk je dat ik lieg? Jij hebt al die tijd misbruik gemaakt van de arbeid van medeburgers. Als een oplichter trek je mensen een poot uit. Dat noemt men corruptie. Wil je dit ontkennen, zeggen dat het niet klopt?’

De phuyaibaan gaf het op door met het hoofd te knikken. Hij zei niks want het verwijt van Kampan kwam hem maar al te bekend voor ook al zei nooit iemand wat.

‘Ik wil het je best vergeven als jij jouw leven verandert.’
‘Wat wil je van mij?’ vraagt de phuyaibaan verlegen en met walging. De schrik om zijn leven was net zo groot als zijn verlangen naar geld om een kleine vrachtwagen te kopen. Die moest geschikt zijn om als taxi te dienen want heb je een wagen dan komen vanzelf andere bronnen van inkomen naderbij.
‘Je moet anders gaan werken en niet meer de boeren die van jou gepacht hebben, en de mensen die van jou geld geleend hebben, bedriegen en afzetten. Je moet iedereen rechtvaardig behandelen en daaronder ook mensen als ik!’

‘Als jij dat wil….’ zei de phuyaibaan en wilde opstaan maar Kampan drukte hem terug omlaag. ‘Jij, Rieng, loop jij naar zijn huis en haal pen en papier. Hij moet zijn belofte op papier zetten. Zeg niemand wat anders zie jij ook de dood in ogen. Mijn kogel is voor niemand bang.’
Zijn vrouw kwam snel met pen en papier terug. Niemand had aandacht aan haar geschonken en anders zou men denken dat het om een lening ging. Kampan schreef de verklaring op van de phuyaibaan in de vorm van een overeenkomst. Hij liet het de oude man lezen en ondertekenen. De phuyaibaan gehoorzaamde met trillende handen. Daarna ondertekende Kampan ook, en zijn vrouw en schoonmoeder als getuigen.

Later

‘Ik ben naar Bangkok gegaan’ vertelde Kampan tegen zijn gezin. ‘Dacht dat je in Bangkok meer kon verdienen en dat ik niet voor altijd als conciërge zou hoeven leven. Ik wilde daar goed geld verdienen om onze beleende akker terug te kopen van de phuyaibaan. Ik heb keihard gewerkt, dag na dag. Maar het is me niet gelukt veel geld te verdienen. Ik heb geen cent bij me.

‘Wat ik de phuyaibaan heb verteld is puur verzinsel. Ik haalde dit uit boeken die je in Bangkok kunt kopen. En Hanoi .. haha .. ik ken dat niet eens. Maar het is niet erg, toch, om onze medebewoners zo wat gerechtigheid te bezorgen?’

Er kwam weer blijdschap op hun gezichten, de eerste keer in het jaar nadat Kampan weggegaan was. Ook zijn kinderen lachten blij hoewel ze er niets van begrepen hadden.

 

Bron:

Kurzgeschichten aus Thailand. Vertaling en bewerking Erik Kuijpers.
Auteur Makut Onrüdi (1950), in Thais มกุฎ อรฤดี.
Het Verhaal, phuyaibaan, Erik KuijpersOnderwijzer en schrijver over de problemen van sociaal-cultureel achtergestelde dorpsbewoners in het zuiden van Thailand. Het verhaal is ingekort.

Meer lezen?

In de Thaise taal over Makut.

Toelichting

Phuyaibaan, phuyai. Gekozen of benoemde bestuursambtenaar in een kleine gemeenschap of groep dorpen.

Foto’s

Hemel en aarde, gravure van Gustave Doré; wikimedia.
Wapen van Hanoi; wikimedia.
Vlag van de Thaise communistische partij; wikimedia.
De schrijver; foto facebook Makutonrudi.

Meer over de phuyai baan op Trefpunt:  
De bestuurslagen in Thailand
Geen bloeddonor voor de phuyai baan

Erik Kuijpers
Over Erik Kuijpers 821 Artikelen
Erik Kuijpers (1946) werkte 36 jaar als aangiftemedewerker inkomsten- en vennootschapsbelasting. In 2002 emigreerde hij naar Nongkhai in Thailand waar ook zijn partner en pleegzoon wonen. Erik pendelt nu afhankelijk van de seizoenen tussen Thailand en Nederland

2 Comments

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*