De opiumkoning en het dwergmeisje (1)

Foto gezien op intrepid.com

Tièn, zo heet dit Shan meisje. Maar ze doet haar naam geen eer aan. Want tièn betekent kaars en daaraan kan een zekere rankheid niet ontzegd worden. Dat wil zeggen, zolang ze niet zijn opgebrand natuurlijk. En dat is zij met haar 19 jaar nog lang niet. Ze is van nature een levenslustig typetje, niet bang om improviserend door het bestaan te stappen. Ik heb daar een zwak voor.

Maar ook de natuur kan blunderen en was in haar geval nogal krenterig met lengte. Tijdens de intieme omhelzing van zaad- en eicel, moet haar DNA ergens in de opbouw zijn uitgegleden.  Er mag worden aangenomen dat ze nu volgroeid is. Maar ze zou zo in een kleuterklasje passen. Op de kop af meet ze 100 centimeter, heeft ze me daarnet verteld.

Sinds we vertrokken zijn uit Chiang Mai, heeft ze er lustig op los gebabbeld. Over haar moeder, die als oo-long plukster werkt bij een Chinese onderneming op velden waar nog niet zo lang geleden slaapbollen stonden te rijpen. Buiten die velden heeft ze nooit ergens een blik geworpen. Een boerenvrouw door het lot veroordeeld tot haar geboortestreek. ‘En toch, je zult het zien, mijn moeder is high-tech’, heeft Tièn me verzekerd. Het is haar manier van zeggen dat ze er moderne opvattingen op na houdt al weet ik op geen stukken na wat dat inhoudt.

Jade en opium uit de Gouden Driehoek

Tièn is het enige kind. Toen ze achttien werd stuurde haar moeder haar naar Chiang Mai om daar te proberen een beter leven te bemachtigen. Met enig geluk wie weet, zou ze er wat geld kunnen overhouden om naar huis te sturen. Haar vader, die met een M-16 de illegale ponykaravanen met jade en opium in de Gouden Driehoek begeleidde, was toen al overleden. Omgekomen tijdens een vuurgevecht met  Birmese militie. Het leven was er daarna niet gemakkelijker op geworden.

Voordat ze naar de stad trok leerde ze een handjevol Engels van een Noorse verpleegster, die vol christelijke agape naar haar dorp was gekomen om de zorg voor lepralijders op zich te nemen. Als de vreemde woorden niet meteen komen laat ze een charmant giecheltje los, waarbij haar ogen vreemd wegdraaien en ze haar kort opgeknipte kopje wat scheef houdt zoals een verbaasd parkietje dat kan.  Of stuitert ze verder met half ingeslikt Thais, dat de Shan zich eigen gemaakt hebben.

Theurd Thai, bolwerk van Khun Sa

Ik laat haar, want ik heb andere preoccupaties. Nevelwolken plakken aan de bergflanken, druipen neer van de bomen en korten het zicht op pardoes opkomende bochten tot enkele meters. Het weggetje bedekt met aaneen klittende bladeren, is aalglad en al net zo kronkelig. Ik heb er mijn handen aan vol om Afrimele, mijn Chevy pick-up, die losbandig als hij is, steeds maar weer wil beginnen aan een spontane slip, daar weer vanaf te brengen. En om mijn bonkende hoofd dat bezig is met de naweeën van de wijn van gisteravond, tot concentratie te dwingen.

Op weg naar Doi Mae Salong

We zijn op weg naar Theurd Thai, een dorpje ten noordwesten van Chiang Rai, een plek die geschiedenis schreef in de anonimiteit van het voortrollende heuvellandschap van de Gouden Driehoek. Voorheen heette het Ban Hin Taek, de plaats der gebroken stenen, het bolwerk van opiumkoning Khun Sa. De vader van Tièn werkte voor hem. Meer dan de helft van de andere mannen uit het dorp ook.

De opiumkoning was gevlogen

In 1982 zetten de Thaise militairen onder druk van Amerika met groot materieel een offensief in. Na vier dagen van bloedige gevechten wisten de militairen zijn huis te omsingelen. Maar de opiumkoning was al gevlogen naar Birma, waar hij zich vestigde in Homein net over de grens om daar onverdroten zijn handel voort te zetten.

Hij is een held, vindt Tièn. Het is een wat abstracte bewering, die ze uit de mondelinge overlevering gehaald moet hebben.  Toen Khun Sa in 2007 overleed was ze amper zeven jaar oud. Ontmoet heeft ze hem nooit. Maar ze is beslist niet de enige die deze dweepzucht over zich heen kreeg.

De opiumkoning zorgde goed voor zijn mensen. Hij was het die in haar dorp een ziekenhuis en scholen had gebouwd, de eerste verharde wegen aanlegde, zorgde voor stromend water en een elektriciteitsnet.  Hij liet er zelfs een 18-holes golfbaan aanleggen om de hooggeplaatste gasten die hij er ontving op gepaste wijze te kunnen vermaken.

Huiswijn van obscure komaf

In een restaurantje in Chiang Mai met enkele Franse schotels op de kaart, waarmee ik zo nu en dan de monotonie van de dagelijkse rijstschotel doorbreek, zat ze gisteravond te nippen aan een suikervrije cola. Het is er nogal krap; met drie tot Stammtisch aan elkaar geplakte voormalige tuintafeltjes, zitten de weinige klanten er op elkaars lip.

Dat verbroedert en maakt interactief. Vanonder haar laaghangende pony zat Tièn met nieuwsgierig twinkelende oogjes pal tegenover me toe te kijken. Hoe ik mijn pastasalade zat weg te spoelen met een karaf huiswijn van obscure herkomst, die geen enkele slijterij in zijn kelders durft toe te laten.

Foto gezien op eatersf

‘Wil je ook?’ vroeg ik haar op de karaf wijzend. Met een kort knikje hield ze haar lege colaglas op. Ze had vast nooit eerder wijn geproefd. Maar bang om nieuwe dingen op haar gehemelte te voelen was ze kennelijk niet, dit meisje uit de bergen.

Er hoefde verder geen ritueel omheen. Voor haar mocht het best in hetzelfde colaglas. Toen het haar cerebellum bleek op te vrolijken, lustte ze er nog wel een. Daarna kwam er een nieuwe karaf en daarmee haar tong goed los.

Wijn verbroedert en geeft de lotgevallen des levens een vrolijker aanzien. Ze was net haar baantje kwijt als schoonmaakster in het guest house op de hoek, waar ze kost en inwoning had. Of ik toevallig geen huishoudster nodig heb, vroeg ze tussen neus en lippen door, want dat kon je nooit weten.

In het guest house was weinig klandizie, dus was het krimpen op het personeel geblazen. Bovendien was het laagseizoen en aantal toeristen liep sowieso terug. Om elders emplooi te vinden was onder deze omstandigheden niet gemakkelijk.

Dan maar even om adem komen in het geboortehuis, enkele kilometers buiten Teurd Thai richting Birmese grens.  Morgen zou ze de bus nemen. Haar koffertje stond al gepakt.

Als er iets is wat me in Thailand steeds weer verbaast is het de mobiliteit. Al die mensen die dagelijks per bus of trein onderweg zijn, van noord naar zuid of oost en andersom, naar een andere plek waar het leven misschien iets meer toelaat, een paar stuivers te verdienen zijn of zoals in het geval van Tièn even thuis de stadse stress afschudden en nieuw levensplan op te stellen.

Het verblijf van de opiumkoning als onderpand

Zelf was ik in geen jaren in Teurd Thai geweest. Er moest vast veel veranderd zijn nu ook daar geprobeerd werd toeristen te lokken met als onderpand het voormalige verblijf van de opiumkoning. Ik had gehoord dat zijn huis was omgebouwd tot een museum.

Antonin Cee, Gouden Driehoek, Opiumkoning
Foto: wikipedia

‘Ik breng je er heen’, zei ik in een opwelling, allang blij een perfect excuus te hebben uit de dagelijkse routine te kruipen en weer eens op pad te gaan. Vanmorgen toen de zon haar eerste kriek slaakte, pikte ik haar op bij haar guest house en waren we voor de spits de stad uit.

Als we het dorp binnenrijden valt het onmiddellijk op dat het er zo ordentelijk bijligt. Hier geen verveloze huizen, afbrokkelende stoepen, straten als gatenkaas en rioolputten zonder deksels zoals dat elders in Thailand het geval kan zijn. Nauwgezet schoongeveegde straatjes waaromheen alles er spik en span bijstaat alsof het net een kwastje gehad heeft.

Het kan zijn dat de zorgende hand van Khun Sa daar een aandeel in heeft gehad. Misschien is het ook onder invloed van de resten van het Kwo Min Tang leger uit Yunan, die zich gevestigd hebben op Doi Mae Salong, een bergtop zuidelijker van hier. Na de nederlaag van Chiang Kai-shek konden die niet meer wegkomen naar Taiwan zoals de rest van zijn manschappen en zetten hun tenten na jarenlange omzwervingen in Laos en Birma uiteindelijk hier neer.

Tegenwoordig wonen er in Teurd Thai heel wat afstammelingen van die KMT-soldaten in broederlijke amalgamatie met Akha, Shan, Kachin en andere etnische minderheden. Alles bijeen een culturele mengpot van een drieduizend mensen. De Chinezen, altijd tuk op een mercantiel vluggertje hadden het als eerste door: dit moet op de toeristenmarkt te gelde zijn te maken.

Op het terras van een restaurantje zetten we ons aan een Yunanese droog gebakte nasi. Tien werkt in een ommezien twee porties naar binnen wat je niet direct verwacht zou hebben van dit dwergmeisje. Daarna wil ze ook nog wel een magnum.

Vroege voorvechters van de mensenrechten

‘Waarom koop je me niet? zegt ze ineens zonder verdere inleiding ondertussen verwoed op haar ijsje sabbelend. Ze kan koken en mijn huis schoonhouden. En een man alleen is maar niets. Ze raadt me nadrukkelijk aan het eens te overwegen.

Echt verbaasd ben ik niet. Slavernij werd in Thailand mede door druk van vroege voorvechters van mensenrechten uit het Westen in Thailand meer dan honderd jaar geleden officieel afgeschaft. Daarvoor kon een man zijn vrouw of kinderen naar eigen willekeur verkopen. Van de bijpassende mores die in die dagen werd hooggehouden, moet er wat zijn blijven hangen.

Foto gezien op SF gate

Ook nu  zijn er in rurale streken en ook onder de bergstammen nog altijd heel wat ouders, die hun kinderen zien als bezit dat te verhandelen is.  Het vragen van een bruidsschat voor een huwbare dochter is een overblijfsel uit die feodale dagen. Om de schijn van vulgaire handel weg te houden, wordt het aangemerkt als een vergoeding voor de kosten die de vader maakte zijn dochter groot te brengen.

Daarbuiten zijn er in Thailand vele gevallen bekend van moeders die hun dochters verkochten. Vaak aan louche zakenlieden die voorwendden  dat ze zouden komen te werken in een fabriek of in een shopping mall in Bangkok. In de meeste gevallen protesteren de dochters niet, want ze voelen het als een verplichting naar hun moeder, die dringend geld nodig heeft om de anders onbereikbare TV of ijskast aan te schaffen.

Foto gezien op documentary ressources

Veelal komen ze terecht in landelijke goedkope bordelen voor de laagste bevolkingsklasse en dienstplichtigen, waar ze gevangen worden gehouden. Maar het kan ook minder tragisch gaan. Ik ken heel wat hoogstaande Thaise mensen, die hun huispersoneel ‘kochten’ van een arme boer in de Isarn, al komt dat met de steeds losser wordende familiebanden hoe langer hoe minder voor

Voor de duidelijkheid zegt Tièn er maar meteen bij wat het me gaat kosten. Als ik haar moeder 10.000 Baht geef dan behoort ze me toe. Dat bedrag volstaat ruimschoots voor de eerste aanbetaling van een scooter, zodat haar moeder de kilometerslange tocht naar de theevelden niet meer te voet hoeft te doen. Voorlopig laat ik haar vraag onbeantwoord hangen en vraag om de rekening. Eerst gaan we kijken wat haar held hier naliet.

Wordt vervolgd

 

Meer op Trefpunt Azië over Shan: Bij de Shan in de schemer tussen dood en leven

 

Antonin Cee
Over Antonin Cee 146 Artikelen
Antonin Cee woont sinds eind jaren tachtig in Chiangmai en voerde themareizen uit. Hij studeerde filosofie aan de Universiteit van Montpellier in Frankrijk en werkte enige tijd als redacteur bij The Nation in Bangkok. Ook schreef hij artikelen voor verschillende Nederlandse, Belgische en Engelstalige magazines. Met zijn achttienjarige dochter vormt hij een eenoudergezin en brengt elk jaar enige tijd door in Zuid-Frankrijk. Hij publiceerde een verhalenbundel getiteld 'Inheems Kruid'. Onlangs bracht hij zijn tweede boek 'Thailand tegen het Licht' uit. Beide boeken zijn zonder verzendkosten te bestellen bij www.amazon.de.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*