Thailand: een monnik in zaken

Willem Hulscher, monnik in zaken

Thatchapong is in zaken. Dat kan natuurlijk niet zomaar, want hij is een monnik, maar voor dat soort dingen bestaat een oplossing in Thailand. Uitvoerig legt hij me uit wat zijn plannen zijn, zondagmorgen om half negen bij mij thuis.

We zitten op stoelen aan de ronde tafel. Koffie hoeft niet; een glaasje water mag wel. Zijn ongebruikelijke bezoek in vol ornaat is opvallend in mijn woonbuurt, want een fel oranje pij trekt aandacht en iedere monnik geniet nu eenmaal diep respect. Hij is welkom; zijn bezoek draagt bij aan mijn prestige bij de buren en vooral bij mijn dierbare huispersoneel.

De kleine Tim is zichtbaar onder de indruk; voortdurend drentelt ze langs het venster en rekt zich uit om naar binnen te kijken. De buitenlandse meneer heeft een monnik op bezoek! Het is goed dat ze niet kan horen dat het om business gaat, zaken.

Hij zal een gezin stichten

Thatchapong heeft zich tegenover me geïnstalleerd en kijkt ernstig door zijn bril naar de documenten die hij heeft meegenomen en alle percentages die daarin staan. Zo ken ik hem, ernstig en zorgvuldig, een verantwoordelijk man. Over acht maanden zal hij zijn studie hebben voltooid aan de universiteit voor monniken. Alle moeilijke examens in Pali zijn dan achter de rug en dat zal het moment zijn om het monnikskleed af te leggen.

Hij zal een baan nemen, een goede baan, en hij zal een gezin stichten. Hij zal rijk worden en een huis kopen voor zijn moeder, zodat ze niet meer in de krottenwijk hoeft te wonen. Ook voor zijn zusje zal hij zorgen. Ze zit nog op school en daarna moet ze studeren. Voor het meisje is het niet goed daar in die slums; het is er niet veilig en ze wordt er bedorven.

Thatchapong is zich bewust van zijn verantwoordelijkheden en de verwachtingen die zijn familie heeft. Hij is het hoofd van het gezin. De nieuwe man van zijn moeder deugt niet; die drinkt en gokt van háár geld, dat is dus van Thatchapongs geld, wat heel spijtig is. Het is niet goed te keuren, ‘maar ik hou van haar’.

Thatchapong heeft Anupong meegenomen om hem te helpen met het Engels. Anupong is geen monnik, ook geen novice meer en zelfs niet een officiële tempelhulp, maar hij spreekt goed Engels. Hij neemt zijn taak serieus en verbetert ieder woord dat Thatchapong niet duidelijk uitspreekt. Ook ik word verbeterd wanneer dat nodig is.

Soms pakt Thatchapong zijn zakcomputertje erbij en tikt een Thais woord in. Dat helpt een beetje. Het is niet makkelijk om met mij te praten! Maar het gaat om iets belangrijks, het gaat om zaken. Ik ben echter nog niet zover, want eerst wil ik meer weten over zijn monnikenleven en dit is een goede gelegenheid. Wat beweegt hem?

Een geur van heiligheid

Thatchapong stamt uit een arme familie in de provincie, evenals de andere monniken en novicen in de tempel en evenals Anupong. Vanzelfsprekend; iemand die niet arm geboren is, is niet zo dom novice te worden. Alleen wanneer je niets hebt meegekregen, biedt de tempel uitkomst, maar het is een doorgangshuis. Alle monniken treden uit zodra ze zijn afgestudeerd, volgens mijn gasten. Dat is heel gewoon; alleen de abt blijft.

Willem Hulscher, monnik in zaken
tempel ook businessschool?

Geen nood, de tempel in Bangkok verwelkomt ieder jaar nieuwe novicen. Ze komen uit het Noordoosten van het land, waar de boeren arm zijn. De trotse ouders zullen een zorg minder hebben, terwijl een geur van heiligheid zich over de boerderij verspreidt. Novicen studeren jarenlang, ze werken hard en ze leren de regels kennen van de grote wereld. Die wereld is verleidelijk, vooral buiten de tempelmuren en heel speciaal in de grote stad Bangkok. Wanneer volgt de ommekeer, of zat die er van meet af in? Dat is moeilijk te zeggen.

Willem Hulscher, monnik in zaken
uittreden voor sommige families diepe teleurstelling

Voor sommige ouders betekent het een diepe teleurstelling wanneer de monnik zijn kleed aflegt, dat weet ik, maar een nieuwe status kan veel vergoeden. Hoe dan ook, degenen die binnenkort de tempel zullen verlaten, bereiden zich voor. Anupong vertelt dat hij al heel wat spijkerbroeken voor de monniken heeft moeten kopen. Dat kunnen ze niet zelf, want een Thaise monnik mag natuurlijk niet in een kledingzaak worden gezien. Stel je voor! Voorlopig moeten de jeans nog in de kasten blijven liggen.

Ik vraag Thatchapong of hij ook al een spijkerbroek heeft aangeschaft. Ja, dat is juist, ‘maar ik zal een pak dragen, want ik zal een zakenman zijn’. Hij praat veel over geld, over veel geld. Zijn inkomsten stijgen. Naast de tempel heeft hij een appartement gehuurd, dat hij onderverhuurt aan zeven bewoners. Iedere dag een flink winstje! Dat is slechts het kleine werk; binnenkort zal hij echt rijk worden.

Waar de tempels voor dienen

Het is verbazend hoeveel functies de Boeddhistische tempels vervullen in Thailand, minstens zoveel als de kloosters en kerken in Europa in hun goede tijd en dan spreek ik nog niet eens over zaken. Ik kan zonder moeite een twintigtal functies noemen en ongetwijfeld zijn er meer, die ik nog niet heb onderkend.

Het Boeddhisme is springlevend in deze maatschappij. De meest zichtbare functies van de tempels vormen een vijftal, namelijk het cremeren van de doden, het opluisteren van gebeurtenissen in het persoonlijke en openbare leven door gewijde rituelen, het bijdragen aan de verfraaiing van stads- en dorpsbeeld, het onderwijzen van kinderen, en het geven van gelegenheid aan de mensen om goede daden te doen.

Willem Hulscher, monnik in zaken
bedelen in serene concentratie

Dat laatste is voor iedereen zichtbaar ’s morgens om zes uur op straat. Dan zie je de monniken lopen in hun pijen, blootsvoets, met de bedelnap in de handen voor de borst geklemd in serene concentratie. De monnik wordt gevolgd door een of meer tempelhulpen die plastic emmers torsen. Hij loopt langzaam en kijkt niet op of om, hij neemt slechts de gaven van de mensen in ontvangst.

De giften bestaan uit basisvoedsel, maar ook allerlei comestibles en voorts alles wat mensen in een ondoordachte bui hebben gekocht maar bij nader inzien toch niet nodig hebben. De bedelnap is al gauw te klein en de goederen worden overgeheveld in de emmers die de hulpen dragen. De gevers, merendeels vrouwen, bedanken de monnik omdat hij zo goed is de gift in ontvangst te nemen, waardoor de kansen op een beter volgend leven zullen toenemen.

Van belang is dat een vrouw vermijdt de monnik aan te raken bij het overdragen van haar gift, want dat zou alles bederven of nog erger. Wanneer geen mannelijke tussenpersoon aanwezig is, zit er niets anders op dan dat de vrouw het voedsel deponeert op een bereikbare plaats, waarna de monnik zich zal verwaardigen het zelf op te pakken.

Willem Hulscher, monnik in zaken
de vrouw mag de monnik geven, maar niet aanraken

Ik heb het er voor over ’s morgens vroeg op te staan om deze rituelen te aanschouwen. Wanneer de monnik terug is gekomen in de tempel, inspecteert hij de oogst en bepaalt wat hij zelf behoudt, wat voor de tempelhulpen is, wat zal worden weggegeven en wat kan worden doorverkocht.

Vier minstens even prominente functies van de tempel zijn het in stand houden van de nationale identiteit en het koningshuis, het bevorderen van kunst en cultuur, het bewaren van het historisch erfgoed, en het bieden van een parkeerplaats aan wie zijn auto nergens kwijt kan. Daarna volgt een groep van zeven sociale functies, waarvan ik er zes heb leren waarderen.

De tempel zorgt voor herverdeling van goederen aan de armen, biedt een kans op doorstroming voor wie als eenvoudige boerenzoon ter wereld kwam, biedt onderdak aan wie even nergens terecht kan, vormt een asiel voor vluchtelingen zonder paspoort, herbergt meestal een goedkope eetmarkt voor het publiek, en functioneert uiteraard als een trefcentrum met dansen en muziek op heel veel avonden. De sociale functie die nu in opspraak is, houdt in dat de tempel zonder vragen te stellen criminelen aan een nieuwe identiteit helpt.

De laatste groep functies is voor mij veel minder duidelijk, hoewel minder simpele zielen me vertellen dat die bij een religieuze instelling voorop staan. De tempel wordt geacht te hoeden over de normen van goed en kwaad – dat zijn hier Boeddha’s normen – de tempel draagt zorg voor de morele en ethische opvoeding van de nieuwe generatie, de tempel studeert en geeft tekst en uitleg aan waarden, en de tempel biedt voedsel voor geestelijk leven.

Willem Hulscher, monnik in zaken
mystiek van boeddhisme

Zoals gezegd, dat alles is me nog niet erg duidelijk. Maar ik zie wel dat de tempel soms een rustplaats biedt aan verdoolden en troost verschaft. Aan al deze functies wordt door Thatchapong, en niet alleen door hem, een belangrijk element toegevoegd: de tempel is voor business. Het pakket als geheel, met of zonder business, maakt voor mij als buitenstaander een beetje duidelijk wat de mensen hier onder de term Boeddhisme verstaan.

Netwerkmarketing

Thatchapongs business blijkt om netwerkmarketing te gaan met directe verkoop volgens de trucs die ook in Westerse landen worden toegepast. Zolang er genoeg naïevelingen op deze wereld rondlopen, kunnen de slimmeriken hun slag slaan. Ik kan nog niet bepalen tot welke groep mijn gast behoort.

Het product is in dit geval Suprederm, een cosmetica lijn. Thatchapong heeft een glanzende folder bij zich, waarvoor hij 200 Baht heeft betaald. Hij laat me de plaatjes liefdevol zien, althans de tubetjes en flesjes. De afbeeldingen van de cosmetische meisjes slaat hij snel over; hij is een monnik! Ook Anupong heeft voor zijn folder betaald. Het is een investering. Thatchapong is al gepromoveerd tot sales manager van Suprederm, waardoor hij discreet achter de schermen kan werken en toch flinke commissies krijgt.

Willem Hulscher, monnik in zaken
ethiek van het boeddhisme

Stel je voor dat de mensen zouden zien dat een monnik in zaken is! Hij heeft inmiddels vier assistenten onder zich. Eén van hen is Anupong, een andere is zijn zusje, verder een tempelhulp, en ook nog een kennis die op een school zit. Als iedere assistent nu weer vier verkopers vindt, zal het gaan lopen. Van de scholen moet je het hebben, daarover zijn ze het eens. De producten zijn uitstekend; ze helpen tegen acne en zijn lager geprijsd dan de concurrentie in de winkel.

De baas van het bedrijf is een dokter; dan zal het heus wel goed zijn. Ik verwacht dat de mythe zich verder verspreidt: Suprederm is van een dokter en het wordt door een monnik op de markt gebracht, dan zal het heus wel goed zijn!

De vragen die ik verwachtte kwamen niet. Onwillekeurig ging ik ervan uit dat mijn advies over de business zou worden gevraagd. Ik ben al geconsulteerd door ondernemende Thais over het kweken van garnalen, het planten van snelgroeiende boompjes en de handel in onroerend goed, dus waarom niet over cosmetica? Als buitenlander word je geacht verstand te hebben van zaken, anders was je niet rijk en iedere buitenlander is nu eenmaal rijk.

Nee, de eer van het matineuze bezoek heb ik aan iets anders te danken. Thatchapong had gedacht dat ik wel assistent-salesmanager zou willen worden. Op mijn kantoor zou ik verkopers kunnen werven en, wie weet, in mijn familie en kennissenkring. Als ik dat verkies, mag ik me natuurlijk ook salesmanager noemen, want assistent is misschien niet gepast voor mij.

Maar beste Thatchapong!! Jammer, het was maar een idee, even goede vrienden. Hij biedt me een potje knoflook capsules aan als geschenk. Maar ook daarin heeft hij zich vergist. Een buitenlander is soms zo moeilijk in te schatten.

Veel geluk ermee, beste vrienden! Dat de serieuze Thatchapong, zo naïef als hij lijkt, tot de slimmeriken behoort, daaraan twijfel ik niet meer. Zijn moeder staat een mooi huis te wachten. We drinken nog een glaasje water. Tegen half elf vertrekken mijn gasten, want Thatchapong wil op tijd zijn voor de lunch. Na het middaguur is het een monnik immers niet toegestaan te eten en wanneer hij zich daar niet aan houdt, zou hij iedere geloofwaardigheid bij de goegemeente verliezen.

Vanmiddag moet hij les geven aan de zondagschool en dan liggen zijn zaken helaas even stil.