Lao Khao en een straffe Noordooster wind

Lao Khao en een straffe Noordooster wind
Foto: Erik Kuipers

Je kunt niet altijd wind mee hebben in het leven, dat is nu eenmaal zo. Een straffe noordooster wind hoort er bij. Dat gaat zeker ook op voor enkele bewoners van de Isaan die op mijn weg kwamen. En voor sommigen dat die tegenwind ook nog eens zelfgeblazen was.  Kob was daarop geen uitzondering. Al kon je bij hem eigenlijk niet van tegenwind spreken. Meer van een straffe noordooster gezien zijn inname van Lao Khao. Dit wordt dan ook geen vrolijk verhaal, en van een happy-end is al helemaal geen sprake.

Kob, een Thaise jongeman van midden twintig, had slechts een ambitie in het dagelijks leven. En wel het zo snel en doortastend mogelijk verwerven van algehele cirrose voor zijn jeugdige ingewanden. Zijn favoriete bloedverdunner was het plaatselijke vuurwater, Lao Khao. Spotgoedkoop en zowat op iedere hoek verkrijgbaar. Bier of andere alcoholische versnaperingen heb ik hem nooit zien drinken. Als gediplomeerd Thais tempelier wist hij wat drinkbaarheid betreft waarschijnlijk niet eens van het bestaan van water af.

LemmingenLao Khao en een straffe Noordooster wind

Zijn familie runde een goedlopend taxibedrijf, en waren voor dorpsbegrippen zeker niet onbemiddeld. Geldzorgen waren dus niet aan de orde. Vanwege zijn innemende persoonlijkheid was Kob een buitenbeentje, maar werd door de rest van de hardwerkende familie getolereerd en financieel bijgestaan. Als gevolg daarvan was hij meestentijds netjes gekleed, zag er redelijk verzorgd uit en zwom in zijn vrije tijd. Die hij veelal doorbracht met het innemen van sloten Lao Khao. Dit zo onschuldig uitziende spul, ruikend naar juchtleer, en naar mijn ervaring ongeveer net zo smakelijk. Het haalt bij regelmatig gebruik de voering compleet uit je maag. Neem nog wat meer en je hersencellen zullen zich als lemmingen in de afgrond storten, je arme lever daarbij als springplank gebruikend.  Kob dronk het als mineraalwater.

Taxi-business

De gezinsleden, waaronder zijn oude moeder, hadden de hoop Kob ooit nog als verantwoordelijk familielid in de taxi-business in te lijven allang opgegeven. En lieten hem daarom maar begaan. Hij waste als tegenprestatie af en toe een busje en tankte benzine indien gewenst. Dat was het zo’n beetje. Zijn moeder verzorgde het huishouden en zijn dagelijkse maaltijden. Waarschijnlijk maar beter ook, want afgaande op wat ik van zijn levensstijl wist, zou hij waarschijnlijk al genoegen hebben genomen met een potje boerenjongens als gezond ontbijt.

De eerste keer dat ik hem zag leek er nog niets aan de hand. Wij, mijn vrouw Oy en ik, logeerden bij haar moeder in het al genoemde dorpje. Daar reed op een middag een werkelijk fonkelnieuwe minibus het schoonmoederlijk erf op. Achter het stuur een glunderende Kob, trots de nieuwe familie-aanwinst showend. De koplampen knipperend en de stereo op een volume dat de portieren bol deed staan. Stoere peuk in het hoofd, gouden boeddha-hanger om de nek (die hij alleen aanraakte als iemand in een zin de woorden drooglegging en sluitingstijd gebruikte) en een nonchalante arm uit het raam.  Alsof dit voor hem dagelijkse kost was. Dat was het niet, en zijn familie moet financiele doodsangsten hebben uitgestaan. Want hij was ladderzat. Dat merkte ik pas toen hij uitstapte. En daarbij de volle steun van het geopende portier nodig had om niet door zoiets onverwachts als zwaartekracht overmand te worden.

Lao Khao en een straffe Noordooster wind
Angstbeeld van Lieven Kattestaart

Joris Driepinter of Lao Khao

Verbijsterd vroeg ik aan Oy hoe ze hem in vredesnaam in deze toestand op pad konden laten gaan. Haar antwoord was van een verrukkelijke Thaise logica. ” Het is een nieuwe bus, dus heel veilig.:” Het valt niet mee om tegelijkertijd perplex en paf te staan, maar het lukte me. Daarom voegde ze er nog vergoeilijkend aan toe dat Kob altijd keurig stapvoets reed in het dorp. Ik was allang blij dat deze alcoholische Joris-driepinter nooit als piloot was aangenomen bij Thai Arways. Hoe veilig hun vliegtuigen ook mogen zijn.

Vooral omdat hij nog diezelfde week probeerde het absolute kachel-glorietoeter-duurrecord met Lhao Kao op zijn naam te brengen.  Zeg maar het bezopen worden, zijn en daarna willen blijven. Want niet minder dan zes volle dagen op rij zag ik hem s’ morgens rond een uur of tien aan komen slingeren over schoonma’s rommelige erf (nog niet waggelen, dat was een later stadium), een gezellig praatje maken, en daarna al struikelend zijn weg vervolgen. Om dan tegen een uur of zeven s’ avonds opnieuw ten tonele te verschijnen. Nu duidelijk wel als een slagschip. Zijn promillage op die avonden zou een fles spiritus naar de aspirine hebben doen grijpen.

De  overuren draaiende korsakov maakte dat hij constant geld gaf aan de aanwezige kinderen, dat ter plekke vergat en het daarom tien minuten later weer deed. Oy’s familie stopte het geld altijd wat later weer terug in zijn portemonnee. Zodat zijn eigen geldbuidel een onuitputtelijke baht-bron werd voor Kob. Jammer dat hij het niet besefte. Een aardige gozer, ondanks zijn vergevorderde verslaving.  Het dient gezegd  te worden dat Kob meestentijds de beleefdheid zelve was. Zelden een onvertogen woord. Ook niet op momenten dat zelfs zijn alcohol begon te eisen dat er wat bloed bij kwam. Misschien mocht ik hem daarom wel, onze beschaafd-benevelde dorpsgenoot.

Lao Khao en een straffe Noordooster wind
Seven Eleven altijd open om drank te halen

Holland

Eens op een ochtend vroeg hij ons of het erg koud was in Holland. Mijn antwoord, dat de mensen in ons kikkerlandje het grootste deel van het jaar in een soort koelkast leven, en antivries in auto’s gieten om winterse ellende te voorkomen, vond hij zeer interessant. Waarschijnlijk omdat hij zelf een expert was op het gebied van ontdooid blijven. Na die avondlijke bezoekjes probeerde hij vervolgens, laveloos laverend tussen beide kanten van het pad, weer thuis te geraken. Van achteren bezien leek hij dan nog het meest op een zojuist tot leven gekomen, (en verrassend goedgeklede) vogelverschrikker die zijn eerste pasjes deed. Het was sowieso een wonder dat hij altijd heelhuids thuis wist te komen, over die stikdonkere achterafpaadjes. Zijn beschermengel moet van een imposante statuur zijn geweest. Minstens zo indrukwekkend als zijn ochtendlijke katers. Onderweg zag hij dan ook nog kans bij de buurtwinkel de voorrraad vloeibare vergetelheid aan te vullen, zodat hij tijdens de nachtelijke uren niet uit zou drogen.

Ethanol-zesdaagse

Eens, na zo’n ochtendlijk slingerbezoekje, grapte ik dat onze alco-spons voor een bepaald buurland geen paspoort van node zou hebben. Simpelweg omdat hij altijd als een Maleier was. Dit keer was het Oy’s beurt om te kijken alsof ze water zag branden. Op zeker moment tijdens die ethanol-zesdaagse, kwam Kob aangestruikeld, nam een hapje som-tam salade aan, en kotste het direct weer uit. Heel toepasselijk naast het al net zo blauwe geestenhuisje van schoonmoeder. Hield vervolgens armzwaaiend een passerende bromfietser aan, en kreeg een lift achterop  naar de buurtwinkel. Om wat later weer bij ons afgezet te worden, nu echter met twee slokken van het venijn in een plastic zakje bij zich. Hij bietste een glas, dronk de lao khao op, en kotste wederom in de struiken. Om daarna, flink slagzij makend, weer weg te wankelen. Volgens mijn vrouw om meer Lao Khao te halen. Mij sprakeloos achterlatend. Ik kon simpelweg niet bevatten hoe iemand zichzelf zo kon slopen, dag na dag. En waarom stopte niemand deze waanzin? Dit kon toch zo niet doorgaan? Domme vraag natuurlijk. Want een kind kon zien dat het einde aan deze bacchus-offerandes van Kob zelf zou komen.

Betere oorden met Lao Khao

Bert Vos, Indonesische eilanden, Lombok
Ginder in betere oorden. Foto: Bert Vos.

De zevende dag van deze marathon voor lavelozen kwam hij tenslotte niet meer opdagen.  Waarschijnlijk had iemand de vlaggetjes van zijn slalom-route verzet. Of hij had in de achtertuin een drankbron aangeboord, en was nu euforisch bezig het eerste vat te testen. Maanden later, allang weer in Nederland,  vernam ik dat Kob niet meer was. Zijn moeder had hem op een kwade ochtend niet wakker kunnen krijgen, en onze lazarus bleek vertrokken naar beter oorden zonder tegewind. Waar het altijd happy hour is, en alleen aardige pimpelmezen worden toegelaten. Zelfs zijn beschermengel had het blijkbaar opgegeven, en de koffers gepakt. Het verbaasde me niet, maar het speet me wel. En eigenlijk meer dan ik wilde toegeven. Want ondanks zijn hersenverwekende hobby zag ik hem graag.

Onverlichte paadjes

Daarbij dient aangetekend te worden dat het nog geen vast gegeven bleek te zijn dat Kob niet langer dronken over de onverlichte paadjes van het dorpje doolde. Want weken later wist mijn schoonmoeder doodleuk te melden dat ze hem s’ avonds al weer had zien langszwalken. Mij als rechtlijnig denkende farang daarmee in complete verwarring brengend. Even verdacht ik schoonmoeder van het stiekem innemen van geestverruimende substanties. En vreesde voor haar lever. Er bleek echter een andere, zeer simpele verklaring voor deze wonderbaarlijke wederopstanding. Namelijk dat de meeste Thai, of ze nu broodnuchter zijn, of zwaarbeschonken, altijd bijgelovig zullen blijven.

Lieven Kattestaart
Over Lieven Kattestaart 103 Artikelen
Lieven Kattestaart (1963) werd geboren in Middelharnis. Hij werkte van 1991 tot 2016 bij de Gemeente Goeree-Overflakkee. Sinds 1993 bezoekt hij Thailand en raakte zoals zovelen verslaafd aan het land en de bevolking. In Isaan, het noordoostelijk deel van Thailand, ontmoette hij zijn vrouw Pranom (Ooy).

2 Comments

  1. Fijn verhaal, Lieven. Je brengt mij de tijd van mijn vroege jeugd in herinnering,
    de jaren vijftig, toen ’s morgens de twee zatlappen van het dorp uit de sloot werden getrokken en met de kruiwagen naar huis gebracht.
    De week erna lagen ze er weer in. Ze brachten hun gezin naar de afgrond.
    Nu onvoorstelbaar, maar in Thailand kan het blijkbaar nog.

    • Hoi Alphonse,
      dank voor je reactie. Mijn vroege jeugd was in de jaren zestig, maar ook toen nog zag ik als kind bijna wekelijks hoe een jenever-liefhebbende buurman liggend op een ladder werd thuisgebracht. Vanuit de kroeg. Ook hij zou het nooit leren. En inderdaad grote ellende voor zijn familie teweegbrengen.
      Dus dit verhaal is van alle tijden en alle plaatsen, daar heb je zeker gelijk in.

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*