Thailand. Een hond kan een Bodhisat zijn!

Tino Kuis, Hond, Monnik, Bhodisat

Bron: Wikimedia

Een Bodhisat is een bijna-Boeddha, nog niet geheel verlicht maar in staat en bereid mensen te helpen op hun pad naar Verlichting. Dat gaat via vele reïncarnaties, die de vorm aan kunnen nemen van goden, mensen en dieren.

 

Zoals de meeste westerlingen schreef Peter Thompson, een landmeter in dienst van de Siamese overheid, veel over de verscheidenheid en de overvloed aan wilde beesten in het land. Westerlingen vonden slangen en krokodillen gevaarlijk genoeg maar ze waren het meeste bang voor de plaatselijke honden.

In 1905 schreef Thompson in zijn dagboek: ‘Tijdens onze wandelingen door het land lopen we minder gevaar door slangen dan door de woeste, loslopende honden die ieder huis bewaken. We kunnen ze gemakkelijk op afstand houden met stokken en stukken klei maar het is niet veilig het huis alleen te benaderen want een eenzame reiziger kan omringd en misschien wel gebeten worden door honden voordat de kinderen ze weg sleuren en vastbinden in onwillige onderdanigheid’.

Tino Kuis, Monniken, Zwerfhonden, Bhodisat

Zelfs monniken werden soms gebeten door honden als ze zich begaven in vreemde dorpen waar ze niemand kenden. Een thudong (zwerf) monnik, de Eerbiedwaardige Grootvader (Luang Pu) Waen (1888-1985) geboren in een Laotiaans dorp in Loei, noordoost Siam, zwierf in 1920 rond Tak. Hij merkte op dat dorpelingen in het Samngao district er woeste honden op nahielden. Tijdens een bedelronde werd hij door zo’n hond gebeten. In 1970 haalde hij die herinnering op: De eigenaar van de hond deed geen enkele moeite de hond terug te roepen. Hij was blij dat zijn hond zo wild was. ‘ Die hondenbeet liet een blijvend litteken achter op zijn been.
In de tweede helft van de 19e eeuw waren er nog uitgebreide boomgaarden in Thonburi en Bangkok (zie noot). In de nabijheid van de Bel Tempel woonden Chinezen en Mon die agressieve honden kweekten om hun boomgaarden te beschermen.

Tino Kuis, Monniken, Zwerfhonden, Bhodisat

Somdet To, de abt van die tempel, was beroemd om zijn bekwaamheid woeste honden te kalmeren. Hij kwam ze vaak tegen als hij door die Chinese en Mon dorpjes liep. Niemand zag ooit dat honden hem bedreigden of zelfs tegen hem blaften. De honden keken alleen naar hem. Als een hond op zijn pad lag te slapen weigerde Somdet To er overheen te stappen. In plaats daarvan bleef hij er naast staan tot de hond wakker werd en wegliep. Dikwijls vroeg hij de hond: Sorry, mag ik er even langs?’

De vriendelijke stem van de monnik had soms het tegenovergestelde effect. De hond kwam overeind, kwispelde met zijn staart en ging naar hem toe om te snuffelen. Sommige van zijn leerlingen vroegen: Waarom behandel je honden met zoveel respect?’ Waarop de Somdet nederig antwoordde: De hond kan een Bodhisat zijn, in dit leven herboren als een hond. Ik kan dat niet zien. Een gebrek aan eerbied voor een levend wezen is een ongezonde daad’.
Mensen die hem kenden zeiden dat hij zoveel mêettaa (mêettaa karoena: loving-kindness) uitstraalde dat de beesten het konden voelen.

Noot:

Khrungtheep is de nieuwe Sanskriet naam. Bangkok is de echte oude Thaise naam. ‘Baang’ is een dorpje aan een rivier en ‘kok’ is makok, een olijfachtige vrucht.

Bronnen

Vertaald uit: Kamala Tiyavanic, The Buddha in the Jungle, Silkworm Books, 2003, bladz. 52-53
P.A. Thompson,Lotus Land, 1906
Hier een kort verhaal over Somdej To. Hij was een onwettige zoon van koning Rama II:
https://en.wikipedia.org/wiki/Somdej_Toh
Hier nog een langer verhaal over hem:
https://www.accesstoinsight.org/lib/authors/thanissaro/toh.html

Deze pagina delen

  • Delen op Facebook
  • Delen op Twitter
  • Delen op LinkedIn
  • Delen op Google+
 

Lees ookgerelateerde berichten

Reageer

E-mail (wordt niet gepubliceerd)