Het verhaal. De profetie (deel 1)

Het Verhaal, banyan boom, Tino Kuis

Hij stond daar al een hele lange tijd….zo lang dat eigenlijk niemand wist hoe lang. Ook de stokoude dorpelingen en zij die al lang waren gestorven zeiden ooit dat het er al stond zolang zij zich konden herinneren. De boom spreidde nu zijn takken en zijn wortels uit over een grote oppervlakte. Over wel een kwart van de dorpsgrond waren er wortels bij het graven. Zijn knoestige wortels en verwarde takken wezen er op dat deze banyan boom het oudste levende ding was in het dorp.

Zo veel verhalen en wonderbaarlijke legendes waren mondeling doorgegeven van grootouders naar kleinkinderen over vele generaties. Naarmate de tijd verstreek werden de verhalen vreemder. Dat was wat bijdroeg aan de mythe rond de grote banyan boom en wat mensen angst aanjoeg of juist ontzag inboezemde. Op het geesteshuisje voor de boom lagen bloemslingers en offerandes en de boom was omcirkeld met oude en nieuwe zijden sjerpen die het moesten beschermen tegen bezoedeling en gebrek aan respect. Niemand vroeg zich ooit af waarom deze versierselen rond de grote boom er waren. Het waren gewoon de lessen waarin je moest geloven en die je moest volgen.

De wortels van de banyan boom

Hij stond er al een lange tijd … en zou daar nog een lange tijd hebben gestaan ware het niet dat de krachtig groeiende wortels de nabijgelegen inwijdingshal hadden aangetast. Dat miljoen baht dure gebouw was de trots en vreugde van de tempel maar dreigde nu overwoekerd te worden door de takken en stengels van de grote banyan boom alsof die boom geen concurrent in grootsheid wilde toestaan. Maar dat was niet zo erg als de invasie van wortels in het fundament wat de vloer van de hal een veelheid van scheuren opleverde. De gaten werden van dag tot dag erger en men vreesde dat de hal binnenkort zou kunnen instorten.

Dit was een ernstig probleem. Het was een uitdaging voor iedereen die verantwoordelijk was voor de hal. En het was de abt die de zwaarste last moest dragen.

‘Wat zou u kiezen, de inwijdingshal of de banyan boom?’ De abt stelde die vraag in de tempelraad in de hoop op een antwoord.
‘Kunt u niet iets anders bedenken?’vroeg Pluang, een lid van de raad bedachtzaam.
‘Is er een andere oplossing? U herinnert zich dat we niet zo lang geleden een greppel hebben gegraven tussen de banyan boom en de hal. Het resultaat was duidelijk te zien. De vloer brak nog meer open dan tevoren.’ De geleerde monnik slaakte een diepe zucht. Het was een ogenblik stil in de vergadering.

De oranje gloed van een grote kaars voor het Boeddhabeeld lichtte de gezichten op van de aanwezigen en liet de sombere frons op hun gezichten zien.

‘Moeten we de boom dan omhakken?’ vroeg Pluang bezorgd.
‘Ik denk dat we geen betere keuze hebben…We moeten de hal behouden na al die problemen bij het bouwen… En wat die banyan aangaat…’ De geleerde monnik begon te mompelen.
‘Die banyan … ik weet dat iedere dorpeling de boom hoogacht. Maar alles overziend moet hij toch worden geveld. We hebben geen keuze. Ik ben verantwoordelijk voor wat er daarna gebeurt.’

Geroezemoes ging de vergadering door. Het was niet iets wat snel of gemakkelijk besloten kon worden. Niemand had ooit oneerbiedig over de boom gesproken. Maar nu kwamen deze woorden uit de mond van een monnik die de dorpelingen vereerden. Sommigen begonnen te aarzelen.

‘Wat denkt u? Ik bedoel iedereen. Zeg wat u denkt!’ drong de monnik aan die zag hoe terughoudend de leden waren.
‘Het is uw keuze als u denkt dat het juist is. Wij zien ook geen andere weg. Als er iets akeligs gebeurt dan zullen wij niet alleen de schuld bij u leggen. Alle dorpelingen zullen de verantwoordelijkheid delen.’ Zo sprak Wan, het oudste lid van de tempelraad. De anderen stemden in.
‘Laten we dan beginnen. Laten we doen wat we juist achten. We kunnen de zaak niet langer uitstellen.’zei de abt en sloot de vergadering.

De dorpelingen en de geestendokter

Het verslag van wat er op de vergadering die avond was besproken ging rond als een bosbrand in het droge seizoen. Het was het gesprek van de dag. Dit was geen gewone roddel. Het was heel verontrustend nieuws die de dorpelingen tot diep in hun ziel schokte.

‘Iedereen is gedoemd, let maar op…’ snauwde de geestendokter Plang boos tegen de verzamelde menigte. ‘Zij zullen helemaal ten onder gaan … iedereen die slechte gedachten koestert tegen de heilige banyan boom zal de nare gevolgen moeten ondergaan. Welke duivel heeft de abt misleid?’ riep de oude man uit met beangstigend gloeiende ogen.

‘Het was een goed idee, ouwe man. De abt heeft gelijk. Vergeet niet dat die inwijdingshal miljoenen waard is. Wie anders dan de abt kan het bouwen? Je kunt er beter nog eens over nadenken.’ Pluang kon niet anders dan er tegenin gaan. Hij was het tenminste met de abt eens.

‘Pluang! Je bent nog maar een jochie. Probeer je een rishi (een heilige kluizenaar) een mantra te leren? Zie je niet dat die hal gewoon verkocht en gekocht kan worden? Als je geld hebt kun je er een paleis van maken. Maar de eerbiedwaardige banyan…. Kan je die ergens kopen? Jullie zijn een stel sukkels, allemaal.’ De oude man bracht zichzelf in een staat van opwinding. Hij ging niet stoppen.

‘Jullie weten niet beter. Jullie weten niet welke dingen belangrijk zijn en welke niet. Jullie moeten weten dat de eerbiedwaardige banyan boom al heel veel jaren een woonplaats is van geesten en engelen. In elk gat en holte van de boom liggen de botten van onze voorouders. Van onze grootouders en hun grootouders. Iedereen die de heilige banyan wil beschadigen daagt de geesten en de engelen uit. Zij zullen een verschrikkelijke dood sterven … een verschrikkelijke dood …. onthoud mijn woorden, onthoud! Ha, ha, ha!’

De oude geestendokter barstte in woede uit. Zijn woorden maakten de toehoorders doodsbang. Alle ogen richtten zich met haat en wantrouwen op de leden van de tempelraad. Maar de meesten bleven bij hun eerste opvatting. Met name de oudere Wan was niet gevoelig voor kritiek of profetieën.
‘We zijn als iemand op de rug van een tijger. We kunnen er niet van afspringen en ons noodlot zegt dat we of leven of sterven. Houd de moed erin. De abt staat aan onze kant.’ Wan probeerde zijn vrienden op te vrolijken.

De kritiek over het lot van de gigantische banyan boom nam toe. Zij die tegen het kappen waren vertelden uitvoerige verhalen over oude legendes die spraken van wonderbaarlijke en ontzagwekkende heldendaden die de toehoorders angst aanjaagden. Anderen voegden daar aan toe wat zij hadden gehoord met nog sterkere verhalen. Elke legende over de geesten en de engelen werd herbeleefd alsof het hele dorp er door werd overheerst.

Het Verhaal, banyan boom, Tino Kuis

De twee houthakkers

‘Ga je het echt doen, Fua?’ vroeg Fen met twijfel in zijn stem.
‘Zou ik grappen maken over zoiets?’ antwoordde Fua vinnig terwijl hij nog een slok whiskey nam. En hij vervolgde ‘Doe je mee? We delen de opbrengst. Je hebt dan genoeg drinkgeld voor zeker een maand. Zeker weten.’ Fua keek zijn vriend strak aan wachtend op een antwoord.
‘Ben je nou helemaal gek geworden, Fua? Niemand kan die banyan boom aanraken. Jij en ik zijn stervelingen. Hebben we echt kans van slagen? Ik ben doodsbang.’
‘Onzin! Jonge mensen zoals jij en ik horen niet bang te zijn voor geesten. Ben jij dan niet slecht bij kas? Het is maar liefst drieduizend baht! We krijgen ieder vijftienhonderd. Jij kan dat geld gebruiken om de hand van de vriendin Lamduan te vragen. Dringt je schoonvader daar niet op aan? Denk na, wil je Lamduan of niet?’

Fen wist dat hij gelijk had. Hij maakte Lamduan al jaren het hof en wilde haar dolgraag trouwen. Maar hij miste het geld daarvoor. Lamduans vader bracht het steeds ter sprake. De jonge politieman met zijn prachtige brommer bezocht haar vaak. Hij kon het huwelijk niet langer uitstellen. Maar de woorden van de geestesdokter Plang raakte hij niet kwijt. Hij wist niet wat te doen.

‘Ik ben nog steeds bang’, zei Fen vrijblijvend. ‘Ik hoorde dat ze gisternacht verschenen in een droom van de ouwe Plang. Ik bedoel de banyan geesten, van de heel jonge tot de heel oude. Ze smeekten huilend om hun woning niet te vernietigen. Mensen zeiden dat ze de hele nacht hadden liggen schreeuwen. Hun leider zei dat als een ongelovige probeerde de boom te beschadigen hij zijn nek zou breken. Zo’n droom stelde Plang altijd in het gelijk. Dat is waarom ik zo bang ben.’ Fen gebruikte dit laatste nieuws als een voorwendsel.

‘Flauwekul! Ouwe Plang en zijn geesten. Wat er ook gebeurt, hij dreigt altijd met geesten. Ik ben ziek en moe van al die verhalen over de banyan geestenbusiness. Die verhalen over geesten in grote bomen zijn allemaal leugens. Als ze waar zijn waarom zijn er dan geen grote bomen meer in het bos? Ze zijn allemaal omgehakt en er gebeurde niets met de houthakkers. Ze zijn nu zelfs erg welvarend. Kom op, doe je mee of niet? Ik wil het nu weten’. Fua voerde de druk op. ‘Oké’, fluisterde Fen terwijl hij alleen het gezicht van zijn geliefde Lamduan voor zich zag.

(Wordt vervolgd)

Bron:

De Profetie door Phaithun Thanya.
Vertaling Tino Kuis, bewerking Erik Kuijpers.

De schrijver Phaithun Thanya (in Thais ไพฑูรย์ ธัญญา, schrijversnaam van Thanya Sangkapanthanon) werd geboren in Patthalung, een stad in Zuid-Thailand. Hij is leraar maar zegt dat schrijven altijd zijn droom en ambitie was. Hij kreeg de literaire prijs S.E.A. Write Award in 1987 voor zijn bundel korte verhalen Ko Kong Sai, ‘Bouwen van Zandhopen’.

Foto’s

Banyan tree, ficus microcarpa, ficus religiosa; wikimedia.
Bijl; wikimedia.a

Meer Thaise literatuur op Trefpunt Azië? Een fabel over een boom
Tino Kuis
Over Tino Kuis 134 Artikelen
Tino Kuis. gepensioneerde huisarts, woont in Zutphen. Na zijn opleiding werkte hij drie jaar als tropenarts in Tanzania en daarna vijfentwintig jaar als huisarts in Vlaardingen. Hij heeft in Nederland drie volwassen kinderen. Tino verbleef van 1999 tot 2017 in Thailand. Zijn 18-jarige Thaise zoon studeert in Chiang Mai. Tino heeft zich gespecialiseerd in Thaise taal, cultuur en geschiedenis.

1 Comment

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*