Toch nog…of…eindelijk!

Als je de eerste aarzelende schreden op een golfbaan hebt gezet, of beter, wanneer je voor het eerst wordt toegelaten op een zogenaamde driving range of putting green, heb je geen flauw idee waar je aan begint. Tien lessen nam ik, samen met vrienden die tot dan squashvrienden waren. De leraar zette ons ‘iets door de knieën’ gezakt neer, de ‘kont naar achter’, en verzocht ons nadat de bal was geraakt vooral door te zwaaien, ‘de slag af te maken’, de heup erin te zetten en, oh ja, vooral de linkerarm recht te houden (voor rechtshandige spelers), en de hiel van de rechtervoet moet omhoog gekomen zijn, en het gezicht naar voren gericht als de slag af is, maar op het moment van slaan vooral naar de bal blijven kijken, hoor! Al deze handelingen dienen vloeiend te gaan en uiteindelijk automatisme te worden, wordt je verteld.

Theo van der Schaaf, Toch nog...of eindelijk..., Golfles

Je krijgt een hele emmer met ballen en denkt, dat gaat lukken. Het ‘ijzer zeven’ is de meest gemiddelde club en daarmee wordt voornamelijk geoefend. Groot was de bevrediging wanneer een bal iets tussen tachtig en honderd meter haalde, maar dat was toch vooral een zeldzaamheid die eerste weken. Mijn Boeddha, wat een rot sport!

De ogenschijnlijk makkelijkste discipline is putten op of van net iets buiten de green. Wat je dan niet verteld wordt, is dat als een bal niet met maximaal twee putslagen in de hole ligt, dat het nooit goed komt met je golfresultaten. Wanneer je tien lessen later voor het eerst in een bunker naast de green wordt gedumpt en verzocht wordt daar een bal uit te slaan (eerst voldoende zand raken graag), liefst met enig gevoel voor richting en snelheid, kan de moed je volledig in de golfschoenen zakken want, of je slaat hem er vooral niet uit of, hij vliegt, omdat je geen zand raakt, tientallen meters over de green.

We oefenden op tot golfbaan omgetoverde voetbalvelden. Die velden werden allemaal omringd door sloten waar onze ballen veelvuldig in verdwenen. Dit met name omdat elke green altijd in een hoek van het veld lag met daarachter de sloten. Vele ballen die op enig moment wel op de green landden, rolden alsnog gezellig de sloot in. ‘Backspin’ geven zodat de bal stopte werd ons toen nog niet bijgebracht, een discipline die trouwens een van moeilijkste is. Water heeft bij beginnende golfers sowieso een buitengewone aantrekkingskracht, veel groter dan de bal op de green of de fairway te laten landen.

Theo van der Schaaf, Toch nog...of eindelijk..., Putten

Aan dit alles dacht ik afgelopen maandag, toen er iets gebeurde waarvan elke golfer meestal alleen maar droomt gedurende zijn golfcarrière. Mijn carrière is inmiddels achttien jaar jong en mijn niveau is zeer gemiddeld. Ik ben al tevreden wanneer ik de achttien holes tussen de negentig en de honderd slagen afrond. Voor de goede orde; een echte golfer, een pro, doet dit in tweeënzeventig slagen of minder. Ook ik droom er vaak over en afgelopen maandag was ik met Nut, en onze vrienden Or en Alfred, op Sea Pines, een militaire golfbaan in Hua Hin, aan het spelen.

We speelden een spelletje en Nut en ik stonden een flink aantal slagen achter op Or en Alfred. Lopend naar hole zeventien zegt Nut lachend, ach je kunt nog altijd een hole in one slaan. Honderddertig meter par 3 over het water. Ik sla een ‘ijzer acht’, recht op de vlag af, de bal landt en is een splitseconde later uit het zicht. De caddies beginnen opgewonden te mompelen dat ie erin zit. Mijn caddie weet het zeker. Ik niet want hij kan ook gewoon achter een glooiïnkje verdwenen zijn. Ik kan en wil het kortom gewoon niet geloven. Nut, Or en Alfred spelen hun bal en we wandelen naar de green en zien….mijn bal niet. Ik loop naar de vlag en jawel, daar is ie. Wow, wow. Voor het eerst een Hole In One. Tegen Nut zeg ik, how did you know this? We winnen de wedstrijd daardoor ook, want Nut maakt een par en onze tegenstanders allebei een vier.

Om aan te geven dat het een tamelijk unieke gebeurtenis is: Bij professionele golfers slaat er maar één op de 1250 in zijn leven een Hole In One. Bij de amateurs is dat één op de 12.500 (bron Wikipedia).

Theo van der Schaaf, Toch nog...of eindelijk..., Statistiek

 

De ceremonies behorende bij zo’n gebeurtenis zijn: een kopie van de scorekaart met handtekening van getuigen bij de receptie inleveren. Die maken een officieel certificaat en je ontvangt een aantal gratis greenfees (speelrecht). Daarnaast komt je naam ergens in het clubhuis op de muur, soort wall of fame! Bij professionele golftoernooien kan er daarnaast vaak een BMW of Mercedes worden gewonnen. Zegt iets over de kans dat het gebeuren zal…

Theo van der Schaaf, Toch nog...of eindelijk..., Theo van der Schaaf

Een andere gewoonte is dat de maker van de Hole In One iedereen in het clubhuis van drank voorziet. En dan wordt het toch weer Thais grappig want, hoe ik dat ook probeerde uit te leggen aan de bediening, dat kwam niet door. Nadat Nut in het Thais ook een poging had gedaan uit te leggen dat iedere aanwezige iets moest krijgen, kreeg alleen de tafel direct naast ons drank. Die kwamen mij allemaal feliciteren. De rest hebben we maar opgegeven, moegestreden. Alfred en ik hebben die verloren drankzucht enigszins goedgemaakt. Verreweg de meeste golfers overkomt dit fenomeen dus nooit, mij wel, wat een dag!

Hua Hin, 17 december 2018

Meer over golf: misslag

Gerelateerde berichten

Theo van der Schaaf
Over Theo van der Schaaf 24 Artikelen
Theo van der Schaaf woont sinds acht jaar de meeste tijd in Hua Hin in Thailand, maar in de zomer ook wel in Aalsmeer. Hoewel ooit begonnen als timmerman bracht hij het grootste deel van zijn werkzame leven door in het exploiteren van muziek en film. Tegenwoordig is Theo van der Schaaf als columnist verbonden aan Trefpunt Azie, een blogsite voor Nederlanders en Belgen met een Aziatische connectie. Theo is auteur van Thaise Perikelen, een boek over zijn huidige leven in Thailand. Ook schreef hij De Herniafabriek, een onweerstaanbaar ziekenhuis verhaal.

1 Comment

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*