Thailand. Een geboren kansloze en de blinddoek van Lady Justice

Hans Geleijnse, Kansloze, Yaba, Lady Justice
Afb. Pinterest

‘Ik kon hem niet helpen’, zegt Ladiswan. De 58-jarige Thaise kijkt me niet aan. Het nieuws is nog te vers voor woorden. Zesendertig jaar gevangenisstraf kreeg haar zoon Somchai. Pillenhandelaar en verslaafde. Yaba, de Thaise amfetamine-vloek. ‘Maar hij hoeft er maar 18 uit te zitten, en waarschijnlijk wordt dat nog wat minder, want hij heeft bekend. Dat helpt,’ weet zijn moeder uit eigen bittere ervaring.

Hoe is het mogelijk, denk ik en krijg bijna tranen in de ogen van machteloze woede. Ik ken Somchai. De Stille. Maar vooral de kansloze. Vanaf zijn geboorte, 38 jaar geleden. Teng, zijn in 2002 overleden vader, wilde niets van hem weten. Teng was een gokker en lokale drugslord in een voorstad van Bangkok. Zijn moeder, net 20 en dolverliefd op de veel oudere Teng, bracht de kleine handenbinder dus naar opa en oma in haar geboortedorpje in de Isan. Niets bijzonders, opvoeding en ouderliefde  lopen in dit land vaker langs wat grilliger patronen dan westerlingen gewend zijn.

Ladiswan en Teng boeren goed. Zij rijdt met amfetamine-pillen door het ganse land, hij weet zich beschermd door koddebeiers die graag een centje bijverdienen. Tot begin 2000 het noodlot toeslaat. Ladiswan wordt opgepakt bij de Birmese grens. Ze weet zich nog te ontdoen van haar dope, ontkent glashard maar de politie heeft ander bewijsmateriaal. Vanwege die ontkenning stuurt de rechter haar voor 33 jaar achter de tralie. Het zullen er uiteindelijk vijftien worden.

Hij wil zijn ouders niet kennen

Tijdens haar periode als drugkoerierster probeert Ladiswan  tot driemaal toe Somchai naar de echtelijke woning bij Bangkok te halen. Voor het eerst toen hij een jaar of vijf was. Het kind wil niets van zijn ouders weten, duikt in kasten als zijn moeder op bezoek komt en is onhandelbaar bij Ladiswan thuis. Als hij tien is probeert Ladiswan het opnieuw, zelfde resultaat. Huildrama’s, vechtpartijen. Op zijn vijftiende lijkt het eindelijk te lukken.

Hans Geleijnse, Kansloze, Yaba, Lady Justice
…. weg uit saaie bestaan….

Somchai is intussen veranderd in een voor Thaise begrippen lange en knappe jongen. In zijn straatarme boerengehucht ziet hij de een na de andere leeftijdgenoot vertrekken naar De Grote Stad, naar het avontuur, het geld. Hij gaat, krijgt van Ladiswan en Teng weinig aandacht, maar wel alle vrijheid en ontspoort. Maakt ‘verkeerde vrienden’ en slikt zijn eerste Yaba.

Schoolgaan was er al niet meer bij. Ladiswan stuurt hem na twee jaar terug naar opa. Vooral opa, want dat is de enige met wie hij kan en wil praten. Opa, een hardwerkende en zachtaardige rijstboer, beschouwt hem als een bloedeigen zoon. Er wordt heel wat afgepraat tussen de twee, toch kan ook opa niet verhinderen dat Somchai contact blijft houden met zijn oude vrienden en soms yaba toegestuurd krijgt. Maar opa weet het tij te keren. Somchai leert een knappe meid kennen uit een naburig gehucht, ze trouwen en krijgen een dochter. Van meet af aan zijn er problemen met de ouders van zijn geliefde. Het zijn redelijk welvarende rijstboeren, die de geschiedenis van Somchai kennen. Hij is voor hen ‘bad news’.

En steeds is er ‘de yaba-brigade’

In 2008 overlijdt opa. Doet dat iets bij Somchai knappen? Wie zal het zeggen, hij niet. Hij trekt bij de weduwe in, want de schoonfamilie ziet hem niet zitten. Na een tijdje voegen zijn geliefde en dochter zich bij hem. Zij is onderwijzeres op de lagere school, hij werkt als klusjesman. Simpel werk, want scholing heeft hij niet. Een jongen die het buskruit niet heeft uitgevonden, contactgestoord op het autistische af  en ook nog eens goed van vertrouwen. Als zijn oude vrienden hem weer eens komen opzoeken en yaba meenemen is hij verloren. Goudgeld valt er te verdienen, vertellen zij hem, doe mee.

Het gaat fout. Het verhaal dat ik van verschillende leden van Somchai’s familie hoor laat zich moeilijk in een ordentelijke tijdlijn vatten, maar deze feiten komen steeds terug: hij wordt opgepakt voor twee pillen bezit en verdwijnt voor twee jaar achter de tralies. Daarvoor was hij al eens voor 20.000 baht een keer ‘vrijgekocht’ nadat enkele politiemannen hem met het nodige geweld een bekentenis over yaba-handel proberen te ontfutselen. Het gehucht komt in actie. De pujai ban, voorzitter van de dorpsraad en wat medewerkers praten op hem in. Hij verdwijnt een tijd in een ontwenningskliniek.

Hans Geleijnse, Kansloze, Taba, Lady Justice

Eenmaal uit de kliniek komt de ‘yaba-brigade’ uit ‘Bangkok’ langs met het verhaal over hoge politiemensen die bescherming bieden. Geen risico’s meer. Dus wordt Somchai na verloop van tijd groothandelaar en slikt weer. Zijn vrouw en dochter verlaten hem. Vorig najaar loopt hij in de val als twee politieagenten die zich voordoen als klanten wat pillen bij hem kopen. Ze zetten hem onder druk, hij brengt ze uiteindelijk naar zijn in het bos verstopte voorraad van dertigduizend pillen en biecht alles op.

Ik was bang dat er doden zouden vallen

Moeder Ladiswan, die inmiddels een goedlopende textielhandel heeft opgezet, doet er verder het zwijgen toe. Twee keer heeft ze haar zoon boze brieven geschreven. ‘Stop ermee, kijk wat er met je moeder is gebeurd’. Het enige waar ze blij om is, is de bekentenis. Dat geeft hoop op toekomstige forse strafvermindering. Zelf hield zij jaren haar kaken stijf op elkaar. ‘Ik was bang dat er doden zouden vallen.’ vertelde ze me eens, want haar arrestatie en veroordeling vielen kort voor de meedogenloze drugsoorlog van de toenmalige premier Thaksin Shinawatra die naar schatting 2500 mensenlevens eiste, ook van onschuldigen. Pas jaren nadien, nadat haar echtgenoot dood was kwam zij uit de kast, gaf de details van haar koerierswerk. Anders had zij nu waarschijnlijk nog in de gevangenis gezeten.

Slaat het vonnis bij de twee broers en drie zussen van Ladiswan in als een bom? Vallen er verwijten, harde woorden? Ik bespeur slechts fatalisme, neerleggen bij het onvermijdelijke. Onderling worden vooral herinneringen opgehaald. Iedereen mocht Somchai, de goedzak. Stil ja, maar geen greintje kwaad bij. Hij kon onbereikbaar zijn, dat wel. In de tuin aan het werk en dan stoppen en een half uur zwijgend naar de hemel kijken. Of die keer, jaren terug, toen ze hem voluit zagen lachen met zijn dochtertje op schoot. Hoogst ongewoon, een vrolijk lachende Stille.

‘Het is vreselijk, maar hij was denk ik niet te redden, misschien is dit wel beter voor hem,’ zegt zijn tante Yindee. Hoezo, achttien jaar zitten beter, voor wie dan? Onmenselijk is een beter woord, zeg ik. Yindee, normaliter de gezagsgetrouwheid zelve, laat  emoties even bezit van haar nemen. ‘Ja, het is erg veel. Voor moord krijg je hier minder dan de helft. En als je geld hebt, laten ze je naar het buitenland vluchten. Dat is Thailand.’

Het verhaal van moeder Ladiswan: https://www.trefpuntazie.com/de-ontmenselijking-van-een-gelukzoekster/

Om redenen van privacy-bescherming zijn fictieve namen gebruikt.
Hans Geleijnse
Over Hans Geleijnse 302 Artikelen
Hans Geleijnse (1944, Zaandam). Voormalig beroepsmilitair en dienstweigeraar. Passie voor reizen, schrijven en muziek. Belandde in journalistiek, leerde het vak in de praktijk. Werkte twee decennia als buitenlands correspondent voor persbureau GPD en div. andere Nederlandse media. Woont sinds 2010 met partner en dochter in Thailand.

2 Comments

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*