Thailand. De respectvolle expat

Antonin Cee, Respectvolle Expat, Fellow traveler
Te gast, gezellig onder elkaar. Hier in LK metro bierbar Pattaya (foto fivestarvagabond.com)

‘We zijn hier maar te gast’

In het begin van de vorige eeuw en ook nog wel wat later kenden we in het Westen wat in het Engels ‘fellow traveller’ wordt genoemd. Voor zover ik weet heeft de Nederlandse taal er geen woord voor bedacht. Eenvoudig gezegd is het iemand die de communistische ideologie aanhangt, maar zelf niet onder een dergelijk regiem zou willen leven. De wreedheden uit het Stalinisme en het China van Mao werden weggewuifd als zijnde noodzakelijk om tot een werkelijke omwenteling te komen en moesten maar op de koop worden toegenomen.

Ook in Nederland hadden we er aardig wat van zoals historicus Jan Romein, de letterkundige Victor van Vriesland en de volkenrechtgeleerde Ben Telders om maar enkele bekenden te noemen. Later sloot ook Harry Mulisch zich bij de club aan om verder frivool wat rond te rijden in zijn sportwagen en koffie te gaan drinken in Americain aan het Leidseplein.

Daar moet ik altijd aan denken als ik uit de mond van in Thailand wonende expats hoor: ‘We zijn hier maar te gast, dienen de lokale cultuur te respecteren en moeten ons niet met politiek bemoeien.’ Vaak zijn het mensen die financieel onafhankelijk zijn van het land waarin ze wonen. Wat wel zo handig is natuurlijk. Ze kunnen er goedkoop hun natje, droogje en nog heel wat meer kopen; misschien was dat zelfs wel de belangrijkste reden om zich in Thailand te vestigen. Als je er niet voor terugschrikt de betekenis van een woord enigszins te verkrachten zou je het hun ideologie kunnen noemen, die ze niet alleen met de mond belijden, maar ook hartstochtelijk in praktijk brengen. Vaak zijn ze er zo druk mee dat de tijd ontbreekt zich wat te verdiepen in het land waar ze te ‘gast’ zijn. Het is zoiets als aanschuiven bij een feestmaal en de gastheer volkomen links laten liggen.

Antonin Cee, Respectvolle Expat, Fellow traveler
Selfie van respectvolle expat?

Het is een houding, die in vele opzichten een frappante overeenkomst vertoont met die van de fellow-traveller van weleer; maar dan wat op zijn kop gezet. Deze expats bewonen een land waarvan ze diep in hun hart veel afwijzen. Alleen, daar willen ze het niet over hebben. Net zoals de fellow traveller van toen de misstanden in voormalige USSR en China liever niet ter sprake bracht.

‘Bij ons is er ook veel mis’, werpen ze verontwaardigd terug als je het zo nu en dan eens over de politieke repressie, corruptie en machinaties van de heersende klasse in Thailand krijgt. En dat is ongetwijfeld waar. Maar het is een kromme opmerking; alsof een kritische westerling de dingen die bij hem niet deugen ook in Thailand zou willen introduceren. Waar het om gaat is om dat wat als juist ervaren wordt ook voor anderen te kunnen willen.

Al weer heel wat jaren terug noemde Frits Bolkestein een dergelijke houding ‘een selectief gevoel voor rechtvaardigheid’.

Eerder geplaatst op: 15 februari 2018

Lees ook: (S)expats, het zijn net mensen

Over Antonin Cee 200 Artikelen
Antonin Cee woont sinds eind jaren tachtig in Chiangmai en voerde themareizen uit. Hij studeerde filosofie aan de Universiteit van Montpellier in Frankrijk en werkte enige tijd als redacteur bij The Nation in Bangkok. Ook schreef hij artikelen voor verschillende Nederlandse, Belgische en Engelstalige magazines. Met zijn achttienjarige dochter vormt hij een eenoudergezin en brengt elk jaar enige tijd door in Zuid-Frankrijk. Hij publiceerde een verhalenbundel getiteld 'Inheems Kruid'. Onlangs bracht hij zijn tweede boek 'Thailand tegen het Licht' uit. Beide boeken zijn zonder verzendkosten te bestellen bij www.amazon.de.

13 Comments

  1. Elk jaar als ik bij het immigratiekantoor mijn jaarlijkse extension of stay ga halen, of in mijn gele Tambien Baan kijk, of mijn roze “ID-kaart” bezie, wordt mij duidelijk gemaakt dat ik hier in Thailand inderdaad maar te gast ben, ondanks dat ik belasting betaal in Thailand, ondanks dat ik in 15+ jaar miljoenen bahtjes in Euro’s heb binnengebracht.
    Heb geen moeite met het gast zijn, maar vertel me nu niet dat ik mijn betrokkenheid met Thailand moet vieren door me te gaan bemoeien met politiek, iets wat ik nog niet in Nederland deed.
    Ik ben te gast, heb derhalve me te gedragen als gast, simpel.
    Anderszins opereren wordt door de Thaise overheid niet echt op prijs gesteld.

    • HansNL,

      Een goede gast zal zijn mond opendoen als hij misdadige activiteiten waarneemt bij zijn gastheer. Ja toch? Of laat je dat meisje dat verkracht wordt door de gastheer in de steek?

      Een beetje gelijk heb je wel. De Nederlandse Grondwet geeft vrijheden en rechten aan alle inwoners, ongeacht nationaliteit (met uitzondering van een enkel recht als kiesrecht) terwijl de Thaise Grondwet alleen vrijheden en rechten toebedeelt aan mensen met de Thaise nationaliteit. Je bent niet alleen gast in Thailand maar eigenlijk ook iemand zonder vrijheden en rechten.

  2. Tino,

    We zijn ver afgedwaald van het door AC beoogde thema.
    Maar wat jij hier aansnijdt is zeker van groot belang.

    Dat je zo vaak van ‘identiteit’ bent veranderd, geeft aan hoe betrekkelijk en voorbarig de gekozen identiteit is waar je op wilt steunen – en dit geldt mogelijk voor ieders Identiteit.

    Het geeft vooral aan dat men zichzelf vaak overschreeuwt, in de behoefte vastigheid te vinden in de chaos van het leven.

    Het existentialistische lemma, l’existence précède l’essence, is een wankele steunpilaar.

  3. Alex, ik geef toe, er komt een zekere soepelheid van geest bij kijken om dit sprongetje te maken. Overigens maakten heel veel fellow travellers geen gideaanse ommezwaai na zijn rapportage over Rusland. Sommigen beten zich nog meer vast zelfs en wilden ‘ hun handen best vuil’ maken . Het grote voorbeeld, Sartre natuurlijk. In dat opzicht gaat de vrgelijking natuurlijk helemaal niet op.

  4. Antonin, het gaat niet om een ‘babylonische spraakverwarring’.
    Je hebt zelf de aanzet tot de ontsporing gegeven door de manke vergelijking van een bepaald type expats met fellow travelers.

    • Er is heel veel gedoe rondom het begrip ‘ identiteit’ en de inhoud ervan, van personen en zelfs van volkeren en naties. De ‘eigenheid’ zogezegd. En de ‘andersheid’.
      Uitkijkend over de bevroren Friese weiden realiseerde ik me hoe vaak mijn ‘ identiteit’ is veranderd. Ik ben tweemaal getrouwd en tweemaal gescheiden. Dat is tweemaal ex. Na mijn puberteit ex-paaps. Sinds mijn vijfentwintigste een ex fellow traveler. Ik was een expat en ben nu een ex-expat. Eigenlijk ben ik voornamelijk ‘ex’ en straks helemaal ‘ex’.

  5. Het is aan sommnige mensen misschien ontgaan. Dit stukje ging niet over fellow travellers, maar over over expats in Thailand. Maar begripsverwarring is sedert de toren van Babel iets waar wij aardlingen moeten proberen mee te leven.

  6. Als voorbeeld van bewonderaars van de communistische wereldbeschouwing die al in een vroeg stadium daarvan terugkwamen en er openlijk van getuigden, noem ik de Franse schrijver en Nobelprijswinnaar André Gide.
    Gide werd als de Europese intellectueel bij uitstek door zijn Sowjet gastheren onthaald op een Moskous schrijverscongres en gefêteerd op een glorieuze rondreis door Rusland.
    De Nederlandse schrijver Jef Last begeleidde hem, en heeft van de reis, en van de teleurstelling bij zijn nestor, in zijn boek ‘Mijn vriend André Gide’ in het Nederlands verslag gedaan.
    De Russen waren not amused toen Gide zijn ervaringen met de politieke praktijk en zijn politieke omslag uitgebreid uiteenzette in zijn Retour de l’URSS (1936), wat in links-intellectuele kringen een schok teweeg bracht.
    Alle in een reactie genoemde fellow travelers zijn daar voor de Tweede Wereldoorlog al van op de hoogte geweest zijn.

    Wij, dat wil zeggen de lezers en schrijvers van dit blog, kunnen ook bij onszelf te rade gaan: wanneer, waardoor en in welke mate vond bij onszelf een gideaanse omslag plaats?
    Voor mezelf sprekend: in minder dan tien minuten nadat ik uit de ondergrondse stapte die me van West- naar Oost-Berlijn had gebracht, had ik het theoretisch aangehangen marxisme uit mijn middelbare schooltijd verloren.

  7. De term ‘fellow traveller’ was mij onbekend. Wel kwam in de Nederlandse media niet zo lang geleden nog de naam van Groen Linkser Paul Rosenmöller voorbij. Die zou net zoals hier beschreven de wreedheden die plaatsvonden om de socialistische revoluties her en der tot stand te brengen hebben goed gepraat of gebagatelliseerd.

    De gelijkenissen (het wegkijken) met de westerlingen in Thailand die het bekende ‘wij zijn hier te gaten, we hebben ons niet met de Thai te bemoeien, wij moeten ons buiten de Thaise maatschappij plaatsen, onze bahtjes laten rollen is alles wat telt en daar zijn de Thai blij mee of dankbaar voor’ is mooi. Maar ik sluit me bij Alex aan dat ook al zijn er gelijke symptomen, dat de ziekte niet hetzelfde is. Bij de een gaat het op wegkijken en het geld laten praten, in de hoop dat als de ‘vermogende buitenlander’ verder geen vragen stelt dat het woonland dit dan ook niet zal doen jegens hen. Bij hen die de socialistische of communistische heilstaat nastreefden was -net als andere revoluties- bepaalde offers nodig en sommige keken mogelijk inderdaad weg voor misstanden in eigen of vreemde landen als dit nobele doel maar bereikt zou worden. In theorie zou dat natuurlijk geweldloos kunnen gaan mits de democratisch meerderheid het eens zou zijn dat de rijke kapitalistische elites en oligarchen van hun bezitting ontdaan moesten worden.

    Maar er zal toch ook vast wel een boompje met paralellen op te tuigen zijn over kapitalisten die ‘de andere kant op keken’? Denk alleen maar al aan multinationals die buitenlandse overheden, ambtenaren een leuke zak geld toeschoven om daar zaken te mogen doen terwijl het plebs of de natuur de rekening mocht betalen. Dat boompje staat dichter bij de wegkijkende ‘expat’ die het breed laat hangen en keer op keer vertelt dat ‘we in Thailand te gast zijn’.

  8. Onder meer het boek : Verre Paradijzen, linkse intellectuelen op Excursie naar de Sovjet Unie, Cuba en China van A. Aarsbergen, Hes Uitgevers, Utrecht 1988. Trouwens als je desbetreffende namen intikt en er fellow traveller achter zet, komt er ook wel het nodige.

  9. Antonin,
    Dit zeg je:

    (fellow traveller) ‘Eenvoudig gezegd is het iemand die de communistische ideologie aanhangt, maar zelf niet onder een dergelijk regiem zou willen leven. De wreedheden uit het Stalinisme en het China van Mao werden weggewuifd als zijnde noodzakelijk om tot een werkelijke omwenteling te komen en moesten maar op de koop worden toegenomen.’

    en vervolgens noem je drie Nederlandse voorbeelden: Jan Romein, Victor van Vriesland en Ben Telders. Wat deze drie gemeenschappelijk hebben is hun verzet tegen de Duitse bezetter en hun lijden daar onder. Ben Telders overleed in april 1945 in het concentratiekamp Bergen-Belsen en zal nooit iets van de misdaden van Mao en Stalin hebben gehoord. Ook van de andere twee, Romein en Victor van Vriesland kan ik mij niet herinneren dat zij op felle wijze de communistische ideologie aanhingen en de misdaden wegwuifden. Romein verliet de communistische partij in 1927. Victor van Vriesland was een literaire figuur en ik kan me geen uitgesproken politieke mening van hem herinneren.

    Omdat ik deze drie figuren een zekere achting toedraag wil ik je vragen bronnen te noemen waarin dat ‘wegwuiven van wreedheden’ worden genoemd zodat ik mijn misschien verkeerde opvattingen kan bijstellen.

  10. Duidelijk stukje Heer Cee

    Voor een duppie op de eerste rij zitten in hun wereld van belevenissen.
    Het liefst nog terug naar het vaderland als de leeftijd [lees financiele situatie ] te veel problemen op gaat leveren.
    Net als ‘farang’ bij het minsten of geringste gebruiken is ‘te gast’ iets wat in het zelfde vakje hoort.
    Een bewoner van dit land.

  11. Het gedrag van westerlingen die AC op het oog heeft, herken ik duidelijk.

    Maar hun gedrag wordt niet verhelderd door het begrip fellow traveler er bij te slepen.

    Ik zie in de uitdrukking: je bent gast hier, vooral gemakzucht in gedachte, woord en daad.
    Het klinkt netjes als je jezelf als “gast” benoemt, er steekt weinig achter behalve een neiging tot conflictvermijding en aanpassing, kortom tot overleven – de ‘ideologie’ van de grijze muis.

    Essentieel voor een fellow traveler is een zijdelingse ondersteuning van de ideologie zonder de bereidheid persoonlijk die realiteit te ondergaan.

    Kortom, bij de ‘gasten’ die AC op het oog heeft, ligt het juist omgekeerd.

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*