Thailand. Een provisorisch kamp met olifanten in nood

Het is onmiskenbaar het landschap in Isaan. Uitgedroogde stoppels op de rijstvelden met hier en daar naar water snakkende plukjes bomen. Op de walletjes tussen de velden soms eucalyptus, die oorspronkelijk niet in Thailand voorkomt. Deze snelgroeiende boom werd geïmporteerd uit Australië omdat hij met zijn diepe wortels droogte goed kan weerstaan. Er was een tijd dat er wonderen van werden verwacht. Voormalige premier Chavalit lanceerde onder de naam Green Isaan een programma om ze op grote schaal aan te planten. Ook Shell was er als de kippen bij om te laten zien dat ze oog hadden voor het milieu en startte er een grote boomkwekerij. In feite wilde ze niets meer of minder dan de Japanse papierindustrie van goedkope grondstof voorzien. De lokale boeren hadden al snel in de gaten dat eucalyptus disproportioneel veel grondwater opneemt, waardoor hun oogsten minder werden. Ze staken de boomkwekerij in brand en de blauwdruk voor een Green Isaan verdween anoniem in de archieven.

Toch is het juist de Isaan waar in Thailand het grootste aantal werkolifanten voorkomt, met name in de provincie Surin. De oorspronkelijke bewoners van het land, de Kuy, waren meesters in het vangen en temmen van wilde olifanten die toen nog in groten getale door de bossen zwierven. In de Ayutthaya periode werd deze jaarlijkse jacht tot een spektakel dat door hoogwaardigheidsbekleders uit de hoofdstad werd bijgewoond. Dat evolueerde uiteindelijk tot de jaarlijkse ‘elephant round up’, een toeristisch schouwspel dat tot op de dag van vandaag plaatsvindt in het Si Narong Stadium in Surin-stad. Voor de corona crisis namen er elk jaar een 250 olifanten aan deel.

Veel van de tamme olifanten die oorspronkelijk uit Surin komen voeren hun shows op in toeristische plaatsen zoals Pattaya, Phuket en Chiang Mai. Tegelijkertijd zijn er in Surin nog verschillende grote olifantenkampen zoals ‘Muang Chang’ bij het dorpje Ta Klang, dat meer dan tweehonderd olifanten heeft. Dit kamp behoort toe aan het sub-district, dat de zorg voor de olifanten op zich heeft genomen. Het wordt voornamelijk bezocht door Thaise toeristen, die er een ritje kunnen maken en een show kunnen bijwonen. Druk is het niet als ik er een kijkje neem, maar er is genoeg publiek om de show te laten doorgaan. Corona heeft er hier ook flink ingehakt, maar de olifanten hebben voldoende te eten omdat ze van de overheid ‘een maandelijks salaris’ krijgen zoals een van de mahout het uitdrukt. Daarmee kan voldoende voedsel worden aangekocht zoals suikerriet en olifantsgras dat in de directe omgeving maar nauwelijks te vinden is.

Maar enkele kilometers verderop aan de Chi rivier is een ander kamp, vertelt deze mahout, waar de olifanten minder fortuinlijk zijn. Ook daar moet ik uiteraard even gaan kijken. Als ik de poort uitloop, blaast er ergens iemand op seneng kaew, het traditionele instrument gemaakt van een buffelhoorn dat gebruikt wordt om de rondzwervende olifanten te roepen.

In dat andere kamp blijken een veertigtal olifanten te zijn die aan hun mahout toebehoren. De meeste van deze olifanten werkten voor de coronacrisis in toeristenplaatsen elders in het land, maar werden door hun menners teruggehaald naar Surin. Na het ineenstorten van de toeristenindustrie in die plaatsen was het moeilijk, zo niet onmogelijk, om voor de jumbo’s te zorgen. Een olifant heeft honderden kilo’s voer per dag nodig.

Een mahout vertelt: hij heeft twee olifanten, die in Pattaya werkten. Eén ervan haalde hij terug naar Surin waar hij zijn huis heeft. De andere liet hij achter bij zijn zoon in Pattaya. Elke dag gaat hij gras snoeien, maar dat is onvoldoende om zijn olifant in leven te houden. Hij moet voedsel bijkopen en daar heeft hij het geld niet voor. Een andere mahout vertelt eenzelfde verhaal. Hij heeft de zorg voor twee olifanten die voorheen in Chiang Mai werkten. Ook hij bracht ze terug naar Surin omdat hij ze daar niet in leven kon houden. “Maar ook hier hebben ze het moeilijk”, zegt hij met tranen in zijn ogen.

Een tiental olifanten verblijft permanent in dit provisorisch opgezette kamp, dat werd geboren uit solidariteit tussen de mahout. De andere olifanten worden door hun menners elke avond mee terug naar huis genomen omdat ze daar wat meer toegang tot voedsel hebben. Elke dag maken ze de kilometerslange tippel naar de rivier om hun beesten te baden. En in de hoop dat er wat (Thaise) toeristen komen, die wat geld doneren om voedsel aan te kopen. Hier zijn geen shows of entreegelden. Alle donaties  die binnenkomen worden onder elkaar verdeeld. Voor deze majestueuze dieren is het hier puur overleven.

Lees ook: Corona-virus bedreiging olifanten toeristenindustrie

Over Antonin Cee 200 Artikelen
Antonin Cee woont sinds eind jaren tachtig in Chiangmai en voerde themareizen uit. Hij studeerde filosofie aan de Universiteit van Montpellier in Frankrijk en werkte enige tijd als redacteur bij The Nation in Bangkok. Ook schreef hij artikelen voor verschillende Nederlandse, Belgische en Engelstalige magazines. Met zijn achttienjarige dochter vormt hij een eenoudergezin en brengt elk jaar enige tijd door in Zuid-Frankrijk. Hij publiceerde een verhalenbundel getiteld 'Inheems Kruid'. Onlangs bracht hij zijn tweede boek 'Thailand tegen het Licht' uit. Beide boeken zijn zonder verzendkosten te bestellen bij www.amazon.de.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*