Cultuurprikkels. Vreemdeling geperst in eigen huid

De grenzen van het F-woord

Hans Geleijnse, Farang, Vreemdeling, F-woord
Farang wachter Wat Pho
Foto Wikipedia

Onlangs reisde ik per mini-van met bestemming Bangkok van Sattahip naar Pattaya. Er stapte ook een jonge familie in, man, vrouw, zoontje van een jaar of vier. Het gezelschap nam plaats op de bank achter de mijne. Het jongetje had onmiddellijk in de gaten dat een blanke buitenlander zijn uitzicht belemmerde. Tijdens het half uurtje dat restte viel voortdurend het F-woord. Ik kon me niet bewegen of ik hoorde commentaar. Ma, wat een grote farang. Hij is een beetje dik schat. Even later: waar gaat de de farang naar toe? Pa: Naar Pattaya jongen (een vlijmscherpe waarneming, want alle blanke buitenlanders gaan naar Pattaya).

Ik beken het maar. Ik ergerde me behoorlijk. Vooral omdat de ouders geen moment op het idee kwamen het jonge bekje tot zwijgen te brengen. Ik heb een keer verstoord achterom gekeken en zag drie vriendelijk lachende gezichten. Ach ja, denk je dan, weet zo’n jongetje veel. Hij hoort dat iedere dag wel een paar keer roepen.

Ik ook. Sinds ik een eeuwigheid geleden voor het eerst voet op Thaise bodem zette in een gebied waar de F-mensen zo ongeveer het straatbeeld bepalen ploft het F-woord als een schrille vloek in mijn aanvankelijk als een paradijs ervaren mooie, vriendelijke, gastvrije woonland. Ik vind het namelijk uitermate vervelend en zelfs beledigend als men mij aanspreekt of over mij praat als ‘farang’. ‘

Het bijleren ging snel. Over de oorsprong van het F-woord, met zijn Perzische en Franse varianten. Met die uitleg kwam ook de verzekering dat Thai dit indelen van de mens naar huidskleur helemaal niet onvriendelijk, beledigend of discriminerend bedoelen. Kwestie van traditie en taal. En dat we hier geweldig welkom zijn, met open armen worden ontvangen. Het wilde er bij mij niet in. Ik ken namelijk geen ander land waar zo’n groot contingent buitenlanders ‘inclusief’ wordt geverfd zonder spanningen met de ‘locals’.

De rijke stinkerds

Hans Geleijnse, Farang, Vreemdeling, F-woord
Bijleren ging snel…
Twittercartoonist 

Ik keek destijds als Thailand-groentje naar het gedrag van mijn mede-blanken. Ze leefden erop los als goden in Frankrijk, de sky was the limit, voor eeuwig. De baht liep tegen de vijftig per eurootje of majeure buitenlandse valuta als pond en dollar. Geld moest het smeermiddel zijn voor de onmiskenbaar getoonde tolerantie tegenover de indringers. Én hield in de Thaise perceptie het sprookje levend dat ieder F-mens een rijke stinkerd is.

Het besef dat de wetten der logica een vervaldatum op zo’n omgangsregeling plakken was onmiddellijk daar. Het werd in de jaren nadien geschraagd door persoonlijke ervaringen die wonderwel overeenkwamen met wat ik van Thailand-kenners hoorde, zag of las. Zo leerden de hi-so buren in mijn vorige woonstek me dat hun soort Thai de F-mensen een paar verdiepingen lager dan zichzelf in het universum plaatst; van buitenlandse leerkrachten dat hun pogingen tot modernisering van het onderwijs stiittten op onwil en behoudzucht van Thaise collega’s; een in de Pattayaanse seksindustrie actieve vriendin en haar professionele collega’s vertelden me hoe zij dachten over de F-clientele (een ellende-verhaal, met als komisch aspect de omgekeerd evenredige waardering van klant en tijdelijke gastvrouw over geleverde seksuele prestaties); op het platteland leerde ik de F-soort met toevoegsel ting tong (dwaas) kennen, in ieder dorpje wel eentje, een vreemde eend wiens gedragingen nauwlettend worden gevolgd en besproken door de inheemsche plattelander.

Hans Geleijnse, Farang, Vreemdeling, F-woord
… waar de F-mens snel ting tong wordt gevonden…

De som van eigen ervaringen en die van anderen resulteert in een doorsnee-beeld van de Thaise maatschappij en zijn ruim 66 miljoen anonieme leden. Dat is scheef, maar wordt gelukkig rechtgetrokken door de mensen die ik wel persoonlijk heb leren kennen: echt vriendelijke, gastvrije, eerlijke, hulpvaardige en onbaatzuchtige Thai. Maar telkens als ik me daarin verlustig en me gelukkig prijs met m’n leven hier valt het F-woord wel. Voel ik me als vreemdeling in m’n afwijkende huidskleur geperst. En de laatste jaren vaker dan ooit.

Ik had zonder de taal machtig te zijn al door dat het F-woord door Thai lang niet in alle gevallen positief wordt gebruikt. Intonatie en lichaamstaal vertelden iets anders. Bovendien had ik in Thais gezelschap waar men zich zeker na wat drank onder ons voelde iets te vaak zeer negatieve geluiden over F-mensen beluisterd. Geen wonder dat het Thainess-evangelie, dat al enige tijd van ’s lands hoogste kansels wordt gepreekt, er bij de gelovigen ingaat als boeddha’s woord in een monnik.

Hans Geleijnse, Farang, Vreemdeling, F-woord
Even wennen in Phuket
Foto Wikimedia Commons

Het moet toeval zijn dat onvrede over (gedrag van) buitenlanders gelijke tred hield met de koersval van buitenlandse valuta ten opzichte van de baht. In elk geval is met uitingen van ergernis een meer realistische visie het sprookje over de kapitaalkrachtige F-mens gaan verdringen. Getwist over een bahtje meer of minder doet herinneringen aan de gulle fooien van blanke weldoeners verbleken. Het geklaag over strandstoelen, rookverboden en corrupte ambtenaren komt de doorsnee-Thai daarentegen de strot uit.

De Thaise schandpaal

Dat wordt niet onder stoelen of banken gestoken. De enkelingen onder de miljoenen F-mensen die jaarlijks naar Thailand komen en zich daar als idioten gedragen worden woedend aan de Thainess-schandpaal genageld. Barbaren zijn het. Soortgelijke reacties leveren plaatjes en tekst in de Thaise media op over de paar blanke lompenproletariërs die als waren zij Thaise armoedzaaiers bedelend over straat gaan. Terug naar hun rijke landen die lui.

Hans Geleijnse, Farang, Vreemdeling, F-woord
De bedelende F-mens
Korat Expat News 

Daarmee is het F-woord van zijn vermeende ‘onschuld’ ontdaan. Het symboliseert een kleingeestige, burgerlijke, het eigene verheerlijkende cultuur. Of zoals ik jaren terug eens las: ‘Het is een racistische term voor blanke westerling. Het interesseert me in het geheel niet wat de Thais er verder mee bedoelen’.  Dat er ook een F-variant is met de toevoeging ‘dam’ (zwart) kan die opvatting slechts versterken.

Door de geschiedenis heen hebben Siamezen, thans Thai, zich nooit op een gelijkwaardige manier tot buitenlanders verhouden. Zij voelden zich hoog boven buurvolkeren verheven, voor vreemdelingen van verder weg wierpen zij zich zich prostrerend ter aarde of hakten hen na ondervonden teleurstelling figuurlijk gesproken in de pan.

Vertaald naar nu: de horizon van veel Thai beperkt zich vaak tot de inlog voor hun Facebook-account. ‘Thailand en het Westen kennen een haat-liefdeverhouding. We bewonderen Thai-westerse acteurs en zangers en blameren farangs omdat zij kapitalisme en morele verarming vertegenwoordigen’, meent Veluree Metaveevinij, docent aan de Thammasat-universiteit. Hij wordt aangehaald door Khaosod English in een artikel over een actueel hot topic: waarom zijn halfbloed-acteurs zo populair en hoe Thais zijn zij. Over teken aan de wand gesproken.

Hans Geleijnse, Farang, Vreemdeling, F-woord
Maria Poonlertlarp Ehren: …. minderwaardigheidscomplex

Een minderwaardigheidscomplex

De op vier dames na ’s werelds mooiste, Maria Poonlertlarp Ehren, van gemengd Thais-Zweeds bloed, windt er geen doekjes om: ‘Thais kijken vaak met gemengde gevoelens van bewondering en jaloersheid naar mensen die zij financieel, sociaal, raciaal of naar uiterlijk superieur achten. Hun keuze komt voort uit een diepgeworteld minderwaardigheidscomplex.’

De hamvraag is hoe daar als F-mens levend in Thailand mee om te gaan, met de aantekening dat me dat makkelijker valt in het meer uitgesproken heden dan in de verhullende dienstbaarheid van tien jaar terug. Mijn recept: het een plaats geven als cultuurverschil, als dat wat ons mensen onderling anders maakt, hetgeen niet betekent meer of minder menselijk.

Wat je niet benoemt verzinkt in het ogenschijnlijk kleurloze moeras van  ‘koning, keizer, admiraal’. Ik voel me meer thuis bij het cultuurmodel van de Nederlandse communicatiedeskundige Fons Trompenaar. Hij ontwierp het voor bedrijven en organisaties waarin mensen uit verschillende culturen met elkaar moeten samenwerken. Niets inferieur of superieur, maar gebaseerd op onderzoek naar reacties van mensen uit verschillende landen/culturen op een hen voorgelegde geheel identieke situatie (betrokken raken bij een auto-ongeluk).

Dat neemt natuurlijk ergernis over het F-woord niet weg. Kort geleden bekroop die me weer bij de crematie van een medelander. De prediker begon zijn sermoen met het benadrukken van zijn status als boeddhistische monnik en die van de overleden medemens als farang. Op zulke momenten denk ik, junta, kondig morgen maar een taalzuivering af, voer bij decreet ‘tàangchâat’, buitenlander, in voor alle buitenlanders. Onder beschaafde Thai is dat al gebruikelijk, heb ik begrepen.

 

Meer weten?

https://www.toolshero.nl/communicatie-modellen/trompenaars-cultuur-model/

https://www.marketingfacts.nl/berichten/fons-trompenaars-culturele-verschillen-beter-beeld-van-de-werkelijkheid

Over ‘luk kreung’ beroemdheden: http://www.khaosodenglish.com/life/2017/12/15/marias-marios-media-fetish-new-face-thainess/

Hans Geleijnse
Over Hans Geleijnse 326 Artikelen
Hans Geleijnse (1944, Zaandam). Voormalig beroepsmilitair en dienstweigeraar. Passie voor reizen, schrijven en muziek. Belandde in journalistiek, leerde het vak in de praktijk. Werkte twee decennia als buitenlands correspondent voor persbureau GPD en div. andere Nederlandse media. Woont sinds 2010 met partner en dochter in Thailand.

7 Comments

  1. Goed dat eerdere reacties bevestigen wat ik stelde, nl. dat Thai in hun algemeen spraakgebruik geen probleem zien in het naar huidkleur ondercheid maken tussen hen en buitenlanders (en ja inclusief niet puur-Thais geachte minderheden). Een verschil met andere natinoliteiten/culturen is misschien wel dat men daar het spraakgebruik wijzigde of probeert te wijzigen (wat niet wil zeggen dat men daar meer of minder racistisch is).
    Ik stip in deze column aan dat er verband zou kunnen bestaan tussen (historische gegroeide) opvattingen over buitenlanders en dit spraakgebruik. En tevens dat de laatste jaren, al dan niet onder invloed van een meer nationalistische koers van het bewind, negatief aanduiden van verschil tussen hun en hen is toegenomen. En daarmee ook de discussies over Thais versus niet-Thais in zowel traditionele als sociale media.
    ik schrijf uiteraard als F-mens. Zou ik van Afrikaanse of Cambodjaanse origine zijn dan was mijn verhaal waarschijnllijk een stuk schriller en somberder geweest.
    Andere farangs mogen mij gerust met farang aanspreken. Dit mede omdat. zoals ik aangaf. eigen ervaringen zijn getoetst aan die van anderen, Thai en (deskundige) F-mensen. Tot die laatsten behoort een blanke vriend die zich zo gruwelijk aan het F-woord ergerde en zich er zo door beledigd voelde dat hij Thais die het gebruikten erop ging aanspreken. Hoewel ik dat laatste zeker niet doe (ik houd rekening met onnadenkend en/of goedbedoeld) heb ik zijn opmerkingen hierover in dit verhaal verwerkt.

    • Persoonlijk heb ik nauwelijks een probleem met het woord ‘ farang’ op zich. Het gaat erom hoe, waar en wanneer het wordt gebruikt, het hangt af van de situatie. Als in een restaurant wordt gezegd: ‘die vissoep is voor die kale, oude, dik-buikige en spraakzame farang daar in de hoek’ vind ik het alleen maar leuk. Toen mijn ex schoonvader eens, wij kenden elkaar al 4 jaar, ons huis bezocht en ik hem hoorde roepen ‘Waar is de farang?’ was ik boos en dat vertelde ik hem ook. Maar ik weet dat hij in gesprekken met anderen mij altijd als ‘ farang’ bleef benoemen. Ik werd steeds gezien als lid van een stam en niet als persoon. Daar gaat het om.
      Evolutionair is het goed te begrijpen dat we de ‘ ander’ eerst zien als lid van een andere stam. In Tanzania was ik eerst ook een ‘ mzungu’, een blanke. Het probleem begint als we daarin blijven volharden, en algemene uitspraken doen en opvattingen hebben over ‘ farangs’ en andere groepen.

      • Inderdaad draait het allemaal om context en intentie. Als twee mensen naar een groep mensen kijken die ze verder niet bij naam kennen is het helemaal niet vreemd of fout als ze zeggen ‘die ene farang/Aziaat/…’. Dat is gewoon pragmatisch, je pakt het meest opvallende kenmerk om een individu uit een groep te filteren. Of als je een dader omschrijving geeft is het ook wel zo makkelijk. Geintjes en spot maken is natuurlijk ook prima. Maar als iemand je bewust een etiket als buitenstaander (die farang, die Aziaat, die zwarte) opplakt terwijl men gewoon je naam of meneer/mevrouw kan gebruiken dan is dat op zijn minst onwelkom of ronduit een teken van afgunst of zelfs haat.

        Spreekt iemand mij in een Thaise chatgroep toch als farang dan pareer ik dat door deze persoon aziaat/thai te noemen. Of ik merk op ‘tjonge er zitten alleen maar buitenlanders hier’. Soms valt dan kwartje dat dergelijke labels niet gepast zijn. Mijn Thaise kennissenkring vinden het dan ongepast om iemand farang te noemen als je beter weet, net als zij niet als ‘aziaat’ of ‘thai’ willen worden aangesproken.

  2. Het verhaal over het woord Farang gaat alle kanten op.
    Geen wonder, want het verhaal over negatieve benamingen is van overal en altijd.

    Ikzelf ben in mijn leven op alle woonplaatsen voor vanalles uitgemaakt, voor gestroopte haas bij mijn geboorte door familieleden, ‘gien holland kiendje’ door duitse onderduikers; voor Frais in Groningen, voor boer in Amsterdam.
    Van Canada en de Verenigde Staten herinner ik me niets, maar was als atheist volgens sommigen wel een gevaar voor medestudenten, en een communist – leuk onderwerp van felle discussies.
    In West-Afrika was ik nazara (Nazareth?), in Zuidoost Afrika malungo, blanke/witte (ook de Nederlandse taal is niet vrij van gekleurde woorden).
    En toen kwam Thailand.

    Ik was dus niet verbaasd dat er hier voor ‘ons mensesoort’ (je vervalt hier in Afrikaans taaleigen) een speciaal woord bestond: farang, met een fraaie etymologie die teruggaat via Jeruzalem tot het Frankenrijk. De vraag was niet of dat woord discriminerend werkt of zo bedoeld is – dat was het zeker, en ik vond bevestiging bij de klassiek opgeleide Thaise schrijver Somtows Jasmine nights – a slightly depreciatory term for a white westerner (uit het geheugen geciteerd).

    Maar – en dit is de kern van mijn toevoeging – het bijzondere van deze Thaise benaming is dat ze door de gebruikers niet als discriminerend wordt ervaren, dit in tegenstelling tot de etiketten die elders opgeplakt werden.
    Somtow heeft het nog over slightly, een relativering ik bij anderen zelden of nooit tegengekomen.
    Wel versterkingen: bij een meningsverschil op straat met een politieagent waarbij ik in mijn recht stond snauwde hij me toe: je bent farang, je (beledigende vorm ‘man’) hebt hier niks te zeggen.
    Of in een rumoerige vergadering een adellijke dame met dezelfde strekking: u bent farang, u bent gast hier…

    Maar farangs zijn niet de enigen die zich te beklagen hebben. Mijn Thaise dorpsgenoten spreken zonder enige terughouding over die Shan, die Moesseu, die Burmees. En bij verschillende naam hoort ook verschil in behandeling, dat spreekt voor zich.

    In Thailand heerst in dezen het naieve realisme dat ‘zaken gewoon zijn zoals ze benoemd worden’.
    Zonder reflectie. Zonder verbinding me ruimere thema’s als gelijkheid en wederkerigheid.

    Zijn wij, ‘universalisten’ dan toch een apart soort?

  3. Geachte Farang,
    U zegt dit:

    ‘Mijn recept: het (woord als farang) een plaats geven als cultuurverschil, als dat wat ons mensen onderling anders maakt, hetgeen niet betekent meer of minder menselijk.’

    Ik ben het respectvol niet met u eens. Dit soort woorden heeft niets met ‘cultuurverschil’ te maken. Het ‘anders zijn’ wordt vrijwel uitsluitend in termen van uiterlijk uitgedrukt en ik zeg u, dit is niet echt wat ons ‘anders’ maakt. Het is bedoeld om groepen mensen op een uiterlijk kenmerk vast te pinnen, meestal hoewel niet altijd op een negatieve manier. De geschiedenis leert ons dat dit soort woorden wel degelijk vaak een meer en minder menselijk gevoel met zich mee brengen. Frons Trompenaar heeft het over iets heel anders.

    Ik schreef ‘Geachte Farang’. Vindt u dit prettig of niet?
    met hartelijke groet, etc. etc.

  4. Als iemand een bepaald woord voor een bevolkingsgroep gebruikt kan dat neutraal bedoeld zijn of beledigend. Voor de luisteraar geldt hetzelfde: hij/zij kan het woord wel of niet als een belediging opvatten. En een combinatie van dit alles.
    In dit verhaal gaat het over het woordje ‘farang’, wat een uiterst belangrijke bevolkingsgroep is in Thailand die zijn eer voortdurend moet bewaken.
    Het Thais kent veel meer woorden die een etnische/raciale achtergrond aangeven, vele met een meer of minder negatieve betekenis. Een opsomming van de meest voorkomende:
    Chék Chinees, eigenlijk altijd negatief
    Khàek soms met de toevoeging donker of wit. Mensen uit Pakistan, India, Bangladesh en alle moslims. Negatief. Als ik dat hoorde zei ik altijd dat de Boeddha ook een ‘khàek’ was.
    Jôen of jôenpìe voor een Japanner. Betekent zoiets als ‘dwergje, kleintje’.
    Mûut en vaak âi mûut voor een zwarte. Betekent ‘donker’ maar meer in de richting van ‘duister’.
    Tàang dâow officieel betekent het gewoon ‘buitenlander’ maar vaak gebruikt voor gastarbeiders uit de omringende landen en negatief in de volksmond
    Jìeat phǐw (‘verachten, neerkijken’ en ‘huid’) is het Thaise woord voor racisme.
    Ik kan er aan toevoegen dat dit ook een veelbesproken onderwerp is op Thaise websites. Daar lopen de meningen over bovengenoemde woorden uiteen, zoals te verwachten. Sommigen verdedigen ze als onschuldig (‘deden onze voorouders ook al’) maar de meesten vinden dat je dit soort termen liever niet moet gebruiken

  5. Volgens mijn vrouw zijn ze dan op zoek naar een gifgroene appel die men erg waardeert.
    Heeft die naam volgens zeggen dat men mij toevallig aankijkt met een blik van wie ben jij dan wel is toeval.
    Tegenwoordig spreekt men mij veelal aan met de voornaam en is deze aanspreektitel mijn tweede naam.

    Jaren terug wel een op een forum ter spraken gebracht taalgebruik in combinatie met een M complex in Thailand was allemaal onzin volgens vele had ik er zelf een hoewel een enkeling wel begrip had voor de gedachte.
    De meerdere buitenlanders die het anders zagen kwamen zelfs met reisadvies wat ik met regelmaat weer als apekool zie als je het ergens niet mee eens ben als buitenlander.
    Gelukkig zijn er ook vele die wel weten waar het scherpe kantje zit bij woord keuze.

Reacties zijn gesloten bij dit onderwerp.