Intussen te Hua Hin: een kwestie van levens tellen

Theo van der Schaaf, Levens tellen

Hoeveel levens heeft een mens eigenlijk?

Nadat ik hier in Thailand, Hua Hin, onlangs bijna ben vermoord door een stel zwaar opgefokte bijen (genaamd toh, volgens liefste Nut, ruim een centimeter in doorsnee en vrijwel zwart) die het bestonden mij op negentien plekken open te rijten en ik na ruim een week nog alle dagen zit te krabben op die plekken, vroeg ik mij bovenstaand af, want… Het zal wel met ouder worden te maken hebben, maar er dringen zich alsmaar meer, letterlijk angstaanjagende en levensbedreigende herinneringen op. Een en ander aangemoedigd door mijn biljartmaat Leo die zich na het lezen van het bijenverhaal zorgen begint te maken over mijn voortbestaan. Theo met de zeven levens raakte er deze week weer eentje kwijt! Hij weet van mijn vele levensgevaarlijke hik-ups gedurende inmiddels zeventig jaar.

1

Om te beginnen met een heel jeugdige ervaring. Ik was al wel drie. Het had wat gevroren en dat resulteerde in een, op het oog toch behoorlijk dichtgevroren vijver achter de pastorie waar wij pal naast woonden. Er zat altijd al een ondernemertje in mij en samen met mijn iets oudere broer moest uitgeprobeerd of dat ijs al hield! Nee dus, want wij gingen er samen op maar al snel vooral onder. De oplettende huishoudster van de pastoor zag een en ander vanuit het keukenraam gebeuren en stormde naar buiten. Maar het was toch wel een eindje weg van de pastorie en wij waren al stevig op weg naar het iets verder gelegen kerkhof. Zwaar onderkoeld werden we naar huis gedragen en in bedjes met vele kruiken gestopt. Die bedjes mochten bij uitzondering in de woonkamer staan opdat men de ganse dag oog op ons kon houden. Er werd een paar dagen zwaar getwijfeld of we er bovenop zouden komen maar dat gebeurde en het kwam goed.

2

Vijf jaar later gebeurde er ook iets met water wat niet handig was. Ik ging op schoolreis, iets waar je wekenlang naar uitkijkt en naar verlangt. Verse kadetten mee van moeders, met allerhande lekkernij daarop, een melkbus vol ranja in de voor die dag gehuurde grote schoolbus en een niet stuk te krijgen vrolijke stemming. Heet was het die dag, heet, verschrikkelijk heet. Een zwembad was beloofd voor we terug naar huis zouden gaan en we smolten bijna in de bus toen we daar eindelijk aankwamen. Kleren uit en hup, allemaal het water in. Wat was het druk daar in dat bad, vooral aan die ene kant en waarom ging er eigenlijk niemand aan de andere kant van die loopplank? Helemaal leeg en lekker rustig! Plons! Ik zou nooit meer bovenkomen en die indruk had de badmeester ook en greep in. Greep mij vooral bij de kladden, onderwijl prekend dat ik toch wel behoorlijk stom bezig was door in het diepe te springen, en hield mij net zo lang ondersteboven tot alles eruit was gekotst. Ziek was ik, ziek!

3

Theo van der Schaaf, Levens tellen, Hua hIn

Je zou denken, al doende leert men dat water niet je beste vriend is als je niet kunt zwemmen. Tja. Nog steeds kind maar inmiddels elf jaren oud. Castricum ligt aan kust van Noord Holland en als de zon ook maar een beetje zijn best deed waren we aan zee. Bij eb ontstonden er vaak wel drie of vier zandbanken waar speelse golven zachtjes over heen en weerden. Je kon dus gemakkelijk ver in zee gaan met achter je al die zandbanken. Maar ja, het wordt op enig moment ook weer vloed en dat had ik iets te laat in de gaten. Ik kon niet meer terug maar dat moest toch want het werd alleen maar dieper naarmate ik langer wachtte realiseerde ik me al snel. Dus hup, toch maar proberen. De grond zakte letterlijk weg onder mijn voeten. Paniek! Met stuntelige zwembewegingen trachtte ik me naar de kust te werken. Weinig lucht maar veel zeewater happend was ik aan het verdrinken.

Daar kwam Anne, de grootste en dikste jongen uit mijn klas, aangezwommen. Nou ja, zoals de meesten uit mijn klas kon hij eigenlijk ook niet zwemmen maar was veel groter dan ik en ik vermoed nog altijd dat hij bleef drijven op zijn vet. Anne sleurde me zonder omhaal naar de veilige kust alwaar ik ruim een half uur alles uitkotsend bleef liggen bijkomen met nogal wat toeschouwers om mij heen. Ik was ziek en schaamde me een ongeluk. Pas op drieëntwintigste zwom ik af tussen de oude van dagen en schaamde me alweer. Ik heb nooit leren crawlen want kan niet zonder in paniek te raken met mijn gezicht onder water. Dat paniekgevoel heb ik af en toe zelfs onder douche wanneer er veel water over mijn gezicht stroomt. Dat ik een A en B zwemdiploma heb gehaald mag een wonder heten in dit verband want B is met kleren aan en onder andere zeven meter onder water zwemmen. Pfff.

4

In mijn negenendertigste levensjaar ging ik op een zaterdag naar een stripbeurs in Den Haag.
De kinderen wilden niet mee, wat ik jammer vond, maar goed, ik ging wel want was dol op strips en een verwoed verzamelaar. Carla, mijn toenmalig geluk, ging wel mee en reed in mijn auto. Het weer was schitterend die dag, ruim 30 graden, maar op de terugweg tekende zich boven Schiphol zeer donkere wolken af. Carla hield van stevig doorrijden en 140 km was haar helemaal niet teveel. Dat reden we dus toen ik tegen haar zei dat ze wellicht wat rustiger aan moest doen gezien wat er zich voor ons in de lucht afspeelde.

Op het moment dat we de bui inreden haalde ze haar voet van het gaspedaal, ze remde niet maar daar gingen we, aqua-plannend, rondtollend de vangrail in die de auto aan alle kanten verbouwde. We waren driehonderdzestig graden in de rondte gegaan en stonden weer met de neus richting Schipholtunnel. Dertien auto’s achter ons trachtten ons te ontwijken wat maar gedeeltelijk lukte. Boem, boem, en nog een. Ik durfde niet meer achterom te kijken. Boem, weer een. In no time was de A4 ter plekke afgezet op één rijbaan na. Gillende sirenes overal om ons heen. Ik was half buiten westen en voor ik het door had op een brancard gehesen en onderweg naar het ziekenhuis. Daar bleek mijn hele lichaam blouw te zijn geworden en alles deed me pijn. Maar geen breuken of andere beschadigingen en nergens bloed. Ik mocht de volgende dag alweer naar huis nadat alle onderzoeken waren afgerond. Carla had één klein schrammetje naast haar linkeroog en dat was het. Ik heb nog veel gedacht aan de kinderen die niet mee waren gegaan want binnen in de auto was de achterbank geklemd tegen onze voorstoelen… daar hadden anders zes beentjes tussen gezeten.

5

Vijf jaar later heb ik alweer een nieuwe vriendin en die hield evenveel van het paard dat ik op enig moment voor haar kocht als van mij. Het was echter geen paard dat van mensen hield, integendeel, het deed voornamelijk zijn eigen zin en was nauwelijks te berijden. Zelfs bij het longeren, wat een kwestie is van hem aan touw simpele rondjes te laten stappen, draven of galopperen, bokte hij zich vaak een ongeluk. Op een van de schaarse zaterdagen die ik meeging om het beest te aanschouwen onder het genot van een kopje koffie, was er alweer geen land mee te bezeilen. Mijn vriendin gaf het na een uurtje vloeken op en leidde hem aan de halsband naar de stal en ik liep er samen met een vriendin van haar achteraan.

Theo van der Schaaf, Levens tellen, Hua hIn
Ons paard echter was klaarblijkelijk toch nog niet helemaal klaar want besloot onverwacht nog eens op zijn voorpoten te gaan staan, daarbij tegelijkertijd zijn achterpoten zo hard mogelijk naar achteren strekkend, vooral mijn kant op. Het gevolg was dat ik werd gelanceerd door één paardenvoet die alle botten verbrijzelde die zich tot op dat moment ongeschonden in mijn borst bevonden en de andere voet ontfermde zich over mijn milt, maar dat bleek veel later. Het beton waar ik enkele meters verder op landde was te hard en ik verloor het bewustzijn. Wegens de gescheurde mild die geopereerd werd verbleef ik vier dagen op de intensive care van het VU ziekenhuis. Mijn ziekenhuiskamer hield het midden tussen een bloemenwinkel en een fruitshop.

6

En dan zou hier het verhaal komen van de terroristische bijen zoals Leo ze inmiddels heeft gedoopt maar dat kent iedereen al via het verhaal van de zwembadonderhouder dat onlangs werd gepubliceerd. Volgens Leo heb ik nog maar één leven te gaan en moet ik er wat zuiniger mee omgaan, met het leven. Met wie moet ie anders biljarten? schreef hij een beetje wanhopig.

7?

 

Foto’s:

Schermafbeelding snelweg met donkere hemel. By Navdeep Sing
Foto 2 Werkgroep Oud-Castricum
Foto 3: Slow release energy feed

 

Deze pagina delen

  • Delen op Facebook
  • Delen op Twitter
  • Delen op LinkedIn
  • Delen op Google+
 

Lees ookgerelateerde berichten

Reageer

E-mail (wordt niet gepubliceerd)