Erfgoed in Thailand: De Thailand-Birma spoorlijn


De Tweede Wereldoorlog. Thailand is neutraal gebleven totdat een 5 uur durende Japanse invasie op 8 December 1941 leidt tot een wapenstilstand en tot een militaire alliantie tussen Thailand en Japan. Als buurland van de Britse kolonie Birma, is Thailand voor Japan de ideale plek om troepen te verzamelen en een aanval voor te bereiden tegen de Britten. Het logistieke probleem om troepen en voorraden naar het front te vervoeren is opgelost als Japan toegang krijgt tot de Thaise infrastructuur. Waar die infrastructuur ontoereikend is bouwt Japan met een een enorm aantal Aziatische arbeiders (Romusha) en geallieerde krijgsgevangenen (POW’s), nieuwe verbindingen, zoals de Thailand-Birma spoorlijn. 

Hut in het krijgsgevangenkamp. Tekening door John Chalker.

De bouw 

De bouw begint in september 1942 in Birma en in november 1942 in Thailand. Het doel van deze verbinding is om de zeeroute via de Straat van Malakka in te korten om de al aanwezige Japanse strijdkrachten in Birma te kunnen blijven bevoorraden. Nadat de Japanse marine in gevechten in de Koraalzee en om Midway in mei en juni 1942 veel van haar schepen verloren heeft, kan ze deze zeeroute niet langer goed beschermen. Na voltooiing van de spoorlijn willen de Japanners een aanval inzetten op India.

De Japanners hadden haast en om de spoorlijn snel te voltooien zetten ze voor de bouw ervan meer dan 60.000 geallieerde krijgsgevangen in. Dit waren onder meer Britten (30.000), Nederlanders en Indo’s uit Nederlands-Indië (18.000), Australiërs (13.000) en een aantal Amerikaanse mariniers van de USS Houston, die was gezonken tijdens de Slag om de Javazee (700). 

Krijgsgevangen aan het werk bij de constructie de spoorlijn. Tekening door Leo Rawlings, 1943.

Om de strakke planning van de Japanners te realiseren waren die aantallen echter onvoldoende. Er werden daarom ook een onbekend aantal Aziatische arbeiders ingezet. Deze z,g, Rōmusha bestonden uit Maleisiërs, Tamils, Birmezen en Thais. Schattingen variëren tussen 150.000-200.000. Ze werden geronseld of gedwongen om voor de Japanners te werken.

De 415 kilometer lange spoorlijn liep van Thanbyuzayat in Birma naar Non Pladuk in Thailand. De bouw vond over de gehele lengte van het traject tegelijkertijd plaats en niet alleen vanaf elk uiteinde, zoals gebruikelijk. Hierdoor ontstonden problemen met de bevoorrading, vooral tijdens de moesson van 1943. Zware, onafgebroken regens maakten de aanvoer van voorraden, bouwmaterialen en nieuwe arbeiders zowat onmogelijk. 

Het werk was moordend. Zonder adequaat gereedschap werkten de arbeiders in brandende zon, opgejaagd en vaak mishandeld door de Japanse en Koreaanse opzichters. De arbeiders verbleven in kampen langs de spoorlijn, zonder basishygiëne en dicht op elkaar gepakt. Ziekten konden makkelijk worden overgebracht en dokters en medicijnen waren amper aanwezig. Velen stierven door ziekten, honger, het gevaarlijke werk en de wrede behandeling van de bewakers. Naar schatting zijn meer dan 100.000 mensen omgekomen tijdens de aanleg van deze Dodenspoorlijn. Eén arbeider voor elke houten dwarsligger die voor de spoorlijn werd gelegd. Meer dan 12.000 geallieerde krijgsgevangen kwamen erbij om, maar verreweg de meeste doden vielen onder de Aziatische arbeiders. De Japanners hielden daar geen gegevens van bij, maar geschat wordt dat zo’n 90 procent van deze arbeiders de aanleg van de spoorlijn niet hebben overleefd. 

Provisorisch ziekenhuis in krijgsgevangenkamp. Tekening door Ashley Old, 1944.

Brug over de Kwai

Het bekendste deel van de Thailand-Birma spoorlijn is de brug over de rivier de Kwai. Oorspronkelijk beschreven in een boek, werd er een succesvolle film van gemaakt die verschillende prijzen won, waaronder de Academy Award voor de beste film. Maar overlevende krijgsgevangenen hadden er stevige kritiek op, aangezien ze de vreselijke werkomstandigheden niet voldoende belicht had.

De brug werd tijdens de bouw door de geallieerden verschillende keren gebombardeerd. De huidige brug in Kanchanaburi is niet gebouwd in de 2e Wereldoorlog maar van latere tijd. De brug is weliswaar het meest bekende deel van de spoorlijn, maar was niet het zwaarste stuk om te bouwen. Hellfire Pass heeft die trieste reputatie.

Hellfire Pass (Konyu Cutting)

Hellfire Pass ligt in de Tenasserim Heuvels. De constructie hier was buitengewoon moeilijk. De aanlegroute liep door dichte, met muggen geteisterde jungle en over oneffen terrein. Rivieren en kloven moesten worden overbrugd en delen van bergen moesten worden weggehakt om een spoorbaan neer te leggen, die recht en vlak genoeg was voor smalspoor. Het moeilijkste obstakel lag bij Konyu, zo’n 72 km ten noordwesten van Kanchanaburi.  in Thailand. Daar lagen enkele rotsmassa’s en de Japanners besloten er geen tunnel aan te leggen maar de rotsen uit te zagen en kappen zodat op meerdere plekken tegelijker gewerkt kon worden. De eerste uitgraving bij Konyu is ongeveer 450 meter lang en 7 meter diep. De tweede is 75 meter lang en 25 meter diep.

Het noodzakelijke gereedschap voor dit werk was niet aanwezig en ook dynamiet was er amper. Om niet achter te raken op het schema werden arbeiders gedwongen achttien uur per dag te werken. Kappen, boren, zagen en het losse gesteente afvoeren. Hellfire Pass dankt zijn naam aan de aanblik van uitgemergelde gevangenen die ’s nachts bij fakkellicht werkten, dit riep beelden op van de hel. Het duurde zes weken om dit deel van de lijn te bouwen. Arbeiders zijn er doodgeslagen en stierven door cholera, dysenterie, honger en uitputting. 

Er waren onder de geallieerde krijgsgevangen ook een aantal artsen, die zich inzetten om de arbeiders zo goed mogelijk te helpen. Met hoegenaamd geen medicijnen en zeer basale medische uitrusting was het moeilijk om zieken te behandelen. Een Australische legerchirurg, Ernest ‘Weary’ Dunlop, was een van die artsen, die zich onvermoeibaar inspande om gewonde en zieke gevangenen te behandelen. Door voor ze op te komen riskeerde Dunlop verschillende malen zijn leven.  

Ondanks, of misschien dankzij, de grote verliezen aan mensenlevens werd het totale project eerder dan gepland voltooid en in gebruik genomen door de Japanse strijdkrachten. Om transport van troepen en voorraden te hinderen bleven de geallieerden de spoorlijn onophoudelijk bombarderen tot ze uiteindelijk op de Japanners veroverd werd. 

De erfenis van de spoorlijn

Om bruikbaar te blijven had de spoorlijn na de oorlog uitgebreide reparaties nodig. Tegenwoordig is ongeveer 130 km van de lijn nog in gebruik in Thailand, het Birmese deel is afgebroken of weer door de jungle overwoekerd. Het verlies aan mensenlevens is schokkend: 29 procent van de Britten, 31 procent van de Australiërs, 23 procent van de Amerikanen en negentien procent van de Nederlandse krijgsgevangenen die bij de bouw werden ingezet, overleefden dat niet. Waarschijnlijk kwamen maar liefst 90 procent van de Aziatische arbeiders om, hoewel dit schattingen zijn, omdat er geen informatie over werd bijgehouden. Als gevolg hiervan werden 111 Japanse functionarissen na het einde van de oorlog berecht voor oorlogsmisdaden, waarvan er 32 werden geëxecuteerd.

Langs de spoorbaan zijn verschillende gedenkplaatsen. Op de erebegraafplaats in Kanchanaburi zijn de graven van 7000 krijgsgevangenen. In 1998 werd door de Australische regering het Hellfire Pass Memorial Museum opgezet ter herinnering aan het werk in Hellfire Pass. Tegenwoordig is een deel van de uitsparing waar eens de spoorbaan lag deel van het museum. Hier ronddwalen terwijl men luistert naar geluidsopnamen (onderdeel van een audiotour) van verschillende overlevenden die vanuit hun herinnering beschrijven wat er hier is gebeurd, is zeer indrukwekkend. 

In de stad Kanchanaburi zijn een aantal musea, die het werk aan de spoorlijn in beeld brengen. En er zijn nog altijd door krijgsgevangen aangelegde houten bruggen, die tot op de dag van vandaag gebruikt worden.

Lees ook: Chiang Mai Foreign Cemetery


Beste lezer

Trefpunt Azië is een reclamevrije site geheel gemaakt door vrijwilligers. Al onze berichten zijn voor iedereen te lezen. Maar het in stand houden van een website als Trefpunt Azië kost geld; er zijn kosten voor software om de site te maken en de huur van serverruimte zodat hij te zien is. Die kosten worden gedragen door leden van de redactie en die kunnen daarbij wel wat hulp gebruiken. Als u wilt helpen met een (kleine) bijdrage klik dan op de rode knop rechtsonderdaan op de pagina en doneer, dat kan al vanaf 3 euro. Wilt u op een andere manier helpen? Mail dan even met de redactie: post@trefpuntazie.com

Dankzij uw bijdrage kan Trefpunt Azië elke dag nieuws en achtergronden uit uw favoriete werelddeel blijven brengen.

 

Redactie
Over Redactie 791 Artikelen
De auteursnaam van de redactie van Trefpunt Azië. Wij publiceren onder deze naam berichten van de redactie en bijdragen die niet onder naam van de bron kunnen worden geplaatst.

1 Comment

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*