Het verhaal. Fokdieren

Het Verhaal, Amerika, Tino Kuis

De hand van de oude vrouw trilde een beetje toen ze zich uitrekte om een bijna rijpe pompoen van de top van het hek te plukken. Nog eentje, dacht ze, dat moet genoeg zijn voor het middagmaal. Bij de tweede poging greep ze de dikke pompoen waar ze haar oog op had laten vallen. Een glimlach als een frisse bries in het koele seizoen lichtte haar gelaat op terwijl ze binnensmonds mompelde hoe snel ze groeiden.

Nog geen drie maanden geleden had haar man een paar bruine zaadjes in haar hand geduwd met de opdracht ze te planten aan de voet van het bamboehek. En nu, net tegen het eind van het regenseizoen, was de omheining van het huis veranderd in een prieel van pompoenklimplanten, de gele bloemen, afgewisseld met de jonge lichtgroene bladeren, als bladgoud, waar de bijen en wespen van bloem naar bloem zweefden, een schouwspel waar ze van hield. Iedere dag zag ze met blijde trots de klimplanten groeien totdat ze alle bamboestokken aan het gezicht hadden onttrokken.

Het Verhaal
Sesban

Ze moest haar ogen laten dwalen over haar erf, van de klimplanten tot de mangobomen en de sesbans. Die sesbansplanten met hun heerlijke bloemen hadden het vorig jaar roodachtige toppen en ziekelijke blaren maar groeiden dit jaar uit tot boven het dak van hun huis. Ze vond er troost in als ze alleen was.

Ze dacht vaak aan alle veranderingen rondom haar. Aan haar kinderen die, als vogels, toen hun vleugels sterk en hun benen stevig waren, hun eigen weg gingen, sommigen naar ver, anderen dichterbij. Als mensen haar vroegen hoeveel kinderen ze had, zei ze vaak, met een binnenpretje, vijf, hoewel ze er zeven had gehad. Haar eerste kind stierf toen het nog zweefde tussen de geesteswereld en de mensenwereld en ze voelde geen spijt en had niet het lef het als een van haar eigen kinderen te beschouwen. Hoewel verzwakt door de moeilijke baring herinnerde ze zich toch het kleine kindje, geboren uit de geesten en de uitroep van haar man, ‘Oh, een jongen, we hebben een zoon!’ en ze hoorde nog het zachte zingen van de kruidendokter ‘Geesten, als het van jullie is, neem het dan; vanaf morgen is het van mij’ eindelijk overstemd door het huilen van het kind. In het holst van de nacht, na een warm bad en aangenaam dicht bij het vuur, kwamen haar man en haar vrienden haar vertellen dat het kind al gestorven was.

Dat wat het kind aangaat. Ze bracht niet de moed op het kind te zien, ze liet anderen dit vlees van haar vlees uit de weg ruimen. De kruidendokter vertelde haar dat ze de strijd hadden verloren met de vorige moeder die het had opgeëist. Ze begreep dat die moeder een geest was en voelde meer angst dan verdriet in de overtuiging dat het kind van die geest was en niet van haar. Vele jaren later stierf een ander kind, een lieve jongen van 6 jaar oud en deze keer was ze overmand door verdriet, ze huilde tot er geen tranen meer kwamen. Haar familie troostte haar door te zeggen dat het noodlot had toegeslagen, dat zijn karma alleen voldoende was geweest tot die tijd en dat zijn verdienste eenvoudig op was. ‘Waarom heeft het lot mijn kind aan de waterpokken laten sterven? Waarom treft dit lot niet de kinderen van andere vrouwen?’

Toen men het lijkje van het kind kwam halen, pakte ze impulsief haar beteldoos en bracht een rood merkteken aan op de levenloze borst van haar kind. ‘Word opnieuw geboren mijn kind, mijn kind, je moeder maakt een merkteken, hier en hier.’ Toen werd het kind in een oude mat gewikkeld en weggedragen.

Ze kreeg nog veel andere kinderen, zonen en dochters, maar geen van hen met het rode teken, als bewijs dat haar overleden zoon inderdaad zijn verdienste had opgemaakt in zijn korte leven en geleidelijk verdween haar verdriet. De andere kinderen werden opgevoed met zorg en liefde, en toen ze groot waren verlieten ze haar. De laatste, een dochter, ging dit jaar bij haar man wonen, juist toen de rijst moest worden geplant.

Nadat ze wat zemelen had gegeven aan de varkens en de kippen ging ze haar huis in om de pompoenen te koken, samen met wat garnalenpasta, chilisaus en een handvol bonen, genoeg voor het avondeten. Ze ging op de veranda zitten wachten op haar man. De sesbanbladeren waren dichtgevouwen in de mistige schemering en de vrouw dacht na over haar moeder, haar vader, haar zusters, broers en haar eigen kinderen, die allemaal hun eigen weg waren gegaan terwijl zij alleen bleef met haar man, geen familie, maar wel de enige persoon die echt van haar was.

Ze was trots op hem, een goede en ijverige man. Anderen waren het daar mee eens. Het vorig jaar waren autoriteiten van het gemeentehuis gekomen en hadden haar en haar man geprezen en, hoewel ze een aantal dingen was vergeten, wist ze nog wel dat ze zeiden dat hij een van de hardste werkers in de gemeente was. En dat hij naar het gemeentehuis moest komen om een prijs in ontvangst te nemen.

Tino Kuis

Al vroeg de volgende morgen vertrok haar man en keerde in de schemering terug met een glimmend klein bekertje en een kip. Hij schepte op dat het een beker was, gemaakt van zilver en afkomstig uit Bangkok.

Verbijsterd bekeek ze het ding en begreep niet hoe dat kleine witte geval een beker kon zijn. Ze ondervroeg haar man maar hij verzekerde haar dat het echt een beker was en dat ze er goed voor moest zorgen want de burgemeester had hem verzekerd dat het een kostbaar geval was.

Maar ze begreep het nog steeds niet. Ze vroeg zich vaak af waar het ding goed voor was en of de mensen in Bangkok misschien een andere soort garnalenpasta of chilisaus hadden, passend bij dit rare geval. En waarom had de burgemeester haar geen echte kom gegeven die ze voor saus kon gebruiken? Ze liet het stiekem zien aan de buren maar niemand kon zeggen waar het goed voor was. Gezien de vorm dachten sommigen dat het bedoeld was om de kippen uit te laten drinken en dat kon kloppen want haar man had toen immers ook een fokkip, geschonken door Amerika, meegekregen. Haar man zei toen dat ze met de tijd mee moesten gaan omdat het land zich ontwikkelde en hij wees op de kip die helemaal uit Amerika kwam.

Het Verhaal, Amerika, Tino Kuis

Hij overdreef een beetje: ‘Als deze kip helemaal volgroeid is is het maar ietsje kleiner als een gier, wat denk je daarvan? De autoriteiten zeggen dat onze kippen verouderd zijn, te klein, niets waard, en daarom moeten er hanen komen uit Amerika.’ Ze luisterde met enige bezorgdheid en stelde zich de kippen voor zo groot als gieren. Ze sloot haar ogen en probeerde zich vergeefs voor te stellen hoe haar huis er uit zou zien met dat enorm grote rond rennende gevogelte onder haar huis op palen. Ze zou het mooie gezicht van haar veelkleurige en gevlekte kippen echt missen. Maar ze vertelde haar twijfels aan niemand en verwonderde zich over de vooruitgang en de veranderingen die plaatsvonden. Ze begon te genieten van de vreemde verhalen over de vooruitgang die haar man opdiste.

Vele dagen later hielden de ambtenaren van de gemeente weer een vergadering in de plaatselijke tempel. Ze hoopte dat hij met nieuwe verhalen thuis zou komen en ze werd niet teleurgesteld. Geamuseerd vertelde hij zijn vrouw dat de landbouwofficier op de vergadering had meegedeeld dat Amerika een fokbeer had gestuurd en dat zij de zeugen moesten brengen om gedekt te worden. Hij vertrok de volgende morgen met hun zeug, zijn vrouw alleen latend met haar gedachten, wie is toch Amerika? Toen haar man thuiskwam was zijn beschrijving even buitensporig als altijd.

‘De beer was maar een beetje kleiner dan onze eigen buffel’, vertelde hij trots. De ongerustheid van de arme vrouw groeide. Wat moest ze doen als de varkens net zo groot werden als buffels? Niet helemaal zeker of hij het nu had over varkens of buffels, vroeg ze wat hij bedoelde. ‘Varkens, natuurlijk’, bevestigde hij. ‘OK, maar wat eten ze dan, gras of zemelen?’ vroeg ze weifelend. Haar man, wat onthutst, antwoordde met een glimlach, ‘Wel, ik denk dat ze zemelen eten.’

Het Verhaal, Amerika, Tino Kuis

Later gebeurde het weer. Haar man verliet vroeg het huis met hun koe. De avond tevoren was een man gekomen, gestuurd door de burgemeester, om te vertellen dat Amerika fokkoeien had gestuurd, maar het duurde enige tijd voor ze begreep dat het om een stier ging en ze vroeg zich af hoe groot het beest wel niet zou zijn. Ze wachtte de hele dag op haar man, benieuwd wat hij te vertellen had. Vlak voor het donker werd hoorde ze aan het geluid van de wig die in de hekpoort werd gedreven dat het haar man moest zijn. Het was hetzelfde geluid toen ze beiden nog jong waren, toen een stevig, krachtig geluid, maar nu hoorde ze dat haar man oud was geworden.

‘Reuzen waren het, zowel de stier als de man,’ zei hij opgewonden. ‘Enorm!’ Terwijl ze het eten opdiende luisterde de vrouw naar zijn verhaal. ‘Zo groot als ik weet niet wat. Eerst dacht ik dat het een buffel was maar ik keek nog eens en nog eens, en zag dat het een stier was. Zijn hoeven, poten, horens, oren, allemaal als een stier maar wat een omvang!’ vertelde hij tussen een paar happen door. ‘De landbouwambtenaar vertelde dat ze deze stieren uit Amerika hebben gehaald omdat onze koeien nergens goed voor zijn. Ze zijn verouderd, groeien langzaam, niet goed om te werken of op te eten. Ik denk dat hij gelijk heeft.’ De laatste zin gaf zijn mening weer en hij bleef maar praten tijdens het eten. ‘Dat ik deze dag nog mocht beleven! Ik heb een Amerikaan gezien! Met mijn eigen ogen! En wat een omvang! Zóóó groot.’

Hij draaide zich om naar zijn vrouw. ‘Eh, waarmee zal ik hem mee vergelijken om je een idee te geven? Ik weet het, je hebt wel eens een vogelverschrikker gezien, nietwaar?’ ‘Dat heb ik,’ bevestigde ze. ‘Daar leek hij op. Allemaal armen en benen met heel lichtbruine ogen, net als de ogen van onze eigen honden, en geelbruin haar als hooi. Ik stond vlak bij hem en hij brabbelde wat woorden als ‘kay, kay’ en ik weet niet wat. Hij had een Thai bij zich, een heel vulgaire man. Ik weet niet wat hij zei behalve dat woord ‘yet’ wat een fatsoenlijk persoon nooit zou gebruiken maar hij deed niet anders.’

Ze ging vroeg naar bed maar kon niet slapen omdat de verhalen die ze vandaag hoorde nog door haar hoofd spookten. Ze deed haar ogen dicht en zag de vogelverschrikker in een hoek van het rijstveld met lange armen en benen, gekleed in een oud haveloos monnikengewaad, zo opgehangen dat het flapperde in de wind om de spreeuwen te verjagen, maar ze kon zich niet voorstellen hoe het op die Amerikaan zou kunnen lijken. Zou het waar zijn? Ze wist dat haar man nog nooit tegen haar had gelogen. Maar het was toch verduiveld moeilijk te geloven.

En er was nog iets wat ze haar man wilde vragen. Ze ging naar buiten waar een met bananen bladeren gerolde peuk de duisternis verlichtte. Plotseling beschaamd over haar gedachten ging ze weer naar binnen. Even later kwam haar man binnen en legde zich naast haar, na met een paar halen van een doek de slaapmat schoon geveegd te hebben. De peuk gloeide nog af en toe op. Ze dacht een lange tijd na maar uiteindelijk kon ze de vraag die op haar lippen brandde niet inhouden.

‘Opa,’ ze sprak haar man aan als hun kleinkinderen. ‘Wat is er?’ antwoordde hij rustig terwijl hij de peuk uitdrukte tegen de wand. ‘Waarom hebben ze die vogelverschrikker hiernaartoe gestuurd?’ ‘Eh,’ zuchtte haar man. ‘Ze stuurden hem om te fokken, net als die stier, is het niet?’ vroeg ze door. Het was even stil. ‘Ik denk het wel. Dat moet het zijn. Daarom gebruikte die vieze Thai dat vulgaire woord ‘yet’ ook de hele dag.’ ‘Zouden ze hem ook naar onze gemeente sturen?’ ‘Nog niet, vermoed ik. Ze gebruiken hem eerst voor de vrouwen in Bangkok.’ Hij leek geamuseerd door het idee.

‘Oh!’ ‘Wat bedoel je met ‘Oh’?’ vroeg haar man. ‘Wel, nou, zie je, kijk, ik heb te doen met onze Thaise koeien, opa, dat is alles,’ stotterde ze. ‘Nou, en met de Thais ook,’ zei hij. De laatste zin verstoorde nauwelijks de stilte van de nacht.

-o-

Bron:

Khamsing Srinawk, ook wel Kamsing Srinok, schrijversnaam Lao Kam Hom; zie voor een beschrijving van zijn oeuvre. Vertaling Tino Kuis, bewerking Erik Kuijpers.

Eerder geplaatst van deze auteur in Trefpunt Azië: zie deze link.

Toelichtingen

Thais kunnen een eind -s- moeilijk uitspreken zodat ‘yes’ klinkt als ‘yet’, een vulgair Thais woord, gelijk aan ons ‘neuken.’

Foto’s en prenten

Fokdieren; photo courtesy of biozoomer.com.
Sesbania sesban, Egyptische rivierhennep. Feedipedia.
Beker; foto in dank copasportprijzen.nl.
Kip en stier, wikimedia.

Tino Kuis
Over Tino Kuis 132 Artikelen
Tino Kuis. gepensioneerde huisarts, woont in Zutphen. Na zijn opleiding werkte hij drie jaar als tropenarts in Tanzania en daarna vijfentwintig jaar als huisarts in Vlaardingen. Hij heeft in Nederland drie volwassen kinderen. Tino verbleef van 1999 tot 2017 in Thailand. Zijn 18-jarige Thaise zoon studeert in Chiang Mai. Tino heeft zich gespecialiseerd in Thaise taal, cultuur en geschiedenis.

1 Comment

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*