Backbencher: Sylvana krijgt de Zwarte Piet


Peter van Nuijsenburg, Backbencher, Sylvana
Sylvana als tafeldame bij DeWereldDraaitDoor

Het behoort inmiddels tot de Sinterklaasfolklore: Sylvana bashen. Je vraagt je af wat iemand moet hebben misdaan om virtueel gelyncht te worden. Zwarte Piet alleen kan het niet zijn, ben je geneigd te zeggen. En dat het kandidaat-Kamerlid voor Denk niet uitblinkt in de nuance evenmin. Die is in de discussie over Piet allang met het badwater weggegooid.

Zonder te willen psychologiseren doet wat er via de sociale media aan gif uit het riool spuit vrezen dat er iets ernstig niet in orde is met het gemoed van menig Boze Blanke Man. In elk geval met zijn impulsbeheersing. Enfin, mevrouw Simons krijgt nu politiebeveiliging net als tegenpool Wilders. De polarisatie had niet duidelijker gemaakt kunnen worden.

Peter van Nuijsenburg, Backbencher, Sylvana
PvdA-bestuurslid Fouad Sidali kwekte Wilders zo.
Van Religion Research

We kunnen nu zonder overdrijving vaststellen dat het Piet-debat gierend uit de klauw is gelopen. Het is een uitwas van de identiteitspolitiek en politieke correctheid die al jaren een zware wissel op het publieke debat trekken. Allerlei sentimenten worden geprojecteerd op een figuur die voor de een staat voor een onschuldig kinderfeest, onvervreemdbaar onderdeel van de ‘nationale cultuur’ (rechts) en voor de ander een stereotype en symbool van de onderdrukking is van de in de eerste plaats zwarte, maar ook gele, gekleurde, in elk geval niet blanke/witte mede-mens (links).

Omdat we in de polder leven leek het er even op dat er een compromis was uitgedokterd. We werden voorbereid op de schoorsteen-Piet. Hij is niet langer zwart maar heeft wel roetvegen, de sporen van zijn klauterpartijen door de schoorstenen. Dat hij nog steeds een knecht is van de kapitalistische consumptiemaatschappij en het vuile werk opknapt, wordt omwille van de broze vrede weggemoffeld. Daarom heeft hij ook de zegen van de middenstand. Een kinderschoen is gauw gevuld.

Identiteitspolitiek en politieke correctheid zijn een pervers gevolg van het ideaal van de multiculturele samenleving. Op de bres staan voor minderheden is een nobel sentiment en tegen racisme en discriminatie moet uiteraard hard worden opgetreden, maar het moet, bij alle gerechtvaardigde grieven, geen slachtofferschap aanmoedigen en uiterlijke kenmerken inzetten met als bijproduct de vermeende morele superioriteit van de betrokken minderheid. Dat zaait verdeeldheid, polariseert en verlamt het publieke debat. Waar lange tenen domineren wordt het link het hoofd boven het maaiveld uit te steken.

Peter van Nuijsenburg, Backbencher, Sylvana
Lollig bedoeld. De meeste reacties niet
Van Fenixx.org

Allochtonen mogen geen allochtonen meer heten, blank moet wit worden en god mag weten wat er in de eufemismenfabriek verder nog wordt uitgebroed. Daaronder ligt het waanidee dat iets verandert als je er een ander etiket opplakt.

Het interessante is dat argumenten er niet toe doen. Het standpunt is een lakmoesproef van de gezindheid geworden. Je hoeft het niet eens toe te lichten. Pro-Piet is een fascist of op zijn minst een PVV-aanhanger en anti-Piet een multiculturele softie. Ieder schreeuwt in zijn eigen echoput.

We hebben soortgelijke fenomenen natuurlijk eerder meegemaakt. De ‘ouderen onder ons’ – als je je gelijk wil halen is het handig als je je kunt beroepen op ‘de’ geschiedenis – herinneren zich waarschijnlijk de discussies over kernenergie uit de jaren 70 en de kernwapens van 10 jaar later. Toen vielen families uit elkaar, werden relaties en vriendschappen verbroken en kinderen van school gehaald omdat de meester een onwelgevallig standpunt verkondigde over de ‘raketten’ in plaats van ze rekenen en schrijven bij te brengen. Het land leek in de greep van een collectieve verstandsverbijstering. Er is een troost, het gaat meestal over als er werkelijk belangrijke zaken, toen de onttakeling van de Sovjet Unie, gaan spelen.

Sociaal-psychologen zullen het wel kunnen verklaren uit het wezen van de mens en de dynamiek van groepsprocessen. De mens is een sociaal dier en wil deel uitmaken van een groep. Daardoor heeft hij in de oertijd kunnen overleven en dat instinct werkt in aangepaste vorm nog altijd door. Een groep heeft de neiging een andere groep als een bedreiging te zien.

Peter van Nuijsenburg, Backbencher, Sylvana
We willen bij een groep horen. De anti-racisten over hun doelwit.
Foto ondermeer Geen Stijl

In de oertijd kon een rivaliserende stam vreemde ziektes overbrengen en je vrouw roven. Daar zijn we soms nog steeds bang voor, denk maar aan de protesten tegen de asielzoekers, wandelende ‘testosteronbommen’ die zich aan onze ‘roomblanke’ vrouwen zouden willen vergrijpen. Cultuur, civilisatie, is een correctie op onze natuur en al loopt het nog regelmatig uit de hand, we slaan elkaar veel minder vaak de hersens in dan vroeger. Nu willen we bij een groep horen die het beste bij onze levensbeschouwelijke of politieke voorkeur past.

De politiek is een moderne manier om de conflicten tussen deze groepen te reguleren. Partijen zijn daarvoor de instrumenten, het compromis de methode. Partijen zijn vooral goed gebleken in het oplossen van materiële, sociaal-economische conflicten. Dat ging in de afgelopen 100 jaar uiteraard in de eerste plaats over de verdeling van macht, kennis en inkomen, de drie-eenheid van wijlen Den Uyl, met het koopkrachtplaatje als uithangbord. Maar bij immateriële zaken, abortus, euthanasie, Zwarte Piet, is het lastiger. Nadelige koopkrachteffecten van een maatregel kun je verzachten met een toeslag hier en een belastingvrijstelling daar. Een compromis over bijvoorbeeld de laatste-wil-pil blijkt daarentegen praktisch onmogelijk. Al zet je 100 commissies van hooggeleerde dames en heren aan het werk.

Dat komt omdat die bovengenoemde kwesties raken aan de identiteit van partijen. Als je als SGP enige rekkelijkheid inzake euthanasie zou toestaan of vrouwen passief kiesrecht zou gunnen, kun je de tent wel sluiten. Als Fleur Agema (PVV) zou besluiten een ‘kopvod’ om te knopen om thee te drinken met salafistische vrouwen, wordt ze door de Grote Blonde Leider meteen uit de partij gezet. Met identiteit kun je niet sjacheren. Dat is de reden waarom de PvdA er zo beroerd voorstaat. Ze heeft geen eigen identiteit meer.

Zolang een grote groep zich identificeert met de strijd tegen Zwarte Piet, zal ze geholpen door linkse partijen, actiegroepen, handlangers in de (sociale) media en de onverschilligheid van de omstanders, zich daarmee profileren en proberen de discussie naar haar hand te zetten. Wen er maar aan, Zwarte Piet heeft zijn langste tijd gehad. En laat Sylvana Simons met rust.

 

 


Peter van Nuijsenburg
Over Peter van Nuijsenburg 241 Artikelen
Journalist en publicist Peter van Nuijsenburg (1951) werkte in het verleden bij De Telegraaf, Elsevier en persbureau GPD, het Financieele Dagblad en diverse omroepen. Hij was correspondent in Johannesburg, Berlijn, Tokio en Rome. Peter was voorheen ook parlementair en economisch redacteur. Hij is liefhebber en kenner van kunst en cultuur. Bij dagblad Trouw publiceerde hij boekbesprekingen. Beroepsmatig en (meer recentelijk) als toerist was hij in Thailand en andere Asean–landen.

4 Comments

  1. Prima stuk. Maar dat vind ik natuurlijk omdat ik het ermee eens ben….
    Mediamensen – en Sylvana Simons is dat óók – weten dat ze door de kijkersmassa mede beoordeeld worden op hun uiterlijk. Zeker als ze opvallend aan de opinieboom schudden. Die schele (brilletje), die rooie, die dikzak, dat takkemens, die zwarte. Eh, stop. Racistisch.
    Weg inhoudelijke discussie. Voorbeeld. Drie journalisten krijgen elk tien minuten de tijd om Sylvana te interviewen. Twee doen dat waarvoor ze als journalist zijn uitgenodigd. De derde kiest de vluchtweg van Sylvana: https://goo.gl/r245aR
    Mooi gedicht, dat wel.

  2. Ik heb een broertje dood aan labeltjes opplakken en met een vinger wijzen naar de ander of iets anders. Het is te zot voor woorden om de samenleving denken te kunnen verbeteren door te wijzen naar een religieus gebouw of een feest als een bron van kwaad, haat of verderfelijkheid. Het bestrijden van symbolen, windmolens. Aan mij geen Simons, Wilders of Prayut besteed. Weg met dat vingertje en weg met eendimensionale aanpakken of visies. Ondanks het dierlijk instinct van wij en zij ga ik voor het mozaïek.

  3. Ha Timo,

    Helemaal mee eens. Identiteit is nooit eendimensionaal. Wat je nu vaak ziet is dat ‘men’ zich in onzekere, benarde tijden terugtrekt in de groep. De ‘ingroep’ moet de veiligheid/zekerheid/geborgenheid bieden die een ‘uitgroep’ zou bedreigen. De andere facetten van een identiteit worden daaraan ondergeschikt. Daar komen zoals we weten vaak ongelukken van.
    Zoals W.F.Hermans schreef in ‘Het grote medelijden’: ‘Wie scheldt op joden, negers (dat mocht toen nog. PvN), enz. die is niet alleen een imbeciel die in groepen denkt maar verwacht bovendien redding van zijn eigen groep. Onbetwistbaar teken van onherroepelijke middelmatigheid’.

  4. Beste Peter,
    Een heel goed stuk.
    ‘Sociaal-psychologen zullen het wel kunnen verklaren uit het wezen van de mens en de dynamiek van groepsprocessen. De mens is een sociaal dier en wil deel uitmaken van een groep. Daardoor heeft hij in de oertijd kunnen overleven en dat instinct werkt in aangepaste vorm nog altijd door. Een groep heeft de neiging een andere groep als een bedreiging te zien.’

    In die honderdduizenden jaren dat onze voorouders gewapend met een knuppel rond zwierven over de Afrikaanse savanne hebben we dat noodzakelijke overlevingsinstinct gekweekt.
    Het was toen meteen duidelijk wie bij welke groep hoorde en wat hun opvattingen waren. Wie vriend was en wie vijand.
    In de loop van de tijd gingen die groepen samen wonen in grotere gemeenschappen, in staten en wereldrijken. Het werd steeds moeilijker aan een bepaalde groep een eenvormige identiteit toe te schrijven. Een Turk kan een jihadist zijn, een gematigde moslim of een progressieve christen. Of iemand zichzelf een chrsten noemt zegt niet alles over zijn/haar morele opvattingen. Nederland is eigenlijk altijd al een multiculturele samenleving geweest.
    Dat groepsdenken is onze evolutionaire erfenis. Het heeft tot op zekere hoogte zijn waarde om met elkaar in discussie te gaan. Maar het heeft zijn waarde verloren om iets te kunnen zeggen over onze individuele identiteit en opvattingen. Die twee moeten we gescheiden gehouden hoe moeilijk dat ook is.
    Het is onjuist aan een Thai bepaalde opvattingen toe te schrijven alleen maar omdat hij/zij de Thaise nationaliteit heeft. Een deel van de Thais die aan de huidige, sociale norm van rouwende kledij voldoen staan misschien onverschillig ten opzichte van de monarchie. Ik kleedde mij ook in wit/zwart.

Reacties zijn gesloten bij dit onderwerp.