Straffeloosheid en mensenrechten in Thailand 

Rob V.., Thailand, Straffeloosheid, Mensenrechten

Thailand kent een lange geschiedenis van onbestraft buitenproportioneel geweld gepleegd door de staat jegens zijn burgers. Al decennia lang worden zij die door de Thaise overheid als een bedreiging worden gezien geconfronteerd met intimidatie, arrestatie, marteling, spoorloze verdwijning of zelfs de dood. Straffeloosheid regeert, basale mensenrechten van burgers worden met voeten getreden maar niemand wordt voor deze zaken werkelijk ter verantwoording geroepen.

Het willekeurig en al dan niet gelegaliseerd oppakken van ongewenste burgers begon al in 1944, dit in een -nooit volledig tot stand gekomen- programma voor ‘vijanden van de staat’. Doel van het programma was om burgers die uit de pas liepen op te pakken voor heropvoeding en klaar te stomen voor terugkeer naar de maatschappij. Zo’n tien jaar later, in 1958, liet veldmaarschalk Sarit ‘hooligans’ op pakken voor heropvoeding.

Twintig jaar verder, in 1976 liet de National Administrative Reform Council (NARC) individuen die een ‘gevaar voor de maatschappij vormen’ arresteren met dit zelfde doel voor ogen. Ook in deze eeuw zagen we dergelijke programma’s: vanaf 2004 onder o.a. premier Thaksin gebeurde dit onder de banner van anti-terreur wetgeving.

Meest recentelijk kennen we de gedragsaanpassingen onder de National Council for Peace and Order (NCPO) van generaal Prayuth in 2014 waarbij burgers afgevoerd werden voor heropvoeding. Het is duidelijk dat Thailand een flink aantal periodes kent waar burgers in grote aantallen en buiten het normale rechtssysteem om werden opgepakt door de staat. De verantwoordelijken kunnen rekenen op straffeloosheid. Dit gebeurt niet alleen in periodes van crisis, ook in andere jaren lopen Thaise burgers dit risico, zij het in mindere mate. 

Juridische principes

Ondanks dat er verschillen zijn in onder meer de juridische basis hebben deze acties een gemene deler: de willekeurige arrestaties hebben hun wortels in ideologie in plaats van juridische principes. De straffeloosheid zit dan ook niet in het feit dat de verantwoordelijken nooit ter verantwoording werden of worden geroepen, maar dat deze zaken überhaupt niet gezien worden als een misdaad.

Tino Kuis, Studentendemonstratie Bangkok 1973
Studentenprotest 1973 in Bangkok in de periode van verdwijningen en Red Drum moorden

De staat acht het simpelweg noodzakelijk om bepaalde categorieën mensen op te pakken. Maar waarom? Neem dit voorbeeld uit de jaren zeventig, de NARC gaf in ‘Order 22’ de de volgende verklaring:

“Het is duidelijk dat er sommige individuen zijn wier acties een gevaar vormen voor de maatschappij, wier acties de rust en het welzijn van het volk verstoren (…) en het is gepast om deze individuen met dit gedrag weer tot goede burgers te maken, in het belang van het volk en de vooruitgang van het land.”

Mensen die volgens de overheid zich niet gepast gedroegen moesten dus uit de maatschappij verwijderd worden en via trainingen weer tot goede, brave burgers gemaakt. Daarna konden ze heropgevoed en wel terug de maatschappij in. Uitvoerende diensten zoals politie, leger en het Internal Security Operations Command (ISOC) -een samenwerkingsorgaan van politie, leger en burgerorganen- gebruikten dit soort orders om ‘foute burgers’ op te pakken voor heropvoeding. Een rechtbank kwam er niet aan te pas, de arrestanten hadden geen recht op een advocaat of de optie om hun zaak door onafhankelijke organen te laten beoordelen.

Alhoewel de autoriteiten marteling of mishandeling van arrestanten ontkenden waren er geen adequate mechanismes om dit risico afdoende in te perken. Zo gaven sommige arrestanten te kennen dat hun detentie gekenmerkt werd door angst, intimidatie en vernedering maar dat er geen sprake was van fysiek geweld. Echter zijn er ook veel gevallen waar aantoonbaar mishandeling, verdwijning of moord voorkwamen.

Meegenomen voor heropvoeding

Een voorbeeld uit de praktijk: het was eind oktober 1976 toen er voor het huis van middelbare school leraar Ajarn L. te Chiang Mai een aantal burgervoertuigen stopten. De mannen die uitstapten waren niet in uniform en klopten bij Ajarn aan. Deze mannen vertelden hem dat hij wat kleren en toiletartikelen moest pakken en dat hij moest meekomen. Dit maakte Ajarn angstig en hij waarschuwde nog snel zijn buurman om de nummerplaten van de voertuigen te noteren.

Ajarn had geen idee waar hij naar toe gebracht zou worden en hij vreesde voor zijn leven. Toen hij bij de eindbestemming kwam bleek dit een kamp voor gedragsaanpassing. Daar maakte een persfotograaf een foto van Ajarn. Dit stelde hem gerust, zo kon zijn familie tenminste via de krant vernemen waar hij was. Ajarn en andere opgepakte mannen en vrouwen werden in het kamp opgevangen in eenvoudige houten huisjes op palen. Gedurende enkele weken gevangenschap kregen ze diverse lessen in goed burgerschap. Half december werden de gevangenen met veel tamtam vrijgelaten, zelfs de gouverneur van de provincie kwam een speech geven.

De gevangenen werden beschreven als mensen die zich hadden laten misleiden door communistische propaganda en ideeën, maar die allen nu weer tot goede Thaise burgers gemaakt waren. Als kers op de taart kregen ze een certificaat mee voor het succesvol afronden van deze onvrijwillige cursus in goed Thais burgerschap. In de jaren er na werden de oud-cursisten nog regelmatig, zowel opvallend als onopvallend, in de gaten gehouden door de autoriteiten.

Verdwijningen

Niet iedereen die een ‘gevaar voor de maatschappij’ was kwam weer op vrije voeten. Opgepakte mensen verdwenen soms ook spoorloos. Als de familie naar de gevangene kwam informeren werd hen verteld dat deze persoon niet (langer) in bewaring was, echter kwam de ex-gevangene nooit meer thuis… Deze praktijken gebeurden niet alleen met de jacht op vermeende communisten tijdens de Koude Oorlog. Het kwam ook voor in de decennia voor en na de Koude Oorlog, tot op de dag van vandaag verdwijnen er opstandige burgers in Thailand.

Rob V., Thailand, Straffeloosheid, Somchai Neelapajit
Somchai, verdwenen, nooit meer iets van vernomen
Foto gezien op Inside Story

Neem de zaak van Somchai Neelapajit, een( (moslim) advocaat en mensenrechtenactivist. Op 11 maart 2004 diende hij een petitie in namens enkele mannen die in het zuiden van Thailand waren gearresteerd. Zij claimden gemarteld te zijn door de politie. Een dag later, de avond van 12 maart, liep Somchai over een drukke straat in Bangkok toen er een busje naast hem stopte. Vijf mannen in burger stapten uit en duwden een schreeuwende en tegenstribbelende Somchai tegen zijn wil in het busje.

Op basis van zeven getuigenverklaringen en mobiele-telefoongegevens werden vijf politieagenten gearresteerd. Enkele van deze agenten waren dezelfde personen die beschuldigd waren van de marteling van Somchai’s cliënten, de overige mannen waren directe collega’s. Overigens was de arrestatie van deze agenten nog nooit eerder vertoond in de Thaise geschiedenis, .

De juridische molens gingen draaien,  maar er was meteen al een probleem: in het Thaise wetboek staat geen artikel over verdwijningen. Omdat er geen lichaam was konden de mannen niet aangeklaagd worden voor moord. Hen werd dus de veel lichtere misdrijven ontvoering en beroving ten laste gelegd. Alle agenten ontkenden alle betrokkenheid bij het incident.

De rechters hadden weinig vraagtekens bij de alibi’s van de agenten, ook al konden deze alleen beaamd worden door hun collega en familieleden van de verdachten. Uit zendmastgegevens bleek dat de mobieltjes van de agenten op het tijdstip van de ontvoering op het plaats delict waren, maar de agenten claimden dat zij hun mobiele telefoons op die bewuste dag bijvoorbeeld uitgeleend hadden of om andere reden niet op hun persoon droegen.

De zaak ging langs alle lagen van het rechtssysteem en kwam in december 2015 voor bij het Hooggerechtshof. Die sprak de vijf agenten vrij, het indirecte bewijs en de getuigenverklaringen werden onvoldoende geacht om tot een veroordeling van de agenten te komen. De zaak werd gesloten en van Somchai werd nooit meer enig spoor vernomen.

Straffeloosheid, staatsgrepen en amnestie

Een gebrek aan het ter verantwoording roepen van daders zien we niet alleen bij ontvoeringen en arrestaties maar ook als er aantoonbaar doden vallen. Zo is er nooit iemand veroordeeld voor enkele duizenden slachtoffers in de ‘red drum’ moorden in de jaren zeventig, toen militairen burgers in brandende olievaten ombrachten. Of meer recentelijk begin deze eeuw in de war on drugs en het neerslaan van de Roodhemd-demonstraties in 2010. Politie en soldaten opereerden immers onder orders en de politici die deze dodelijke geweldsinstructies hebben goed bevonden waren hoogstens slechts politiek verantwoordelijk. Deze politici konden dus nooit juridisch schuldig zijn aan moord.

Thailand is het land van staatsgrepen. Met regelmaat gaf een nieuwe regering zichzelf amnestie. Bijvoorbeeld na de coup van 6 oktober 1976 toen zeven van Thailand’s knapste koppen samen kwamen om te praten over een amnestie of pardon-regeling voor de coupplegers. Het was de achtste coup sinds de revolutie van 1932. Voorheen hadden coupplegers een artikel opgenomen in een nieuwe grondwet of wetsartikel om de machtsgreep met terugwerkende kracht te legaliseren. Waarom volstond het dit maal niet om een van de eerdere wetsartikelen als blauwdruk te gebruiken?

Aan de coup zelf was weinig opmerkelijks, maar de massaslachting enkele uren eerder op de Thammasat universiteit was ongekend in de Thaise geschiedenis. Alle acties die gedaan waren door de mensen aan de kant van de autoriteiten dienden gelegaliseerd te worden, vrij van enige misdaad of verantwoordingsplicht. Alles acties waren immers veroorloofd en gedaan in het landsbelang. De amnestiewet als reset-knop, het schoon wassen van de handen van ‘goede mensen’ en hen vrijwaren van alle rechtsvervolging. 

Later, in 1978, zou er nog een tweede amnestie regeling volgen. Ditmaal om de studenten (beschuldigd van communistische en anti-monarchistische ideeën) ‘te vergeven’. Het was de studenten echter verboden om aanklachten in te dienen tegen hen die zo gewelddadig tekeer waren gegaan tegen de studenten op die beruchte 6 oktober. Dat zou verzoening alleen maar in de weg staan, zo gaat veelal het argument.

De slotsom

Tino Kuis, hoofdredactioneel commentaar BP, arrestaties
Gekozen premier Prayuth: mondje dicht, anders…
Foto Khaosod English, dec 2015

Sinds jaar en dag worden burgers in Thailand het slachtoffer van de staat. Zij die uit de pas lopen riskeren intimidatie, arrestatie, fysiek geweld, verdwijning en de dood. De boodschap is duidelijk: als mensen protesteren tegen een autoritaire regering, dan mag er hard worden ingegrepen. De burgers die de slachting overleven worden verdreven, gevangen gezet of voor een (militaire) rechtbank gesleept en beschuldigd van ernstige misdaden jegens het land. Wanneer de situatie politiek onhoudbaar wordt dan worden zij vrijgelaten.

Echter, die vrijheid is voorwaardelijk: De slachtoffers zijn schuldig en hebben vergeving nodig, hun vrijlating hangt af van het accepteren van de status quo: geweld door de staat blijft onbestraft. Dit alles duidt op een cultuur van straffeloosheid en een gebrek aan mensenrechten in ons geliefde Thailand.

Bronnen en meer:

‘In plain sight: impunity and human rights in Thailand’, Tyrell Haberkorn. ISBN 978-0299314408

Red Drum Moorden: https://en.wikipedia.org/wiki/Red_Drum_killings

Attitude Adjustment door de NCPO: https://www.nationthailand.com/news/30269362

Verdwijningen onder de NCPO: https://prachatai.com/english/category/enforced-disappearance

Amnesty International: gemartelden moeten worden gehoord

 

Meer op Trefpunt Azië over dit onderwerp:

Tino Kuis over Red Drum en Verdwijningen.

Ook: Columnist Pravit Rojanaphruk over intimidatie van en geweld tegen Thaise ballingen

Rob V.
Over Rob V. 19 Artikelen
Rob V. is een Thailandliefhebber en -ganger. Hij heeft zich gespecialiseerd in immigratiepolitiek en procedures voor verkrijgen Schengen-visa

1 Comment

  1. Thailand is een moordland! Maar valt ‘keurig’ binnen de ‘normen’ die de regiolanden ook hebben: Myanmar, Laos, Vietnam en Cambodja jegens politieke tegenstanders. Vergeet dan China niet tegen boeddhisten en moslims, Pakistan tegen christenen, India tegen moslims, ach, waar is het wel perfect? Mensenrechten is iets van mentaliteit en tijd.

    Maar laten we niet vergeten dat Nederland ook een ‘vlekje’ heeft op dit vlak al is dat lang geleden. Daar kun je hoop uit putten voor de toekomst.

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*