Stalkers, gluiperds en snelle jongens op het Internet

Facebook weet bij wie je gisteren op bezoek ging
De Belastingdienst zag hoe je er kwam
Apple hield bij hoe lang je er bleef
Samsung hoorde wat je er zei
En Google wist al dat je het van plan was

 

Vroeger, heel vroeger, toen de cybersnelweg nog een steeg was, stond het internet voor vrijheid. Geen regels, alsjeblieft niet, was de geldende opvatting.

Idealisten zagen internet als de ultieme parel van vrijheid van meningsuiting. Én een ontmoetingsplaats voor mensen van alle nationaliteiten, kleuren en religies. Uitwisseling van kennis, ideeën en opvattingen zou mensen, waar hun locatie op planeet aarde ook mocht zijn, dichter tot elkaar kunnen brengen.

Toen sloeg Het Kapitaal toe, ok, eufemisme De Vrije Markt. Een razendsnelle ontwikkeling volgde, waar ook de eenvoudige internet-gebruiker van profiteerde. Informatie, diensten en goederen kon je vanuit de leunstoel met een muisklik naar je toe halen. Of met je tablet of smartphone. Wie dat niet wil hoeft het huis niet meer uit om anderen te ontmoeten. Nooit was communiceren zo makkelijk.

De keerzijde van al dit moois: miljoenen internetgebruikers werden spionage-objecten voor De Groten, Microsoft, Apple, Google, Facebook. En hun gevolg van kleiner tot mini-formaat: consultancy bedrijfjes, reclamebureaus, internet marketeers, enz. enz. (regeringen en geheime diensten laten we hier even buiten beschouwing).

Dimitri Tokmetzis en Maurits Martijn, cyberspecialisten die schrijven voor online nieuwsmedium De Correspondent plaatsten deze week een analyse van dit fenomeen met de veelzeggende kop: ‘Dit zijn de stalkers, gluipers en snelle jongens die je de hele dag achtervolgen’. Trefpunt Thailand beveelt dit artikel zeer bij de bezoekers aan. Klik op deze link.

Vaak wordt het cliché gehanteerd ‘als je je aan de regels houdt kom je nooit in problemen’. Een variant daarop is: ‘Wat zou ik me druk maken, ik heb niets te verbergen’. Beide clichés zijn volgens mij behalve naïef ook een ontkenning van risico’s die je als burger of als internet-gebruiker kunt lopen.

Lees bijv. in dit artikel (Nederlands) hoe kwaadwillenden met jouw identiteit op de loop (uitvoerig, Engels) kunnen gaan. Bedenk dat er regelgeving voor het opslaan van jouw gegevens in zgn. cookies noodzakelijk werd omdat het ‘vrije cookies uitdelen’ tot misstanden leidde.

Een website met een winkelier

Het goede nieuws is dat er veel bonafide bedrijven en bedrijfjes zijn waar je met een gerust hart informatie kunt halen en winkelen. Om die van de ‘internetcowboys’ te onderscheiden een paar tips.

Bekijk een website als een winkel. Zijn adres, telefoonnummer, eigenaar te zien en kan dus ook makkelijk direct contact worden gezocht? Niet te vinden of het contact kan alleen via een op de de website in te vullen contactformulier? Dat maakt jou dus afhankelijk van de bereidheid van de anonieme sitebezit(s)ter om te antwoorden! Wantrouwen. Liefst links laten liggen, doorzoeken naar bonafide site.

Voorbeeld van zo’n site, met een beetje reclame, de winkel van onze ‘techneute’ Addy Vader in Haarlem. Naam Dainamics. Website http://www.dainamics.nl. Je vindt hier alle informatie over haar werk, persoon, waar te bereiken enz. Vragen over WordPress? Bel of mail Addy!

Uit de eigen keuken

Hans Geleijnse, De Correspondent, Stalkers
Laat je niet bedotten door de Virtuele Stofzuigerverkoper
Afbeelding van The Skit Guys 

Nog drie eigen tips die kunnen helpen je internetcowboys van het lijf te houden of te ontdekken. Bedenk, vertrouwen is goed, maar wordt op het internet lang niet altijd beloond.

  1. Als op internet iets gratis is, ben jij waarschijnlijk het product (bedankt voor de tegeltjesformulering Correspondent!).
  2. Jij als doorsnee gebruiker bent transparant. De internetcowboy verschuilt zich in voor jou moeilijk of helemaal niet te vinden cyberkrochten.
  3. Trap niet in  ‘newspeak’. Op websites kun je bijv. de vraag Wil je ook een goede website? voorgeschoteld krijgen. Jáhá, maar natuurlijk! denk je. De button aanklikken helpt de eigenaar van de site aan jouw gegevens en om die informatie is het vooral te doen.

Binnenkort meer praktische tips om je de snelle jongens (en meisjes) van het lijf te houden in ‘De digitale zelfverdedigingsgids: bescherm jezelf op het web’, eveneens van Dimitri en Martijn

 

De Correspondent, logo
©De Correspondent
© 2013 Momkai All Rights Reserved
Na de studies communicatiewetenschap en filosofie in Amsterdam, werkte Maurits Martijn (1981) van 2007 tot 2013 voor Vrij Nederland. Maurits schrijft voornamelijk over technologie, surveillance en privacy. Samen met collega Dimitri Tokmetzis won hij in 2014 de prijs voor de beste internetjournalistiek van de VOJN en de stimuleringsprijs van de VVOJ voor hun serie over persoonlijke digitale data.
Dimitri Tokmetzis (1975) is historicus en datajournalist. Eerder schreef hij voor het Utrechts Nieuwsblad, NRC Handelsblad en De Pers. In New York schreef hij het boek De Digitale Schaduw (2012), over hoe risicoprofielen ons dagelijks leven meer en meer sturen. Dimitri is de datajournalist en Wobber van De Correspondent.
Over het onderwerp internet en privacy schreven de auteurs het boek Je hebt wél iets te verbergen. Voor Uitzending Gemist: maandag 12 september werd het door hen gepresenteerd in De Wereld Draait Door.
‘Je hebt wél iets te verbergen’ is – ook als e-boek – te bestellen/downloaden bij De Correspondent.

 

Hans Geleijnse
Over Hans Geleijnse 341 Artikelen
Hans Geleijnse (1944, Zaandam). Voormalig beroepsmilitair en dienstweigeraar. Passie voor reizen, schrijven en muziek. Belandde in journalistiek, leerde het vak in de praktijk. Werkte twee decennia als buitenlands correspondent voor persbureau GPD en div. andere Nederlandse media. Hij woonde met partner en dochter ruim tien jaar in Thailand.