Ganesh en de ontdekking van Sri Lanka

Ganesh, André van Leijen, Ganesh aan koord

Er hangt een beeldje aan de autospiegel. Het slingert aan een blauw koord mee met elke bocht. Zoals een pendel die naar energetische velden speurt. Eigenlijk kan dat niet. De bewegingen van een slinger vinden volgens de wetten van de natuurkunde altijd plaats in hetzelfde vlak, ongeacht de draaiing van de aarde. Onverstoorbaar en met de rechtlijnigheid die natuurkundige zaken eigen is. Gevoelloos en ongevoelig ook voor het gedraai van de mensheid, om zin te geven aan zijn bestaan. Of in dit geval voor de bochten waarmee onze Audi Auris zich door het verkeer van Sri Lanka wurmt.

‘Ganesh’, zegt Sam, mijn chauffeur, als ik het beeldje in mijn hand neem. ‘Hij is de deva die de reizigers beschermt.’
Inderdaad, nu herinner ik me hoe de olifantengod langs de kant van de weg stond en ons uitgeleide deed bij het verlaten van Colombo. Goede reis, leek hij te zeggen.

Zijn slurf hangt over zijn pens, waarvan de weldadigheid past bij die van een herbivoor. Dat klopt tenminste. Ook de grote oren zijn in overeenstemming met de afbeeldingen in Lannoo’s Grote dierenencyclopedie. Wat niet klopt is dat het olifantje geboren is met zes ledematen, waarvan er twee in lotushouding onder zijn billen zijn gevouwen. Volgens de zoekkaart “Dieren in het veld” zou Ganesh met zijn zes ledematen behoren tot de Klasse der Insecten.
Zes ledematen is niks. Er zijn goden met tien ledematen. Zoals Shiva en Parvati, de ouders van Ganesh.
“Heeft uw dier tien poten?”
“Dan behoort uw dier tot de Geleedpotigen, de Orde der Decapoda. Vermoedelijk is het een kreeft.”

Ach, wat geeft het. De mens heeft een creatieve geest en zeker als hij zijn goden verzint. Zoals Walt Disney zijn sprookjeswereld schiep. Wat is het verschil tussen Garoeda en Guus Geluk? Tussen Ganesh de olifantgod en Dombo, het vliegende olifantje?

‘Ganesh is de enige Hindoeïstische god waarin ik geloof’, zegt Sam. ‘Verder ben ik boeddhistisch. De meeste Singalezen zijn theravada-boeddhisten.’
Zoals in Thailand, denk ik. En toch is het anders. In Thailand staat op elke hoek van de straat een tempel. Het zijn sprookjesachtige bouwwerken versierd met bladgoud en rode daken. De Thais houden van sprookjes.
In de drie uur die we van Colombo naar Galle rijden, zie ik maar twee tempels en die zijn smetteloos wit. Was er geen geld om de heiligdommen een kleurtje te geven? Geven de Singalezen niet zo om sprookjes?

Ik wijs naar het boeddhabeeldje op het dashboard. ‘In Thailand zijn boeddhabeelden nogal kleurrijk. Jouw boeddhabeeldje is alleen maar wit.’
‘Hier is alles wit’, zegt Sam. De boeddhabeelden, de tempels, de schooluniformen… Wit is zuiver. Ook mijn auto is wit. Weet je dat witte auto’s duurder zijn dan auto’s met een kleur?’
‘In Nederland is het andersom’, zeg ik. ‘Ik heb wel eens gelezen, dat witte auto’s 20 procent goedkoper zijn.’

Eigenlijk heet Sam geen Sam. Maar omdat zijn naam voor ons westerlingen onuitsprekelijk is, mag ik hem Sam noemen. Zoals alle mensen hier heeft Sam het voorkomen van iemand uit India. Sam vindt dat onzin. De mensen uit India zien er heel anders uit.

Ganesh, André van Leijen, Boeddhistische vlag
Boeddhistische vlag

‘Dat vlaggetje heeft anders wel kleur’, zeg ik wijzend op het vlaggetje dat links op het dashboard staat.
‘Dat is de boeddhistische vlag. De kleuren staan symbool voor het boeddhisme: compassie, de middenweg, de zegeningen en wijsheid van het boeddhisme. Zie je, dat er ook een witte baan is? Die staat voor zuiverheid. Alle kleuren bij elkaar symboliseren de universele waarheid van de leer van Boeddha.’

Ik kan me niet herinneren zo’n vlag in Thailand gezien te hebben. Gek, terwijl het vlagvertoon daar juist zo uitbundig is. Hier zie ik nergens een vlag. Alleen dat boeddhistische vlaggetje op het dashboard.
‘Het boeddhisme is mooi, maar de monniken vertrouw ik niet’, zegt Sam. ‘Sommige monniken hebben een vriendin. Of ze hebben huizen en auto’s. Terwijl een monnik geacht wordt geen bezit te hebben.’

Inmiddels rijden we op de tolweg, de A2 die langs de kust ligt. Vermoedelijk aangelegd met Chinees geld. Het is opmerkelijk rustig.
‘Te duur voor normale mensen’, zegt Sam, ‘daarom is het zo rustig’.
Honderd kilometer per uur mag je hier rijden. Iedereen houdt zich daaraan. Ook Sam. Dat heb ik wel eens anders gezien. Niemand zal over een doorgetrokken streep rijden. In Thailand doen ze niet anders.

Andre van Leijen, Sri Lanka, Ganesh
Kokosnoten van de Koningspalm
Foto André van Leijen

‘Zie je die palmen daar? Dat zijn Koningspalmen. De kokosnoten zijn geel. Normale kokosnoten zijn groen. Je moet echt eens het sap proeven. Zo lekker.’
Dwars over de weg is een banier gespannen. Op de banier staat een afbeelding van een man in een wit pak. In Thailand zie je voortdurend de beeltenissen van hoogwaardigheidsbekleders. Hier is het de enige, die ik zie op mijn reis naar Galle.

De man op de banier lacht naar ons. Zijn tanden zijn net zo wit als zijn pak. Zuiver. Puur. Gepoetst met boeddhistische tandpasta.
‘Onze president’, zegt Sam, ‘Sirisena’. ‘Vreselijke man.’
‘Mag je dat zo maar zeggen? Ik ken landen waar dat niet mag.’
‘Je mag hier alles zeggen. Alleen helpt het niet.’

Ganesh, André van Leijen, Sirisena
Sirisena, president van Sri Lanka.

Sam kijkt zwijgend voor zich uit. Er is een rimpel verschenen in zijn voorhoofd.
‘Vorig jaar heeft hij de zittende premier Wickremasinghe ontslagen en vervangen door Rajapaksa.’
‘Kan dat zo maar?’
‘Nee, dat is tegen de grondwet. Het hooggerechtshof heeft het teruggedraaid. Gelukkig is de rechtspraak tenminste nog onafhankelijk.’

We passeren rubberplantages. Een vlucht Ceylon-kraaien strijkt neer op de elektriciteitsdraden langs de weg. Bij ons worden ze huiskraaien genoemd. Ten onrechte want ze horen niet thuis in Nederland. Sinds een aantal jaren zit er een groep in Hoek van Holland. Een gevaar voor de volksgezondheid, zegt de Voedsel- en Warenautoriteit, blijkbaar de immigratie- en naturalisatiedienst voor al wat leeft en bloeit. Ze bedreigen onze fauna. Exoten zijn het. Exota non grata. Afschieten dus, concludeerde de Raad van State.

Ganesh, André van Leijen, Ceylon-kraai
Ceylon-kraai (Bron: Wikipedia)

‘Waarom verving de president eigenlijk jullie premier?’
‘Het heeft ermee te maken dat de ontslagen premier voor India is en Rajapaksa voor China. China wil met zijn Nieuwe zijderoute Sri Lanka aan zich binden. Toen Rajapaksa nog president was, zijn met Chinees geld snelwegen aangelegd. Dat heeft miljarden gekost en dat kunnen we niet terugbetalen aan de Chinezen. In 2015 heeft hij meer dan 7 miljoen dollar ontvangen van de Chinezen. Rajapaksa heeft dat gebruikt voor zijn verkiezingscampagne. In ruil daarvoor kregen de Chinezen allerlei concessies.’

Sam kijkt me met opgetrokken wenkbrauwen aan. Een lach zweeft om zijn lippen, verwekt door het ongelooflijke.
‘Als we doorrijden komen we in Hambantota. Daar zijn de Chinezen een haven aan het bouwen. Om de Chinezen te kunnen betalen hebben we de haven voor 99 jaar in bruikleen gegeven. En de Chinezen willen alleen maar Chinese werknemers. We hebben niets meer te vertellen.’

De zon staat inmiddels laag aan de hemel. De palmbladen tekenen een zwart verenpatroon af tegen het oranje van de hemel. Nog even en dan is het donker. Langzaam rijden we de oude havenstad Galle binnen. Langs de kant van de weg wacht Ganesh ons op. Het voelt alsof we thuiskomen. Boven de Oude stadspoort staan in steen de letters van de VOC. De Nederlanders deden goede zaken hier 350 jaar geleden.

Andre van Leijen, Sri Lanka, Ganesh
Inscriptie van de VOC boven de Oude poort in Galle (Foto: André van Leijen)

Naschrift
Samen met mijn zoon heb ik tien dagen door Sri Lanka gereisd. Sam was al die tijd onze chauffeur. Wilt u meer lezen over onze reis, ga dan naar https://www.travelblog.org/Asia/Sri-Lanka/Southern-Province/blog-1030312.html

André van Leijen
Over André van Leijen 153 Artikelen
André van Leijen (1947), bioloog en vader van een dochter en een zoon, heeft les gegeven aan de Hogeschool Rotterdam en aan een middelbare school in Spijkenisse en in Vlaardingen. Hij ontwikkelde er lesmateriaal voor de natuurwetenschappelijke vakken en publiceerde in diverse bladen. Na zijn pensionering reisde hij met zijn Slowaakse vrouw twee jaar over de wereld, van Spitsbergen tot aan Kaap de Goede Hoop en van Vuurland tot het uiterste noorden van Canada. Daarna streken ze neer in Thailand en vervolgens in Schiedam. Van deze thuisbasis willen ze de wereld verder verkennen. Intussen werkt hij aan een boek.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*