Op het spoor van Hô Chí Minh: een geboetseerde geschiedenis (1)

Antonin Cee, Ho Chi Minh spoor

 

Spoorzoeken

Soms hangt de richting die je inslaat van toeval af. Of van onwetendheid. Had ik eerst dat boek maar gelezen. Dan zou deze trip heel anders verlopen zijn. En was ik onderweg minder goedgelovig geweest.
Helaas, ik kende het niet: The Siamese trail of Hô Chí Minh geschreven door de Thaise journalist Teddy Spha Palasthira. Het verhaalt de lotgevallen van deze legendarische Vietnamese leider aan het einde van de jaren 20 toen hij in Thailand vertoefde.Maar ik mag mezelf vergeven want het was nog maar pas uit.



Het zou zijn executie betekent hebben

Het boek is voornamelijk wat de Engelsen noemen “narrative history” en dat is begrijpelijk. Want ome Hô hing zijn activiteiten niet aan de grote klok. In die dagen werd hij overal waar hij ging (en dat waren nogal wat landen) op zijn huid gezeten door de Franse “Sȗrete”, de nationale veiligheidsdienst. In Zuidoost Azië werden al zijn bewegingen gevolgd door Louis Arnaux, een ijverige inspecteur van deze dienst. Toen Hô in de haven van Hongkong aankwam, wist de Franse overheid zelfs zijn arrestatie te bewerkstelligen.

Maar het verzoek om hem aan Frankrijk uit te leveren, wat zijn executie betekend zou hebben, werd door de Engelsen niet ingewilligd. Na een rechtszitting werd hij verklaard tot politiek vluchteling en gesommeerd het land binnen drie dagen te verlaten.

Vermomd als een katholieke priester kwam hij uiteindelijk in Thailand aan. De Thaise regering nog steeds mokkend over grote gebiedsdelen die ze in 1892 in wat nu Laos is aan de Fransen waren kwijtgeraakt, stond in die tijd niet afwijzend tegenover de plannen van Hô voor een onafhankelijk Vietnam.

Eenmaal in Thailand wist Hô uit zicht te blijven en was de Franse inspecteur zijn spoor enige tijd bijster. Hô deed er alles aan dat zo te houden. Zoals alle communistische leiders, hield ook hij zijn activiteiten liefst geheim.

Ik liet me het een en ander aanleunen

In Thailand kwam dat er op neer de daar wonende Vietnamezen te bewegen het communisme te omarmen en de wapens op te nemen tegen de Fransen. Er zijn hoegenaamd geen documenten of getuigenverklaringen, die daar melding van maken.  Een historicus dient noodgedwongen de voorvallen op het circuit dat hij hier te lande volgde met eigen verbeeldingskracht in te vullen. En dat is dan ook precies wat het boek van Palasthira doet. Het volgt weliswaar het traject dat Hô hier aflegde, maar boetseert er zijn gemoedstoestanden, gesprekken en dagelijkse beslommeringen omheen. In het eerste gedeelte althans, want het tweede deel is het volledig fictief en gebaseerd op een verzonnen karakter. Een sfeertekening voortgekomen uit de fantasie van de schrijver.

Maar toen ik vertrok wist ik dat allemaal niet. Ik vond dat boek ergens onderweg toen het te laat was. Ik had het Thaise circuit van Hô alweer verlaten en me het een en ander laten aanleunen.



Het doet aan versgeperste bami denken

Het is eind december en in Europa huppelt het kerstkonijn door de straten. In de Thaise supermarkten van mijn woonplaats Chiang Mai loopt het personeel al wekenlang met een rode kerstmuts en gaan de Jingle Bells van Perry Como weer all the way.

Hier en daar zelfs een kerststal waar het kindeke verdacht Thaise trekken vertoont. Om van de herders maar niet te spreken. En de staartster die tegen het dak is geplakt heeft rare krullen, die aan versgeperste bami doen denken.

Antonin Cee, Ho Chi Minh spoor
… beetje koddig ….

Het komt bij mij altijd wat koddig over. Een anaculturalisme dat laat zien dat dit land alles wel wil meevieren en er zijn eigen varianten op improviseert. Als het maar  sanoek is.

“Ik wil katholiek worden”, vertelde me een Thaise jongeling nippend aan een biertje in de food court in een van de supermarkten. “Weet je dan wat dan inhoudt?” vroeg ik hem. Het antwoord was een brede lach, die blijkbaar een ontkenning inhield. “It’s fashion”, zei hij “en het brengt geluk”. Afgaande op de vele Thaise boeddhisten met een Maltezer kruis om hun nek heeft ook op dit gebied de mode toegeslagen.

Op kerstavond wilde de jongeman zich laten dopen in de kathedraal van Chiang Mai. Zijn aanbod om dat bij te wonen heb ik beleefd afgeslagen,

Het lijkt op een ouderwetse stoom carrousel

Rusteloos als ik nu eenmaal ben en dat zeker tijdens deze solemnele dagen, startte ik mijn Chevy pick-up Afrimele en reed dwars door de uitlopers van de Petchabun bergketen die met opgeblazen wangen en afhangende knevels van maagdelijk woud de grens met Laos markeren, naar Chiang Khan. Sommige plekken lijken op de ouderwetse stoomcarrousel, draaien en draaien over een spiraal van dertig kilometer bergweg om in vogelvlucht één kilometer verder te komen.

In Chiang Khan herenigt de Mekong zich weer met Thailand na zich enkele enkele honderden kilometers monogaam aan Laos te hebben gegeven. Vanaf dit punt omarmt ze opnieuw beide landen tot ze uiteindelijk de benen neemt naar Cambodja.

Chan Khan was tot een jaar of tien geleden nauwelijks meer dan een naam op de Thaise landkaart waar hoegenaamd geen mens kwam. Maar dit keer stond het er vol met dubbeldeks bussen, die Bangkokianen en Chinezen uitspuwden. Ze komen zich vergapen aan een rijtje traditionele houten huisjes langs de rivier, die zich in de loop der toeristische tijd tot winkeltje of guesthouse hebben opgewerkt.

Ik liet die drukte voor wat het was en trok verder oostwaarts naar Sangkhom, waar ik mijn intrek nam in een kleine bungalow langs de rivier. De zon kroop weg achter de bergen en slaagde er met haar stervende licht nog net in een wolkenpartij te weerspiegelen op de plassen water tussen de kiezel onder mijn voeten. Ik tuurde er in als in een kristallen bol en probeerde er aan af te lezen waar ik de komende dagen heen zou gaan.



Het openbare nut doet er weinig toe

De volgende dag werd dat Nongkhai, springplank naar Vientiane dat zich er op kan laten voorstaan de eerste overspanning van de Mekong in huis te hebben: de Friendship Bridge nummer 1. Ik slenterde wat over de boulevard langs de rivier (daarvoor ligt hij er) en genoot van een copieus diner bij een Franse vriend, die zich hier verankerd heeft. De volgende dag kauwend op een taaie wijnkater boog ik zuidwaarts naar Udon Thani. 

Ergens langs de weg staat een bord en ik lees: Hô Chí Minh Historical Park. De pijl die er bij hoort staat op rechtdoor maar dat geeft weinig aanknoping. Het is een van die blauwe richtingaanwijzers, die overal in Thailand duiden op toeristische attracties.

Een dergelijk bord met haar deiktische pijl kan van alles betekenen. Dat je nog zestig kilometer verder moet en dan naar links bijvoorbeeld. Of naar rechts. Wáár dat dan moet staat meestal nergens aangeduid. Maar het kan ook over drie kilometer zijn. Betekenisloze borden, waar je verder niets aan hebt. Waarschijnlijk mag het neefje van een of andere generaal ze aan de overheid leveren en in die gevallen doet openbaar nut er niet al te veel toe.

 Maar mijn nieuwsgierigheid was gewekt. Hô Chí Minh zo wist ik, had enige tijd in Thailand doorgebracht. Waar en wat hij hier had uitgespookt wist ik niet. Misschien was dat Historical Park een goede plek dit hiaat op te vullen en ik bleef alert op andere aanwijzingen.

What is in a name?

Tot aan Udon geen enkel bord meer. Maar ergens op de ringweg rond de stad vind ik er weer een. Nog altijd rechtdoor. Een paar kilometer verder staat warempel dan toch een richtingaanwijzer die me de juiste landweg instuurt. Een kilometer of tien verder sta ik voor de poort. 

What is in a name? Het Historical Park bestaat voornamelijk uit een modern witgekalkt gebouw met een rood dak, waarin een museum is ondergebracht. Terzijde daarvan staat een Vietnamees huisje met lemen wanden en een atap dak, dat aan de tuin het broodnodige historische perspectief moet verlenen.

Antonin Cee, Ho Chi Minh spoor
Het oompje Ho museum

Wat verderop een fruitboom waar een bordje bij staat: this tree was planted by Hô Chí Minh.

 Die boom moet dan haast 100 jaar oud zijn. Veel fruitbomen halen dat niet. Hij is trouwens nogal tenger uitgevallen voor een boom van deze respectabele leeftijd. Maar dat concludeerde ik allemaal pas achteraf. Voor het ogenblik was het uitsluitend registreren.

Buiten een Thais echtpaar dat ik in het museum tref, zijn er geen andere bezoekers. Een locale gids op zoek naar algemene erkenning van zijn eruditie stort een waterval van woorden over ze uit en geeft uitleg wat er zoal te zien is.

’s Avonds onderwees hij de ideologie van de partij

Veel is dat niet. Een buste van ome Hô, verschillende zelfs, en ook een levensgroot standbeeld, wat kaarten en tekstborden voor het merendeel in het Thais. Ook een schilderij van Hô waarop hij zelf zit te penselen en verder voornamelijk uitvergrote krantenknipsels en gekopieerde foto’s van de Vietnamese voorman op allerlei locaties.

Ik dribbel achter het echtpaar aan en luister mee: Hô was een linguïstiek wonder en sprak 28 talen. Toen hij hier woonde verbouwde hij zelf zijn groenten. ‘s Avonds noodde hij de Vietnamese boeren uit de omgeving naar zijn huis om hen onderricht te geven. En ze de partij ideologie bij te brengen, waarbij hij zich net als de boeddha, wist aan te passen aan het niveau van zijn toehoorders. Hij verbleef in dit huis van augustus 1928 tot december1929, zo staat in de museumbrochure te lezen.

Hij flirtte met de Socialistische Partij van Frankrijk

Ergens hangt een foto van Hô met de Thaise politicus Pridi Banomyong  waarop ze elkaar gul toelachen. De foto werd genomen tijdens een bezoek van Pridi aan Vietnam in 1966 toen Hô reeds de onbetwiste leider was van het land was.

Antonin Cee, Ho Chi Minh spoor
Ho Chi Minh en Pridi ontmoeten elkaar in 1966 in Noord-Vietnam

Pridi bracht in zijn jonge jaren net als Hô enige studiejaren door in Parijs. Beiden deden ze er hun linkse ideeën op. Pridi keerde terug naar Thailand was kortstondig premier, maar gedwongen te vluchten nadat hij beschuldigd werd de hand te hebben gehad in de dood van Rama 8, de broer van de huidige koning. Na wat omzwervingen geraakte hij opnieuw in Parijs, waar hij uiteindelijk ook overleden is.

Hô flirtte met de Socialistische Partij van Frankrijk, woonde vergaderingen en congressen bij en schreef politieke artikelen. Tijdens een congres van de Franse Socialistische partij in Tours in 1920 deponeerde hij een aanklacht: “Imperialistisch Frankrijk heeft in mijn geboorteland verschrikkelijke misdaden gepleegd”. Het viel op dovemansoren.

Het was patriottisme dat hem in Lenin deed geloven

Dat dreef hem in de handen van de communisten, die wel bereid waren onafhankelijkheid te geven aan westerse koloniën. Het was in die tijd, zo vertellen biografen, dat hij de overtuiging opdeed, dat het communisme het enige bruikbare instrument was om voor zijn land de onafhankelijk te bewerkstelligen. Zoals hij het later zelf zou zeggen: “Het was patriottisme, niet communisme dat me aanzette in Lenin te geloven.”

Antonin Cee, Ho Chi Minh spoor
Thaise gids museum Udon: ,,Ho schreef hier zijn politieke pamfletten en kookte zijn eigen potje”

Na de rondleiding wandel ik met de gids naar het Vietnamese huisje,
“Is dit nou echt het huis van Hô?” vraag ik.
“Jazeker”, zegt hij. “Hier schreef hij zijn politieke pamfletten, kookte zelf zijn potje, schoffelde in zijn groentetuintje en gaf onderricht. Het was een heel actieve man. In Nakhon Pahnom verbleef hij ook enige tijd. Daar staat ook nog het huis waarin hij toen woonde”.

Nakhon Pahnom ligt een 250 kilometer oostelijk van hier. In een opwelling besluit ik er heen te rijden om te zien wat Hô daar heeft achtergelaten. En dat was maar goed ook, want een gelukkige ontmoeting daar zou een heel ander licht op dit “historische park” werpen.

Antonin Cee
Over Antonin Cee 140 Artikelen
Antonin Cee woont sinds eind jaren tachtig in Chiangmai en voerde themareizen uit. Hij studeerde filosofie aan de Universiteit van Montpellier in Frankrijk en werkte enige tijd als redacteur bij The Nation in Bangkok. Ook schreef hij artikelen voor verschillende Nederlandse, Belgische en Engelstalige magazines. Met zijn achttienjarige dochter vormt hij een eenoudergezin en brengt elk jaar enige tijd door in Zuid-Frankrijk. Hij publiceerde een verhalenbundel getiteld 'Inheems Kruid'. Onlangs bracht hij zijn tweede boek 'Thailand tegen het Licht' uit. Beide boeken zijn zonder verzendkosten te bestellen bij www.amazon.de.

6 Comments

  1. Dank voor een mooi stukje geschiedenis. Wat me alleen niet helemaal duidelijk is: waar dat museum ligt: Udon Rachatsima kennen we niet in mijn woonregio. ik vermoed Udon Thani, of misschien toch Ubon Ratchasima?

  2. Heeft Pridi Banomyong (ook wel Phanomyong) zijn ‘linkse ideeën’ in Frankrijk opgedaan?

    Dit zegt Antonin: ‘Pridi bracht in zijn jonge jaren net als Hô enige studiejaren door in Parijs. Beiden deden ze er hun linkse ideeën op.’

    Voordat Pridi naar Frankrijk vertrok was hij al een duidelijke tegenstander van de heersende absolute monarchie en de feodale verhoudingen in het toenmalige Siam. Als advocaat verdedigde hij arme boeren tegen grootgrondbezitters. Hô was al een tegenstander van het Franse koloniale bewind toen hij zich inscheepte en uit Vietnam de wereld introk.

    Ongetwijfeld hebben beiden hun ideeën in Frankrijk verscherpt en ze een theoretische en ideologische onderbouw en naam gegeven. Maar ‘links’ waren ze al als je met ‘links’ bedoelt: tegen het establishment en vóór ingrijpende veranderingen in het politieke en sociale systeem. De kern van hun opvattingen hadden een inheemse en geen uitheemse oorsprong. Het lijf was oosters maar de aankleding westers.
    Zie ook uit die tijd (1915-1930):
    https://www.trefpuntazie.com/scot-barme-historische-spotprenten-thaise-elite/

    • Tino, met dat ene zinnetje over de herkomst van de linkse ideeën van Ho Chi Minh en Pridi Phanomyong is Antonin Cee volledig correct, ook vele malen dichter bij de historische werkelijkheid dan jouw meer ideologisch getinte betoog.

      Ho Chi Minh raakte tijdens zijn verblijf in Engeland (banketbakkersopleiding), hij was toen rond de 25 jaar oud, in de ban van Sovjet-stijl marxisme-leninisme. Hij vertrok naar Frankrijk, waar hij de Thaise student Pridi leerde kennen, en werd prominent lid van de Franse communistische partij. Hij verhuisde naar Moskou en werd een agent van de Komintern.

      Pridi was als 21-jarige al in Frankrijk, met een studiebeurs, voor rechtenstudie. Op 27-jarige leeftijd reisde nij terug naar Siam, waar hij in staatsdienst trad. Ik vermoed dat jij Pridi’s eerste en tweede periode in Frankrijk met elkaar verwisselt, want dat Pridi al op zeer jeugdige leeftijd dat deed wat jij hem toedicht lijkt me sterk.

      De nalatenschap van oom Ho was een vazalstaat van de Sovjet-Unie, lid van de Comecon, grotendeels ingericht naar staatskapitalistisch Sovjet-model. Ho’s erfgenamen hebben zijn grote verdiensten misbruikt voor persoonsverheerlijking en, naar naar men zegt geheel tegen de zin van de overledene, opbaren in een mausoleum.

      Pridi was nooit een communist, naar westerse maatstaven meer een sociaal-democraat of sociaal-liberaal. Niettemin waren zijn economische ideeën ook westers/marxistisch geïnspireerd, zoals het plan tot nationalisering van de Thaise economie dat hij voor zijn mislukte coup tegen Pitbun begin jaren vijftig lanceerde.

      Je vermelding dat de kern van hun opvattingen van inheemse oorsprong was heeft om die reden nauwelijks waarde. Ik zie ook het belang niet in van dit te benadrukken.

      En for the record: de ‘revolutie’ van 1932 was geen maatschappij veranderende, maar in marxistische termen een burgerlijke revolutie. De absolute monarchie werd gebroken, ervoor in de plaats kwam een modernere versie, terwijl de maatschappelijk-structuur in de kern ongewijzigd bleef. Meer een paleisrevolutie, met terugblik op de omstandigheden van toen.

      • Beste Hans,
        Dank voor je geschiedenisles.
        Je zegt dit: ‘Je vermelding dat de kern van hun opvattingen van inheemse oorsprong was heeft om die reden nauwelijks waarde. Ik zie ook het belang niet in van dit te benadrukken.’ Het was toch Antonin die het blijkbaar belangrijk vond te vermelden dat de ideeen van Ho en Pridi van uitheemse, dwz westerse, oorsprong zijn. Je moet het bovenstaande citaat dus aan Antonin richten.
        Ik blijf er bij dat uit het vele dat ik van en over Pridi las blijkt dat hij al voor zijn vertrek naar Frankrijk ‘linkse’ ideeen had hoewel nog niet echt uitgekristaliseerd. Zeker, de revolutie was een burgelijke revolutie maar wel meer dan een paleisrevolutie. Er waren nadien wel degelijk maatschappelijke veranderingen hoewel niet veel, zo kregen vrouwen al in 1934 stemrecht. Dat de maatschaappij-structuur in de kern onveranderd bleef komt vooral door de royalistische tegen-revolutie tijdens en na het bewind van Sarit Thanarat.

        Wat Ho betreft moet ik, na wat speurwerk, terug komen op wat ik zei. Ik heb mij door latere Vietnamese propaganda, die zegt dat hij al voor zijn vertrek uit Vietnam aan anti-kokoniale demonstraties had meegedaan, laten misleiden. Dat heeft hij zeer waarschijnlijk niet gedaan. Het spijt me. Er zijn geen echte aanwijzingen voor Ho’s opvattingen voor zijn vertrek uit Vietnem. Mea culpa, mea maxima culpa.

        • Mijnerzijds slechts deze toevoeging: ik weet weinig tot niets van Pridi’s opvattingen als teenager en jonge student. Maar misschien kunnen we het er gelet op wat je zelf zegt over ‘niet uitgekristatlliseerde linkse ideeën’ over eens zijn dat het in het kader van een verhaal over ‘op het spoor van Ho Chi Minh’ vrij vanzelfsprekend is te vermelden dat beiden in Parijs hun linkse (zeg maar socialistische) ideeën opdeden. Ik lees daarin niets ten nadele van beide historische figuren, ik zou het eerder vreemd hebben gevonden als het in dat tijdsgewricht en mede gelet op hun leeftijd niet het geval was geweest. Er is dus voor mij geen enkele reden mijn reactie aan het adres van de schrijver van het artikel te richten.

Reacties zijn gesloten bij dit onderwerp.